PlusReportage

Stoffeerder Robert Löwenstein (70): ‘Het beroep heeft nu veel meer status dan vroeger’

Robert Löwenstein (70), eigenaar van meubelstoffeerderij De Oude Leeuw in De Pijp, zit al zo’n vijftig jaar in het vak. Hij bekleedt de ene stoel na de andere. ‘De klanten houden wel van die Anton Piecksfeer hier.’

Robert LöwensteinBeeld Jakob Van Vliet

Vastberaden beent de man door het landschap van stoelen, stoffen en apparatuur in meubelstoffeerderij De ­Oude Leeuw. “Ha, capo di tutti capi!” In die joviale uitroep schuilt het verlangen naar een oeverloos gesprek. Want hij weet, net als veel andere trouwe klanten, dat meubelstoffeerder ­Robert Löwenstein niet alleen stoelen, maar ook je dag voorziet van een fleurig jasje. Dit keer niet. Haastig ­manoeuvreert Löwenstein de man de deur uit: “Nu niet, nee écht niet. Ik heb een interview.”

Als de ongenode gast zich uit de voeten heeft gemaakt, snelt Löwenstein naar de bel-etage om koffie te zetten. “Kijk gerust rond!” moedigt hij aan en gebaart naar zijn werkplaats in het souterrain. Daar wachten naaimachines op lock- en stikwerk, zijn grote hoeveelheden schuimrubber in een hoek gestouwd en staan her en der naaimachines, hamers, tangen, knopen, nietpistolen, vlijmscherpe scharen, meetlinten, rolmaten en geraamtes van stoelen,.

Beeld Jakob Van Vliet

Op de bel-etage heerst dezelfde geordende chaos. Kasten vol stofstalen, ordners met paperassen, paspoppen ­behangen met tassen. Löwenstein weet er feilloos de weg. Binnen een minuut tovert hij zijn diploma voor meubelstoffeerder tevoorschijn. Trots overhandigt hij het, alsof hij het zojuist heeft behaald.

‘Wat doe jij?’ vragen ze Löwenstein vaak op verjaardagen. “Anderen zeggen dan iets als ‘logistiek’ of ‘ict’. Als ik zeg dat ik meubelstoffeerder ben, zijn ze verrast. ‘Mooi ­ambacht!’ roepen ze. Ze doen haast alsof je een kunstenaar bent. Dat is echt een ommekeer. Het beroep heeft nu veel meer status dan vroeger. De laatste jaren zijn het vooral jonge vrouwen die voor het vak kiezen. Die beschouw ik niet als concurrentie. Integendeel. Ik help ze graag met mijn ervaring.”

Opdrachten voor Chanel

Als jongen volgde hij zijn vader op, die een meubelzaak en stoffeerderij in Zaandam had. “Gewoon omdat dat toen nu eenmaal zo ging. Was je vader bakker, dan werd je ook bakker. Bij mij was dat niet anders. Ik ging naar de ambachtsschool en leerde voor meubelstoffeerder, zodat ik bij mijn vader in de zaak kon werken. Op mijn 42ste begon ik een ­eigen stoffeerderij in Badhoevedorp. Ik vond mezelf heel oud en heette Löwenstein, dus noemde ik mijn zaak De Oude Leeuw.”

Zestien jaar geleden betrok Löwenstein, die al in Amsterdam woonde, met zijn stoffeerderij, het pand in de ­Govert Flinckstraat in De Pijp. Inmiddels is De Oude Leeuw een gevestigde naam bij zowel particuliere als ­zakelijke klanten, zoals Hotel De L’Europe, Hotel Radisson, Het Renaissance Hotel, het Joods Historisch Museum, de Knip­hal (een stoffenhal) en modemerk Chanel.

Beeld Jakob Van Vliet

Die opdrachten voor Chanel kunnen altijd rekenen op verrukte uitroepen onder met name vrouwen. Zelf had ­Löwenstein er aanvankelijk geen idee van dat het merk zo in aanzien stond. “Totdat op een dag twee dames binnenkwamen, die uitzinnig waren over het feit dat ik twee stoelen voor de Chanel in de P.C. Hooftstraat had bekleed. Ze vonden het zó bijzonder. Dat zette me aan het denken. Ik heb het hoofdkantoor van Chanel gevraagd of ze mij een aanbeveling wilden sturen.”

Löwenstein diept een brief op uit een la. “Kijk, dit is die brief uit Parijs. ‘Uw beklede stoelen getuigen van een vakmanschap dat heden ten dage ver te zoeken is’.”

Op zijn computer zoekt hij een foto op van 26 koningsvlaggen die hij ontwierp voor de kroning van koning Willem-Alexander. Ze hingen destijds aan de gevel van Hotel De L’Europe. “De koning heeft alleen geen moment naar boven gekeken. Alles voor niks,” onthult hij droogjes. “Maar goed, toch een eervolle opdracht.”

Emotionele waarde

Door de coronacrisis ligt zijn werk voor hotels even stil, maar particulieren komen des te meer. “Die zitten thuis om zich heen te kijken en zien ineens die stoel die ze ­opnieuw willen bekleden. Ze kiezen niet voor een nieuwe vanwege de emotionele waarde. Zo’n stoel is vaak al dertig of veertig jaar in huis. Ze zijn er aan gehecht. Hij zit lekker of ze vinden het model nog steeds mooi,” legt Löwenstein uit.

De kosten voor het opnieuw bekleden variëren van 100 tot 1500 euro, afhankelijk van de stoel en de stof. “Je kunt de prijs niet zomaar uit de losse pols bepalen. Ik ga daarom altijd eerst bij klanten langs om de stoel te bekijken, alles op te meten en een offerte te maken.”

Klanten komen ook regelmatig in zijn atelier langs om een stof uit te kiezen. “Vaak blijven ze lang napraten en vinden ze het zo gezellig dat ze niet meer weg willen. Ze houden wel van die Anton Piecksfeer hier.”

Beeld Jakob Van Vliet

Hij herinnert zich een echtpaar dat met vereende krachten de trap op kwam. “Ze leken erg oud en het duurde lang voordat ze boven waren. Ze wilden vier eetkamerstoelen en twee crapauds laten bekleden. Ik stelde voor een avond langs te komen met stalen en alles op te meten. Toen bleek het voor hun moeder van 102 jaar te zijn! Die was in een nijdige bui toen ze me ontving. ‘102 jaar zijn is geen pretje!’ riep ze. Ik heb heel hard gewerkt om die stoel af te krijgen voordat ze dood was. Doorgaan, doorgaan, voor het te laat is, dacht ik almaar. Het is gelukt.”

Een ander memorabel voorval was dat met een wielrenner die door een botsing met een overstekende hond hard ten val was gekomen. “Ik heb de man met zijn fiets achterin de bestelwagen naar huis gebracht. Twee maanden later belde hij me op met een opdracht. Hij wilde zijn eigen stoelen en ook die voor kennissen laten stofferen. Een klapper. Het was ineens elke dag biefstuk! Later lag ik in mijn ledikantje en bedacht ik dat ik die klant nooit had ­gehad als die hond niet onverwacht overgestoken was. Ik was die hond eigenlijk dankbaar.”

Dierenprint of effen?

Beneden in zijn werkplaats staan een paar Gispenstoelen klaar om vernieuwd te worden. Löwenstein sloopt altijd eerst de oude bekleding. In de stoel treft hij meestal hooi, paardenhaar, schuimrubber, metalen veren of krijn, een soort gras uit de duinen aan. “Daarna bouw ik de stoel weer op en voorzie ik hem van nieuwe vulling en bekleding.”

Op beurzen doet hij inspiratie op voor nieuwe stoffen. “Die komen veelal uit België, Italië, Engeland en Amerika. Een tijdje waren dierenprints erg in. Nu zijn het vooral de kelimpatronen met een oosterse uitstraling. De stoffen van Pierre Frey zijn het duurst. Dan ben je 200 tot 450 euro per meter kwijt. De meeste mensen kiezen echter voor een effen, neutrale stof.”

Als een stoel klaar is, kijkt Löwenstein altijd eerst naar de ogen van een klant. “Zien ze er blij uit? Dan ben ik tevreden.”

Voorlopig moet hij aan stoppen niet denken. “Nee hoor. Mijn ziel en zaligheid zit hier in. Als je het verschil tussen werk en vrije tijd niet meer voelt, is het goed. Een mens is het gelukkigst onder discipline.”

Feiten en cijfers

In Amsterdam zijn 93 meubel­stoffeerderijen actief.
- Dat aantal is de afgelopen 5 jaar 1 procent gegroeid.
- Landelijk is het aantal meubel­stoffeerderijen de afgelopen 10 jaar 10 procent toegenomen.
- Een op de drie Nederlandse ondernemingen in de branche staat op naam van een vrouw.
- 70 procent van de leerlingen aan de opleiding meubelstofferen van het Hout- en Meubileringscollege in Amsterdam is vrouw.

Bron: Kamer van Koophandel, Hout- en Meubileringscollege en Marktdata.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden