PlusAchtergrond

Surffilms gaan vaak kopje-onder door een overmaat aan clichés

In de mierzoete animatiefilm Ride Your Wave van de Japanse regisseur Masaaki Yuasa is surfen de perfecte metafoor voor het leven. Helaas is de film van begin tot eind doorspekt met clichés - iets waar surffilms wel vaker kopje-onder door gaan.

In Ride Your Wave redt brandweerjongen Minato surfmeisje Hinako uit een brandend pand, waarna ze verliefd worden.

“Ze is er weer,” verzucht Minato, terwijl hij op het dak van de reddingsbrigade naar een meisje met kastanjebruin haar staart, dat in een knalgele bikini halsbrekende capriolen uithaalt in de azuurblauwe branding. Moeiteloos draait ze haar surfboard van links naar rechts, steeds weer richting de beste golf. “Ken je haar?” vraagt zijn vriend ­Wasabi. “Ze is mijn heldin,” antwoordt Minato – de verliefdheid is van zijn gezicht te lezen.

Hinako heet het meisje; om oceanologie te studeren is ze naar de plek verhuisd waar ze is opgegroeid. Binnen de kortste keren wordt ze er van het dak van een brandend pand gered door Minato, die – als gevolg van een ongeluk in zijn jeugd – altijd het goede wil doen en daarom ook bij de vrijwillige brandweer dient. Hinako’s surfboard mag tegen de voorschriften in van hem mee in het bakje van de ladderwagen. “De plank is belangrijk voor je,” zegt hij. “Ik hoop je te zien als je weer gaat surfen.”

Als dank biedt Hinako Minato aan hem te leren surfen. De twee worden verliefd, Minato blijkt een snelle leerling en trekt er op een kwade dag alleen op uit. Met noodlottige gevolgen: hij verdrinkt als hij een jetskiër probeert te ­redden. Hinako verhuist opnieuw, ver weg van de zee.

In de mierzoete animatiefilm Ride Your Wave (Kimi to, nami ni noretara) van de Japanse regisseur Masaaki ­Yuasa, naar een scenario van Reiko Yoshida, is surfen de perfecte metafoor voor het leven: je worstelt en komt (meestal weer) boven. Er komt altijd weer een nieuwe golf. Je moet je balans zoeken/vinden. Dezelfde golf komt nooit meer terug. Je moet de kans om moedig te zijn niet voorbij laten gaan, enzovoort. Of dat nog niet genoeg ­clichés zijn, worden ook water en vuur tegenover elkaar gezet.

Bikini showen

Surffilms gaan wel vaker kopje-onder door een overmaat aan clichés. Veel vaker dient surfen slechts als ‘aankleding’. In Charlie’s Angels Full Throttle (2003), bijvoorbeeld, staat engel Natalie Cook (Cameron Diaz) wel even op een surfboard, maar komt ze al snel het strand weer op zodat ze haar kleine witte bikini kan showen. Op het zonovergoten zand vol gebronsde jongelui schiet ze een hunk met een wasbordje aan. ‘Sorry for breaking your stick. You know, when it’s big like that, I’d just like to ride it rough and hard’, zegt zij. Strand en surfboard als excuus om dubbelzinnigheden te debiteren.

De surf- en strandfilm kent een lange traditie, met aanstekelijke flutfilms als Muscle Beach Party (1964), Bikini Beach (1964) en Beach Blanket Bingo (1964); Frankie ­Avalonvehikels uit de tijd dat Jan & Dean (‘Two girls for every boy!’) en The Beach Boys gouden stranden en blonde meisjes bezongen.

De gebruinde blonde surfers in Big Wednesday (1978) zijn de helden van het strand.

Een stuk serieuzer én beter is Big Wednesday van John Milius uit 1978, over drie jongens uit Los Angeles. De vrienden consumeren grote hoeveelheden bier en marihuana, genieten van stevige knokpartijen en hebben op de achterbank seks met mooie meisjes. En ze surfen. De gebruinde blonde hunks zijn de helden van het strand en worden vol bewondering ‘de pioniers van de moderne stijl’ genoemd.

Hadden de makers van de animatiefilm Ride Your Wave alleen te vrezen voor een muisarm, het maken van Big Wednesday was een stuk gevaarlijker. Destijds kon nog niet kon worden gerekend op satellietbeelden of meteorologische voorspellingen; Milius, een ervaren surfer, moest op zijn gevoel afgaan. Met alle gevolgen van dien: een ­cameraman werd bijna verpletterd toen hij opnamen in de ‘tunnel’ maakte. Met die beelden moest de regisseur het doen; een tweede keer durfde hij de branding niet in.

Coppola’s klassieker

Milius schreef ook mee aan het scenario van Apocalypse Now, allesbehalve een surffilm, maar Francis Ford Coppola’s klassieker uit 1979 bevat wel een van de memorabelste (surf)scènes uit de filmgeschiedenis, bedoeld om de bravoure en krankzinnige moed van luitenant-kolonel Bill Kilgore te illustreren. Tussen de manschappen van Benjamin Willard (Martin Sheen) heeft Kilgore (Robert Duvall) Lance Johnson ontdekt, een bekende surfer. “Ik bewonder je nose riding,” zegt Kilgore. “En je cut back is de beste van allemaal.” Johnson moet een demonstratie geven. Terwijl de bommen naast hem inslaan, vraagt ­iemand Kilgore of ze het niet beter ergens anders kunnen proberen. “Wat weet jij van surfen,” riposteert hij bits. “Jij komt uit New Jersey!”

Terwijl twee van zijn mannen zich in de branding wagen, geeft Kilgore opdracht de Vietnamezen naar het stenen tijdperk te bombarderen. En spreekt hij met zijn handen in de zij de legendarische woorden: ‘Napalm, son. Nothing ­else in the world smells like that. I love the smell of napalm in the morning.’ Maar de napalm zorgt voor ‘collateral damage’: de luchtdrukverplaatsing is funest voor de golven. Tot grote opluchting van soldaat Johnson; een surfheld is nog geen oorlogsheld.

Zomerse niemendalletje

Apocalypse Now komt niet voor op de aanbevolenlijstjes van surfers; Big Wednesday, die genadeloos werd gekraakt en hopeloos flopte, Kathryn Bigelows Point Break (met ­Patrick Swayze en Keanu Reeves) uit 1991 en John ­Stockwells zomerse niemendalletje Blue Crush (2002) wél. ‘Ik heb intens genoten van de vette onderwatershots (echt freaky shit) en shots van de pipe van bovenaf. Blue Crush is echt helemaal te gek,’ staat op een site met beste surf­momenten.

Het verhaaltje van Blue Crush, gebaseerd op een artikel in Outside Magazine over een aantal arme surfmeisjes, heeft niet zoveel om het lijf: voordat ze de surfwedstrijd kan winnen, moet het toptalent Anne Marie eerst zichzelf overwinnen. De grootste attractie zijn de spectaculaire surfopnamen, die bijna de helft van de film beslaan.

Ze zijn gemaakt, benadrukken de makers, zonder één blue screen- of watertankshot. Er werden cameramannen ingeschakeld die veel ervaring hadden op het water. ­Negenvoudig wereldkampioen bodyboarden Michael ­Stewart maakte opnamen terwijl hij op zijn plank lag, met de camera tussen zijn ellebogen. Andere bekende surfers werken mee als dubbels in de zwaarste surfscènes en zijn als zichzelf te zien in de belangrijkste surfwedstrijd. De crew verbleef maanden op Hawaï om op de juiste golfen te wachten. Het resultaat is ernaar. In de woorden van producent Brian Grazer, zelf een fervent surfer: “Wat Twister is voor de tornado, is Blue Crush voor de branding.”

Juist omdat met animatie alles kan, is het zo onbegrijpelijk dat de surfbeelden in Ride Your Wave zo tam zijn. ­Masaaki Yuasa gebruikt de computer vooral om de ­verdronken Minato in een cocon van water te laten voortleven. In de hallucinante slotscène belandt Hinako ­opnieuw op het dak van een brandende wolkenkrabber en creëert Minato een reuzengolf waarop zij, op een stuk ijzer, veilig naar beneden kan surfen. (Het doet in de verte ­denken aan het broodjeaapverhaal over de man die op 11 september 2001 op een lawine van afval naar beneden zou zijn gesurft toen de noordelijke toren van het World Trade Center instortte).

Dan hadden Ash Brannon en Chris Buck beter begrepen wat animatie vermag; in 2007 goten zij hun animatiefilm Surf’s Up in de vorm van een ‘mockumentary’: een parodie op surfdocumentaires zoals The Endless Summer (1966) en Riding Giants (2004), waarin de kijker door middel van interviews en oude journaalbeelden ‘een blik achter de schermen’ krijgt van een belangrijke surfwedstrijd. De deelnemers: fanatieke pinguïns en malle kippen.

Ride Your Wave is te zien in Cinecenter, Eye, Lab111, De Munt, Studio K

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden