PlusAchtergrond

Studentenunie Asva bestaat 76 jaar: ‘De universiteit is er voor iedereen’

De Asva vraagt met een actie op de Dam aandacht voor het probleem van studentenhuisvesting, 1963. Beeld Nationaal Archief/Collectie Spaarnestad/ANP/Cor Out
De Asva vraagt met een actie op de Dam aandacht voor het probleem van studentenhuisvesting, 1963.Beeld Nationaal Archief/Collectie Spaarnestad/ANP/Cor Out

De Algemene Studentenvereniging Amsterdam bestaat 76 jaar; het jubileum van vorig jaar kon niet worden gevierd vanwege corona. Vier prominente (oud-)Asva-leden blikken terug op vier gebeurtenissen in het tumultueuze bestaan van de studentenunie.

Op 25 mei 1945 werd de Asva opgericht om de belangen te behartigen van álle studenten, ook zij die geen lid waren van het Amsterdams Studentencorps.

Peter-Paul de Baar (69), historicus en journalist, in de jaren zeventig actief lid: “De Asva kwam voort uit het studentenverzet tijdens de Tweede Wereldoorlog. Al langer heerste er onvrede over het feit dat het studentenleven werd beheerst door verenigingen als het studentencorps, die enkel de studentenelite vertegenwoordigden. Tegelijkertijd kwamen er na de oorlog veel meer studenten bij, zelfs uit arbeidersgezinnen. Die deden dan amper mee aan het studentenleven, ook omdat ze er niet eens het geld voor hadden.”

Andra Geurtz (27), it-student en redacteur sinds januari 2021: “De oprichting van de Asva heeft wel zijn vruchten afgeworpen, want het jaar erop waren bijna alle UvA-studenten lid.”

De Baar: “Op het hoogtepunt in 1965 had de Asva 11.000 ­leden, terwijl de universiteit veel kleiner was dan nu. De Asva had ook een andere functie toen: het was een overkoepeling van allerlei oude en nieuwe verenigingen, die vertegenwoordigd waren in de Asva-ledenraad. De Asva werd ook wel de ‘studenten-ANWB’ genoemd: ze maakte zich hard voor voorzieningen als studentenhuisvesting, die er nog amper was. In de ledenraad bleven het corps en aanverwante verenigingen overigens nog twintig jaar ­oppermachtig.”

Tekst gaat verder onder foto

Peter-Paul de Baar: ‘Tot de Maagdenhuisbezetting waren hoogleraren ­alleenheersers op de universiteit.’ Beeld Nina Schollaardt
Peter-Paul de Baar: ‘Tot de Maagdenhuisbezetting waren hoogleraren ­alleenheersers op de universiteit.’Beeld Nina Schollaardt

Maarten van Poelgeest (56), oud-voorzitter van de Asva in 1986-1987, later gemeenteraadslid en wethouder in Amsterdam: “Ik moet dan meteen denken aan de Studentenvakbond, die daar korte metten mee maakte. Die wonnen de verkiezingen in 1963, toch?”

De Baar: “Ja, dat was een nieuwe linkse fractie in de ­ledenraad, die in 1965 al de absolute meerderheid haalde. Zij zeiden: de student is een serieus te nemen maatschappelijk figuur. Als student ben je verplicht om fatsoenlijk te studeren, maar daar hoor je ook het zogeheten ‘studieloon’ voor terug te krijgen. Toen de Studentenvakbeweging zo oppermachtig werd, trokken allerlei andere clubs zich terug uit het parlement.”

Van Poelgeest: “Ik weet nog wel dat die gezelligheidsverenigingen waren samengegaan in de zogeheten NSA, en dat de Studentenvakbeweging campagne voerde onder de leus ‘Wie NSA zegt, moet ook NSB zeggen’. Het ging er ruig aan toe.”

De Baar: “Die heertjes vormden later een nieuwe vereniging, de Obas, die in 1997 weer met de Asva fuseerde. Wij vonden dat toen een verwerpelijke rechtse club, maar ze boden wel tegenwicht aan de radicaal-linkse enclave die de Asva was geworden, met alle stammentwisten binnen links die je je kunt voorstellen. Bovendien: van de 11.000 leden waren er in 1975 slechts 3000 over.”

Maarten van Dorp (23), student scheikunde en huidig voorzitter: “Maar toch, Peter-Paul: het idee dat je als student moet aantonen wat je gaat terugleveren aan de maatschappij, riekt voor mij een beetje naar rendementsdenken.”

Van Poelgeest: “Het ging ook over vermaatschappelijking van de kennis. Universiteiten waren in de jaren zestig heel gesloten instellingen, er werd bijvoorbeeld niet ­gepraat over de vruchten van je onderzoek.”

Tekst gaat verder onder foto

Andra Geurtz: ‘We hebben het nu ook over het grotere verhaal: de hogere werk- en prestatiedruk.’ Beeld Nina Schollaardt
Andra Geurtz: ‘We hebben het nu ook over het grotere verhaal: de hogere werk- en prestatiedruk.’Beeld Nina Schollaardt

In 1969 werd het Maagdenhuis, het bestuurlijk centrum van de UvA, vijf dagen lang bezet door ontevreden studenten. In 2015 gebeurde hetzelfde, maar dan 45 dagen lang.

De Baar: “Tot de bezetting van 1969 waren hoogleraren ­alleenheersers op de universiteit. Ook hun medewerkers hadden niets in te brengen.”

Van Dorp: “Is niet alles wat de Asva doet te vatten onder het besef dat de universiteit van ons allemaal is? En dan moet je voor twee dingen zorgen: dat je allemaal inspraak hebt en iedereen toegang heeft. Ik denk dat de bezetting van 1969 eerder draaide om inspraak, en die in 2015 vooral om toegankelijkheid. Bovendien ging het eerst over financiële klasse, maar nu gaat het ook over andere facetten van je identiteit, zoals ras en gender.”

Van Poelgeest: “Dat gebeurde ook al ver daarvoor: de ­oude begrippen waren ‘interne democratisering’, dus meebeslissen, en ‘externe democratisering’, toegankelijkheid en ontsluiting van kennis. Er zijn geloof ik al zes Maagdenhuisbezettingen geweest, maar die zijn denk ik in de kern allemaal hetzelfde.”

Geurtz: “Het heeft er ook mee te maken dat de stemmen van vrouwen en andere minderheden nu meer gehoord worden, waardoor je deze kwesties breder kunt trekken.”

Van Poelgeest: “De instroom is inderdaad veranderd: in de jaren zestig studeerden veel minder mensen, en vooral witte mannen. In het decennium erop verdubbelden de studentenaantallen, nu zijn ze verdriedubbeld. Ooit was het nog knus en ging je tentamen doen bij de hoogleraar thuis, waarbij hij je misschien een borreltje inschonk.”

Tekst gaat verder onder foto

Maarten van Poelgeest: ‘Van de krakers in de jaren tachtig was de helft denk ik ook student.’ Beeld Nina Schollaardt
Maarten van Poelgeest: ‘Van de krakers in de jaren tachtig was de helft denk ik ook student.’Beeld Nina Schollaardt

Al sinds de Asva bestaat maakt zij zich hard voor meer en betere studentenhuisvesting. Dat leidde tot enkele ludieke protesten in de jaren zestig.

De Baar: “Er zijn mooie foto’s van studenten die hun tentje opzetten op de Dam, om particulieren te verleiden om ­kamers te verhuren. In de jaren zestig kwamen pas de eerste studentenflats, daar heeft de Asva enorm achteraan gezeten. Nu heb je het probleem dat particulieren nauwelijks kamers meer verhuren, en dat de prijzen van minuscule studenteneenheden enorm worden opgedreven.”

Van Dorp: “Ik denk dat het vooral door het VVD-beleid van de rijksoverheid komt.”

Van Poelgeest: “Persoonlijk denk ik dat het probleem deels onoplosbaar is.”

Van Dorp: “Nee joh!”

Van Poelgeest: “De stad is zó populair, ik denk dat die vraag niet getemd kan worden. Er staan te veel mensen in de rij. Er zal altijd krapte zijn op de woningmarkt. Die strijd om de ruimte is een constante in de geschiedenis van de stad. Van de krakers in de jaren tachtig was de helft denk ik ook student.”

Van Dorp: “Ik las in een geschiedenisboek dat het Asva-bestuur wellicht een van de mede-organisatoren was van de krakersrellen tijdens de kroning in 1980. Klopt dat?”

Van Poelgeest: “Nou, zo herinner ik het me niet. De Asva was op een bepaalde manier wel radicaal, maar behoorde niet tot de partijen die zeiden: wij gaan de tegels uit de straat trekken. Al kan ik me wel herinneren dat we in het bestuur een hoogoplopende discussie hadden toen Ema Bouman van de Centrumdemocraten in 1985 in de ­gemeenteraad was gekozen en in het Stadhuis beëdigd zou worden. Er was een opstand in de stad om dat tegen te houden. We hebben toen de hele nacht rondjes om het Stadhuis gelopen om te kijken of die mevrouw niet al eerder naar binnen werd gesmokkeld.”

Tekst gaat verder onder foto

Maarten van Dorp: ‘Je moet zorgen dat iedereen toegang tot de universiteit heeft en dat je inspraak hebt.’ Beeld Susanne Stange
Maarten van Dorp: ‘Je moet zorgen dat iedereen toegang tot de universiteit heeft en dat je inspraak hebt.’Beeld Susanne Stange

Tijdens de coronacrisis is in maart 2021 onder leiding van de Asva gedemonstreerd tegen de sluiting van de universiteiten en hogescholen.

Van Dorp: “Het balletje begon te rollen nadat de actiegroep #ikwilnaarschool ons had benaderd. We waren ontevreden over de behandeling van studenten tijdens de ­coronacrisis en ook hoe politieagenten woningen op Uilenstede binnentraden. Maar demonstreren tegen de coronamaatregelen? Dat was best een spannende keuze, omdat je snel wordt uitgemaakt voor een ‘coronawappie’. Toch ben ik heel blij dat we het hebben gedaan. De retoriek over studenten is verschoven, van lastpakken die alleen maar feesten naar: goh, misschien is het niet zo goed om dagenlang in je flatje van acht vierkante meter in Diemen te zitten.”

Geurtz: “Ik denk dat er ook meer aandacht is gekomen voor het studentenwelzijn in het algemeen. We begonnen met de coronamaatregelen, maar hebben het nu ook over het grotere verhaal: de hogere werk- en prestatiedruk.”

Van Poelgeest: “Ik zie het van heel dichtbij, nu mijn dochter 20 is. Die had zich een heel andere voorstelling ­gemaakt van wat studeren zou zijn. Alles is digitaal. Het ­ingewikkelde is wel dat we, zeker in het begin, niet wisten hoe ernstig het coronavirus zou zijn. Er zijn nog altijd mensen van net-niet-mijn-leeftijd die eraan overlijden. Wat is dan proportioneel?”

De Baar: “Sowieso benijd ik jullie niet. Sinds de jaren zestig is het onderwijs alleen maar onpersoonlijker geworden, dat wordt nu uitvergroot als je enkel via Zoom college kan volgen. Bovendien gaat het interne leven van de Asva ook aardig naar de klote, kan ik me zo voorstellen. Elkaar ontmoeten was ook in mijn tijd een van de belangrijkste bijzaken van ons studentenactivisme.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden