PlusMijn Amsterdam

Susan Smit: ‘Ik heb de stad afgezocht naar de lekkerste salad niçoise’

In de rubriek Mijn Amsterdam vertelt elke week een (on)bekende Amsterdammer over zijn of haar favoriete plekken in de stad. Deze week: columnist en schrijver Susan Smit.

Susan Smit: ‘Als ik de Westertoren zie, voel ik me thuis.’Beeld Lin Woldendorp

Eerste keer in Amsterdam

“Ik was veertien en ging samen met mijn penvriendin, die in Amsterdam woonde, naar Artis. Voor het eerst in mijn leven zat ik in een tram. In Noordwijk, waar ik opgroeide, had je geen tram. Ik keek mijn ogen uit en weet nog hoe wervelend en sprankelend ik Amsterdam vond.”

Kerk

“De Westertoren – ik associeer ’m niet met de kerk – is voor mij een ijkpunt. Als ik die toren zie, zakken mijn schouders een beetje en voel ik me thuis. Het geklingel, dat ook ’s nachts gewoon doorgaat, vind ik heerlijk. Ik ben er zo aan gewend dat ik het mis als ik ergens anders slaap.”

Restaurant

“Donna Sophia, in de leukste straat van de Jordaan: de Anjeliersstraat. Het is er niet zo opgepoetst en je eet er simpel, maar heel goed Italiaans. Vierenhalf jaar geleden kozen mijn man en ik op onze vierde date daar heel bewust voor elkaar. Elk jaar komen we er terug.”

Restaurant Donna Sophia.Beeld Lin Woldendorp

Mijn buurt

“De Jordaan. Het was geweldig om voor mijn boek onderzoek te doen naar hoe het hier rond 1900 was. Jordanezen waren een ander slag mens dan de rest van de Amsterdammers. Zo bestond zondagsrust niet in de Jordaan. Slagers en bakkers waren open en kinderen speelden buiten. Ook nu is er veel reuring en zitten mensen er vaak op het ­trappetje voor hun huis.”

Plein

“De Noordermarkt. Een van de weinige pleinen in het centrum waar je in de luwte kunt zitten. Als ik mijn kinderen naar school heb gebracht, nestel ik me soms met een krant bij Winkel 43 op het terras.”

Museum

“Het Amsterdam Museum. Vroeger zat in datzelfde gebouw het Burgerweeshuis. Anna, het hoofdpersonage in mijn boek Tropenbruid, groeit daar op. Ik ben veel op die plek geweest, om in de sfeer van mijn boek te komen. De toegangspoort met de tekst van Vondel, het pleintje waar kinderen speelden en de grote boom op de binnenplaats komen in mijn boek voor en zijn er allemaal nog steeds.”

Broodje

“Ik ben niet van de broodjes, maar ben verzot op salade niçoise. Ik heb de hele stad afgezocht naar de beste versie. Die hebben ze bij De Joffers in Zuid, met een heerlijke saus van ansjovis, knapperige croutons en de juiste parmezaan.”

Salade niçoise bij De Joffers in Zuid.Beeld Lin Woldendorp

Dagelijkse boodschappen

“Ekoplaza op de Elandsgracht. Hij is lekker groot en je hoeft er niet na te denken of iets duurzaam of biologisch geproduceerd is. De meeste boodschappen haal ik daar.”

Theater

“De Krakeling. De voorstellingen zijn artistiek en inventief, ze bestaan niet uit hapklare brokken. Mijn kinderen zitten na een voorstelling daar vol vragen en grapjes.”

Speciaalzaak

“Vishandel Dick Tol op het Hugo de Grootplein. De visboer weet precies wat ik wil hebben: makreelpaté, Hollandse garnalen en een viscocktailtje. Ik eet geen vlees, maar zal altijd een vismeisje blijven. Mijn vader ving zelf garnalen uit de Noordzee, dus ik ben ermee opgegroeid.”

Amsterdam voor kinderen

“Het Woeste Westen. Kinderen kunnen er een schepnetje lenen om kikkervisjes te vangen en mogen op een vlot varen. In het water vallen en vies worden hoort erbij, dat vind ik het leukste eraan.”

Het Woeste Westen.Beeld Lin Woldendorp

Dit kan veel beter

“De fietsflat bij Centraal Station. Ik ben vaak meer tijd kwijt aan het parkeren van mijn fiets dan aan de fietstocht van huis naar het station. De stad puilt uit van de fietsen, dus moet het aantal stallingen serieus worden opgeschaald.”

Uitgaan

“The Movies. Perfect om met vrienden wat te eten of drinken en daarna een film te zien. Ze hebben er soms thema-avonden, zoals toen de tweede Mamma Mia-film uitkwam. Ik was verkleed als Agnetha, met blauwe oogschaduw en een glanzend mini­-jurkje, en een goede vriend ging als Björn. Na de film was het cafégedeelte van de bioscoop omgetoverd tot dansvloer.”

Kroeg

“De Nieuwe Lelie, op de hoek van mijn straat. Ik ga erheen om met mijn zoontje appelsap te drinken of om met mijn ­vrienden te bomen over het leven. Het is een knusse buurtkroeg, waar ik altijd bekenden tegenkom. Vroeger ging ik erheen met de babyfoon in mijn zak. Ik blijf altijd ­langer hangen dan gepland.”

Wil niet dood gevonden worden

“In het Torture Museum. Het is één grote sensatiegerichte ellende, waar veel toeristen komen. Levend wil ik er trouwens ook niet gevonden worden. Ik ben er nog nooit geweest, maar fiets er weleens langs.”

Het Torture Museum.Beeld Lin Woldendorp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden