De rust in de kamer is weldadig, het tapijt dempt elke vorm van stress. ‘Ik heb focus en doe zeker twee keer zoveel als ik thuis gedaan had gekregen.’

PlusReportage

Te druk thuis? Een ochtend stevig doorwerken in een hotel

De rust in de kamer is weldadig, het tapijt dempt elke vorm van stress. ‘Ik heb focus en doe zeker twee keer zoveel als ik thuis gedaan had gekregen.’Beeld Dingena Mol

Thuiswerken met het hele gezin: het blijkt allesbehalve efficiënt. Tegelijk staan vrijwel alle hotelkamers in de stad leeg. Verslaggever Marc Kruyswijk werkt een ochtend stevig door in het Amrâth Hotel.

Op het gigantische bed liggen twee frisgewassen badjassen klaar: die blijven ongebruikt. Hetzelfde geldt voor de witte slofjes, de gidsen met toeristische wetenswaardig­heden en de flesjes shampoo en douchegels in die wel heel fijne badruimte. De hotelkamer is van alle gemakken voorzien voor de meerdaagse bezoeker aan Amsterdam. Maar deze ochtend dient kamer 310 van het Amrâth Hotel op de Prins Hendrikkade als werkruimte. Míjn werkruimte. ­Helemaal voor mij alleen.

Want thuis is het behelpen. Zelfs de voor Amsterdamse begrippen best ruime etagewoning in Oost voelt na twee weken thuiswerken-met-het-hele-gezin als druk en overbevolkt. In de huiskamer wordt aan de lopende band vergaderd via Zoom, Skype of Google Hangouts. De kinderen zitten in principe in hun eigen kamers in Meets met leraren en klasgenoten. En ik? Ik zit in een veredelde inloopkast.

Als we vergaderen met de verslaggevers van Het Parool hebben zij geen idee. Dat ik op een felgroene Tripp Trapp-kinderstoel zit. Dat ik vaak nauwelijks bewegingsruimte heb, omdat hier voortdurend onze was te drogen hangt. Ze zien ook niet dat ik vlak voor ik in beeld verschijn mijn muts van mijn hoofd trek: het kan in deze verwarmingloze ‘kamer’ op het noorden ’s morgens nogal koud zijn.

En ze hebben er ook geen weet van dat mijn 12-jarige zoon, die tijdens de videovergaderingen weliswaar nooit in beeld komt, twee meter verder op een schapenvacht op de overloop ligt omdat precies dáár onze wifi nu eenmaal op z’n best is.

Pubers op je lip

Thuiswerken: het klinkt heerlijk, maar je moet er wel het huis voor hebben. Normaal gesproken hebben wij dat en zijn die uurtjes uitermate productief en efficiënt. Als ik overdag iets snel en goed wil doen, doe ik dat het liefst aan mijn eigen eettafel, met uitzicht op de magnolia. Het is dan stil. Maar nu we allemaal gedwongen thuiszitten, keldert mijn thuiswerkproductiviteit, hoezeer we ook ons best doen om met schema’s en structuren onze dagen zo goed en zo kwaad als dat gaat ingedeeld te krijgen.

Ik neem dat niemand kwalijk natuurlijk. Met zijn allen in een huis zitten kost tijd en energie. Het vréét tijd en energie. Zoals er natuurlijk ook tijd verspild wordt als je met tientallen collega’s op een redactie zit. Er is dezer dagen bijna continu reuring. Er is regelmatig verminderde wifi: dan zie ik op mijn scherm collega’s praten, maar ik hoor ze niet. En ik hoef dan niet meer per se al te veel verzorgende taakjes uit te voeren, de godganse dag twee pubers op je lip is tóch niet ideaal. Zelfs niet nu ze zich stiekem best voorbeeldig gedragen.

De stilte van de Waalseilandsgracht, het uitzicht: het is er wel, maar het is er niet.Beeld Dingena Mol

De jongste van 12 heeft hulp nodig om aan het werk te ­komen en om aan het werk te blijven. Die van 16 weet zich steeds vakkundig aan onze onderwijskundige adviezen te onttrekken. En zul je net zien: wil ik even snel 800 woorden achter elkaar doortikken, vind ik mezelf ineens toch terug liggend op die overloop, aan het uitleggen hoe je de ­inhoud van een cilinder berekent.

Daarom dus zit ik nu hier, in het Scheepvaarthuis. Waar ooit zes rederijen een gezamenlijke uitvalsbasis hadden. Het gebouw dat het GVB de laatste vijftien jaar van de vorige eeuw haar hoofdkantoor noemde, in de tijd dat ik er nog weleens ben geweest omdat mijn moeder er voor het vervoerbedrijf werkte. Nu zit er een luxe hotel waar je in deze tijd een kanon kunt afschieten omdat er nauwelijks een bezoeker meer komt.

Koffie, thee, wifi en fruit

Van de nood een deugd maken, dat is de bedoeling, zegt Jesper Lauersen. General manager van Grand Hotel ­Amrâth Amsterdam staat er op zijn kaartje. Want het hotel blijft open, ondanks het gebrek aan gasten. Als er mensen willen overnachten, moeten ze welkom zijn, aldus Lauersen, een hotelman tot en met. “Wij dachten: al die kamers staan leeg, terwijl je hoort dat er overal in de stad mensen op zoek zijn naar veilige en vooral rustige werkruimte. Zouden die er niet blij mee zijn wanneer ze van onze ­kamers gebruik konden maken?”

En daarom begon het Amrâth Hotel de mogelijkheid overdag een kamer te huren. Voor een ochtend of voor een hele dag. Lauersen: “Werken in een ontspannen sfeer, als je thuis niet rustig kunt zitten. Voor 42,50 euro kun je hier de hele dag van een kamer gebruikmaken, een ochtend kost 32,50 euro. Er is koffie en thee, wifi en fruit – allemaal bij de prijs inbegrepen. We doen dit niet om geld te verdienen, het is waarschijnlijk goedkoper om het hotel te sluiten. Dit initiatief is vooral bedoeld voor mensen hier uit de buurt. Het is fijn als we voor hen iets kunnen doen.”

En dus wordt er deze ochtend door mij gewerkt in ­kamers waar normaal gesproken wordt geslapen. De laptop past prima op het bureautje, er is ruimte voor nog meer spullen. Aan de muur hangt een behoorlijke tv, gasten-voor-een-dag kunnen zelf koffie maken. Er ligt een stroopwafel klaar en daar word ik oprecht blij van: een kinderhand is kennelijk gauw gevuld.

De rust in de kamer is weldadig, het tapijt dempt elke vorm van stress. De hoge plafonds, de stilte van de Waalseilandsgracht, het uitzicht op de Kromme Waal: het is er wel, maar het is er niet. Ik heb focus en doe zeker twee keer zoveel als ik thuis gedaan had gekregen. Bellen, mailen, schrijven – het gaat allemaal rap. Ineens krijg ik wel de juiste mensen aan de lijn, weet ik deskundigen tot praten te bewegen.

Art-nouveaustijl

Het is een fijne werkplek die, ondanks de vriendelijke ­tarieven, natuurlijk niet binnen ieders handbereik ligt. Er is maar één afleiding: het gebouw zelf. De verstilde gangen, de verlaten bar-lounge, het trappenhuis in art-nouveaustijl: het nodigt uit tot ronddwalen. En wat te denken van de paternosterlift, opeenvolgende cabines zonder deuren, die voor gasten niet meer in ­gebruik is, maar die je nog wel kunt zien? Het is allemaal even schitterend.

Eenmaal terug in mijn kamer, denk ik: ik kan natuurlijk ook in bad gaan. Of even liggen op dat bed, slofjes aan, borrelnootje erbij. In slaap vallen met de tv aan, hoe lekker zou dat zijn.

Maar helaas: Het Parool betaalt, ik ben hier om te werken. De tijd zit er bijna op. Snel tik ik nog een stukje af voor de website, verstuur ik twee mailtjes met het verzoek om een telefonisch interview. Dan pak ik mijn spullen: op naar huis, waar moet worden gevoetbald onder werktijd en boodschappen moeten worden gedaan. En o ja, waar ook nog moet worden gewerkt.

Beeld Marc Kruyswijk.

‘Ieder in een kamer’

Hij wil vooral even weg uit zijn huis, zegt Sjoerd Keukens (38), zelfstandig adviseur. “De dagdelen beginnen zo in elkaar over te lopen. Je ontbijt ’s morgens aan dezelfde tafel als waar je de rest van de dag aan zit te werken. Ik maak twee keer per dag een wandelingetje, maar de buurt ken ik inmiddels wel. Mijn vrouw is ook de hele dag thuis. Zitten we daar tegenover elkaar, in een huisje van zestig vierkante meter. We bellen allebei veel, dat gaat op een gegeven moment ook irriteren. Daarom hebben we allebei in Amrâth een kamer genomen. Zij zat in 307, ik in 308. Het is goed bevallen. We hebben veel kunnen doen. En tussen de middag hebben we samen een ommetje gemaakt. Goed dat deze mogelijkheid er is.”

Nog meer ideeën

Veel hotels in Amsterdam zijn op zoek naar manieren om deze crisistijd door te komen. Hotelkamers verhuren als werkruimte gebeurt ook elders, zegt een woordvoerder van de Amsterdamse afdeling van Koninklijke Horeca Nederland (KHN). “Ook bijvoorbeeld Hotel Jakarta op het Java-eiland en Zoku in de Weesper­straat bieden op die manier kamers aan.” Volgens Nico Evers van Jakarta wordt er mondjesmaat van gebruikgemaakt. “Het is een mooie gelegenheid om rustig te werken.”

KHN staat ook nauw in contact met het Rode Kruis, aldus de woordvoerder. “Er is het voorstel om bijvoorbeeld mensen die werken in de zorg overnachtingen aan te bieden. En ook onderzoeken we of er de mogelijkheid is om horecapersoneel in te zetten. Er zijn allemaal koks en mensen die normaal in de bediening werken die graag ook ingezet zouden worden om de zorg te ondersteunen.”

Hotel Atlas Vondelpark in Zuid wil ­kamers die nu toch leegstaan voor 29 euro per nacht gaan aanbieden aan daklozen. Tegen de NOS zei eigenaar Peter Bishoff: “Ik hoop dat we daarmee onszelf en de daklozen uit de penarie kunnen helpen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden