PlusDierenrijk

Smaug (5) de kat

Het Parool
Smaug. Beeld Isabella Rozendaal
Smaug.Beeld Isabella Rozendaal

Smaug (5), abessijn, Centrum

Paco Ayuda vernoemde Smaug naar de draak uit The Hobbit. “Hij heeft van die drakenogen als het zonlicht erin valt.” Smaug heeft veel energie: “Hij rent rond en springt op je nek, liefst op momenten dat het niet goed uitkomt, zoals tijdens het koken. Hij is nogal onhandig: als hij springt, twijfelt hij, dan doet hij het maar half. Hij valt geregeld van mijn schouders, dus hij mag niet naar buiten, op die glibberige daken. Als ik per ongeluk het raam openlaat, sprint hij naar buiten. Hij komt helemaal spinnend en gelukkig terug.”

Snorrie.
 Beeld Isabella Rozendaal
Snorrie.Beeld Isabella Rozendaal

Snorrie (3 maanden), bruine rat, IJburg

Daniël Moolhuizen heeft twee ratjes, Snorrie en Morrie. Er was ook nog een Schorrie, maar die is al overleden. “Het is beter voor de ratjes om er meer dan één te hebben. We hebben vrouwtjes genomen, die zijn iets minder aanhankelijk dan mannetjes, maar ze stinken minder. Eigenlijk zijn het extreem schone dieren, ze zijn echt zestien uur per dag bezig om zichzelf te poetsen! Ik zou niet iedereen aanraden om ze te nemen, want je moet ze veel aandacht geven, anders kunnen ze heel schuw worden. Ze zijn goed met mensen, maar je moet er wel wat voor doen.”

Bebe. Beeld Isabella Rozendaal
Bebe.Beeld Isabella Rozendaal

Bebe (21), huiskat, Rivierenbuurt

Volgens Joan Gannij is Bebe een levenslustige kat, ook nog op deze hoge leeftijd. “Ze is een vamp. Als ze een vrouw was, zou ze een sigaartje roken en een cognacje drinken. Elke keer als ik bij de dierenarts kom, zijn ze verbaasd dat ze nog zo actief is. Sinds haar eeneiige tweelingzus Kookie dood is, is zij de koningin van het huis. Ze is inmiddels doof, maar we komen er wel uit qua communicatie. Ik kan gebaren met mijn handen, dan komt ze. En zij laat me met één nageltje weten dat ze aandacht wil.”

Patta. Beeld Isabella Rozendaal
Patta.Beeld Isabella Rozendaal

Pata (2), podenco, Flevopark

Op vakantie in Spanje zijn Carolijn la Roij en Janneke van Gestel met hun kinderen naar het asiel gegaan. “We dachten dat ze voor een pup zouden vallen,” zegt La Roij, “maar met Pata was het liefde op het eerste gezicht. Van alle honden was ze de enige die niet zenuwachtig aan het blaffen was.” Pata was vermagerd en haar nek was kaal omdat ze een jaar aan de ketting had gelegen. “Nu is ze een ontzettende knuffelhond: ze wil alle gemiste liefde inhalen. Podenco’s zijn echte renners. Als ze achter de konijnen aan gaat, ben je haar kwijt!”

Pleun. Beeld Isabella Rozendaal
Pleun.Beeld Isabella Rozendaal

Pleun (6), Vlaamse reus, Frederik Hendrikbuurt

Erwin Joosten en zijn vrouw Iwana kochten Pleun bij een konijnenboer. “Ze had nog nooit daglicht gezien en zat in een donker hok met alleen een peertje. Toen ze eenmaal bij ons was, waar ze los in de tuin mag lopen, had ze echt zoiets van: wat ís dit? Ze is het liefste konijn dat er is, maar heeft wel kwaaltjes. Ze is deels verlamd geraakt door een parasiet en ze heeft iets aan haar poot, waardoor ze moeilijk loopt. ’s Avonds ­kijken we met z’n allen tv. Dan komt ze bovenop je liggen en wil ze uren geaaid worden.”

Boontje. Beeld Isabella Rozendaal
Boontje.Beeld Isabella Rozendaal

Boontje (12), Ragdollmix, Borneo-eiland

“Voordat Boontje in ons leven kwam, hadden we een grote Noorse ­boskat: Beer,” zegt Juul Bovenberg. “Ook zo’n kat met veel haar. We namen Boontje om hem te vervangen. Maar Boontje is nooit de schootkat geworden die Beer was. Wij doen er niet toe, hooguit ‘mag’ je naast hem liggen. Hij leidt een totaal eigen leven. Elke kat die hij ziet, valt hij direct aan. De wereld is tegen mij, straalt hij uit. Hij gaat ook niet echt naar buiten, behalve om in de plantenbak van de buren te kakken. Waar hij blij van wordt? Met rust gelaten worden.”

Pleamar. Beeld Isabella Rozendaal
Pleamar.Beeld Isabella Rozendaal

Pleamar (5), ras onbekend, Oosterpark

Toen Agustín Buonamico nog in ­Patagonië (Argentinië) woonde, wandelde hij op een avond met zijn vriendin naar een supermarkt. Daar kwamen ze Pleamar tegen. “Ze was een straathond. Ze liep met ons mee naar huis en is bij ons gebleven. Het was in de buurt van een strand dat bij vloed altijd onder water komt te staan, dus hebben we haar Pleamar genoemd, dat is het Spaanse woord voor vloed. Ze is tegen iedereen vriendelijk en voor niemand bang. We denken dat ze zo is omdat ze zo mooi was, dat mensen altijd aardig tegen haar zijn geweest.”

Nasi en Noedels. Beeld Isabella Rozendaal
Nasi en Noedels.Beeld Isabella Rozendaal

Nasi (5 maanden) en Noedels (5 maanden), Cavia’s, Oud-Zuid

Ava Koudijs (10) wilde haar cavia’s eigenlijk Pizza en Pasta noemen. “Maar toen ik ze zag, koos ik toch voor Noedels en Nasi, omdat die wit en bruin zijn. Noedels is fanatieker dan Nasi: zodra ze hun huisje uit is, wil ze overal op klimmen. Dan loopt Nasi achter haar aan. Maar als ze binnen zijn, is Nasi de baas. Ze vinden het allebei heel lekker om geknuffeld te worden. Het is best veel werk om ze te verzorgen, maar als je dan die schattige piepgeluidjes hoort, weet je dat je het voor een goed doel doet.”

Elvis. Beeld Isabella Rozendaal
Elvis.Beeld Isabella Rozendaal

Elvis (17), huiskat, Scheldebuurt

Ooit was Elvis een forse kater, zegt Martine Kuyper, maar nu weegt hij nog maar tweeënhalve kilo. “Hij zit al twaalf jaar aan de prednison – als hij doodgaat, kan hij bij het klein ­chemisch afval. Hij heeft vergroeide poten en een slecht hart en heeft last van epileptische aanvallen. Hij heeft nog maar een halve tand en kan zich niet meer zo goed wassen, dus hij stinkt nogal. De dierenarts is steeds weer verbaasd dat hij nog leeft. Hij is er qua karakter wel op vooruitgegaan. Vroeger was hij erg buiig, nu vindt hij alles prima. Hij gaat zelfs bij bezoek op schoot.”

Pim. Beeld Isabella Rozendaal
Pim.Beeld Isabella Rozendaal

Pim (2), huiskat, Rivierenbuurt

Lara (25) en Anne Welling (23) zijn verzot op de kat van hun moeder ­Esther Grégoire. Lara: “Pim is verliefd op haar. Als ze thuiskomt, is hij door het dolle heen, dan gaat hij mekkeren. Dat praten doet hij alleen tegen haar. Op mannen heeft hij het niet zo, die valt hij aan.” Anne: “We weten niet wie zijn vader is, misschien is het wel zo’n grote Maine Coon. Toen Pim nog een kitten was, bleef hij maar groeien. We dachten: wanneer stopt het? Maar als je hem aait, blijkt hij niet zo groot als hij ­eruitziet.” Lara: “Die vacht is ­gewoon niet normaal.”

Yelly en Bluwey.
 Beeld Isabella Rozendaal
Yelly en Bluwey.Beeld Isabella Rozendaal

Yelly (4) en Bluwey (leeftijd onbekend), grasparkieten, Watergraafsmeer

Orla Canavan zocht een maatje voor haar geadopteerde vogel Bluwey en vond Yelly bij een dierenopvang in Maassluis. “Ik moest ver van huis zoeken, omdat ik een vrouwtje voor hem wilde en je in de opvang vooral mannetjes vindt. Bluwey is vernoemd naar zijn blauwe kleur, maar Yelly heet zo vanwege haar geluid. Toen ze hier net kwam, kon ze maar één geluid maken en dat ging door merg en been. Ze was in het begin erg bang voor mensen, maar ze doet steeds meer Bluwey na. En die is net een hond.”

Gypsy. Beeld Isabella Rozendaal
Gypsy.Beeld Isabella Rozendaal

Gypsy (8 maanden), Bengaal, Flevopark

Nadat Ashraf Daoud zes jaar geleden zijn thuisland Syrië had ontvlucht, kreeg hij de kans een leven op te bouwen in ­Amsterdam. Na een studie aan de UvA werkt hij nu in de communicatie. Hij is hier helemaal gesetteld, zegt hij, mét huisdier. “Mijn kat is net als ik: knuffelig, maar ook nieuwsgierig. Hij neemt ­risico’s, gaat graag mee naar buiten en zelfs kamperen. Vanwege al die eigenschappen heb ik hem Gypsy genoemd.”

Ted. Beeld Isabella Rozendaal
Ted.Beeld Isabella Rozendaal

Ted (10 maanden), Vizsla draadhaar, Bos en Lommer

Ted is een vrouwtje, maar Anne­marie Rotteveel vernoemde haar naar Ted de Braak. “Vanwege die mooie snor! Ze is zo lief, ik word altijd vrolijk van haar. Maar ze kan niet ­alleen zijn, dat is wel een probleem. Als ik ga paardrijden op Geuzen­eiland, past mijn zus daarom een dagje op. Ze noemen Vizsla’s ook wel ‘klittenbandhonden’: als ik thuiswerk, ligt ze altijd met haar hoofd op mijn voeten. Het wordt steeds moeilijker om haar de bench in te krijgen, want ze weet precies wanneer ik wegga.”

Dittie. Beeld Isabella Rozendaal
Dittie.Beeld Isabella Rozendaal

Dittie (11), Siamees, Rivierenbuurt

Matrija Scharff kocht op haar achttiende een siamees, zonder iets over het ras te weten. ­“Siamezen zijn erg aanwezig, willen constant aandacht. Als je niet de hele dag katten van je af wilt schuiven, zelfs als je op de wc zit, moet je er niet aan beginnen.” Toch wil ze nooit meer iets ­anders dan siamezen, hoewel zulke raskatten ook vaak last hebben van genetische afwijkingen. “Mijn eerste kat ging binnen zeven jaar dood aan een nierziekte en bij Dittie moest ik voor duizend euro al haar tanden laten verwijderen.” Broodfokkers wil ze niet steunen. “Eigenlijk neem ik ­alleen nog katten die een herplaatsing nodig hebben.”

Neo. Beeld Isabella Rozendaal
Neo.Beeld Isabella Rozendaal

Neo (4), Jack russell-mix, Centrum

Neo is door vrienden van Margot Pol als pup bij het vuilnis gevonden in Zuid-Frankrijk. Pol adopteerde hem en binnen de kortste keren kregen zij en Neo een sterke band. “Ik heb gewoon meer met hem dan met mijn poezen, ik ben toch een hondenmens. Je kan met hem samenwerken, oefenen en spelen. Neo wil met iedereen spelen, maar de katten zijn daar niet van gediend. En als ze iets stouts doen, komt hij bij mij snitchen. De verrader!”

Frits. Beeld Isabella Rozendaal
Frits.Beeld Isabella Rozendaal

Frits (1), Franse hangoor, Bellamybuurt

In 2019 verhuisde Renée Schmitz van Maastricht naar Amsterdam om aan haar PhD te beginnen en nam ze haar eerste eigen huisdier: Frits. “Ik kreeg hem het weekend voor de eerste lockdown. Hij was niet bedoeld als coronakonijn, maar het kwam goed uit: ik was tweehonderd kilometer van huis en had nog geen ­sociaal netwerk opgebouwd. Zo had ik in ieder geval iemand om tegen te praten. Maar die grote vriendelijke reus heeft veel aandacht nodig. Zodra ik thuiskom, wil hij geaaid worden. Gelukkig zijn mijn werk­omstandigheden zo dat ik de komen­de jaren genoeg tijd voor hem heb.”

Maggie (6 maanden, links) en Eddie (6 maanden). Beeld Isabella Rozendaal
Maggie (6 maanden, links) en Eddie (6 maanden).Beeld Isabella Rozendaal

Maggie en Eddie (6 maanden), Sphynxen, Dapperbuurt

Anita Franklin heeft twee heel ­verschillende katten. Maggie (links) is ­o­ntzettend lief, zegt ze. “Eddie ook, maar hij is veel avontuurlijker. Hij is van vierhoog uit het raam gevallen en heeft zijn poot gebroken. Hij mag nu voor het eerst in weken uit de bench en is gelukkig weer helemaal oké. Het raam stond maar een klein stukje open, hij heeft zich echt door een kiertje gewurmd. Die val heeft me tweeduizend euro gekost. Het is maar goed dat hij zo lief is. Moet je je voorstellen dat je dat moet betalen voor een kat die dat niet is.”

Dex. Beeld Isabella Rozendaal
Dex.Beeld Isabella Rozendaal

Dex (2), labrador, Houthavens

Carolien Rieffe en Dex struinen elke dag de oevers van de Houthavens af, op zoek naar plastic. “Het begon toen we nog bij de grachten woonden, daar lagen overal flesjes die de toeristen hadden achtergelaten. Hij vond het leuk die op te pakken, en als we bij een prullenbak kwamen, moest hij ze afgeven. Dan ging hij weer op zoek naar de volgende. Toen we hier in de Houthavens ­kwamen, vonden we elke dag wel vijf tot tien flesjes. Nu met corona zijn het er minder, want er zijn minder toeristen. Maar er zijn nog wel jongeren die hier ’s avonds hangen. En Dex vindt nog steeds niks leuker dan dingen ophalen.”

Bobbie.  Beeld Isabella Rozendaal
Bobbie.Beeld Isabella Rozendaal

Bobbie (1), Nederlandse hangoordwerg, Oud-West

Eva Maria Langeler wilde eigenlijk een hond, maar daar was haar appartement, met steile trappen, niet geschikt voor. “Ik kwam erachter dat je konijnen gewoon vrij rond kunt laten lopen. Vroeger had ik ook konijnen, maar toen dacht ik alleen maar: ugh, ik moet het hok schoonmaken. Het klinkt gênant, maar nu zijn ze echt mijn kinderen. Ze krijgen de beste zorg en het duurste eten. De dierenarts zei dat er in Amsterdam eigenlijk te veel ijzer in het water zit en dat ze mineraalwater zouden moeten krijgen, maar dat gaat zelfs mij te ver. Dat drink ik zelf toch ook niet?”

Coco. Beeld Isabella Rozendaal
Coco.Beeld Isabella Rozendaal

Coco (9), Exotic persmix, Oud-West

Morgan Mansvelt Beck houdt van ‘alles wat fluffy is’, dus kocht ze een langharige raskat. “Coco was net een wandelend kussentje. Maar dat borstelen gaat nog niet zo makkelijk, en haar zachte haar gaat zo klitten dat het haar pijn doet en in haar ­bewegingen belemmert. Twee keer per jaar komt iemand aan huis om haar kort te trimmen. Daarna is ze een paar uur boos, maar dan loopt ze rond als iemand die slecht ziet en voor het eerst een bril op heeft.”

Pluisje. Beeld Isabella Rozendaal
Pluisje.Beeld Isabella Rozendaal

Pluisje (8), Somali, IJburg

’s Avonds komt Pluisje altijd bij ­Valentijn Moolhuizen liggen. “Ik ben de enige in huis bij wie ze dat doet. Ze is ’s avonds liever dan overdag, dan is ze meestal boos of chagrijnig.” Naast Pluisje zien we een opgezette bever. “Op een avond ging de bel en stond die bever voor de deur. Hij was van onze buren, die wilden hem kwijt. Om elf uur zetten ze hem neer, belden ze aan en zijn ze weer weggegaan. Eerst dacht ik dat het een grote kat was, ik schrok me rot! Maar Pluisje was niet gechoqueerd.”

Jara. Beeld Isabella Roozendaal
Jara.Beeld Isabella Roozendaal

Jara (9), Duitse herder, Nieuwe Meer

Oscar Kuhuwael woont al sinds 1986 op een woonboot en heeft daar ­altijd herders gehouden. “Jara is al mijn vierde hond. Ik heb een rondvaartboot en ze vindt het geweldig om daarmee te varen. Dan gaat ze in de schaduw op de zijkant van de boot liggen. Ze gaat elke dag hele stukken zwemmen, liefst hier bij de Nieuwe Meer. Dat is goed voor haar gewrichten: als herder heeft ze meer beweging nodig dan een andere hond. Als ze die niet krijgt, raakt ze vreselijk gefrustreerd. En zwemmen houdt haar schoon.”

Betty (6). Beeld Isabella Rozendaal
Betty (6).Beeld Isabella Rozendaal

Betty (6), cavia, Marnixbuurt

Betty is eigenlijk een langharig ras, een Peruvian cavia, gefokt met speciale kruinen in het haar. Maar Irena Ruben, visagist, knipt haar liever kort. “Ik wil die lieve oogjes en oortjes zien! In het begin werd ze weleens boos, ik heb nog een litteken van de keer dat ze in mijn vinger hapte. Maar nu is ze het gewend. Als de fokkers dit zagen, zouden ze het vreselijk vinden. Maar ze werd geboren met de verkeerde kruin op haar kont, dus voor de fok was ze toch niet geschikt. Dan zijn ze ‘voor de knuffel’.”

Tank (5) en Snips (1). Beeld Isabella Rozendaal
Tank (5) en Snips (1).Beeld Isabella Rozendaal

Tank (5) en Snips (1) Franse bulldog en dwerghamster, Centrum

Toen Tank bij Ron van Bommel terechtkwam, was ze er slecht aan toe. “Ze was gekocht als cadeau voor een klein kind en heeft haar eerste jaar vooral in een bench doorgebracht. Haar achterpootjes deden het niet goed, haar oren waren ontstoken, ze was vermagerd. Ik heb heel veel met haar gelopen, korte afstanden, en na drie maanden was het weer goed. Nu jaagt ze overal achteraan. Maar gelukkig laat ze de cavia’s en hamsters van haar hon- denoppas met rust.”

Gijsje (3). Beeld Isabella Rozendaal
Gijsje (3).Beeld Isabella Rozendaal

Gijsje (3) Maine coon, IJburg

Albert Moolhuijzen is altijd blij als ­Gijsje aandacht wil. “Ze is zo aaibaar! De eerste paar jaar was ze nog helemaal niet knuffelig, dit laatste jaar is ze dat wat meer geworden. Ze komt nu een kwartiertje bij je liggen, maar dan is het ook klaar. Dus als ze bij je komt, is het heel speciaal. Ik vind het leuk dat ze altijd zo lekker zichzelf is. Onze andere katten willen altijd ­bovenaan staan in de pikorde, maar ook daar doet ze niet aan mee. Gijsje doet precies waar ze zin in heeft.”

Sparky (1). Beeld Isabella Rozendaal
Sparky (1).Beeld Isabella Rozendaal

Sparky (1), Australische terriër, Houthavens

Marlies Schijven wilde graag een hond, maar haar vriend Remco Bruggink had zijn bedenkingen. “Ik ben niet met honden opgegroeid. In de Achterhoek had je vooral van die grote rottweilers en herders op de erven, daar fietste ik niet graag langs. Dat ging ook weleens mis, dan hoorden we enge verhalen.” Maar binnen drie weken was Sparky echt zíjn hondje, zegt Marlies. “Ik mocht er nog net bij zijn. Sparky is ook echt alleen maar leuk. Ze heeft nog nooit gegromd, is nog nooit chagrijnig geweest. Ze is gewoon van plezier gemaakt.”

Jefry (3). Beeld Isabella Rozendaal
Jefry (3).Beeld Isabella Rozendaal

Jefry (3), Ducorps’ kaketoe, Holendrecht

Irsjaad Sloot en zijn vriendin Neelam Gowrie wilden een huisdier waarmee je een hechte band kunt opbouwen, en die lang leeft. “Ik wil niet de hele tijd afscheid nemen van een huisdier,” zegt Sloot. “Ik zie echt mijn karakter terug in Jefry, hij neemt zelfs mijn intonatie over. ‘Hé Google, speel FunX-reggae af’, zegt hij al.” Toch is Jefry meer op Gowrie gericht. “Mij ziet hij als een speelmaatje, haar ziet hij echt als zijn partner. Hij wordt ook jaloers. Als ik Neelam knuffel, komt hij op haar schouder tussen ons in zitten.”

Tony (11). Beeld Isabella Rozendaal
Tony (11).Beeld Isabella Rozendaal

Tony (11), Gemengd ras, Bos en Lommer

“Tony is een lieve kater,” zegt Raquel Remondo Gomez. “Hij is de grootste knuffelkont. Daarnaast wil hij maar één ding: twintig keer per dag onder de douche. Elke keer als je naar de badkamer gaat, sprint hij achter je aan. Dan moet je de douche even aanzetten en weer dichtdraaien. Dan gaat hij badderen. Daarna komt hij met zijn kletsnatte kont weer op bed zitten. Als ik onder de douche ga, zit hij rustig een kwartier te wachten tot ik klaar ben. Zelfs als ik ’s nacht ga plassen, komt hij mee.”

Stella. Beeld Isabella Rozendaal
Stella.Beeld Isabella Rozendaal

Stella (7), Heidewachtel, Flevopark

Waar jager-verzamelaar Ellen ­Mookhoek is, is Stella ook. “Stella is mijn extra zintuig. Door haar krijg ik zoveel meer informatie. Als ik buiten op een wildplukwandeling ben, weet ik altijd of er iemand aankomt.” Mookhoek leidde Stella op tot jachthond. “Die training was een enorme cursus in positief leidinggeven. ­Motiveren, motiveren, motiveren. Ik vond het moeilijker dan mijn kind opvoeden. Nu is ze beter opgevoed dan de meeste honden. Als andere honden opdringerig zijn, naar haar of naar mij, pikt ze dat niet. Ze kan beter overweg met andere jacht­honden.”

Leticia (4). Beeld Isabella Rozendaal
Leticia (4).Beeld Isabella Rozendaal

Leticia (4), Britse korthaar, Centrum

Twee jaar geleden verhuisde Nancy Choi van Amerika naar Amsterdam voor een baan. Meer dan de helft van die tijd leefde ze in lockdown. “Leticia is echt een quarantainekat. Ik deed al jaren onderzoek naar katten en zocht een raskat, omdat ik allergisch ben. Ze was een fokpoes, haar laatste zwangerschap was zwaar. Maar ze is er goed uitgekomen! Dankzij haar swagger en zelfvertrouwen ben ik niet gek geworden. Ik maak me best zorgen over hoe dat moet als ik straks weer naar kantoor ga en meer menselijke vrienden krijg. We zijn totaal codependent.”

Kashmir (2) Beeld Isabella Rozendaal
Kashmir (2)Beeld Isabella Rozendaal

Kashmir (2) Arabisch volbloedpaard, Oostzaan

Thierry Oldenburg (17) heeft na zeven paarden te hebben gehad nu ook Kashmir gekocht. “Toen ik 10 was, begon ik met springen, op wereldtoppaarden. Op mijn 13de kreeg ik een ongeluk; het paard overleed. We sloegen achterover, er ging een mestvork door zijn achterbeen. Was ie maar door mijn been gegaan! Ik heb vier jaar niet gereden. Door mijn vriendin maakte ik kennis met ara- bieren. Toen ik er voor het eerst op zat, vond ik het niks. Ik was grotere paarden gewend, warmbloedig. Maar na veel buitenritten ben ik toch doorgegaan.”

Hamsis (5 maanden) Beeld Isabella Rozendaal
Hamsis (5 maanden)Beeld Isabella Rozendaal

Hamsis (5 maanden) Syrische hamster, IJburg

Daphne Roos voelde door de lockdown de drang om een huisdier voor de kinderen te kopen, en dat werd Hamsis. “Zo’n hamster wordt maar een paar jaar oud, dus dat is te overzien. Ik draai natuurlijk wel op voor het schoonmaken van het hok, en dat is prima, maar als dit klaar is, gaan we weer downgraden. Het leukste aan Hamsis is hoe ze haar wangzakken volstopt met eten, tot ze net zo breed als lang is. Die flinterdunne oortjes, die heldere kraaloogjes, het is gewoon een heerlijk beestje.”

George Clooney (5). Beeld Isabella Rozendaal
George Clooney (5).Beeld Isabella Rozendaal

George Clooney (5), Yorkshireterriërmix, De Baarsjes

Denyse Kollof wilde al jaren een hond, en toen ze een foto zag van George (naar Clooney vernoemd vanwege zijn volle wenkbrauwen), was ze verkocht. “Hij stond al met zijn koffertje klaar in Spanje om in Nederland geadopteerd te worden, maar die adoptie kon niet doorgaan. Dus zochten ze een nieuw baasje voor hem. Ik nam mijn vriend mee naar een brouwerij, voerde hem ­precies genoeg biertjes en liet hem de foto zien. Dat klinkt misschien ­impulsief, maar hij wist waar hij aan begon, want hij heeft al eerder ­honden gehad. Het is een enorme verantwoordelijkheid.”

Theo. Beeld Isabella Rozendaal
Theo.Beeld Isabella Rozendaal

Theo (11 maanden) Mix Brits langhaar en heilige Birmaan, Oud-Zuid

Volgens Nathalie Koolhoven is Theo een lieve en makkelijke, maar niet altijd even frisse kat. “Vroeger gaven we hem rauw vlees. We hadden gehoord dat dat beter voor hem zou zijn, maar daar ging hij enorm stinkende scheten van laten. Nu we weer gewoon voer geven, heeft hij daar geen last meer van. Al komt hij nu vaak thuis met zijn vacht onder de vuilnis, stinkend naar vis. Dan heeft hij weer sushi gehaald bij het restaurant van de overburen.”

Gordo, Rocco en Lola. Beeld Isabella Rozendaal
Gordo, Rocco en Lola.Beeld Isabella Rozendaal

Gordo (1), Lola (4) en Rocco (4) Husky’s, Plantagebuurt

Gijs van den Oever woont met een familie van honden: Rocco, diens zusje Lola en haar zoon Gordo. “Ik laat ze altijd loslopen, daar heb ik al aardig wat bekeuringen voor gehad. Toen Lola haar nestje kreeg, hadden we acht pups. Die liepen allemaal met ons mee. Ik heb ze gehouden tot ze vier maanden waren. Het was alsof ik in een hondenhok woonde. Op een gegeven moment werd ik er echt depressief van. Het was ver- schrikkelijk, maar ook te gek.”

Shai. Beeld Isabella Rozendaal
Shai.Beeld Isabella Rozendaal

Shai (3), Koningspython, Molenwijk

Adriana Soteiro is gek op dieren. “Als het zou kunnen, zou ik een van elke diersoort hebben. Behalve insecten.” Ze weet niet zeker of het wel goed gaat met Shai: “Ze eet niks meer! Al weken niet. We zijn naar de dierenarts gegaan, maar het is moeilijk te zeggen hoe het gaat. Ze zou namelijk wel een jaar zonder eten moeten kunnen en ze verliest geen gewicht. We gaan toch maar een andere muizensoort proberen. Als alles goed gaat, moet ze de 30 jaar kunnen halen.”

Tommy. Beeld Isabella Rozendaal
Tommy.Beeld Isabella Rozendaal

Tommy (3), Abessijn, Silodam

Elly Waaijer en haar partner Piet Oomes hebben altijd katten gehad. Ze hebben er nu twee, maar zoeken er alweer een derde bij. “Ik hou van die warmte in huis, dat je wakker wordt en er altijd wel ergens een kat is. Deze twee zijn meer op mensen gericht dan de vorige. Het zijn echte vrijkousen en willen altijd bij je ­zitten. Tommy loopt me overal als een hondje achterna. En hij is echt een vuilnisemmer: gek op olijven en zelfs sperziebonen, als je het toelaat eet hij er zo vijf rauw op.”

Kilo. Beeld Isabella Rozendaal
Kilo.Beeld Isabella Rozendaal

Kilo (3), Mastino napoletano, Czaar Peterbuurt

René Piqué en zijn dochters kozen Kilo omdat ze op de hond uit de Harry Potterfilms lijkt. Mastino napoletano’s werden ooit door de Romeinen gefokt om mee naar het front te gaan, maar als we Kilo loom op de bank treffen, is dat moeilijk voor te stellen. “Ze doet geen vlieg kwaad en is megaknuffelig.” Grote hondenrassen leven aanzienlijk minder lang en kunnen ernstige gezondheidsproblemen krijgen. “Kilo is gelukkig gezond, ze heeft nooit wat. Ze eet anderhalve kilo vlees per dag, maar heeft wel weinig energie. Lang wandelen vindt ze helemaal niks.”

Quinn en Koblenz. Beeld Isabella Rozendaal
Quinn en Koblenz.Beeld Isabella Rozendaal

Quinn (17) en Koblenz (17), Gelderlanders, Aalsmeer

Tien jaar reden Gerard Rikkelman, Quinn (links) en Koblenz (rechts) met hun koets door Amsterdam. “Het zijn echte stadspaarden: een helikopter die naast ze landt op de Dam doet ze niks, maar in het bos schrikken ze van elk dwarrelend blaadje. In 2019 wilde de gemeente ons geen vergunning meer verstrekken. Ik had nog op die laatste paar jaar gerekend om ze een goed pensioen te kunnen geven. Dat is nu heel moeilijk te betalen. Maar ik zal ze nooit wegdoen. Het zijn mijn collega’s. Al die jaren zijn we samen geweest.”

Easy (1,5). Beeld Isabella Rozendaal
Easy (1,5).Beeld Isabella Rozendaal

Easy (1,5), Bullterriër, Plantagebuurt

Joris Bakker wilde zijn hele leven al een bullterriër. “Ik heb eerst adoptiehonden genomen. Ik dacht dat dat makkelijker zou zijn, maar ik had er mijn handen vol aan. Daarna durfde ik een terriër wel aan. Easy is gefokt door iemand die een jaar met haar getraind heeft, en voordat ik haar mee mocht nemen, moest ik ook een week in training.” Easy gedraagt zich voorbeeldig, oogt bijzonder ontspannen. “Ik had gehoopt dat mijn andere hond dit gedrag zou overnemen. Dat is helaas niet gebeurd, die is nog steeds hyper. Toch zijn mensen vaak nog steeds banger voor Easy.”

Boefje (12). Beeld Isabella Rozendaal
Boefje (12).Beeld Isabella Rozendaal

Boefje (12), Huiskat, Terrasdorp

“Boefje kwam zes jaar geleden bij ons aanlopen,” zegt culinair historicus Charlotte Kleyn. “Volgens de dierenarts was hij toen al een jaar of zes. Na een paar jaar zei de buurvrouw: ‘Dat is Felix, van de buurman vijf deuren verderop!’ We wisten lange tijd niet precies welke buurman dat was, en dat wilde ik eigenlijk niet weten. Inmiddels weet hij ervan en vindt hij het prima zo. In de zomer gaat Boefje altijd onder de rozemarijnstruik liggen in de tuin, dan ruikt hij heerlijk! Dan zeg ik altijd, ‘Boefje, ik ga je in de oven doen!’”

Noenoe (3) Beeld Isabella Rozendaal
Noenoe (3)Beeld Isabella Rozendaal

Noenoe (3), Australische herder, Amstelveen

Simone van Dijk wilde graag een Australische herder – omdat ze zo mooi zijn. “De fokkers zeiden: ‘Als hij 3 is, heb je de perfecte hond. Tot die tijd zijn het draken.’ Hoe erg kan het zijn, dacht ik? Het eerste halfjaar liep ik alleen in trainingsbroeken, hij heeft alles stukgebeten. Trucjes leerde hij snel – hij is heel slim – maar ­gedrag aanleren ging moeizaam. Ik kon niet tot hem doordringen. Ik heb hem wel honderd keer bijna op Marktplaats gezet. Maar ze hadden gelijk, nu is hij eindelijk rustig. Nou maar hopen dat hij lang leeft!”

Rammie (10 maanden). Beeld Isabella Rozendaal
Rammie (10 maanden).Beeld Isabella Rozendaal

Rammie (10 maanden), Zwartblesschaap, Nes aan de Amstel

Silas Borgen (10) en zijn buurmeisje Louise Huisman (10) hebben ­Rammie samen opgevoed. Rammies moeder kon hem geen melk geven, dus mochten ze hem in huis nemen en met de fles grootbrengen. Dat moest coronaproof en dus om de beurt – ook ’s nachts. “Ik maakte mijn huiswerk met Rammie op schoot,” zegt Borgen. Mannelijke schapen gaan in principe naar het slachthuis, maar Rammie hebben ze vrij­gekocht. Inmiddels staat hij met een ander schaap in de wei. “Maar als hij op bezoek is, doet hij nog steeds graag zijn kop op onze schoot.”

Puk (3). Beeld Isabella Rozendaal
Puk (3).Beeld Isabella Rozendaal

Puk (3), Huiskat, Watergraafsmeer

Henk van Drie werkt voor Stichting Zwerfkat en heeft een zwak voor katten die het moeilijk hebben. Toen hij Puk in huis nam omdat zijn baasje niet meer voor hem kon zorgen, wist hij nog niet dat er meer aan de hand was. Puk werd ziek, kreeg een scan en bleek een waterhoofd te hebben. “Hij probeert het wel, maar mauwen kan hij niet. En als hij loopt, sleept hij met zijn achterpoten. Maar hij is gek op mijn sokken en loopt de hele dag als een hondje achter me aan, die sukkel.”

Teun (3). Beeld Isabella Rozendaal
Teun (3).Beeld Isabella Rozendaal

Teun (3), Jackrussellterriër, Westerparkbuurt

“Iedereen is gek op Teun,” zegt ­Florentine Plomp. “Zelfs mijn vriend, die eigenlijk liever een kat wilde. Toen Teun bij ons kwam, veranderde de hele familiedynamiek. Door hem komen we toch sneller even bij ­anderen over de vloer. Zonder Teun hoef ik niet langs te komen! Mijn vader is zo gek op hem dat hij geregeld vanuit Utrecht de auto pakt om Teun te zien en hij gaat ook vaak mee naar de hondentraining. Hij is echt een beetje verliefd op hem. ­Volgens mij is mijn moeder weleens jaloers op die aandacht.”

Tuco en Tony. Beeld Isabella Rozendaal
Tuco en Tony.Beeld Isabella Rozendaal

Tuco (links, bijna 1) en Tony (rechts, bijna 2), Brits korthaar, Watergraafsmeer

Toen Diede Tony in huis nam, woonde ze in Amersfoort. Ze had net een relatie met haar vriend, die in Amsterdam woonde. “Daten was lastig. Ik kon Tony niet alleen laten en we hadden het fijn samen, dus na een maand gingen we samen­wonen.” Ze vernoemde Tony naar tv-maffiabaas Tony Soprano, omdat hij ‘stevig gebouwd en vreselijk stout’ was. “We namen Tuco erbij in de hoop dat ze wat meer op elkaar ­gericht zouden zijn, maar Tuco kan nu al bijna deuren openmaken en Tony steelt nog steeds ons eten.”

Raja Beeld Isabella Rozendaal
RajaBeeld Isabella Rozendaal

Raja, (6 maanden), Geelvoorhoofdamazonepapegaai, Oostelijk Havengebied

Met zijn doorzichtige rugzak kan Ali Satwar papegaai Raja mee naar buiten nemen. “Hij zou op mijn schouder kunnen, als hij niet ­ge­kortwiekt was. We kunnen alleen niet lang naar buiten, want het is te koud voor hem.” Satwar probeert ­rekening te houden met Raja’s ­karakter. “Je moet een vaste routine hebben, zodat hij gewend raakt aan je dagritme. Raja is lief, maar ook ­eigenwijs. En hij kan best agressief zijn als hij zijn zin niet krijgt. Maar ’s avonds heeft hij een andere mood, dan wil hij knuffelen.”

Disney Beeld Isabella Rozendaal
DisneyBeeld Isabella Rozendaal

Disney (8), Boxer, Centrum

Sylvia van den Berg adopteerde Disney twee jaar geleden. “Ze was in de loop van de jaren door ­verschillende mensen opgevangen en ging van huis naar huis. Ze is vrolijk, lief en trouw, maar niet de makkelijkste. Ze is bang aan de lijn en valt soms uit naar andere honden. Inmiddels hebben we haar gebruiksaanwijzing gevonden. Als ze losloopt of met honden is die ze kent, heeft ze die angst niet. Bij haar training was ze de topper van de groep. Bij mij heeft ze nu haar vaste thuis, waar ze snurkt als een bouwvakker.”

Arya (2). Beeld Isabella Rozendaal
Arya (2).Beeld Isabella Rozendaal

Arya (2), Huiskat, Indische Buurt

Marjanne Bruin wilde het liefst een zieke, ongewilde kat. “Ik woon op tweehoog en een kat kan hier niet naar buiten.” Ze vernoemde de ­blinde Arya naar Arya Stark, een personage uit Game of Thrones. “Dat meisje is ook blind, en krachtig. Arya heeft het eerste jaar van haar leven op straat geleefd. Ze was hoogzwanger en beviel op de dag waarop ze gevonden werd. Ze lijkt haar ogen niet te missen. Ze kan zelfs vliegen vangen; die hoort ze.”

Lola (9). Beeld Isabella Rozendaal
Lola (9).Beeld Isabella Rozendaal

Lola (9), Teddy dwergkonijn, Slotervaart

Bente van de Nes nam Lola uit het asiel, als gezelschap voor haar ­oudere konijn Nacho. “Je laat ze dan speeddaten met verschillende konijnen, als ze niet gaan vechten is het goed. Dan kunnen ze thuis verder aan elkaar wennen. Er was niks ­bekend over Lola, en ze was best schrikachtig, maar na een tijdje wende ze en werden ze heel klef met elkaar. Ik mocht Lola alleen nemen als ik haar binnen zou houden, want als haar vacht nat wordt, gaat die vervilten. Ik knip hem nu kort, anders is ze zo groot!”

Potus (11). Beeld Isabella Rozendaal
Potus (11).Beeld Isabella Rozendaal

Potus (11), Huiskat, Westerparkbuurt

Daniëlle Cruden noemde haar kater Potus omdat hij een poot mist, maar vooral omdat hij heel belangrijk is – net als de President of the United States (POTUS). “Zijn vorige baasje zat een sigaret te roken bij het raam, draaide zich om, en ja, ik kan het ook niet mooier zeggen: zo is hij uit het raam gevallen en zijn poot kwijtgeraakt. Toen ik hem net had, was hij best bang, maar de laatste paar jaar is dat een stuk minder. Alleen vuilniszakken en stofzuigen vindt hij nog echt eng.”

Figa (3 maanden). Beeld Isabella Rozendaal
Figa (3 maanden).Beeld Isabella Rozendaal

Figa (3 maanden), Dwergpoedel, Watergraafsmeer

Anna Arov ging downsizen: kleiner wonen met een kleinere hond. Haar vorige hond, Olive, was een koningspoedel. “Op haar laatste dagen moest ik haar de trap op en af dragen, dat was nog best gevaarlijk met haar 20 kilo. Ik koos weer een zwarte poedel omdat die niet zo schattig zijn. Maar misschien ook omdat ik een stukje van Olive wilde behouden. Figa is heel anders: ze rent door de modder en is niet zo’n prinses. Ik noem Figa nog weleens Olive, maar vooral als ik boos of uitgelaten ben. Nooit als we knuffelen.”

Taco. Beeld Isabella Rozendaal
Taco.Beeld Isabella Rozendaal

Taco (14 weken), Devon rex, Indische buurt

Niek Karsmakers wilde al langer ­katten, maar Marcella van der Kruk, zijn partner, had niet zo veel met huisdieren. Toen de tweede coronagolf begon, ging ze toch overstag. “We namen twee kittens, want deze dieren kunnen niet goed alleen zijn. Het is veel leuker dan ik had gedacht. ­Inmiddels spelen ze samen en kunnen wij ook met een gerust hart een dag de deur uit. Frida (die zich verscholen houdt, red.) is een typische kat: een koningin. Maar Taco is speels en onbesuisd. Ze is al twee keer van de trap gevallen.”

Teddyboy. Beeld Isabella Rozendaal
Teddyboy.Beeld Isabella Rozendaal

Teddyboy (2015-2020), Borderterriër, Flevopark

De Italiaans-Ierse Lucia Borraccino kocht de Schotse rashond Teddyboy bij een Engelse fokker. “We hebben samen in drie landen gewoond. ­Teddyboy kon zo snel eten stelen dat je het niet eens zag gebeuren. Hij stal boterhammen van kinderen en omaatjes in het park, en nog liever stal hij tennisballen. Als ik een bal voor hem had, interesseerde die hem niet. Een bal vond hij alleen boeiend als hij hem van een ­andere hond kon afpakken. Helaas is dat ook hoe hij aan zijn einde is gekomen. Hij heeft eerder dit jaar een hele tennisbal ingeslikt, en is na de operatieve verwijdering aan complicaties overleden.”

Dolly (2). Beeld Isabella Rozendaal
Dolly (2).Beeld Isabella Rozendaal

Dolly (2), Boxer pointer mix, Bos en Lommer

Rosanne Wijnsma zocht een hond met lieve ogen, waar ze flink mee kon wandelen. Het was wel even wennen toen ze Dolly adopteerde. “Ze was angstig en agressief tegenover andere honden. Maar deze zomer hebben we een wandeltocht in de Dolomieten gemaakt. Ze kreeg haar eigen rugzak waar ze haar eten in droeg, en samen liepen we van berghut naar berghut. Daarna was ze een andere hond: zelfverzekerd. Als ze weer een boost nodig heeft, geef ik haar haar rugzak en gaan we naar het Amsterdamse Bos.”

Shiva (4) Beeld Isabella Rozendaal
Shiva (4)Beeld Isabella Rozendaal

Shiva (4), Dumerils Madagaskar-boa, Molenwijk

Tomás Pousão kocht Shiva als een verrassing voor zijn vriendin, die van alle soorten dieren houdt. “Als je weet wat je doet, zijn deze slangen leuke huisdieren. Ze kunnen wel dertig jaar worden. Ik was bang voor slangen, dus ik heb me gewoon een keer laten bijten.” Een goede oplossing, want sindsdien is hij niet meer bang. “Zo erg was het ook weer niet. Shiva is best wel een bijter. Maar hoe meer je haar uit haar terrarium haalt en vasthoudt, hoe minder ze dat doet.”

Coco (1) Beeld Isabella Rozendaal
Coco (1)Beeld Isabella Rozendaal

Coco (1), Toypoedel, Spaarndammerbuurt

Jenna Kuldipsingh woont midden in de stad, dus koos ze een hondje dat op de fiets in de mand kan. “Ik kan Coco alleen niet meenemen naar kantoor, want ze leidt al het personeel af.” Kuldipsingh doet alles wat ze kan om Coco te verwennen. “Ze heeft een uitlaatservice, en buiten mijn werk neem ik haar overal mee naartoe. Naar het strand gaan vindt ze het leukste. Ze krijgt vers vlees en elke drie weken een spabehandeling: massage, bad, knippen, föhnen en een pedicure.”

Donny en Jacky (3) Beeld Isabella Rozendaal
Donny en Jacky (3)Beeld Isabella Rozendaal

Donny en Jacky (3), cavia’s, Diemen

Een jaar geleden hebben Lloyd (5) en Raf (9) de rode en de bruine geadopteerd: Donny en Jacky. “Ze waren van kinderen die het te druk hadden gekregen en niets meer met ze deden,” zegt hun moeder, Kirstin Hanssen. “Toen we ze kregen, waren ze eigenlijk helemaal niet meer tam. Maar ik zei tegen de jongens: ‘Als jullie die cavia’s willen, moet je echt elke dag minstens een half uur met ze bezig zijn.’ Met veel aaien zijn ze weer helemaal tam geworden. Vooral Donny vindt het fijn om geknuffeld te worden.”

Geisha (10) Beeld Isabella Rozendaal
Geisha (10)Beeld Isabella Rozendaal

Geisha (10), huiskat, Venserpolder

“Geisha is een kat met een eigen wil, die van zich afslaat als ze er geen zin in heeft,” vertelt Carla Stoppelman. “Maar ze wil altijd bij me zijn: ’s nachts komt ze bij me slapen. Verder is het een makkelijke kat, maar ze heeft wel last van allergieën. Als kitten begon ze binnen een paar maanden enorm te krabben. We hebben haar dieet veranderd, struisvogelvoer geprobeerd, een heel gedoe. Wat uiteindelijk bleek te werken, was hertenvlees! En wildbrokken, al zit daar wel ook kip in, zag ik later.”

Rita (1) Beeld Isabella Rozendaal
Rita (1)Beeld Isabella Rozendaal

Rita (1), Engelse stafford, Oostzaan

Angela Jager en Gertjan Dol wilden graag een energieke hond. “Eentje die ook onze grootste fan zou zijn.” Rita is niet alleen hún grootste fan, ze wil met iederéén spelen. “Zodra ze buiten is, gaat ze aan. Ze gaat midden op straat liggen om de aandacht van voorbijgangers te trekken, en als ze kinderen hoort, rolt ze over de grond. Ze vindt ook ­altijd dat iedereen bij elkaar moet blijven. Als een van ons gaat zwemmen, kan ze enorm piepen.”

Jacob (48) Beeld Isabella Rozendaal
Jacob (48)Beeld Isabella Rozendaal

Jacob(48), Geelkopamazone, De Pijp

Papegaai Jacob woont in boekbinderij Loogman’s, al drie generaties in bezit van de familie Wiering. Moeder Ria schafte Jacob aan toen haar zoon Arnold werd geboren, 48 jaar geleden. “Hij hoort er gewoon bij. We hebben op de boot vroeger heel Nederland met hem doorgevaren. Hij is nooit weggevlogen, maar zijn karakter is onbetrouwbaar; hij blijft toch een beest. Ik ben niet bang voor hem, hij valt eigenlijk alleen mijn man aan. Zou ik het iemand aanraden om een papegaai te nemen? Nou, je komt er nooit meer vanaf.”

Tantor (1) Beeld Isabella Rozendaal
Tantor (1)Beeld Isabella Rozendaal

Tantor (1), Siamees, Rivierenbuurt

Tasa Jiya had altijd asielkatten en vond raskatten maar onzin. Haar vriend Floris wilde graag siamezen. “Ik wist niet dat ze zo anders waren dan gewone katten. Tantor en zijn broertje Banu zijn heel slim; ze ­houden ervan om dingen te leren en ­sokken te apporteren. Ze klimmen graag door het hek om op bezoek te gaan bij de buurman, en alleen-zijn vinden ze echt verschrikkelijk. Als we thuiskomen staan ze mauwend voor de deur, zo luid dat de onderburen het kunnen horen.”

Lyco (3), dwergteckel, Amsteldorp. Beeld Isabella Rozendaal
Lyco (3), dwergteckel, Amsteldorp.Beeld Isabella Rozendaal

Lyco (3)

Toen Valérie van Diepen teckel Lyco kreeg, ging hij meteen mee op reis. “Met het vliegtuig naar Nice, dat ging prima. Sindsdien gaat hij altijd mee. Je vakantie wordt er wel ­anders van; in New York ging hij op elk stukje gras af. We boeken het liefst een plek naast een park. Het weidse Lissabon vond hij prachtig. Mijn moeder en ik houden van reizen en maakten elk weekend wel een dagtripje. Dat kan nu niet meer. Lyco is er een beetje depressief van. Hij vindt het saai hier. Als hij de reis­koffer ziet, springt hij er dolblij in.”

G.B. Habibi (21), Arabisch volbloedpaard, Oostzaan. Beeld Isabella Rozendaal
G.B. Habibi (21), Arabisch volbloedpaard, Oostzaan.Beeld Isabella Rozendaal

G.B. Habibi (21), roepnaam Oma

Brigitte Morees fokt, traint en handelt in Arabische volbloedpaarden. Die paarden komen en gaan, maar met Oma, een elitemerrie met veertien prijswinnende veulens, heeft ze een speciale band. “Ik heb haar zelf gefokt. Toen ik na mijn scheiding mijn toenmalige bedrijf verloor, was Oma de enige die bij me bleef. Ze heeft een siliconen oogprothese: toen iemand op stal haar uit frustratie een klap verkocht, explodeerde het oog intern. We wilden nog met haar showen, dus we hebben geprobeerd het oog te redden. Maar dat is helaas niet gelukt.”

Joris (8), coc­ker­spaniël, Muiden. Beeld Isabella Rozendaal
Joris (8), coc­ker­spaniël, Muiden.Beeld Isabella Rozendaal

Joris (8)

Toen Mirthe Geerlings nog bij haar ouders in Muiden woonde, namen ze samen een hond. Eenmaal het huis uit kon Joris bij haar in Amsterdam logeren. “Dat was perfect! Mijn ­ouders droegen alle verantwoordelijkheid en ik hoefde Joris nooit te corrigeren. Een hond uitlaten in het Gooi is wel anders dan in de stad. Je hond hoeft niet aan de lijn, en mensen hebben veel meer tijd om met hun hond te spelen en een ­praatje te maken. En ze hebben ­speciale wandeloutfits!”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden