PlusReportage

Tekort personeel in verpleeghuizen: ‘Ben je er alweer? Heb je hier geslapen?’

Verpleeghuizen worstelen door ziekte met een tekort aan personeel. Ook in De Poort in West vraagt het maken van het rooster veel creativiteit. ‘Laatst begon een medewerkster te huilen toen ik vroeg of ze kon werken.’

Beeld Dingena Mol

Het is acht uur ’s morgens. In de woonkamer van de somatische afdeling van De Poort van zorginstelling Amsta staat Nelly Drielinger boterhammen te smeren. Zij zou de administratie gaan doen, maar verzorgt vanochtend het ontbijt voor de ­bewoners. De ingeroosterde welzijnsmedewerker heeft zich vanochtend ziek gemeld. “Ik ben vliegende kiep,” zegt Drielinger. ”De bewoners gaan nu voor, straks komt de ­administratie.”

Aan een van de tafels zit de 64-jarige bewoonster Clemy. Ze peuzelt haar laatste stukje brood op. “Ik ben in Suriname geboren en in de Bijlmer opgegroeid. Als mijn familie tijd heeft, komen ze me opzoeken. Ik ben niet bang voor corona, ik ben nergens bang voor.”

Drielinger loopt heen en weer met borden en glazen thee. Op weg naar het keukenblok stopt ze vlug een stukje brood in de mond van een vrouw aan een andere tafel. Een vrouw in een rolstoel roept ongeduldig: “Krijg ik eten?”

Drielinger gaat stug door. “Je moet hier de handen uit de mouwen steken.”

Beeld Dingena Mol

De energie raakt op

Op deze ochtend is de welzijnsmedewerker niet de enige die zich heeft afgemeld. Ook een verzorgende op de andere somatische afdeling, een verdieping lager, is ziek. Gediplomeerd verpleegkundige Jayne Sanches (59), die de planning doet voor de twee etages waar in totaal veertig bewoners verblijven, stuurde een verzorgende van haar ­eigen afdeling naar de vijfde verdieping.

Gea Lever (63), die als praktijkcoach nieuwe medewerkers begeleidt, neemt op haar beurt de taak van de verzorgende over. “Dit is geen uitzondering, hoor. Dagelijks schuiven we met diensten of bellen mensen die vrij zijn. Elke keer weten we met veel inventiviteit het rooster toch rond te krijgen, zodat we dezelfde kwaliteit van de zorg kunnen blijven leveren.”

Werken met uitzendkrachten doen ze liever niet. “Al die verschillende gezichten, dat is niet leuk voor de bewoners,” zegt Lever. “Je weet in deze coronatijd ook niet wie je binnenhaalt. ­Bovendien is ons personeel erg begaan met de bewoners. Ze doen liever zelf een stap extra. Wat dat betreft hebben we het erg getroffen.”

Toch merken Lever en Sanches dat het een zware wissel trekt op het personeel. “Bij de eerste coronagolf draaiden mensen dubbele diensten of extra uren. Je merkt nu, bij de tweede golf, dat de rek eruit is. De mensen raken vermoeid. De energie raakt op. Laatst begon een ­medewerkster zelfs te huilen toen ik vroeg of ze kon werken. Het werd haar even te veel, maar ze wilde geen nee zeggen.”

Sanches: “In het Surinaams zeggen we: ati wani skin no mang – het hart wil wel maar het lichaam kan niet.”

Beeld Dingena Mol

Ben je er alweer?

Queeny Muis (33) is een van die verzorgenden die zich de hele dag het vuur uit de sloffen lopen. “Het is springen op een rijdende trein. Je wilt alles doen zoals we het altijd doen. Ik streef een achtenhalf na.”

Muis valt vaak in op haar vrije dagen. Haar sociale ­leven staat daardoor op een laag pitje. “Mijn eigen oma is ­dementerend en woont in het Flevohuis. Op haar verjaardag stond ik hier andere ouderen te helpen en kon ik niet eens naar haar toe.”

Ze heeft bewust voor dit beroep gekozen en wil de zorg niet uit. “Ik wil niet dat ouderen een nummertje zijn. Ik probeer elke dag voor een bewoner iets speciaals te doen. Even vijf minuten bij iemand zitten voor een praatje of het haar opkammen. Maar ik merk dat ik wel vaak moe ben.”

Zij-instromer Elsira Sluer wordt ook vaak gevraagd in te vallen. “Ik kreeg laatst een opmerking van een bewoner: ‘Ben je er alweer? Heb je hier geslapen?’”

Tegen de bewoners wordt niet gerept over het schrijnende tekort aan verzorgenden. Lever: “Ze raken ervan in de stress. Een bewoner zei een keer: ‘Ach, haal maar even een lapje over mijn gezicht. Ik douch wel een keer niet.’ Maar dat doen we niet. Zij hoeven dit niet op te lossen.”

Het is tegen twaalven als alle bewoners zijn gewassen en aangekleed en hun medicijnen en ontbijt hebben gehad. Rob Dijst (73) werd als een van de laatste bewoners, tegen twaalven, uit bed gehaald. “Ik vind het vervelend dat ik zo lang in mijn bed lig. Aan de andere kant zijn de verzorgenden er niet schuldig aan. Ik zie hoe druk ze zijn. Ze hebben zelf amper de tijd om te eten.”

Rond één uur zit Sanches achter haar computer. Het is een van de weinige keren dat zij zit. Ze tuurt minutenlang naar het scherm en moet de gaten in het rooster voor ­december zien op te lossen. Ze mompelt: “Als ik haar nu verschuif naar die andere dag en ik verplaats haar dan naar die dag…. dan is dat weer opgelost.” Sanches is er uren aan kwijt.

“Het plannen van het rooster levert elke keer stress op,” zegt Lever. Deze dag met twee zieken is geen uitzondering. Vorige week vielen er wegens ziekte twee avonddiensten uit. Diezelfde week werd nog een derde medewerkster ziek. Het vaste personeel kon niet invallen en het uitzendbureau had niemand voorhanden.

Lever: “Toen hebben we met één persoon minder ­gewerkt. Dan moet het tempo omhoog. En dat betekent gewoon rennen,” zegt Lever. “Hoe we iedereen op de been houden? Veel complimentjes maken.”

Ook waren er drie stagiairs die het werk van de verzorgenden overnamen: wassen en aankleden van de bewoners. Daantje Albers (21) is een van hen. “Nee, de drukte schrikt me niet af. Integendeel. Ik wil de mensen juist helpen.”

Beeld Dingena Mol

Niet naar buiten

Het is inmiddels vier uur ’s middags. In de woonkamer zitten een paar bewoners aan tafel. Een man in een rolstoel slaapt voor de tv. Zijn hoed ligt naast hem op de grond. ­Andere bewoners rijden met hun elektrische rolstoel over de gang van de ene naar de andere kant, in afwachting van het warm eten.

Een nadeel van de drukte is dat de bewoners, voor wie ­alle activiteiten nagenoeg zijn gestaakt, nauwelijks wat te doen hebben en ook niet buiten komen. “De mensen snakken naar een rondje om in de buitenlucht, maar het gaat gewoon niet.”

Bewoner Dijst ziet de dagelijkse drukte aan zich voorbijtrekken. “Ik heb al eens tegen Jayne en andere verzorgenden gezegd: kijk uit, want op een gegeven moment komt de klap. Als jullie bezwijken, hebben wij daar als bewoners niets aan.”

Hulp van buiten

De Poort wordt sinds september bijgestaan door vijf, bijna afgestudeerde, Griekse verpleegkundigen. Sissy Stathopoulou (24) en Klea Kotollakou (24) zijn sinds twee maanden werkzaam op de somatische afdeling. De drukte deert ze weinig. “Het is in Griekenland nog veel erger. Daar kun je niet eens pauzeren en amper eten. En daar word je ook nog onaardig behandeld. Hier zijn ze heel blij met ons,” zegt Stathopoulou.

Kotollakou: “Als je klaar bent met een bewoner zeggen ze altijd: ‘Bedankt.’ Dat is het mooie van het werk.”

Dat het dagelijks druk is, vinden ze beiden niet erg. “Ik hou ervan om mensen te helpen. Soms zijn ze verdrietig, dan maak ik een praatje of vertel een verhaal over Griekenland.”

Kotollakou: “We proberen iedereen op tijd te verzorgen, maar soms zijn we door de drukte een beetje laat. We leggen dan uit waarom dat zo is. Ze zijn heel geduldig.”

Gea Lever is blij met de Griekse aanwinst. “Ze zijn vreselijk gemotiveerd.”

Beeld Dingena Mol
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden