De koepels van het Anton Pannekoek Instituut op het Science Park blijven deze avond dicht, te veel wolken.

PlusReportage

Sterrenkijken is populair in Amsterdam, ondanks de vele wolken

De koepels van het Anton Pannekoek Instituut op het Science Park blijven deze avond dicht, te veel wolken. Beeld Jakob Van Vliet

Kent u die mop van Het Parool dat sterren ging kijken? Geen ster te zien! Hoewel het weer in Nederland vaak tegenwerkt, is astronomie hier erg populair. Dat merken ze ook bij het Anton Pannekoek Instituut, dat dit weekend de telescopen openstelt voor het publiek. 

Het zullen de ringen van Saturnus zijn geweest, denkt ­David Modiano (25). Zo gaat het vaak, het eerste moment waarop een fascinatie voor de kosmos ontkiemt. Dat ­gebeurde toen hij op een schooluitje door een telescoop keek en ze zag, die ringen om dat bolletje – Saturnus dus. “Ik realiseerde me opeens dat het écht was,” vertelt Modiano. “Ik keek naar een onwerkelijke wereld hier meer dan een miljard kilometer vandaan, onvoorstelbaar, onbereikbaar, en toch zag ik het.”

Modiano werd geboren in Italië maar groeide door het werk van zijn vader op in allerlei landen om uiteindelijk neer te strijken in Amsterdam, als promovendus bij het Anton Pannekoek Instituut, onderdeel van de bètafaculteit van de UvA en een van de voornaamste astronomische instituten van Nederland. Dat instituut verhuisde in de loop der jaren van een zolder op de Oudemanhuispoort naar verschillende locaties op de Roetersstraat en huist sinds 1989 op het Science Park. Daar kunnen bezoekers dit weekend – bij goed weer – tijdens de Landelijke Sterrenkijkdagen door de telescopen komen kijken, in de enorme witte koepels op het dak van het gebouw. Goed weer wil zeggen: een heldere hemel.

Op de weerkaarten zou het deze avond tussen tien en elf even opklaren. En inderdaad, tussen de wolken stonden net wat sterren aan de hemel – kom maar op met Saturnus dus. “Kom,” zegt Modiano, “naar boven.”

Er volgt een tocht door het gebouw, langs een heleboel kamers die eruitzien zoals kamers in gebouwen eruitzien. Met bureaus, computers en stoelen met verstelbare rugleuningen. Tl-lampen die een beetje zoemen. Op een mok staat een niet voor herhaling vatbaar grapje over Uranus en op schermen staan cijfers in tabellen, Excel of iets wat daarop lijkt.

David Modiano in het Anton Pannekoek Instituut: ‘Alles wat we hier doen, wordt voornamelijk gefinancierd door de belastingbetaler.’Beeld Jakob Van Vliet

Wie weinig fantasie heeft, zou kunnen zeggen dat het hier saai is. Maar deze cijfertjes zijn niet saai. Deze cijfertjes zijn zonnestelsels die op elkaar kletteren met onbevattelijke kracht. Het zijn planeten die we gisteren nog niet kenden, waarvan er af en toe eentje voorbijkomt, waar de harten sneller van gaan kloppen omdat het zou kunnen: léven, buitenaards. Want de afstand tot de ster is precies goed, het zal er niet te warm zijn, en ook niet te koud. Even de ogen sluiten en je ziet ze al krioelen: de microscopisch kleine kruimelbeestjes, lichtjaren hiervandaan.

Het is maar een klein deel van wat hier onderzocht wordt. In de rest van de stad houden we ons met aardse ­zaken bezig, met tram 24 die omrijdt, met Ajax, zelfs met liefde of dood: kosmisch gezien is het allemaal gemiezemuis in de marge. Hier bij het Anton Pannekoek Instituut bestudeert men zwarte gaten, kosmische explosies, neutronensterren, het ontstaan van planeten en hele zonnestelsels. Ook met telescopen, als het weer het tenminste toelaat.

Te veel wolken

We zijn inmiddels op het dak beland, waar twee witte koepels staan met in beide een joekel van een telescoop. Maar het wolkendek is ­onverbiddelijk: geen ster meer te zien.

Nu is het eigenlijk ook niet zo dat men hier deze telescopen per se nodig heeft om onderzoek te doen. Sterker nog, het meeste gebeurt hier met gegevens die elders vandaan komen. “Plekken waar de omstandigheden om het heelal te bestuderen veel beter zijn,” zegt Mondiano. “La Palma bijvoorbeeld, waar een enorme telescoop staat. Of de hoogvlaktes van Chili. Zonder lichtvervuiling die hier in Amsterdam volop aanwezig is.”

En wolken dus, het lijken er steeds meer te worden. De schuiven van de koepels blijven potdicht. “Eigenlijk is het vreemd,” zegt Modiano. “De condities om sterren te kijken zijn in Nederland heel erg slecht. Maar men is er hier énorm in geïnteresseerd. Op sterrenkijkavonden in andere landen zag ik vaak maar een paar bezoekers, en dan meestal types die er al iets van afwisten. Maar hier zijn zulke avonden altijd druk. En lang niet alleen met mensen die bijvoorbeeld zelf thuis een telescoop hebben staan. Er ­komen ook leken – veel zelfs. En dat voor een land waar zo vaak wolken zijn: eigenlijk heel tragisch.”

Onze interesse in de kosmos is groot en lijkt vooral de laatste jaren enorm te groeien. De sterrenkijkavonden die het Anton Pannekoek Instituut sinds een paar jaar organiseert zijn steevast drukbezocht. Maar deze avond loeit de wind langs de koepels – dicht nog steeds.

Enthousiasmeren

Bij Artis zien ze het grote enthousiasme ook. Milo Grootjen (44), hoofd van het planetarium: “Men komt er massaal op af als we iets ­organiseren. En wat echt opvalt: het is een jong publiek, 20 à 35 jaar, zoiets. Vooral de sterrenkijkavonden zijn dan een soort vervanging voor een avond in de kroeg. Drankje ­erbij, en tegelijk verdieping, zingeving. Het is misschien een soort mindfulness om even uit te zoomen. Om jezelf eens af te vragen: wat bestaat er nog meer behalve mijn ­telefoon?”

Iets anders dat bijdraagt aan de populariteit van ­astronomie zijn de vele ontdekkingen, denkt Grootjen. “Er komen de laatste jaren ontzettend veel toffe dingen uit ­onderzoek. Men vindt steeds meer in het heelal, dingen die tot de verbeelding spreken. Aardachtige planeten, of vorig jaar die eerste foto van een zwart gat. Bovendien weet men steeds beter hoe zulke vondsten te presenteren voor een groot publiek.”

Dat laatste is inmiddels een onderdeel van de studie ­geworden. De ontdekking is één ding, maar het overbrengen ervan, het enthousiasmeren: dat is een tweede en niet altijd de aangeboren forte van bètastudenten. Modiano: “Maar wel heel belangrijk. We moeten beseffen dat alles wat we hier doen voornamelijk wordt gefinancierd door de belastingbetaler. Dat geeft ons ook een verantwoordelijkheid om onze bevindingen goed over te brengen.”

Want ook het Anton Pannekoek Instituut ontdekt geregeld iets, of draagt bij aan de ontdekking van een buitenaardse noviteit. Dan is er taart, zegt Modiano. “Dat is best een gek idee: omdat er lichtjaren verderop twee sterren op elkaar knallen en iemand dat ergens in een kamer op het Science Park heeft gezien, berekend en bewezen, staat er dan opeens een mokkavlaai op tafel.”

Ook voor de leek is het al snel spectaculair. Op een sterrenkijkavond – zonder wolken – gaat het al snel van oeh en ah. Alle planeten doen het goed, Saturnus in het bijzonder. Het grootste woweffect krijgt men meestal bij de kraters op de maan, alsof je er net boven zweeft. Maar ook wow: de schaduwovergangen op Jupiter. Die stipjes die je op het oppervlak ziet: schaduwen van haar manen. En dan zijn er nog nevels, de Orionnevel is de bekendste en die is op een donkere plek met een verrekijker al te zien. Of heldere ­meteoren die geluid maken en ­natuurlijk de Melkweg – zelfs in Nederland is die te zien als je weet waar je zoeken moet.

Klinkt goed. Maar kent u die mop van de krant die een avond sterren ging kijken? Geen ster te zien dus. De koepels blijven dicht vanavond, het heelal onbespied. Rotwolken.

Terwijl Modiano naar de tram loopt gaat nog één keer de blik omhoog, hemelwaarts naar de twee koepels op het dak. En naar daarachter, waar het opklaart, en waar opeens een paar sterren tevoorschijn zijn gekomen – toch nog. Pesterig fel en flonkerend.

De Landelijke Sterrenkijkdagen: vrijdagavond, zaterdag en zondag. Sterren kijken kan in Amsterdam bij het planetarium van Artis (alleen op zaterdag) en (zonder aanmelding, maar vol is vol) bij het Anton Pannekoek Instituut.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden