Plus Reportage

Sportschooleigenaar Tom Bruijnen: ‘Ik ben een slechte ondernemer, maar werk vol overgave’

Tom Bruijnen (56) probeert ondanks alle concurrentie zijn sportschool Sportquest overeind te houden. Met zijn autisme is het de enige plek waar hij zichzelf kan zijn. 

Sportquesteigenaar Tom Bruijnen met zoon Teun. ‘Dit is mijn passie, mijn leven.’ Beeld Lin Woldendorp

“Kom op, Henk. Kom op! Je moet nog even, daarna mag je water drinken.” Op een doorsnee doordeweekse ochtend is het in Sportquest, een bescheiden sportschool met ­ongeveer tachtig leden in Zuid, niet druk. Twee mensen voeren gefocust oefeningen uit met halters, de derde – een man diep in de zeventig – wordt op een hometrainer in de hoek aangemoedigd. Het zweet plakt de grijs-witte haren op zijn voorhoofd.

Het aanstekelijke enthousiasme klinkt in de bulderende stem van Tom Bruijnen, de eigenaar van Sportquest. Hij ziet er gevaarlijker uit dan hij is. Bij binnenkomst steekt hij meteen een van zijn stevige knuisten uit voor een begroeting. Niemand komt zijn zaak binnen zonder een praatje. Bruijnen houdt van de persoonlijke benadering en wil ­altijd weten wie in zijn sportschool is.

Van alzheimerpatiënt en wekelijkse gast Henk mag die aandacht soms wel wat minder. “Ik heb hier geen moment rust,” fluistert hij wanneer Bruijnen een glas water voor hem haalt. Vanuit de andere hoek van de sportschool klinkt na een bulderende lach weer het bekende geluid: “Blijf die benen draaien, ook als ik niet kijk.”

Maatwerk

Sportquest is anders dan andere sportinstellingen. Bruijnen en zijn zoon Teun (22) voelen zich soms Galliërs ­omsingeld door Romeinen. In een maatschappij waarin gezondheid steeds belangrijker wordt, groeien de mogelijkheden om te sporten. Sportscholen, yoga-instellingen, pilatesklasjes, crossfitboxen en bootcampinstructeurs vechten om klanten. In een cirkel van 300 meter rond Sportquest heeft Tom alleen al 23 concurrenten geteld. ­Allemaal potentiële kapers van zijn leden.

Tussen al dat geweld zit dus Sportquest aan de Hobbemakade. De sportschool, die naast Tom en Teun alleen een gewichtheffer uit Iran in dienst heeft, probeert maatwerk te leveren. Of zoals Tom het noemt, als hij achter het bureau in zijn rommelige kantoor gaat zitten: “Iemand sterker maken is als het slijpen van een diamant. Dat vereist persoonlijke aandacht en veel ervaring.”

Tom zit ruim veertig jaar in het vak en lijkt graag te doceren. Ook aan het bureau, met drie vakantiefoto’s achter zich aan de muur, legt de bewegingswetenschapper herhaaldelijk in A- en B-varianten uit waarom sporters afhaken voordat het doel is behaald of waarom fit worden een lang proces kan zijn. De handen bewegen alsof hij een grote menigte moet toespreken. “De mens is van nature lui. Als ik mezelf geen schop onder de donder geef, gebeurt er ook niks.”

Ook Teun is aangeschoven: “Ik heb veel bewondering voor hem. Hij is natuurlijk mijn vader, maar ook mijn baas en trainingsmaat. Ik vergelijk hem vaak met een soort ­magiër. Trainingsproblemen, blessures, hij lost alles voor je op. Het klinkt nu bijna alsof het een kwakzalver is, maar zo is het echt.”

Financiële kopzorgen

Die Amsterdamse magiër dreigt zijn sportschool te verliezen. Althans, dat schrijft zijn vrouw Ellen Kersbergen aan de redactie. Het stemt haar verdrietig dat ‘concurrenten die klanten lokken met stuntprijzen’ de sportschool van haar man verdringen. Ze is geroerd door de strijd die ze haar man ziet strijden. ‘Er is nood aan de man.’

Tom, die inmiddels acht jaar op deze locatie zit, verschuilt zich in eerste instantie nog achter het woeste uiterlijk wanneer gevraagd wordt naar de heikele situatie. “Ik ga nooit wakker liggen van stoppen. Dan begin ik gewoon ergens anders opnieuw.” Hij beschermt zichzelf tegen de financiële kopzorgen en wil als voormalig gewichtheffer geen zwakte tonen. Als zijn zoon het kantoor verlaat, zakt het masker.

“Een bedrijf als dit is watertrappelen, ik blijf een zelfstandige. De grote bedrijven proberen mij van de plek te stoten. Natuurlijk heb ik zorgen over het voortbestaan van Sportquest. Mensen moeten ons blijven waarderen en willen betalen voor onze kennis en inzet. Je bent afhankelijk. Ik kan maar een ding doen: passie overbrengen en mensen sterker maken.”

Op dagen dat Tom van zeven uur in de ochtend tot tien uur in de avond in de sportschool staat, is hij het liefst elke seconde met sporters bezig. Vanwege zijn autisme is het volgens zijn vrouw misschien ook wel de enige plek in de arbeidsmarkt waar hij echt functioneert.

Tom kijkt zwijgend naar zijn handen op het houten ­bureau voor hij reageert. De stoere spierbundel blijkt kwetsbaar te zijn. “Ik ben hier omdat dit het enige is wat ik kan en leuk vind. Het klopt wat mijn vrouw zegt. Dit is mijn passie, mijn leven. Ik ben hier niet om geld te verdienen, dat interesseert me niets, ik heb geen Mercedes nodig.”

Teun heeft weer plaatsgenomen tegenover zijn vader en knikt bevestigend als Tom vervolgt: “Mijn autisme, wat kan erover zeggen? Ik heb me altijd kunnen redden, maar je kan van mij niet verwachten dat ik aanvoel dat je een slechte dag hebt gehad. Ik zie en voel dat niet. En nodig me vooral niet uit voor een feestje, ik vind er niks aan.”

Het wordt duidelijk waarom Sportquest, het logo staat getatoeëerd op Teuns schouder, onmisbaar is in het leven van Tom. “Dit is de enige plek waar ik wel met mensen kan omgaan. Mijn sociale leven is verbonden aan deze sportschool. Nee, mijn sociale leven ís de sportschool. Hier ben ik thuis, hier ben ik mezelf. Ergens anders werken gaat niet.”

Eergevoel

Zelfs als de voormalig gemeentelijk beleidsmedewerker sport de deuren van Sportquest moet sluiten, zou hij niet voor iemand anders gaan werken. De situatie is inmiddels wel zo dat over elke uitgave, hoe klein ook, moet worden nagedacht. “Voor het pand wil ik een luchtreinigingssysteem aanschaffen, mijn leden verdienen de schoonste lucht. Het zou me 12.000 euro kosten, maar de bank heeft nee gezegd. Ik kan zo’n klapper niet zelf financieren.”

Ook de bedrijfswagen is aan vervanging toe. “De wagen rijdt bijna niet meer, helemaal stuk. Ik kan de reparatie gewoonweg niet betalen. Alleen als ik mij in de schulden stort. Maar dat wil ik niet voor een auto. Noem het een kwestie van eergevoel.”

Voor een kleine partij als Sportquest is het lastig om nieuwe aanwas te krijgen. Er zijn geen opvallende wervingsacties, er worden geen mensen benaderd en budget voor adverteren ontbreekt. “Marketing is niet mijn ding,” erkent Tom. “Vroeger waren er geen duizend concurrenten. Iedereen in Amsterdam wist mij te vinden voor sportbegeleiding. Dat is niet meer zo. Ik ben gewoon een slechte ondernemer, maar ook iemand die met volle overgave met mensen werkt.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden