PlusReportage

Thea (72) zorgt voor haar verstandelijk beperkte zoon (38) – ‘Wat als ik er straks niet meer ben?’

Jeroen in zijn super­helden­outfit met Black Panther-masker.  Beeld Dingena Mol
Jeroen in zijn super­helden­outfit met Black Panther-masker.Beeld Dingena Mol

Met veel toewijding zorgt Thea Vermeulen (72) voor haar verstandelijk beperkte zoon Jeroen (38). Dat wordt steeds zwaarder nu ze op leeftijd komt. En de zorg-instelling schiet tekort, vindt ze. ‘Hij is 75 kilo aangekomen en heeft diabetes gekregen.’

Marloes de Moor

Een knalgele Volkswagen Polo rijdt stapvoets over het terrein van woonzorgpark Willem van den Bergh, een zorginstelling voor mensen met een verstandelijke beperking in Noordwijk. Achter het stuur zit Thea Vermeulen. De lucht is loodgrijs, schimmen achter de ruiten van bakstenen gebouwen. Ergens daarbinnen zullen ze haar autootje al herkend hebben: Thea, de moeder van Jeroen. Om de twee weken komt ze hem op vrijdagmorgen halen voor een weekend thuis. Vanuit Badhoevedorp, dwars door de Bollenstreek, naar haar ‘mannetje’. Een mannetje dat inmiddels een 38-jarige beer van een vent is, 120 kilo zwaar.

Blij nu eens alles te kunnen laten zien wat haar al decennia bezighoudt, laveert Vermeulen door het omvangrijke woonzorgpark. “Daar werkt Jeroen als schoonmaker. En dat is de dagbesteding.” Ze drukt een wijsvinger tegen de ruit: “Dit is de Tamboerijnlaan. Daar was Jeroen het gelukkigst. Hij is nu verhuisd naar de Trommelhof. Wat een doolhof hè. Deze straatjes hebben ze niet op je navigatie, hoor. Weten jullie nog van Open Het Dorp met Mies Bouwman? Nou, dit is groter.”

Een politieauto nadert tegen de rij­richting in. Vermeulen geeft wat gas bij: “Ik ga dus écht geen ruimte geven. Zij zitten verkeerd. Ik heb voorrang.” Ze dwingt de politiewagen naar de berm en drukt vinnig het elektrische raam naar beneden. Tegen de agenten: “Goedemorgen, hier kan ik u een boete voor geven!” De politiemannen grijnzen schaapachtig.

Op slag verliefd

Nee, ze is niet op haar mondje gevallen, zegt Vermeulen. Ze werd groot in een ras-Amsterdams horecanest met zeven kinderen en daar leerde je vanzelf voor jezelf op te komen en van je hart geen moordkuil te maken. Zesendertig jaar geleden opende haar Mokumse hart zich voor een tweejarig Braziliaans jongetje met zwarte krullen en donkerbruine, knikkerronde ogen. Vermeulen en haar toen­malige man besloten hem te adopteren. Op slag verliefd was ze op het ventje. En ze is het wéér wanneer ze kinderfoto’s tevoorschijn haalt: “Kijk nou toch, die snoet van hem. Wat een smoeltje. Dat wil je toch knuffelen? Om op te vreten.”

Thea en Jeroen, 36 jaar geleden. ‘Kijk nou toch, die snoet van hem.’ Beeld Dingena Mol
Thea en Jeroen, 36 jaar geleden. ‘Kijk nou toch, die snoet van hem.’Beeld Dingena Mol

Torenhoge telefoonrekeningen had ze. Alles wilde ze weten: hoe hij rook, huilde, piepte en brabbelde daar in Brazilië. “Dertig uur waren we onderweg om hem op te halen. Ik was kapot, maar het gaf niets, want ik werd overspoeld door liefde. Ik was mama geworden en wist: voor dit mannetje geef ik alles wat ik in me heb.”

Hoewel er aan Jeroen niets vreemds te zien was, merkte Vermeulen dat hij pas laat ging lopen en veel dingen anders deed dan andere kinderen. Hij bleek verstan­delijk beperkt te zijn en daarnaast zwaar autistisch. “Van zijn biologische vader was niets bekend, maar van zijn moeder wisten we dat ze lijm snoof. Mogelijk heeft dat een beschadiging in zijn hersenen veroorzaakt.” Door zijn beperking moest Jeroen naar een ZMLK-school voor zeer moeilijk lerende kinderen in Hoofddorp. “Een kleine klas met maar zes kinderen. Daar vond hij het heerlijk,” vertelt Vermeulen eerder die week op zijn jongens­kamer bij haar thuis in Badhoevedorp.

Jeroen heeft het verstandelijk vermogen van een kind van vijf, waardoor zelfstandig wonen onmogelijk is. Sinds zijn achttiende verblijft hij doordeweeks op woonzorgpark Willem van den Bergh van zorggroep ’s Heeren Loo.

Actiehelden

Wanneer Jeroen in het weekend thuiskomt, zorgt Vermeulen voor frisgewassen lakens en een strak opgemaakt bed. Aan de wand familiefoto’s, een geborduurde merklap met zijn geboortedatum, lengte en gewicht: 11-7-1983, 48 centimeter, 3500 gram. Planken met dvd’s, een tv en een uitklaptafel met daarop al zijn actiehelden. Spider-Man, Batman, Iron Man, Captain America. Jeroen speelt er graag mee. Niemand mag dat weten. En niemand mag eraan komen. Ze moeten precies zo blijven liggen als hij ze achterlaat. “Liefst zou hij zijn kamer op slot doen en de sleutel meenemen naar Noordwijk. ‘Maar mama moet je kamer toch schoonmaken,’ zeg ik dan. Als hij doordeweeks belt, vraagt hij altijd: ‘Je hebt toch niet aan mijn poppetjes gezeten?’ Ik doe ze stiekem in een sopje als hij er niet is. Die dingen vangen nu eenmaal veel stof.”

In de weekends gaat Vermeulen met hem naar de markt, een winkelcentrum, de dierentuin of de Oostvaardersplassen. Ze kookt gezonde maaltijden met veel groente, neemt hem mee uit eten of naar de film. Nooit een film die ze zelf graag wil zien, maar altijd Batman, Teenage Mutant Ninja Turtles, ­Spider-Man of iets van Disney. Lekker even slapen dan maar, denkt ze. Maar de muziek staat bij die films zo hard dat dat niet lukt.

Negen keer is ze met hem naar Disney­land Parijs geweest. Mensen herkennen hen daar inmiddels. “Een ­moeder met een volwassen zoon; dat valt op hè.”

Pluisje

Vermeulen parkeert haar auto bij de Trommelhof. Met de routine van een ­zorgverlener stapt ze meteen door naar Jeroens kamer. “Ik ben bezig!” klinkt het vanuit de badkamer. “Dag Jeroen. Hallo mama,” mompelt Vermeulen, gewend aan zo’n wat onverschillige ontvangst.

Bedrijvig, licht hijgend, begint ze de lakens af te halen om thuis te wassen. Een kreuntje bij een pijnscheut in haar rug. Ze hoeft de was niet zelf te doen, maar ze wil het graag. “Anders komen de sokken door elkaar of raken er dingen zoek.”

null Beeld Dingena Mol
Beeld Dingena Mol

Naast haar staat Jeroen in een baggy broek, een zwarte hoodie en een stoer leren jack. Op zijn hoofd een muts en ­donkere zonnebril.

Jeroen is met heel andere dingen bezig dan zijn nijvere moeder, die sokken raapt en aan kledingstukken snuift: “Stinkt. Alles wat stinkt gaat mee. En is dit een pluisje of iets anders…? Ik ben ontzettend bang voor ongedierte.”

Jeroen peutert aan het Spider-Man-masker dat hij bij het sinterklaasfeest in zijn woongroep heeft gekregen. “Hij zit te strak,” vindt hij. Uit de kast haalt hij een zwart, plastic masker van Black ­Panther. “Ik moet er zo een. Bij bol.com. Mama, bij bol.com!”

Vermeulen stopt onverstoorbaar kleding in een weekendtas. Als ze even later zware zakken vol wasgoed meezeult, sjokt Jeroen achter haar aan.

“Die broek,” verzucht ze. Hoofdschuddend kijkt ze naar het kruis, dat halver­wege zijn kuiten hangt. “Hou op!” brult Jeroen. Vermeulen wendt haar hoofd af: “Kijk, dat bedoel ik. Zo gaat dat tegen mama.”

Bars: “Je kraakt altijd mijn broeken af. Ophouden moet je.”

Het is niet altijd makkelijk als Jeroen komt – tijdens de eerste lockdown in 2020 woonde hij maandenlang bij zijn moeder. Hij heeft een eigen wil en kan heel boos worden, al zit daar bijna altijd iets achter wat hem pijn doet of dwars zit, maar dat hij niet goed verwoorden kan.

Met de kleine Jeroen in Brazilië. In het midden Thea,  rechts haar man. Beeld Dingena Mol
Met de kleine Jeroen in Brazilië. In het midden Thea, rechts haar man.Beeld Dingena Mol

In paniek

Zoals de dood van zijn vader, twintig jaar geleden. Jeroen was stapelgek op hem. Vermeulen leefde inmiddels gescheiden van haar man. Op de dagen dat Jeroen bij hem was, stroopten ze alle pretparken af. De laatste keer gingen ze naar Warner Brothers Movie World in Duitsland. Ze zaten zij aan zij in de auto toen zijn vader plotseling een astma-aanval kreeg. Hij sprong eruit om zijn medicijnen uit de kofferbak te halen en kreeg een hartstilstand. Jeroen bleef achter, in paniek, helemaal alleen op het parkeerterrein: “Papa! Mijn papa!”

“Ik werd gebeld door de politie en ben meteen naar Duitsland gereden om Jeroen op te vangen. Apathisch zat hij op het politiebureau. Hij sprak er nooit meer over. Pas drie jaar geleden vertelde hij met horten en stoten de details. De emoties daarover spelen nog steeds. Soms schreeuwt hij: ‘Ik wou dat jij dood was en niet papa!’ Hij meent dat niet en uit zich door zich te verzetten tegen mij. Toch maakt het me verdrietig als hij zo lelijk tegen me doet.”

En het is erger geworden; Jeroen wordt steeds brutaler. “De eerste twaalf jaar in de Willem van den Bergh gingen goed. Jeroen had oudere begeleiders die er al heel lang werkten en als een vader en moeder voor hem waren. Dat is in de loop der jaren veranderd. De zorgverleners zijn jong en de bezetting wisselt voortdurend, zodat hij geen vast gezicht heeft. Daarbij vind ik dat de zorg tekortschiet. Hij is inmiddels 75 kilo aangekomen en heeft diabetes gekregen doordat hij veel te veel eet en snoept.”

Het is de schuld van ‘Triple-C’, denkt Vermeulen. Deze nieuwe behandelmethode voor mensen met een verstandelijke beperking bezorgt haar slapeloze nachten. “De menselijke behoeften staan bij die methode centraal. Dat betekent dat ze zelf mogen beslissen wat ze willen en geen tegenspraak krijgen. Voor sommigen zal dat werken, maar voor Jeroen niet. Hij heeft structuur en discipline nodig. Hij mag daar zo laat naar bed als hij wil en is doodmoe. Als hij meer wil eten, is dat geen probleem, wil hij niet douchen, dan hoeft dat niet. Bij mij thuis is het steeds een hele strijd, want hij móét van mij onder de douche, ook al stribbelt hij tegen.”

Thea strijkt haar zoons T-shirts en neemt tassen vol wasgoed mee naar huis, omdat ze niet wil dat dingen zoekraken. Beeld Dingena Mol
Thea strijkt haar zoons T-shirts en neemt tassen vol wasgoed mee naar huis, omdat ze niet wil dat dingen zoekraken.Beeld Dingena Mol

Als een oude man

Met lede ogen ziet Vermeulen aan hoe zwaar haar zoon is geworden, hoe gezwollen zijn enkels zijn en hoe hij hijgend als een oude man naast haar loopt. Ze heeft klachten ingediend bij ’s Heeren Loo, gesprekken gehad met het zorgteam en leidinggevenden, maar zonder het door haar gewenste resultaat. “Een begeleider die helpt om Jeroens gewicht gezond te krijgen, kost 60 euro per uur. Dat moet ik zelf betalen, maar dat wil ik niet. Hij is door hen zo dik geworden. Voor alles moet ik strijden. Hij heeft een nieuw matras nodig, dat geschikt is voor iemand van 120 kilo. Daar willen ze eerst nog over discussiëren. ‘Waar is die discussie? Dan discussieer ik wel even mee,’ heb ik gezegd. Nee, ze vinden mij niet leuk daar. Ik wind er geen doekjes om. Maar ik hou van mijn kind en vecht voor hem.”

Zelf begint Jeroen te zuchten als zijn moeder over zijn te lange nagels begint, die geknipt hadden moeten worden. “Mama! Ze hebben het te druk.”

Liever praat hij over de Backstreet Boys. Hij heeft ze zien optreden in het Gelredome en weet alles van ze. “Kevin en Brian zijn neven. Ze komen uit Orlando en Kentucky.” Zachtjes zingt hij een liedje voor: “All you people can’t you see.”

Later, op weg naar de auto, groet hij medebewoners. Vaak wat nors, maar als een blonde begeleidster hem groet, lichten zijn ogen op en verschijnt een lachje op zijn gezicht. “Zij werkt naast mij,” vertelt hij opgetogen. Jeroen is hier vertrouwd, dat ziet Vermeulen ook. Het maakt de beslissing om hem ergens anders onder te brengen moeilijk. Stel dat het tegenvalt, dan kan hij niet meer terug.

Thea en Jeroen op de markt. Beeld Dingena Mol
Thea en Jeroen op de markt.Beeld Dingena Mol

Mooie herinneringen zijn er ook. De zomervakantie bijvoorbeeld. “We waren op de camping van de Beekse Bergen met mijn nichtje en haar zoontje. Jeroen en ik zaten voor de tent. Niets bijzonders. Ik las een boek. Toen ze terugkwamen, zei Jeroen: ‘Mama en ik hebben het zo gezellig gehad met zijn ­tweetjes.’ Dat ontroerde me. Ik ben blij als hij gelukkig is.”

Kon het maar vaker zo zijn. Kon ze maar iets veranderen. 75 kilo eraf en minder brutaal. ’s Nachts wordt ze soms badend in het zweet wakker. Hoe moet het als haar wat overkomt? Ze wordt ouder. Haar heup slijt, haar rug doet pijn, al is ze wel een doordouwer. “Ik heb notarieel vast laten leggen dat een jongere vriendin van mij voor hem zal zorgen. Maar ik sta daar liever niet bij stil. Zij zullen nooit zo voor hem kunnen zorgen en dat neem ik ze ook niet kwalijk. Ik ben zijn moeder en ­niemand kan mama vervangen.”

Steeds weer heeft ze dezelfde droom met daarin ‘een militair mannetje’. “Een stoer mannetje dat mijn kind weer op de rails zet, wat discipline bijbrengt. Als zo iemand toch eens opstond. Dat zou voor mij meer dan de jackpot zijn.”

Dapper

Een volgende afspraak met Vermeulen gaat plotseling niet door. Ze is met spoed in het ziekenhuis opgenomen. Hartpro­blemen. “Van de stress. 17 december krijg ik een groot hartonderzoek. Maar even dapper zijn,” zegt ze wanneer ze weer op de been is.

Almaar dacht ze aan Jeroen toen ze in het ziekenhuis lag. Ze had hem die middag opgehaald en gelukkig al eten voor hem klaargemaakt. Haar zusje ving hem op. Twintig keer was hij beneden geweest om naar zijn moeder te vragen. Eten wilde hij niet. Jeroen, die zo graag at. Toen de telefoon ging en hij hoorde dat mama thuis zou komen, vroeg zijn tante nogmaals of hij alvast wilde eten. “Nee,” zei hij, “ik wacht op mijn moeder.”

null Beeld Dingena Mol
Beeld Dingena Mol
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden