Rogier Christophel Simons (23).

Plus Portretten

Studenten strafrecht: ‘Moet ik dit werk wel willen?’

Rogier Christophel Simons (23). Beeld Marc Driessen

Hoe zien studenten strafrecht de toekomst, na de liquidatie van advocaat Derk Wiersum vorige week woensdag? ‘De moord heeft me nog strijdbaarder gemaakt.’

Rogier Christophel Simons (23)

Bachelorstudent rechtsgeleerdheid aan de UvA en voorzitter van strafrechtvereniging M.P. Vrij.

“Ik hoorde het nieuws over de liquidatie tijdens het ochtendjournaal en ik was verbijsterd, verdrietig en ook boos; koude rillingen liepen over mijn rug. Het is zo wrang dat iemand die onrecht bevecht, nu zelf het slachtoffer is geworden. Geen enkele misdaad valt te rechtvaardigen, maar dit vergrijp voelt extra oneerlijk.

Op de universiteit hebben we ’s ochtends tijdens een werkgroep bij de moord stilgestaan. Gedurende de dag kreeg ik al enkele bezorgde appjes binnen. Zo vroeg mijn grootmoeder mij of ik nog wel strafrechtadvocaat wilde worden. Op dit moment zou het antwoord op die vraag ‘ja’ zijn; dit werk blijft ontzettend hard nodig. Strafrecht gaat niet altijd om het vrijspreken van criminelen, net als andere advocaten vecht je voor rechtvaardigheid. En een omvangrijk deel van de strafrechtpraktijk gaat helemaal niet om dit soort grote zaken.

Na de moord op de broer van de kroongetuige moet het, lijkt mij, bekend zijn geweest dat er meer mensen gevaar zouden lopen, maar kennelijk is met dit scenario destijds geen rekening gehouden. Het treurige is dat er een moord op een advocaat nodig is om iedereen wakker te schudden.

Als ik op dit moment advocaat was, zou ik er ­zeker nog eens heel goed over nadenken of ik een kroongetuige zou willen verdedigen. Eerst moeten er concrete oplossingen komen vanuit de overheid, zoals het vrijmaken van geld voor optimale beveiliging van advocaten, een hoger bedrag aan tipgeld, het anonimiseren van advocaten en het opstellen van een plan om de drugshandel aan te pakken.

Men moet zich in elk geval niet laten stoppen door deze laffe daad, want dan heeft de tegenpartij gewonnen. Strafrechtadvocaten, andere togadragers en studenten met een ambitie voor het strafrecht moeten zich niet uit het veld laten slaan, maar juist nu doorgaan met hun werk.”

Rawand Hassan (29). Beeld Marc Driessen

Rawand Hassan (29)

Masterstudent strafrecht aan de UvA, werkt bij Studiecentrum Rechtspleging.

“Bij een lezing van advocaat Peter Plasman op de middelbare school sprak ik hem aan op het feit dat hij een moordenaar verdedigde; ik vond dat niet kunnen. Na afloop zei hij dat ik rechten moest gaan studeren, dan zou ik het beter ­begrijpen. Dat wakkerde het vlammetje aan voor de studie strafrecht. Ik wil advocaat worden om mensen bij te staan en te beschermen.

De moord belet mij niet om mijn ambities na te blijven streven, maar je moet wel sterk in je schoenen staan. Als je met zware ondermijnende criminaliteit te maken hebt, kan er uiteraard altijd iets gebeuren, maar je moet je leven daar niet door laten leiden. Ook nu moeten we nog gewoon op de fiets naar ons werk kunnen; echt niet iedere advocaat, officier van justitie of ­rechter kan beveiligd worden. Ik geloof ook niet dat we opeens allemaal rechters en officieren van justitie dood zullen gaan aantreffen.

Wat de moord op Derk Wiersum extra schokkend maakt, is dat hij een gewaardeerde raadsman was, geen louche advocaat die met criminelen omging. Het raakte mij om te zien hoe geschokt de hele samenleving op de aanslag heeft gereageerd. Die betrokkenheid is een positief signaal, ook al is er blijkbaar een moord voor nodig om in actie te komen.

Natuurlijk is het achteraf makkelijk praten over wat er allemaal anders gedaan had moeten worden door de overheid. Ik hoop vooral dat nu alles in het werk wordt gezet om de dader op te sporen en de drugscriminaliteit aan te pakken, alles binnen de grenzen van de wet. Veel media-aandacht voor de aanval is sowieso goed, zo dringt de ernst van de zaak tot iedereen door.”

Fabian van Hal (22). Beeld Marc Driessen

Fabian van Hal (22)

Bachelorstudent rechtsgeleerdheid aan de UvA, werkt bij de Strafrechtswinkel en is bestuurder van strafrecht­vereniging M.P. Vrij.

“Op de ochtend van de moord zag ik het nieuws voorbijkomen op Twitter. Eerst drong het niet tot me door, tot ik op de UvA kwam en echt ­iedereen erover sprak. Een moord in Amsterdam, dat gebeurt wel vaker, maar dat het om ­advocaat ging, maakte het net weer even anders. Er is een grens overschreden. De vraag die bij ­alle studenten meteen bovenkwam, was: wie durft de verdediging van de kroongetuige nu nog op zich nemen?

Waar ik wel moeite mee heb is dat advocaat Wiersum niet werd beveiligd, dat had toch beter gekund? Hij werd al eerder bedreigd, heb ik ­begrepen. Wat dat betreft is deze moord zeker een wake-upcall: strafrechtadvocaten moeten vanaf nu beveiligd worden.

De drugshandel is een groot probleem dat serieus moet worden aangepakt door de overheid, maar we moeten tegelijk ook nuchter blijven. Ik zie het nog niet escaleren. Ik heb ook niet zoveel met overdrijvingen dat Nederland een narco­staat is, dat soort uitspraken speelt vooral in op onderbuikgevoelens. De criminaliteit is veranderd, maar die penoze van vroeger bestond ook heus niet uit lieverdjes.

Na het nieuws over de moord heb ik wel een gesprek gehad met mijn vader over mijn toekomst als strafrechtadvocaat. Hij waarschuwde dat ik moet uitkijken welke zaken ik straks aanneem. Het schoot zeker even door mijn hoofd: moet ik dit werk wel willen?

Toch lijkt het mij een eer om deze kroongetuige te kunnen verdedigen. Het is belangrijk dat juist deze zaak wordt voortgezet, om een signaal af te geven: we laten ons niet klein krijgen. Het heeft me nog strijdbaarder gemaakt, maar ik heb als student makkelijk praten, het voelt vast heel anders als je nu advocaat bent.” 

Lindy van Staalduinen (23). Beeld Marc Driessen

Lindy van Staalduinen (23)

Masterstudent strafrecht aan de UvA, werkt bij de Strafrechtswinkel.

“Welke advocaat durft het nu nog aan om de verdediging op zich nemen van de kroongetuige? Je brengt niet alleen jezelf maar ook je kantoor­genoten, familie en vrienden in gevaar. Is het het waard om allerlei mensen mee te trekken?

Ik zie de moord zeker als een aanslag op de rechtsstaat; advocaten, rechters en officieren van justitie komen nu onder druk te staan om hun werk te kunnen blijven doen. De beveiliging aanscherpen is goed, maar dat is vooral een manier om de symptomen te bestrijden. Wat er écht moet gebeuren, is het aanpakken van het probleem van de georganiseerde misdaad. En dat is niet alleen een probleem van Amsterdam, maar van heel Nederland en de rest van de wereld.

Deze aanslag is volgens mij wel het kantelpunt: wordt er vanaf nu hard ingegrepen door de overheid, moeten drugs worden gelegaliseerd? Ik heb het antwoord niet. Waar iedereen het inmiddels wél over eens is, is dat het zo niet goed gaat. Bij een hardere aanpak moet er in elk geval meer geld naar politie en het Openbaar Ministerie, voor opsporing of om de wetgeving aan te kunnen passen. En een ton tipgeld is relatief weinig in die wereld, dat bedrag zou ook hoger moeten, als je wilt dat mensen zich melden.

Ik twijfel nu niet opeens aan mijn studie of over mijn toekomst als officier van justitie of ad­vocaat. Het menselijke aspect van dit beroep spreekt me nog steeds enorm aan. Ik weet alleen niet of ik mij straks bezig wil gaan houden met de georganiseerde misdaad. Er zijn nog zo veel andere strafzaken waarbij officieren van justitie en advocaten nodig zijn, zoals mishandeling of diefstal, waarbij je niet beveiligd hoeft te worden.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden