PlusInterview

Terug naar de nineties, van Tamagotchi tot naakt op tv: ‘Het was een decennium waarin alles kon’

Beeld Shutterstock

Televisiekijken deed je samen, de magnetron brak door, en de Tamagotchi’s gingen dood als je niet oplette. Dat waren de jaren negentig voor journalist Corinne van der Velden (33), die er een boek over schreef. Minder zorgeloze jaren dan ze destijds leken.

De jaren negentig lijken overal. Op Netflix kun je de The Fresh Prince of Bel-Air bingewatchen en de liefdesperikelen van Ross en Rachel in Friends.

Twintigers die zichzelf ‘nineties kids’ ­noemen, ook al zijn ze geboren na 1999, ­dragen tattookettinkjes of Nike Air Max-schoenen, die toen ook hip waren.

Corinne van der Velden, journalist en docent journalistiek aan de Hogeschool van Amsterdam, ziet het met eigen ogen tijdens haar lessen: het is een revival. “Veel mensen spreken met nostalgie over die tijd,” zegt ze. “Ik ook, want ik was toen kind en bekeek de wereld door een roze bril. Internet was iets magisch, in WordArt kon je je eigen cd-hoesjes ontwerpen en als eindelijk
No Scrubs van TLC op The Box werd uitgezonden, danste ik door de kamer. Televisie was mijn venster op de wereld: via Goede tijden, slechte tijden, Telekids en TMF leerde ik de Randstad kennen, waar het allemaal gebeurde. Daar zou ik later vanuit Limburg naartoe verhuizen.”

Van der Velden wilde meer weten over de periode waar ze met warme gevoelens op terugkijkt. Waren die jaren echt zo zorgeloos? En wat zegt de populaire cultuur van toen over de grote thema’s die speelden? Ze ging op zoek naar boeken over de jaren negentig, maar het aanbod was mager. Daarom besloot ze zelf het boek te schrijven dat ze miste.

“Het was een decennium waarin alles kon,” zegt ze. “De jaren negentig werden gekenmerkt door razendsnelle technologische ontwikkelingen, economische groei, de euro en optimisme over Europa en het neoliberalisme. Maar door al die veranderingen werd de wereld ook ineens ingewikkelder en onoverzichtelijker. Die dikke roze bril van mij bleek wat beslagen te zijn.”

Het boek Negentig is een trip door haar kinderjaren. Van der Velden interviewde haar helden van toen, en ook mediawetenschappers en andere experts. Ze stuitte op fenomenen die het decennium voor haar kenmerkten, van de Tamagotchi tot het naakt op tv.

PS van de Week TamagotchiBeeld Shutterstock

Tamagotchi

“Iedereen die opgroeide in de nineties, zal de Tamagotchi nog kennen: een virtueel huisdier in de vorm van een plastic ei aan een kettinkje. Je moest ’m zo ongeveer elk kwartier eten geven of met hem spelen, anders ging ie dood. Ik weet nog goed dat ik eens tijdens zwemles alleen maar aan mijn Tamagotchi dacht, die in de kleedkamer lag dood te gaan. Mijn ouders vonden het een verschrikkelijk ding, omdat het me voortdurend bezighield. In die zin was het een beetje de smartphone van toen, al waren we toen nog niet zo over-connected en getiranniseerd door onze gadgets als nu. Ik denk dat mensen daarom soms terugverlangen naar de nineties. Vorig jaar verscheen trouwens een nieuwe versie van de Tamagotchi, met kleurenscherm en bluetooth.”

Geef nooit op

“Televisie was in de jaren negentig nog een bindmiddel; iedereen keek naar één scherm. Op zaterdagavond keken we trouw met het hele gezin naar Geef nooit op, waarin Peter Jan Rens – toen nog een held – kinderwensen vervulde. Een magisch programma: ik dacht dat ze écht in de middeleeuwen of aan de andere kant van de wereld uitkwamen als ze in dat gat in de studio sprongen. Op tv komen was nog iets bijzonders. De brieven die ik naar het programma schreef om mee te doen en Linda, Roos en Jessica te ontmoeten, bleven helaas onbeantwoord.”

Linda, Roos en Jessica

“Stiekem was ik hartstikke verliefd op alle drie, maar daar kwam ik achteraf pas achter. Ik vond het leuk dat ze Nederlands­talige muziek maakten, al begreep ik vast niet wat ik zei toen ik op mijn tiende heel volwassen meezong: ‘We liggen uitgeput verstrengeld in elkaar.’ Linda, Roos en ­Jessica gaven me ook zelfvertrouwen. Ik woonde in Maastricht, maar mijn ouders komen daar niet vandaan en spreken net als ik met een harde r en g. Het was fijn dat iedereen in Goede tijden, slechte tijden ook zo praatte. Door die serie kreeg ik een fascinatie voor ‘Holland’, zoals ik dat noemde: de Randstad, en dan vooral Amsterdam. Mijn ouders keken liever naar het Achtuurjournaal, maar ik keek vaak mee met de oppas. Ik weet nog goed dat Meta, een nieuw personage, zich omkleedde en de oppas verschrikt riep: ‘Het is een man!’ Meta was een van de ­eerste transgenders op nationale televisie. De makers van ‘Goede tijden’ hadden veel homoseksuele vrienden en gingen uit in clubs als de RoXY en iT, maar maakten van Meta geen exotisch figuur dat in nachtclubs danste. Ze was gewoon het vriendinnetje van Arthur. Paul Schotel, de acteur die haar speelde, werd amper geïnterviewd en stond lang op de aftiteling vermeld als Paula om te verhullen dat hij een man was. Dat is typisch voor de jaren negentig: er was veel openheid, maar er werd ook veel weggestopt.”

‘Stiekem was ik hartstikke verliefd op alle drie.’Beeld Robert Hoetink

Lonny’s mandjes

“In de nineties was de magnetron nieuw en exotisch. Lonny’s magnetronmandjes waren dan ook heel populair: bamboe mandjes van de Indonesische kok Lonny Gerungan, die in traditionele kledij op het etiket prijkte. Het was niet bepaald de echte Indonesische cuisine – eigenlijk was het niet eens lekker. Maar met zijn tv-reclames en programma De reistafel werd Lonny een icoon. Hij vertelde me dat hij zijn recepten had moeten aanpassen omdat ze te pittig waren voor Nederlanders. En hij deelde zijn herinneringen aan de jaren negentig. Hij ging vaak uit in de Amsterdamse gayscene en verloor veel vrienden aan aids. Hij was ook bij de begrafenis van Manfred Langer, oprichter van de iT.”

‘Iedereen bladerde meteen naar de naaktfoto’s’Beeld KB Nationale Bibliotheek

Naakt in Break-Out!

“Als kind van een jaar of elf is alles wat met seks en intimiteit te maken heeft super­interessant. Iedereen die het tijdschrift Break-Out! las bladerde meteen naar de foto’s van naakte mensen en ingezonden seksverhalen en -vragen. Ik herinner me de vraag van een meisje dat er een rookworst in had gestoken en zich afvroeg of er iets was blijven zitten. Op internet kwam je zulke dingen niet tegen – het was niet iets wat je ging opzoeken tijdens de computerles op school, en op mijn vaders ronkende, langzame laptop wist ik alleen hoe je vanaf startpagina.nl naar spelletjes en sites over cavia’s kwam. Alles was open en bloot in de nineties. In het SBS-programma Over de roooie werden mensen op straat gevraagd de kont van hun vriend te herkennen uit een rij naakte mannenkonten, Catherine Keyl interviewde voor Seks: de stand van zaken een seksend stel op het podium van Casa Rosso op de Wallen. Op de cd-hoes van Radio 538 Dance Smash Hits stond een halfnaakte dame wijdbeens op een stoel, en die cd kreeg ik gewoon voor Sinterklaas van mijn ouders.”

Nike Air Max

“De Nike Air Max Classic BW was dé ­gabberschoen, met extra lucht zodat je er urenlang op kon dansen. Ik wilde zo’n paar, maar mocht dat niet, en ik keek jaloers naar mijn nicht die ze wel droeg. Jeroen Flamman, een van de producers van de Party Animals, vertelde me dat echte gabbers de veters op een bepaalde manier strikten, zodat je ze in één keer kon aan- en uittrekken en ze niet van je voeten vielen tijdens het dansen. Aan de veters kon je dus zien of iemand een gabber of een ‘zwabber’ was. Ik associeerde gabbers trouwens met witte, neonazi-achtige types, maar Flamman vertelde dat gabber-zijn juist voor vrijheid stond: op de dansvloer was iedereen gelijk, er was veel diversiteit onder de gabbers en je kon dansen zoals je wilde. Ze gaven illegale raves in club Subtopia, in een kleine, opgeknapte kolenschuit achter Amsterdam Centraal, en kwamen later samen in Amnesia, op de Wallen. Daar draaiden Amsterdamse hardcore-dj’s op zaterdagavond plaatjes. Fascinerend dat we die subcultuur in Nederland hebben gehad.”

Een Penniemaat.Beeld Rob Engelaar/ ANP

Penniemaat

“In 1996 kreeg ik voor mijn verjaardag de allereerste Penniemaat: een elektronische spaarpot. Hij telde automatisch alle kwartjes en guldens die ik erin stopte, en met een pinpas kon ik het geld er weer uit halen. Alles wat ik verdiende met wafels bakken bij de scouting ging hierin. Bij elk muntje dat in het apparaat rolde, zag je op het scherm een smiley. Ik denk dat veel mensen speciaal voor die minicomputer een rekening bij de Postbank openden.”

2 Brothers on the 4th Floor

“Met de multiculturele samenleving zat het in de jaren negentig minder top dan ik dacht. Dat bleek wel toen ik Martin en Bobby Boer sprak, de oprichters van eurodancegroep 2 Brothers on the 4th Floor. Hun nummer Never Alone klinkt vrolijk, maar is geïnspireerd op rassenrellen in Duitsland, waar ze op de radio over hoorden. D-Rock, de rapper van de groep, rapte over racisme en andere maatschappelijke misstanden. De jongens van r&b-groep Re-Play vertelden me dat ze gediscrimineerd werden, maar daar was in de nineties weinig aandacht voor. We moesten het vooral gezellig hebben met elkaar.”

Millenniumbug

“Op oudejaarsavond van 1999 had mijn moeder het bad laten vollopen: als alle computersystemen zouden uitvallen en niets meer zou werken, zouden we in elk geval nog water hebben. Omdat computers jaartallen alleen met de laatste twee getallen aangaven, werd gevreesd dat computers in het jaar 2000 zouden denken dat het weer 1900 was en alles op hol zou slaan. Toen we aftelden naar het nieuwe millennium, dacht ik: straks is het gedaan met de wereld. Voor het eerst werd duidelijk hoe afhankelijk we waren geworden van technologie. Er werd veel geld in gepompt, iedereen kon online een bedrijf beginnen en miljonair worden, en technologie zou al onze problemen oplossen. Hoe naïef we daarin waren werd duidelijk toen de internetbubbel knapte.”

CU2.nl

“Mijn boek eindigt in 2000, het jaar waarin profielensite CU2.nl werd opgericht. Hier kon je alles over jezelf vertellen. Er waren hele lijsten die je op je profiel kon plakken en invullen, met vragen als: saus erop of ernaast? En: wat staat er op je mousepad? Je kon ook een foto van jezelf plaatsen. De bedenkers kwamen op dat idee omdat mensen in chatboxen vaak aan elkaar vroegen hoe de ander eruitzag. Internetpionier Marleen Stikker vertelde me dat internet de wereld socialer en democratischer moest maken, al is dat tegenwoordig niet bepaald Mark Zuckerbergs doel. Je kon je CU2-profiel personaliseren door de kleuren en lettertypes aan te passen in html, heel anders dan nu op Instagram. Enorm interactief was het niet; je kon alleen een berichtje achterlaten – altijd in Breezertaal, met hoofd- en kleine letters door elkaar. Het was fascinerend om door al die profielen te klikken; je kwam alle subculturen tegen. Als je op een zwart profiel kwam met de tekst ‘if you read this, you’re dead’, wist je: dit is een gothic. Ik kon ineens mensen opzoeken die ook lesbisch waren of zien hoe mensen in Amsterdam eruitzagen. Internet was nog een soort wilde westen waar alles kon. Het maakte de wereld groter.”

Corinne van der Velden: Negentig. Uitgeverij Atlas Contact, €19,99

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden