PlusInterview

Ten strijde tegen diabetes en obesitas: ‘Het is ook een pandemie, een die minstens zoveel doden telt’

Wij én de planeet worden ongezonder, dus moet ons voedselsysteem op de schop, bepleiten wetenschappers Jaap Seidell en Jutka Halberstadt in hun nieuwe boek. ‘Corona liet zien: sturen op gezond gedrag kan.’

Jutka Halberstadt en Jaap Seidell. ‘Het staat ook gewoon in de grondwet. De overheid is er om mensen te beschermen en iedereen een gezonde omgeving te bieden.’ Beeld Maarten Steenvoort
Jutka Halberstadt en Jaap Seidell. ‘Het staat ook gewoon in de grondwet. De overheid is er om mensen te beschermen en iedereen een gezonde omgeving te bieden.’Beeld Maarten Steenvoort

De hoofdstukken over de voor- en nadelen van het eten en drinken van onder meer melk, brood en suiker stonden in eerste instantie voor in het boek. “We begonnen met het individu en de verantwoordelijkheid en mogelijkheden die je hebt om met dat wat in je supermarktmandje zit te werken aan je eigen gezondheid en een duurzamere ­wereld. Daarna volgde het grotere plaatje,” zegt Jutka Halberstadt. Maar ze besloten de volgorde om te gooien. “Het gaat namelijk zoveel verder dan alleen het individu en of melk wel of niet gezond is.”

Halberstadt (49), psycholoog en universitair docent kinderobesitas, en Jaap Seidell (63), hoogleraar voeding en ­gezondheid, beiden aan de Vrije Universiteit, schreven hun vierde boek samen. In Andere Kost – Een pleidooi voor een gezonder en duurzamer voedselsysteem, is de toon urgenter, zeggen ze. Actie is noodzakelijk, het voedsel­systeem kraakt in zijn voegen. Bij wie ligt de verantwoordelijkheid voor de ommekeer?

‘De groei van de wereldbevolking, klimaatverandering, milieuvervuiling en het verlies aan biodiversiteit zijn ­omvangrijke problemen. Mogelijk lukt het ons niet er een oplossing voor te vinden voordat ze catastrofaal worden voor het leven op aarde.’

Het zijn de eerste woorden van de inleiding, daarna volgen nog de gezondheidsproblemen. Dat is niet alleen andere kost, maar ook zware kost. Zijn jullie niet bang dat mensen hier al afhaken?

Seidell: “Als we het niet zeggen, doen we net alsof het allemaal nog kan: als we in 2040 wat meer zoetstoffen in frisdranken hebben gedaan en wat meer zout uit de soep hebben gehaald, dan zijn we best goed bezig? Nee. We kunnen niet meer pappen en nathouden. Er zijn allemaal doelen bedacht – klimaatdoelen, stikstofdoelen, biodiversiteitsdoelen, volksgezondheidsdoelen – maar we gaan ze stuk voor stuk niet halen.”

“Voedsel heeft daarin een centrale plek. Wat we eten houdt verband met die mondiale problemen. Onduurzaam geproduceerd gemaksvoedsel leidt tot uitputting van de bodem en grootschalige volksgezondheidsproblemen. Dus moeten we het benoemen, zeggen dat het misschien wel te laat is.”

“Maar lees toch maar door, want we willen ook niet alleen somberen. ‘Misschien is het te laat’, betekent ook: misschien kunnen we het tij nog keren. We moeten nu beginnen en dat kan niet met akkoorden over kleine stapjes op de lange termijn.”

Halberstadt: “We willen actie. Het moet anders, en het kán anders. Dat hebben we ook afgelopen jaar gezien. We kunnen een andere kant op bewegen als het moet.”

Die verantwoordelijkheid voor verandering van het voedselsysteem leggen jullie bij de overheid.

Halberstadt: “Als je kijkt naar obesitas, kun je niet tegen mensen zeggen: je bent te zwaar, meer bewegen, minder eten – fijne dag. Veranderen is voor mensen een van de ­allermoeilijkste dingen en dan word je ook nog de hele tijd verleid om ongezond, ultrabewerkt, goedkoop eten te consumeren. We leggen alles bij het individu en nemen er als samenleving geen verantwoordelijkheid voor.”

Seidell: “Het staat ook gewoon in de grondwet. De overheid is er om mensen te beschermen en iedereen een gezonde omgeving te bieden.”

Geef je mensen zo geen excuus: ze kunnen er toch zelf niets aan doen?

Halberstadt: “Natuurlijk heeft iedereen zijn eigen verantwoordelijkheid. Maar hoe kan ik mijn kinderen gezond opvoeden als ze de hele dag worden bestookt met kindermarketing? Wat kun je zelf doen en wat doen we met ­elkaar, dat moet samengaan.”

Seidell: “Mensen moeten zichzelf gaan afvragen hoe het kan dat je een hamburger kunt kopen voor 1,50 euro. Met friet erbij. En wat voor een voetafdruk dat achterlaat. Het afdwingen van gezond gedrag door de politiek is niet de oplossing, maar de overheid moet mensen wel helpen het zelf te kunnen bedenken.”

Hoe kan de overheid ingrijpen?

Seidell: “Wat kan ik het goedkoopste aanbieden zodat de consumenten de laagste prijs hebben en met de hoogste marge? Dat is het enige oogmerk geworden van voedselproductie. Wil je dat mensen gezonder en duurzamer kiezen, dan moet je als overheid zeggen: we maken die keuze gemakkelijk, we gaan zorgen dat producenten meer gezonde producten verkopen, dat ongezond niet goedkoper is dan gezond, dat gezond op school de norm is en in het ziekenhuis vanzelfsprekend.”

“Dat is niet ingewikkeld, maar er zijn veel commerciële belangen die het tegenhouden en ook voor de overheid is het economisch belang groter dan dat van de volksgezondheid. Dan heb je regels nodig, of er moet wetgeving komen waarmee bijvoorbeeld Amsterdam kan zeggen: overal Dunkin’ Donuts? Dat mag niet.”

Halberstadt: “Daarnaast is onderwijs essentieel. Bijna 30 procent van de Nederlanders heeft beperkte gezondheidsvaardigheden. Dat betekent dat ze niet in staat zijn informatie over hun gezondheid goed te vinden, te begrijpen of toe te passen. De overheid kan daarin faciliteren.

Seidell: “Kennis over voedsel zorgt ook voor verbinding tussen wat je in je mond stopt en grotere problemen. Zet je kinderen in een moestuin, dan hoef je over het belang en de samenhang tussen water, klimaat, insecten, bodem en voedsel niet meer zo veel uit te leggen.”

Onlangs kwam de overheid met de campagne ‘Fit op jouw manier’, met tips als: snij eens vormpjes in de groenten.

Seidell: “Als je iets moet doen van de overheid waar je geen zin in hebt, noemen we dat al snel betutteling. Dat vindt de overheid ook, dus die denkt niets anders te hoeven doen dan spotjes maken met: eet eens een banaan. Klaar. De werkelijkheid is dat we overal een zeer ongezond voedselaanbod hebben en dat er fundamenteel iets mis is in het denken over gezondheid. We moeten het dus hebben over de verandering van ons voedselaanbod. Dan is tegenwicht bieden door de overheid geen betutteling, maar bescherming.”

Jaap Seidell: “Mensen moeten zichzelf gaan afvragen hoe het kan dat je een hamburger kunt kopen voor 1,50 euro. Met friet erbij.’ Beeld Shutterstock
Jaap Seidell: “Mensen moeten zichzelf gaan afvragen hoe het kan dat je een hamburger kunt kopen voor 1,50 euro. Met friet erbij.’Beeld Shutterstock

Liever zo’n actie van voetballer Cristiano Ronaldo, die tijdens een persconferentie vorige week nadrukkelijk cola verwisselde voor water, dan een overheidscampagne?

Halberstadt: “Hier kan zo’n overheidscampagne nooit ­tegenop. Hij, een rolmodel, laat uit zichzelf zien: het is cool om water te drinken in plaats van frisdrank. Er is een normverschuiving nodig en dan is dit precies wat je wil.”

Heeft de coronatijd voor verandering gezorgd?

Seidell: “Ik hoorde het premier Rutte een paar keer zeggen toen het ging over de coronamaatregelen en de kosten daarvan: ‘De volksgezondheid is belangrijker dan de economie.’ Ah! Dacht ik. Daar ga ik je aan herinneren als we het over andere pandemieën hebben, want het was dus blijkbaar mogelijk. Je kunt als overheid enorm sturen op gedrag en de economische belangen ondergeschikt maken aan het belang van de volksgezondheid in plaats van andersom, zagen we nu. Dat moeten we zo houden.”

Halberstadt: “Corona was acuut, dan schrikt iedereen zich een hoedje. Elke dag telt. Waar wij het over hebben is een meer sluipende pandemie, maar een die minstens ­zoveel doden telt.”

Seidell: “Dat een pandemie altijd een infectieziekte is, klopt niet. Er zijn pandemieën van stilzitten en van chronische welvaartsziekten zoals diabetes type 2. Wij zien geen coronapiekjes in de curves, alleen een steile lijn ­omhoog in de mondiale diabetes- en obesitascurve. ­Anderen zien dat nu ook. In een brief van staatssecretaris Blokhuis van Volksgezondheid eerder deze maand staat dan ook dat de overheid aan zet is, dat we op dit gebied stappen moeten ondernemen en dat corona hiervoor de wake-upcall was.”

Geldt dat ook voor de doorsnee Nederlander?

Seidell: “Bij beleidsmakers heeft het iets veranderd, net als bij cateraars, ceo’s van supermarkten, banken en verzekeraars. Zij hebben het economisch belang van een fitte bevolking ervaren. Maar als je nu al een tijd geen werk hebt gehad,een laag inkomen hebt en kinderen die net weer naar school gaan, dan heeft gezond en duurzaam eten, denk ik, geen prioriteit. Daarom moeten die andere partijen ervoor gaan zorgen dat het ook voor deze mensen haalbaar is.”

Jaap Seidell en Jutka Halberstadt: Andere Kost – Een pleidooi voor een gezonder en duurzamer voedselsysteem, Atlas Contact, €22,99. Sommige hoofdstukken stonden eerder al in artikelvorm in Het Parool.

Wat kun je zelf doen?

Leer koken en, indien van toepassing, zorg ervoor dat je kinderen ook leren koken. Bezig zijn met voedsel draagt bij aan bewustwording van wat je eet.

Eet als het even kan lokaal en duurzaam geproduceerd voedsel. Voedsel eten dat past bij de oogst van het seizoen, en waarvan je misschien zelfs de producenten kent, verhoogt inzicht in het voedselsysteem. Het kan tevens energieverbruik bij de productie en het transport verminderen.

Word vegetariër of flexitariër. We eten in Nederland gemiddeld 700 gram vlees per persoon per week, terwijl 0 tot 300 gram voldoende is.

Eet gevarieerd en eet zo weinig mogelijk ultrabewerkt voedsel. Gemaksvoedsel met hoge energiedichtheid en weinig voedingsstoffen verstoort de regulering van je voedselinname en je metabolisme.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden