Plus

Supermarktdilemma's: plastic, milieu- of diervriendelijk?

Wordt het dier- of milieuvriendelijk eten, in hoeveel plastic zit het en dan is er nog die prijs van 'eerlijk' voedsel. In aanloop naar de Klimaatmars zondag beschrijft journalist Vera Spaans haar supermarktdilemma's. 'Het blijft gedoe.'

Beeld Marit Goossens

"Dit smaakt als een tuin waar een hondje in heeft gepiest!" Mijn zevenjarige dochter heeft voor haar conclusie maar één hap nodig. De vegetarische worstjes, hoe levensecht ze er ook uitzien, zijn afgekeurd. Dat is weer een optie minder. Vandaag eten we dus alweer broccoli met geraspte kaas.

Dit is de situatie. Ik ben getrouwd, mijn man en ik werken beiden vier dagen, hebben vier (!) supermarkten tegenover ons huis maar laten niettemin af en toe ons eten bezorgen omdat dat tijd en sjouwwerk scheelt. We hebben een zoon van net tien die vegetariër is geworden, maar nauwelijks groente eet, en een dochter van zeven die erg van dieren houdt maar op de vraag wat ze wil eten altijd 'worst' antwoordt.

Af en toe vertel ik haar dat haar worst van die schattige varkens komt, en dan gaat ze ook wel huilen, maar de volgende dag wil ze gewoon weer worst. Mijn pogingen haar bewuster te maken zijn vooralsnog eerder wreed dan ­effectief. Wij proberen 's avonds vegetarisch te eten, maar op een gegeven moment weten we het gewoon niet meer.

Zeker vier keer in de week sta ik met grote vraagtekens in de supermarkt. Hoe kook je vegetarisch met kinderen voor wie de enige acceptabele groenten komkommer en paprika zijn? En als je dierlijke producten koopt, ga je dan voor dier- of milieuvriendelijk? Een buitenspelende koe is waarschijnlijk gelukkiger, maar stoot meer broeikasgas uit dan een koe in een stal waar dat gas wordt afgevangen. En dan ben je er natuurlijk nog niet, want we willen ook graag minder plastic gebruiken. En nog iets: we willen niet opeens het dubbele afrekenen.

Plastic jasje
De eerste stap in de supermarkt gaat nog - al is het maar omdat het voor ons gezin weinig nut heeft lang te blijven hangen op de groenteafdeling. De biologische komkommer is weliswaar bijna twee keer zo duur als de gewone, maar hij blijft goedkoop. En dat plastic jasje blijkt, als ik goed kijk, volledig composteerbaar.

Even verderop liggen de vleesvervangers, de makkelijkste optie voor wie niet radicaal anders wil koken. Met de Kipstuckjes van De Vegetarische Slager komen we een eind, maar dat is zo ongenadig duur - in de roti vegakip ging voor bijna negen euro aan Kipstuckjes, en dan had ik nog een derde minder 'vlees' toegevoegd dan het recept voorschreef.

Die prijs, dat is een bekend probleem. Varkens in Nood rekende het vorige week nog voor: vegetarisch gehakt is twee keer zo duur als gewoon gehakt, vegaburgers zijn tweeënhalf keer duurder dan de hamvariant. De Kipstuckjes kosten ruim vier euro voor 160 gram. Voor stukjes ­bewerkte soja, dus. Het is logisch: bewerkt eten is nu eenmaal duurder dan onbewerkt, er is minder vraag naar en de markt is niet kapot geconcurreerd. Maar toch: bij elke milieuvriendelijke beslissing die ik neem, moet de portemonnee worden getrokken. En trouwens, milieuvriendelijk? Wordt voor al die soja niet het regenwoud gekapt?

Het wordt niet beter naarmate ik langer door de winkel loop. Van de aanblik van alle verpakkingen in mijn mandje word ik treurig. De biologische kwark gaat alleen per 500 gram, de gewone per kilo. Dat is twee keer zo veel voor maar een beetje meer plastic. De pompoenpitbroodjes zijn vier voor een euro, maar er passen er net geen acht in een zakje. Een kleine triomf boek ik bij het ketchupschap: de Jumbo blijkt een glazen fles biologische ketchup te hebben die nauwelijks in prijs verschilt met de plastic Heinzvariant. Die houden we erin.

Verder blijft het gedoe. De roze koeken - daar kun je ­sowieso van allerlei lelijks over zeggen, maar dat ga ik niet doen - liggen in een bedje van plastic, nog los van de verpakking dus. Ook de voorgesneden plakken kaas zijn van elkaar gescheiden met een velletje. Zodra je op de verpakking gaat letten, is er vrijwel niets wat je kunt kopen zonder dat zwevende continent van plasticsoep voor je te zien. Er is, in mijn doorsnee supermarkt althans, geen plek voor een bezwaard geweten.

Vermorzeld en volgespoten
Ik zoek mijn heil bij De supermarktsurvivalgids van Teun van de Keuken (Keuringsdienst van Waarde). Dat boek verscheen eind vorig jaar, en neemt de consument schap voor schap mee door de winkel. Het bespreekt de onzin van de kreten 'eetrijp', 'ambachtelijk' of 'met verbeterd recept', dat citroenen zo glimmen omdat ze een jasje van bladluizen hebben gekregen, en hoe spelt helemaal niet gezonder is dan tarwe - maar wel veel duurder.

Zijn passage over eieren met één ster volgens het 'Beter leven'-keurmerk is op zich geestig. 'In de stallen staan vaak enorme metalen stellages van enkele verdiepingen hoog. Elke verdieping zit vol met kippen. Toen ik ooit zo'n stal bezocht, wees de kippenboer naar een stellage en zei: 'Dit is het bos.' Het bos? 'Ja, kippen zitten graag hoog ­boven de grond in bomen, dat hebben wij hier nagebootst. Romantiek is voor wie het wil zien.'

Beeld Marit Goossens

Kippen met een leven van twee of drie sterren, hebben net iets meer ruimte om rond te scharrelen. Maar, constateert Van de Keuken: 'Hoe meer ruimte kippen krijgen om rond te scharrelen, hoe meer fijnstof er vrijkomt.' De keuze is dus: een blije kip of een iets minder vieze wereld.

Zijn hoofdstukken over hoe gestunt wordt met vlees zijn met stip het smerigst. Het wordt vermorzeld, volgespoten, aan elkaar gelijmd - en dan hebben we het er nog niet over wat er met de dieren gebeurt vóór ze zijn overleden.

Heel interessant als je precies wilt weten wat voor boeven voedselproducenten zijn. Totaal verlammend als je ooit nog iets in je mandje wilt stoppen. Van de Keuken zelf denkt daar niet anders over. Zijn ­advies: ga naar de groenteboer, de kaasboer, de slager. Die weten tenminste wat er gebeurd is met de spullen die ze je verkopen. Maar hoe je dat combineert met een normale werkweek is mij een raadsel.

Gewone slager
Groente en kaas moeten wat mij betreft maar gewoon uit de supermarkt komen. Vlees is een ander verhaal, besluit ik als ik de etiketten lees. Van het biologische vlees blijken de chipolataworstjes, de saucijsjes en zelfs de rookworst ingespoten met water. De saucijzen zijn wel lekker goedkoop: € 2,23 voor twee worstjes.

Ik kan het niet over mijn hart verkrijgen en fiets door naar de gewone slager. Voorzichtig informeer ik of zij ook hun vlees inspuiten met water of aan elkaar lijmen met stollingseiwitten. Ze beginnen te lachen en wijzen op een foto van koeien in de wei. "Dat zijn onze koeien!"

Ze komen van een boer uit Brabant, legt de slager uit die erbij wordt gehaald. Goed vlees, dat goed voer heeft gekregen en buiten heeft gelopen. Dan begint hij uit te leggen waarom hij niet het keurmerk biologisch voert. Dat heeft iets te maken met dat de boer niet genoeg eigen grond heeft om zijn dieren mee te voederen. Controleren kan ik het allemaal niet, maar ik geloof hem. Ik wil hem ook graag geloven. Ik koop drie worstjes - voor acht euro. Hij weegt af en wikkelt het pakketje in een halve rol plasticfolie. Ik bedank hem vriendelijk. Deze strijd ­laten we nu maar even lopen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden