Plus Reportage

Slotracen: een uit de hand gelopen hobby van ‘volwassen lullen’

Van links naar rechts: Richard Jacobs, Tom Peters, Philip de Vries, Mario Perotti, Rob de Wit, Alex Grijpma. Beeld Adrie Mouthaan

Slotshop Zwanenburg is de uit de hand gelopen mancave van Tom Peters. Elke vrijdagavond racen volwassen mannen met autootjes hier tot diep in de nacht. ‘Mijn vrouw en kinderen vinden het allang best dat ik even weg ben.’ 

Het is eigenlijk geen echte club. Geen sociëteit of soos, en zeker geen vereniging. “Dan moet je een voorzitter hebben, een penningmeester en zijn er leden die over alles willen stemmen. Dat lijkt me gedoe. Dit is meer…” Tom Peters moet even nadenken. Want wat is deze ruimte van 17 bij 9 meter eigenlijk?

Het zit onder zijn huis, aan de rand van een industrieterrein in Zwanenburg. Er is een bar, een zithoek met grote staande asbakken en een flatscreen waar trouw Formule 1 op wordt gekeken. En nu, vrijdagavond rond een uur of acht, komen er mannen van middelbare leeftijd binnendruppelen, die vannacht pas tegen een uur of twee of drie zullen vertrekken.

“Noem het maar gewoon mijn hobby­kamer,” zegt Peters.

De wanden zijn gevuld met vitrines met daarin ontelbaar veel modelauto’s. Hoeveel het er precies zijn, wil Peters niet weten, omdat hij zich dan gaat afvragen hoeveel hij wel niet heeft uitgegeven in de 45 jaar dat hij de auto’s verzamelde.

Vrijdagavond is heilig

Als chauffeur is Peters zo’n vijftig tot zestig uur per week op pad door Europa, deze week was hij nog in Dublin en Grasse, maar hij zorgt ervoor dat hij altijd op vrijdagavond weer thuis is. Dan gaan de deuren open van wat officieel Slotshop Zwanenburg heet: een winkel waar hij onderdelen verkoopt, maar waar mensen vooral komen om te slotracen op een van de drie, tientallen meters lange, racebanen die Peters in zijn uit de hand gelopen hobbykamer heeft neergezet.

De term slotracen verwijst naar de sleuven in de racebaan, de slots, die ervoor zorgen dat de raceauto’s stroom krijgen en op het parcours blijven. Daarvoor hebben de modelauto’s die worden gebruikt (meestal op een schaal van 1:24 of 1:32) een geleideschoentje onder het chassis. Met een controller kan de coureur de hoogte van de spanning regelen, waarmee zijn auto over de baan vliegt. Of bij te veel spanning: uit de baan vliegt.

'High Tech Onno' pakt een auto die uit de baan is gevlogen. Beeld Adrie Mouthaan

De gemiddelde leeftijd van de mannen die vanavond meedoen aan de race laat zien dat slotracen een hobby is die vooral erg populair was in de jaren zestig en zeventig. Zo laat Peters bij een vitrine de eerste auto’s zien die hij heeft verzameld, toen hij een jaar of 12 of 13 was. Nu is hij 57.

“Er zijn nog steeds iets van vijftien plekken in Nederland waar je kunt slotracen, maar het worden er minder. De jeugd racet liever achter een Playstation. Het is vooral nog erg populair in Spanje. Daar gaan we elk jaar met een groepje naartoe om mee te doen met een 24-uursrace, een beetje zoals in Le Mans.”

Peters waarschuwt dat het vanavond niet zo druk zal worden. Hij verwacht tussen de tien en vijftien deelnemers. “In de klasse waarin we vanavond racen, gaat het vooral om snelheid. Het gaat straks echt om duizendsten. Duizendsten van een seconde.”

Vorige week was er een race met oude modellen, en die is vaak populairder. Er zijn bij het slotracen tal van verschillende klassen, soms vrij specifiek: zo wordt bij sommige clubs weleens een race gereden waarbij je alleen met modellen van een Volkswagen T1-bus mét caravan mag rijden.

Erwin Boon: ‘We zijn een paar volwassen lullen die met auto’s racen.’ Beeld Adrie Mouthaan

Peters wijst op de Ferrari waarmee Onno Griepink (49) aan het warmrijden is. Zijn auto is compleet met lichtjes. En als hij het gas loslaat, lijkt het net of er vlammetjes uit de uitlaat komen. “Kijk, van dat soort dingen hou ik. Ik ben meer van de modelbouw, dan van de snelheid.”

Even later zit Griepink met zijn Ferrari op de krappe entresol, waar aan lange tafels ruimte is om de auto’s te tunen. Het soort banden, de vering, de afstelling van het chassis, de preparatie van de motor: het kan allemaal net het verschil maken.

Ingebouwde rollerbank

Griepink heeft daarvoor een omgebouwde gereedschapskist mee, met ledverlichting en een ingebouwde soldeerbout. Er zijn handige klepjes om de modelauto’s en onderdelen in op te bergen, maar vooral indrukwekkend is de kleine ingebouwde rollerbank. Daarmee kan Griepink testen of zijn auto’s de maximale snelheid halen. In dit geval haalt de Ferrari 40 kilometer per uur, op 12 volt, geeft het snelheidsmetertje in zijn koffer aan.

Ze noemen hem dan ook wel eens ‘High Tech Onno’.

“Slotracen is pielen en prutsen, net zolang tot je een tiende gewonnen hebt,” zegt Erwin Boon (53), die op een van de banken op de entresol zit te roken. “Maar ja, we zijn een paar volwassen lullen die met auto’s staan te racen, dus waar heb je het eigenlijk over.”

Een van de omgebouwde gereedschapskisten. Beeld Adrie Mouthaan

Ook Griepink komt er even bij zitten. “Vroeger ging je als kind rond sinterklaas door de speelgoedblaadjes, hopen dat je een racebaan kreeg. Maar dat gebeurde nooit.”

Boon: “Het was onbereikbaar. Nu kun je kopen wat je wil.”

Griepink: “In 1994 begon ik ermee, met een racebaantje thuis. En weet je wat het rare is? Je komt binnen als je 25 bent, en voor je het weet ben je bijna 50. Toen ik eens onderdelen nodig had, ontdekte ik dit soort plekken. De eerste keer was bij een slotraceclub op het Victorieplein.”

Boon: “Het niveau van sleutelen lag daar enorm hoog.”

Griepink: “Ik wist niet wat ik meemaakte. Er stond daar gewoon een 4-sporen Fleischmannbaan, van een meter of 34.”

Boon: “Ik was eerst van de modelvliegtuigen, maar als ik ging vliegen, was ik de hele dag weg. Met kinderen was dat niet te doen. Toen kreeg ik een slotracebaantje op zolder. Prachtig. Kon je gewoon even een halfuurtje rijden.”

Gabriel Inäbnit werd twee keer wereldkampioen en eenmaal pan-Amerikaans kampioen slotracen Beeld Adrie Mouthaan

Griepink: “Ik ben er wel twee volle dagen in de week mee bezig. Relaties maken deze hobby soms ingewikkeld. Maar daar ben ik nu even vanaf, dus het kan weer.

Boon: “Ja, het is hier een mannenbal. Maar mijn vrouw en kinderen vinden het allang best dat ik even weg ben.”

Zzzzzzz…zzzzzzzzz...zzzzzzzzzzz. Van de benedenverdieping klinkt een continu zoemend geluid: bij de 6-gleuvigebaan zijn vier mannen, knijpend in hun controller, aan het warmrijden. Het realtime-scorebord geeft nu nog rondjes van 07.235 seconde aan, maar als het stof is weggereden moet dat sneller kunnen. “Straks bij de race halen we denk wel de 6.9,” zegt Peters.

Eerst is er saté

Af en toe vliegt er een auto uit de bocht, waarna de coureur er snel heen moet rennen om de auto weer in de gleuf te klikken, voordat een botsing ontstaat. Als de race straks begint is dat niet nodig: dan staat er bij elke bocht een marshall om dat te doen.

Ondertussen loopt Alex Grijpma langs met een weegschaaltje, om alle deelnemende auto’s te wegen. “Drie gram te licht, hij moet minstens 185 gram wegen,” zegt hij tegen High Tech Onno, die daarna met balanceerloodjes aan de slag gaat, zodat hij aan de start mag verschijnen.

Maar eerst is er saté.

Beeld Adrie Mouthaan

Peters vertelt dat de baan tweedehands is, maar dat hij hem zelf heeft aangepast en deels opnieuw heeft gefreesd. Bovendien heeft hij het een beetje aangekleed, met gras, bomen en poppetjes rondom het parcours. Daar is niet iedereen blij mee: als je uit de bocht vliegt en in het gras belandt, krijg je groene stof op je wielen, waardoor je minder snel gaat. “Maar een beetje aankleding heb je nodig, anders vind ik het niets. Dan is het net een sjoelbak,” zegt Peters.

En dan, rond kwart over tien, roept Grijpma plots: “Alle auto’s naar de start.”

Op de baan krijgen alle auto’s hun baannummer opgeplakt, zodat de marshalls weten in welke baan ze de auto’s moeten zetten, als ze uit de bocht vliegen. Er wordt zes keer drie minuten geracet, zodat elke auto in ieder slot racet. Wie op het einde het meeste aantal rondjes heeft gereden, wint.

Het is alleen nog even wachten op Tom Peters. “Hij heeft de meeste auto’s van iedereen, maar er nooit eentje raceklaar,” zegt Boon.

Maar dan, tegen kwart voor elf, kan er eindelijk begonnen worden. De eerste vijf mannen nemen plaats achter hun controllers. “Marshalls klaar, coureurs klaar, Let op. 1,2, 3, Go.”

Soort trance

Op de achtergrond klinkt Skyradio. De coureurs bewegen op de muziek van Duncan Laurence traag met hun hoofd heen en weer, alsof ze in een soort trance zijn, hun wagen nauwgezet volgend over het v-vormige parcour. Elke zeven seconden gaan de hoofden van links, naar rechts, naar links, naar rechts en weer naar links. Tot een marshall ‘track!’ schreeuwt, omdat er twee auto’s tegelijkertijd uit de bocht zijn gevlogen of er een andere gevaarlijke situatie is. Dan komt alles stil te liggen, wat bijna elke halve minuut wel een keer gebeurt.

Alex Grijpma ziet er in zijn Red Bull-polo het meest professioneel uit van alle racers. Beeld Adrie Mouthaan

Motoren begeven het, stukken bumper vliegen rond (“dat wordt een nieuwe kap gieten”), maar na de eerste ronde is er wel een tussenstand: met 140 rondes staat Philip bovenaan. Niet dat hij er zenuwachtig van wordt. “Ik heb 40, 50 jaar ervaring, ik heb WK’s en grand prixs gereden. Ik ben niet zo snel onder de indruk.”

Dan wisselen de marshalls en de coureurs van rol, en als het tegen middernacht loopt, blijkt de winnaar van de avond Alex Grijpma te zijn, met 149 rondjes. Dat is niet helemaal onverwacht: High Tech Onno (136 rondjes) kwam niet lekker weg door mechanische problemen en Grijpma ziet er sowieso het meest professioneel uit: hij draagt een polo met Red Bull-logo’s en de tekst ‘Slotraceclub Scheveningen’.

Maar als hij uit Scheveningen komt, wat doet hij dan hier? Nadat hij de drie winnende auto’s op een rij heeft gezet, dwars over de baan, voor de uitslagenfoto, vertelt hij dat deze baan eigenlijk de oude baan van Scheveningen is. “Maar die club bestaat niet meer. Voor een vereniging heb je leden nodig die de boel draaiende houden, en op een gegeven moment ging dat niet meer. Dat het hier wel lukt is eigenlijk dankzij Tom, dit is gewoon zijn mancave.”

En daarvoor komt nummer twee, Thomas Gröper (60), zelfs uit Brabant rijden. “Ik kom uit Den Bosch, en passeer zelfs twee andere clubs voordat ik hier ben. Het racen is leuk, maar voor mij is het vooral een avondje uit, en hier is het gewoon gezellig.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden