PlusExclusief

Staatssecretaris Gunay Uslu: ‘Waar zijn de vrouwen, dacht ik, waarom zitten die hier niet?’

null Beeld Peter Stigter
Beeld Peter Stigter

Haar dochter gaf het laatste zetje, vertelt Gunay Uslu (49), de oud-Corendondirecteur die dit jaar ondanks haar twijfels tóch staatssecretaris van Cultuur en Media werd. Ze wil nu eenmaal dingen veranderen. ‘Ik mis de snelheid van het bedrijfsleven.’

Jan Pieter Ekker en David Hielkema

Stipt op het afgesproken tijdstip stapt staatssecretaris van Cultuur en Media Gunay Uslu restaurant VRR binnen. Ze komt rechtstreeks uit het Mondriaanhuis in Amersfoort, waar ze de eerste herdenkingsmunt heeft geslagen ter ere van 150 jaar Piet Mondriaan, zegt ze, terwijl ze haar jas uittrekt. “De oprichtster en haar twee zoons waren zo trots! Haar man Leo is drie jaar geleden overleden, vertelde ze, maar het was alsof hij erbij was. Ik vind Mondriaan heel bijzonder, maar deze mevrouw was ook heel bijzonder.”

Waar u ook gaat, het enthousiasme is doorgaans wederzijds. Er komt ein-de-lijk iemand langs die van kunst en cultuur houdt.

“Ja! Je merkt dat makers, museummedewerkers en noem maar op ongelooflijk blij zijn met de aandacht. Daar word ik bijna emotioneel van. Dat je beseft: de afgelopen tijd hebben we blijkbaar niet zo veel aandacht gehad voor kunst en cultuur.”

Uslu was directeur global hotel development & design bij Corendon, de reisorganisatie die ze in 1997 zelf heeft opgezet, toen ze vorig jaar in de donkere dagen voor kerst werd gebeld door Rob Jetten. Of ze namens D66 staatssecretaris van Cultuur en Media wilde worden. Ze vroeg of ze er even over mocht nadenken. En ze wilde een gesprek met fractieleider Sigrid Kaag. “Dat was een goed gesprek. Over het belang van cultuur, de waardering voor cultuur, hoe we het cultuurbeleid zouden kunnen vormgeven, veranderen, versterken. Het was heel inspirerend. En ik vond het ook wel stoer van D66, want ik was geen lid van de partij – ik stem wel op D66; het is mijn partij.”

Hoe bepaalt u zoiets dan?

“Ik ben eerst lijstjes gaan maken met alle voors en tegens. Eigenlijk was het vooral een lange lijst met tegens. Want je leven verandert; je wordt toch een publiek persoon. En de luxe van in de luwte leven is groot, dat is heel comfortabel. De lijst met redenen om het niet te doen werd langer en langer: de familiesituatie, ik deed al leuk werk en ik had plannen om een sabbatical te nemen, om eindelijk het boek te schrijven dat ik al heel lang in de pen heb. Het stapelde en stapelde. Het was ook nog eens een moeilijke politieke periode – een ontzettend complexe periode in onze geschiedenis. En dan was er ook nog eens corona; als cultureel ondernemer heb ik de gevolgen van de maatregelen aan den lijve ondervonden.”

Wat vond u het moeilijkst om op te geven?

“Ik vond het heel moeilijk mijn UvA-mailadres op te geven. Dat had ik al heel lang en was een soort stabiele factor in mijn leven. Het was ook moeilijk om afscheid van Corendon te nemen, want mijn broer en ik hebben samen echt iets opgebouwd en werkten nog altijd heel intensief samen. Ik denk dat we alleen door deze functie konden scheiden, anders was het heel lastig geworden om de boel te ontvlechten. Ik was ook net voorzitter geworden van de raad van toezicht van Eye Filmmuseum, dat moest ik losknippen. Ik was bestuurder bij het Niod-fonds, adviseur bij het Mauritshuis en de Vereniging Rembrandt, ik zat bij allerlei wetenschappelijke organisaties... En ik vond het allemaal moeilijk om achter me te laten.”

Toch hebt u ja gezegd.

“Ik heb het besproken met mijn zus, mijn broer, mijn partner uiteraard, met de kinderen. Met vrienden, vriendinnen. Ik twijfelde enorm. Toen zei mijn dochter van 21 – toen nog 20: ‘Wanneer heb jij ooit iets niet gedaan vanuit angst? Je wilt toch iets verbeteren. Je wilt toch iets betekenen. Dan moet je niet naar alle nadelen en beperkingen kijken, dan moet je je op de kansen focussen.’ Dat klopt, dacht ik. Dat vond ik wel bijzonder; dat mijn dochter me het beslissende duwtje heeft gegeven.”

Waar komt dat vandaan, die drang om dingen beter te maken?

“Ik heb altijd een enorme behoefte gehad dingen te veranderen, van kleins af aan. Ik herinner me dat thuis de televisie aan stond, in zwart-wit, en ik allemaal mannen in een zaaltje heel gewichtig zag zitten doen. ‘Wat is dit?’ vroeg ik aan mijn moeder. ‘Wie zijn deze mannen?’ ‘Deze mannen beslissen over Nederland,’ antwoordde mijn moeder. Waar zijn de vrouwen, dacht ik. Waarom zitten die hier niet? Toen dacht ik ook al: dit ga ik veranderen.”

Wat wilt u nu veranderen?

“Wij Nederlanders hebben een vreemde relatie met cultuur. Het is vaak alsof we niet trots mogen zijn. Alsof je je klassieken niet mag kennen en citeren. Doe maar normaal. Dat vind ik vreemd, want cultuur is zo’n belangrijk onderdeel van onze identiteit. Van wie we zijn, waar we staan en waar we naartoe gaan. Dat werd tijdens corona ook zo goed duidelijk: dat cultuur heel erg onderbelicht, zeg maar gerust onzichtbaar, was.”

In de troonrede stond dat ‘een bruisende en voor iedereen toegankelijke culturele en creatieve sector onmisbaar is.’ Hebt u daar hard voor moeten vechten?

“Ik zit er wel bovenop, ja. In het begin nóg meer dan nu, toen moest ik enorm mijn best doen om kunst en cultuur op de agenda te krijgen. Maar ik moet je zeggen dat er wel degelijk enthousiasme en liefde voor cultuur is in het kabinet. Zodra ik over mijn onderwerp begin, in de ministerraad of in andere gremia, is iedereen enthousiast – dat wil ik wel gezegd hebben.”

U doet zendelingenwerk; u bent met collega Ernst Kuipers naar The Damned geweest, u nam Mark Rutte mee naar een voorstelling van Sanne Wallis de Vries. Hij speelt piano, maar houdt hij eigenlijk wel van kunst en cultuur?

“Zeker. Hij vindt het wel belangrijk, maar het uiten van die waardering, daar schort het soms aan in Den Haag. Niet alleen in de politiek, als samenleving hebben we daar ook last van. Dat we het niet genoeg uiten, kennen en waarderen. Maar jullie hebben gelijk: als bewindspersonen moeten we daarin het voorbeeld geven en vaker laten zien dat we het belangrijk vinden.”

Op uw tweede werkdag moest u de aankoop van Rembrandts De vaandeldrager à 150 miljoen door de Eerste Kamer zien te krijgen, kort daarna kreeg u te maken met grensoverschrijdend gedrag bij The Voice. Binnen een maand zei u: ‘Als dit het is, vind ik er niks aan.’

“Nee, nee, het was iets genuanceerder. Ik zei: ‘Ik vind het nog niet heel leuk.’ Het was ook veel. Wat ook nog speelde was mijn enorme frustratie omdat de maatregelen voor cultuur niet werden afgeschaald: de Ikea was wel open, maar musea en theaters niet. Dat stak. Dat was een marteling.”

Wat doet u dan?

Ze kijkt even naar haar woordvoerder. “Ik mag natuurlijk niks vertellen over wat er in de ministerraad is besproken; dat is geheim! Maar ik was heel gedreven om herkenning te creëren. Om duidelijk te maken dat cultuur belangrijk is voor onze mentale gezondheid, zoals sport belangrijk is voor onze fysieke gezondheid.”

Toen u twee jaar geleden door Het Parool werd geïnterviewd over uw plannen met The College Hotel, zat er geen woordvoerder naast u. Nu moet u uw woorden wegen.

“Ja, dat is lastig. Ik merk dat ik er steeds minder rekening mee houd, maar de ministerraad, dat is echt een ding – daar moet ik wél rekening mee houden. Ik probeer mezelf alleen niet te censureren, want als ik dat de hele tijd zou doen, raak ik mijn oorspronkelijkheid kwijt. En ik vrees dat ik dan ook mijn ambitie kwijt zou raken. Waarom zit ik hier dan?”

Als cultureel ondernemer was u gewend snel te handelen. Nu hebt u te maken met een ambtenarenapparaat: u moet overleggen, nog een keer overleggen. Wat doet dat met u?

“De snelheid mag er van mij wel wat meer in. Maar het gaat wel over belangrijke zaken, hè. Het gaat over het land! Ik heb een aantal doelen en die probeer ik te bereiken. Als een diesel. In het bedrijfsleven was het een wat snellere motor, maar het voordeel van een diesel is dat-ie gestaag doorgaat.”

Haar woordvoerder onderbreekt: “Je krijgt een boos telefoontje van Rob Jetten als je over die vervuilende dieselmotor blijft praten.”

Uslu lacht. “Zo voelt het wel voor mij. Ik mis de snelheid, maar ik realiseer me dat het vaak niet sneller kan. Er ligt nu bijvoorbeeld een wetsvoorstel voor een nieuwe investeringsverplichting, maar dat zijn lange processen waar je doorheen moet.” Ze kijkt op: “Of is dat niet interessant voor Het Parool? Het gaat wel om de makers, hè.”

De aandacht voor de maker, vindt die zijn oorsprong bij uw oudere zus, de Amsterdamse filmmaker Meral Uslu?

“Ik denk het wel. Ik heb van mijn twaalfde tot mijn negentiende doordeweeks bij Meral in een appartementje in de Jordaan gewoond. Zij zat op de Filmacademie, die toen nog op de Overtoom zat, en ik ging daar elke dag als ik klaar was met school naartoe. Dan zat ik bij Pim de conciërge huiswerk te maken tot zij met haar studiegenoten naar buiten kwam. Ik ging ook naar feestjes, dan stond ik daar met Mike van Diem, Paula van der Oest en die andere, tien jaar oudere filmmakers te kletsen en te dansen. Daar is het zaadje wel gepland, denk ik.”

Uw zus heeft er ook voor gezorgd dat u ondanks een lbo-advies naar het Montessori Lyceum Amsterdam bent gegaan.

“Volgens de directeur van mijn lagere school kon ik beter naar het lbo, zodat ik een beroep had als we naar ons ‘thuisland’ zouden terugkeren. Ik had geen idee waar hij het over had. Door Meral belandde ik op de Montessori Mavo en daarna op het Montessori Lyceum Amsterdam. Jaren later vertelde die directeur me dat hij mij destijds heeft toegelaten omdat ik zei dat ik de eerste vrouwelijke premier van Nederland wilde worden, maar dat dit alleen zou lukken als ik rechten of journalistiek kon gaan studeren. En met een lbo-diploma ging dat niet lukken.”

Heeft Meral u ook de liefde voor kunst bijgebracht?

“Ik ben door Meral meegenomen naar musea over de hele wereld. Zo veel dat ik dacht: ik ga later nóóit meer naar een museum, maar uiteindelijk werd ik museumexpert. Maar het is al eerder begonnen: mijn vader heeft een enorme passie voor cultuurgeschiedenis, en tijdens de reizen die wij iedere zomer maakten – met de hele familie in een busje naar Turkije – werd altijd het verhaal verteld van de landen waar we doorheen reden. In Duitsland ging het over Hitler en de Tweede Wereldoorlog, in Joegoslavië over Tito, in Griekenland over de klassieken. Als we met de boot van Gallipoli naar Troje gingen, vertelde mijn vader altijd over de Trojaanse Oorlog. Bij hem was dat een heel Turks verhaal; pas later op school hoorde ik dat het anders zat.”

Gaat u nu nog weleens ‘gewoon’ naar een museum of de film, of is het alleen nog maar voor werk?

“Ik ga ook nog gewoon. Als ik voor mijn werk ergens naartoe ga, haal ik op. Dan wil ik horen wat er speelt; zijn er dingen die ik moet weten? Ik loop dan ook door een tentoonstelling en zie ook voorstellingen, maar in de eerste plaats gaat het om ophalen van informatie.”

Wat zijn uw favoriete culturele uitjes in Amsterdam?

“Een museum binnenlopen. Ik ga heel graag naar het Rijksmuseum, even kijken bij De vrolijke drinker van Frans Hals en De vrolijke drinker van Judith Leyster – die hangt ernaast. Ik woon er vlakbij. Nee, niet in Zuid, maar in De Pijp. Maar goed, ik loop dus af en toe naar het Rijks. Die vrolijke drinker van Frans Hals kijkt je aan met een blik van: ‘Joh, wat doe jij nou eigenlijk allemaal?’ Hij kijkt uitdagend, maar ook uitnodigend. Het is af en toe best zwaar, maar als ik dan weer naar De vrolijke drinker kijkt, denk ik: oh ja, hier doe ik het voor.

null Beeld Peter Stigter
Beeld Peter Stigter

In 2005 maakte zus Meral Uslu De kinderen van mijn vader, een zeer persoonlijke documentaire over haar vader Ata Uslu, die in de jaren zestig zijn gezin in Turkije achterliet, op zoek naar een toekomst in Nederland. Hier genoot hij met volle teugen genieten van de vrije seksuele moraal, ook toen zijn vrouw en kinderen in Haarlem neerstreken. Meral nam hij mee naar het café, op tafel reciteerde ze gedichten. Maar toen ze een jonge vrouw werd, kreeg ze een uitgaansverbod. Ze liep weg en had jarenlang geen contact met haar familie. In De kinderen van mijn vader probeert Meral – samen met Gunay, die als een soort breekijzer fungeert – de levensloop van haar inmiddels weer op het Turkse platteland wonende vader te reconstrueren. Wat blijkt: vader zocht zijn geluk buiten de deur, met als gevolg dat hij naast zijn vier echtelijke kinderen minstens zo veel buitenechtelijke kinderen verwekte.

Zoals u over De vrolijke drinker praat, doet hij een beetje aan uw vader denken.

Ze lacht. “Dat kan goed kloppen. Ik heb een partner die ook heel vrolijk en luchtig kan zijn. Die zoek ik wel op. Dat heb ik ook wel nodig. Ik neem de dingen vaak heel serieus en ik kan me enorm vastbijten in bepaalde onderwerpen. Dan is het wel fijn om daar eventjes uitgetrokken te worden. Dat doen mijn kinderen ook, die zijn totaal niet onder de indruk van wat ik doe. Dan zeg ik: ‘Prinsjesdag, wil je mee?’ ‘Hoezo?’ zegt mijn zoon dan, ‘wat moet ik daar?’”

En andersom: gaat u met hem naar het voetbalveld?

“Vroeger wel. Kees van Kooten liep daar ook rond, hij was de opa van een jongetje dat met mijn zoon bij Swift speelde. Nadat ze hadden gevoetbald, gooide hij naar elk kind een chocoladereep. Ik was altijd al een beetje verliefd op hem, maar dat vond ik helemaal geweldig. Wat een leuke man.”

“Nu heb ik geen tijd meer om naar het voetbalveld te gaan, maar ik ben nu wel aan het inplannen om met mijn zoon te gaan tennissen. Dat heb ik nog nooit gedaan, hij wil heel graag tennissen, dus dan gaan we samen. Dat wordt nog wat, want ik heb dus eigenlijk gewoon geen tijd. Politiek is al topsport. Ik zou dit werk niet kunnen doen als mijn kinderen nog geen achttien waren geweest. Mijn partner zie ik ook heel weinig. Maar goed, het is gewoon even zo.”

Alles voor de kunsten…

“Zo is het”

Hebt u De kinderen van mijn vader eigenlijk nog weleens teruggekeken?

“Het is heel erg met de billen bloot. Ik heb niet meer teruggekeken. Ik weet dat ik op een gegeven moment aan het schreeuwen was toen er een lammetje werd geslacht. Maar hoezo? Moet ik weer kijken?”

U bent daar wat u nu niet meer bent. U bent daar..

“Totaal vrij!”

Mist u dat?

“Ja. Ja, dat mis ik. Maar ik weet ook dat daar veel tegenover staat. Het is gewoon een keuze die je maakt. Ik ben niet zo van het rouwen; van dit mis ik en dat mis ik. Bij mij is het glas halfvol.”

In de documentaire zegt uw vader dat hij nog dertig jaar leeft, heeft hij woord gehouden?

“Mijn vader en mijn moeder leven allebei nog en ze zijn allebei gezond – ik ben daar heel dankbaar voor. Mijn vader is 86 en zei afgelopen zomer dat hij nog veertien jaar heeft. Hij woont in Turkije, mijn moeder pendelt. Als ik bij mijn moeder ben, ben ik meteen weer een kind. Als ik bij haar op de bank lig, zeggen mijn kinderen: ‘Oké, we hebben geen mama meer. Het is klaar.’ Zo is het. Dat koester ik enorm.”

In de documentaire zit ook een scène met uw halfzus, Seda, die jullie niet echt kennen. Uw broer zegt over de moeder van Seda dat ze een prostituee was, verslaafd aan heroïne.

“Ja, en mijn moeder zegt dan: ‘Oh, wat zijn we allemaal modern.’”

En wat denkt u dan?

“Het is een film van mijn zus. Het is haar film, dus zij bepaalt wat erin komt. Of ik daar blij mee ben, is mijn probleem. Dan had ik me maar niet zo moeten laten meevoeren door Meral.”

Het heeft wel een Gouden Kalf opgeleverd.

“En terecht. Het is een mooie film, juist omdat het zo open en oprecht is.”

Heeft uw zus gevraagd of ze u mag volgen nu u staatssecretaris bent?

“Hoe weet je dat, heb je haar gesproken? Ja, dat wilde ze natuurlijk. Ze heeft het gevraagd. Maar het kan niet. Het kan gewoon niet bij deze functie.”

Hebt u nog contact met uw halfzussen en -broers?

“Nee, ik ben al heel blij als ik mijn zus, broers en ouders en de neven en nichten eromheen zie.”

U woont met uw partner in De Pijp. Wonen de kinderen ook nog thuis?

“Nee, de oudste – onze dochter – woonde al op kamers, twee straten verderop, op de Albert Cuyp. Zij vertrekt deze week naar Londen, waar ze een filmopleiding gaat doen. In de sporen van haar tante, haar oom Hans Polak en haar nicht Sacha Polak, die ook heel mooie films hebben gemaakt. Onze zoon van achttien woont nog wel thuis – hij is dit jaar begonnen met creative business op het hbo – maar die zien we nooit. Als ik thuis ben, is hij de hort op en andersom.”

Zou u ergens anders kunnen wonen?

“Vast, maar ik voel me wel heel erg Amsterdammer. Ik heb mij noch Turks noch Nederlands gevoeld, maar wél Amsterdammer. Ik zat net in de auto te denken waarom ik me zo verbonden voel met Amsterdam. Omdat het mijn thuis is, denk ik, omdat het mijn geheugen is. Als je hier zoals ik bent opgegroeid, loop je opeens door straten waar je in portiekjes op je dertiende stiekem een sigaret hebt gerookt. Of zie je opeens het bankje van je eerste zoen. Dat staat er nog, ik kan echt een herinneringstour door de stad maken.”

Waar was die eerste zoen?

“Op een bankje aan de Prinsengracht. Dat zijn momenten die je voor altijd onthoudt.”

Amsterdam is ook de kunst- en cultuurhoofdstad, maar die kunst heeft het zwaar. Trekt cultuurwethouder Touria Meliani u weleens aan uw mouw? Zo van: denk je wel genoeg aan Amsterdam?

“Nee, dat doet ze niet. Dat hoeft ook niet, want ik heb heel goed contact met Touria. En ik heb ook goed contact met de andere grote steden. Want wat ik wel heb geleerd, is dat er ook veel moois gebeurt buiten Amsterdam – terwijl ik best Amsterdam-minded was. Mijn baan is een fijne manier om de rest van Nederland te leren kennen. Er gebeurt zo veel.”

“Ik denk dat wij moeten gaan,” zegt Uslu’s woordvoerder dan. De dienstauto staat klaar, ze moeten naar W139.

Tot slot dan nog even: is die ambitie om minister-president te worden er eigenlijk nog?

“Nee, die heb ik niet meer. Maar ik heb wel favorieten in het kabinet die het zouden kunnen doen.”

“En met deze cliffhanger beëindigen we dit interview,” interrumpeert de woordvoerder quasi-streng.

“Nee hoor,” zegt Uslu, terwijl ze haar jas aantrekt. “Sigrid Kaag heeft wat mij betreft de capaciteiten om het te doen; de kracht, de intelligentie. Zeker. Of is dit te veel partijreclame?”

null Beeld

Gunay Uslu

25 oktober 1972, Haarlem

1985-1992 Montessori Lyceum Amsterdam (mavo en havo)
1992-1993 Lerarenopleiding geschiedenis (propedeuse), Hogeschool Amsterdam
1993-1996 Nederlands recht (propedeuse), UvA
1997-2001 Master algemene cultuurwetenschappen, afstudeerrichting cultuurgeschiedenis van Europa, variant beleid & management, UvA
2008-2015 PhD/doctoraat, proefschrift ‘Homer, Troy and the Turks: Heritage & identity in the late Ottoman empire 1870-1915’
1997-1999 General manager Corendon International Trade BV, Haarlem
2001-2018 UvA-docent cultuurwetenschappen (erfgoedstudies, museumstudies, cultuurbeleid, management & organisatie – met tussenpozen)
2002-2005 Projectmanager educatie en evenementen Rijksmuseum
2011-2013 Conservator en curator van diverse tentoonstellingen (o.a. Allard Pierson en Amsterdam Museum)
2014-2022 Directeur global hotel development & design Corendon
2018-2022 Bestuurslid en voorzitter raad van toezicht Eye Filmmuseum, adviseur Vereniging Rembrandt, lid raad van advies Allard Pierson, lid raad van advies Het Mauritshuis
2022-heden Staatssecretaris Cultuur en Media

Gunay Uslu heeft een partner en twee kinderen.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden