PlusReportage

Tante Rie: ‘Ik ben zo blij dat ik eindelijk wat in mijn armen heb’

Tante Rie is dol op haan Kapoentje. ‘Hij ruikt zo lekker.’Beeld Tammy van Nerum

Elke maand gaan boerderijdieren van de Swiffers Hoeve op knuffelbezoek bij verzorgingshuis ’t Huis aan de Poel in Amstelveen. ‘Het maakt gevoelens van liefde los.’

De ‘mobiele knuffelboerderij’ van Nokkie Zalm ­(50) ­bestaat dankzij een braakliggend stukje land. Drie jaar ­geleden kocht ze een woning in Nieuwe Wetering. De bijbehorende grond gebruikte Zalm, destijds vrijwilliger bij de Dierenambulance, al snel voor het opvangen van dieren die extra hulp nodig hadden of niet herplaatsbaar waren. “Een collega van de Dierenambulance zei: ‘Jij hebt allemaal tamme dieren. Mijn moeder zou de cliënten in het verzorgingstehuis waar ze werkt daar graag eens mee laten kennismaken.’ Zo werd ik voor het eerst geboekt.”

Twee jaar geleden bracht ze de activiteit onder in stichting de Swiffers Hoeve en nu is ze zo’n drie dagen per week op stap met haar boerderijdieren, heeft ze 24 vrijwilligers en is er een wachtlijst voor aanvragen van verzorgingshuizen en instellingen.

Welkome afleiding

Een keer per maand bezoekt de Swiffers Hoeve verzorgingshuis ’t Huis aan de Poel in Amstelveen. Na het eerste bezoek waren activiteitenbegeleiders Irma Spek (52) en Marjolein Boerlage (56) meteen overtuigd. “We zagen mensen die hart hebben voor de dieren; er zijn meer aanbieders, maar deze sprong er echt uit.”

Voor ’t Huis aan de Poel neemt Zalm gemiddeld 25 dieren per keer mee. Bij kleinere tehuizen laat ze de grotere dieren vaak thuis. “De geiten zijn dan vaak te groot.”

Voor de bewoners zijn de dieren een welkome afleiding. “Sommigen hebben ook echt een band opgebouwd met een dier, ze kunnen genegenheid tonen en knuffelen. Bewoners worden vrijer. Je ziet dat ze ineens gaan praten of zich oprichten en een betere houding aannemen,” zegt Boerlage.

“Mensen op die leeftijd worden vaak niet geknuffeld, ze knuffelen zelf ook niet echt meer, en dan is er ineens zo’n dier waarvoor ze genegenheid kunnen tonen – dat doet heel veel met ze. Het maakt gevoelens van liefde bij ze los.” Ondanks dat de meeste bewoners dementerend zijn en volgens Boerlage en Spek de activiteit de volgende dag al vergeten zijn, merken ze dat hun humeur langer goed blijft.

Ria Glazer en Theo Rietveld aaien een cavia, haan Kapoentje en varken Bruno. Mevrouw Kershof (Tante Rie) kijkt toe. Beeld Tammy van Nerum

Een van de ouderen, mevrouw Kershof (95) – bijnaam Tante Rie – heeft op de gang in het verzorgingshuis een ­foto hangen van haarzelf en haar lievelingshaan Kapoentje. Hierdoor wordt ze elke dag aan hem herinnerd.

“Herinner je me nog? Ken je me nog lieverd?” vraagt ze zodra ze de grote roestbruine haan ziet. Ze ruikt aan zijn veren. “Hij ruikt lekker. Hij vindt het goed dat ik hem knuffel, anders zou hij me pikken. Ik houd van hem en hij houdt van mij,” zegt Tante Rie die de haan het liefst zou houden. “Maar ik weet niet wat hij eet, dus dat gaat niet.”

“Hij doet dit beter dan mijn man,” roept ze naar niemand in het bijzonder. Het is een uitspraak die ze volgens Boerlage en Spek vaak herhaalt.

Tante Rie knuffelt de haan en geeft hem kusjes; hij legt zijn kop tegen haar aan en lijkt in slaap te vallen. Spek: “Ze is heel blij met de aandacht, die is er voor de rest weinig. Haar man is lang geleden overleden en ze heeft geen kinderen. Na deze activiteit is ze zeker nog een dag extra gelukkig.”

Theo Rietveld (79) begint te stralen zodra hij een konijn op schoot krijgt. Maar wanneer hem gevraagd wordt wat hij van het konijn vindt, zegt hij: “Hier vind ik niet zoveel aan, ik heb dit konijn ook nog nooit gezien. Ik heb liever iets groots op schoot. Urenlang met zo’n groot beest zitten is toch fantastisch.”

Later die middag krijgt hij alsnog een groot beest op schoot, een gans. Hij kan zijn geluk niet op. “Wie ben jij?” vraagt hij. “Och, kom maar hier.” De gans legt zijn kop op Rietvelds schouder; hij begint het beest te aaien.

Theo Rietveld, met naast hem Ria Glazer, knuffelt een gans. ‘Ik heb liever iets groots op mijn schoot.’Beeld Tammy van Nerum

Altijd lekker

Spek, die de hele middag aanwezig is als begeleider, ­vertelt hoe de ouderen enthousiast opspringen zodra ze horen dat de dieren er weer zijn. “Ze zijn dan zo blij, ze willen er dan ook gelijk naartoe. Soms vertellen ze alles aan die beesten; ze kunnen hun verhaal eraan kwijt. Het mooiste is dat het ook zorgt voor onderlinge interactie. De ­ouderen gaan met elkaar praten, de dieren verbinden. Ze krijgen er gespreksstof door, het ontspant.”

Naast Theo Rietveld zit Ria Glazer (94). Ze heeft een cavia op schoot. “Met de beesten kroelen is altijd lekker. Ik geniet ervan. Ik praat er ook altijd tegen, en zij geven de liefde ­terug.” De cavia maakt tevreden geluidjes terwijl Glazer het beestje voorzichtig aait.

Tegen twaalven vertrekken de ouderen naar de kantine. Na de lunch mogen ze nog even met de beesten knuffelen. Als iedereen weg is, zit alleen Tante Rie er nog. Ze huilt. Vastberaden blijft ze de haan vasthouden. “Ik wil niet eten! Ik wil hier blijven, bij Kapoentje.”

Dieren van de Swiffers Hoeve worden uitgeladen bij verzorgingshuis ’t Huis aan de Poel. Beeld Tammy van Nerum

Eindelijk liefde

Zalm, Spek en nog twee medewerkers praten op haar in. “Hoe eerder u uw lekkere soepje heeft gegeten, hoe eerder u weer terug kunt naar Kapoentje.” Niets lijkt te werken. “Die soep is heel verleidelijk, maar ik vind het zo fijn met hem. Ik ben zo blij dat ik eindelijk wat in mijn armen heb.” Er staan tranen in haar ogen en Tante Rie duwt haar gezicht weer in het verendek van de haan. “Eindelijk even liefde, hè?” vraagt Zalm meelevend.

“Ja, en ik vind het zo fijn,” klinkt het gesmoord vanuit de veren.

Uiteindelijk weten Zalm en Spek Tante Rie over te halen te gaan lunchen met de belofte dat ze dan zo weer terug mag. Met zichtbare tegenzin laat ze iemand de haan van haar schoot halen. “Ik kan er niets aan doen, ik ben er ­gewoon zo blij mee,” zegt ze verontschuldigend voordat ook zij naar de kantine gaat.

Later die middag is Tante Rie het voorval al enigszins vergeten. Gelukzalig zit ze in een hoekje met haar Kapoentje. Rond drie uur worden de dieren ingeladen. ­Kapoentje als laatste. “Mag ik hem houden?” vraagt ze. “Ik neem hem gewoon stiekem mee in mijn rollator,” zegt ze, en dan ­lachend: “Hij knuffelt beter dan mijn man!”

Kapoentje wacht op zijn volgende liefkozing. Beeld Tammy van Nerum
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden