Plus Interview

Sjoerd Jans was vier decennia het boegbeeld van Crea

Sjoerd Jans. Beeld Lin Woldendorp

Na veertig jaar neemt Sjoerd Jans (66) afscheid als directeur van Crea, het cultureel studentencentrum van de UvA. ‘Er was ongekende saamhorigheid vanwege een grote vijand: aids.’

De geur van gekookte bloemkool. Dat is het eerste waar Sjoerd Jans aan moet denken als hem wordt gevraagd terug te keren naar de jaren zeventig, toen hij als dienstweigeraar bij Crea belandde. Het culturele studentencentrum was gevestigd op Herengracht 88, samen met een bar, studio’s en de mensa. Zijn kantoor bevond zich in de tuin boven de keuken van de mensa en als hij ’s ochtends aankwam, was die al in vol bedrijf. Met grote regelmaat stond er toentertijd bloemkool op het menu.

Op de kop af 42 jaar later bevinden we ons op het Roeterseilandcomplex waar het Crea Café is gevestigd. Jans heeft twee weken eerder het stokje overgedragen aan Dennis van Galen en kijkt onwennig om zich heen. “Op het moment dat je je vertrek aankondigt, ben je al een beetje weg,” zegt hij. “Grote beslissingen moet je dan niet meer nemen en het laatste wat ik wilde, was mijn opvolger voor de voeten lopen.”

Het was halverwege de jaren zeventig en via een huis­genoot in de toen gloednieuwe studentenflats in Diemen belandde Jans op een toneelcursus bij Crea. Hij speelde bij het Handke-Weiss Gezelschap, met onder anderen De Dijk-zanger Huub van der Lubbe en Peter Jan Rens, dat spraakmakend studententoneel maakte. “Maar ik kwam er al gauw achter dat acteren niets voor mij is. Decors ­bouwen, alles regelen en de theatertechniek vond ik ­echter wél leuk. Toen ik een plek zocht om vervangende dienst te doen, kon ik voor halve dagen bij Crea aan de slag. Vervolgens ben ik nooit meer weggegaan.”

Wat herinnert u zich van die tijd?

“Crea werd toen volgens het collectieve verantwoordelijkheidsmodel geleid, wat erop neerkwam dat iedereen zich overal mee bemoeide en er in de praktijk eigenlijk weinig gebeurde. Later zocht het bestuur van de ­stichting een nieuwe directeur en uiteindelijk ben ik dat geworden.”

Onder leiding van Jans groeide Crea gestaag, opende het ook de deuren voor studenten van de Hogeschool van Amsterdam en werd de nieuwbouw op het ­Roeterseiland gerealiseerd.

U kwam binnen als dienstweigeraar, een term die een student anno 2019 in Crea waarschijnlijk weinig zegt.

“Dat is zeker waar, en dat hoort ook een beetje bij het ouder worden. Laatst was ik in gesprek met een student fotografie en ik vertelde hem dat er vroeger een filmrol in een camera zat. Hij keek me aan alsof ik gek was geworden. Dingen veranderen en studenten zijn vooral met het nu bezig. Dat is goed.”

U heeft altijd gewerkt met actieve studenten. Hoe heeft u dat ervaren?

“Beter kon ik me niet wensen. Ik heb vier decennia gewerkt met jonge mensen die ook nog eens slim zijn en bijna overal zin in hebben. De studenten die naar Crea komen, hebben een zekere gretigheid; het is een zeer divers gezelschap uit alle studierichtingen dat bij Crea komt om iets creatiefs te doen of een cursus te volgen. Het was een voorrecht om daarvoor te werken.”

Een bevriende hoogleraar, die lang aan de UvA was ­verbonden, zei me ooit: ‘Studenten zijn fantastisch om mee te werken, maar ze worden elk jaar jonger.’

“Dat is andersom. Jij wordt ouder en iedereen van boven de 40 realiseert zich dat. Als je 22 bent, denk je dat je heel veel weet. Als je de 40 gepasseerd bent en ervaring hebt opgedaan, zie je dat opeens veel genuanceerder. Maar voor mij geldt nog steeds: er is niks leukers dan de Intreeweek. Ook na niet 38 jaar.”

Vier decennia was u het boegbeeld van Crea. De jaren tachtig werden getekend door aids.

“In die tijd ben ik bij een aantal begrafenissen geweest van mensen die indirect betrokken waren bij Crea. En hoewel er heel veel verdriet was, waren het ook bijzondere bijeenkomsten. Er was ongekende saamhorigheid van­wege een grote vijand: aids. Door die ziekte stierven jonge mensen, terwijl dat helemaal niet hoorde. ”

Collega’s die soms al tientallen jaren bij Crea werken, omschrijven u als eigenzinnig. Vriendelijk, maar ook een brompot.

“Voor mijn vertrek heb ik met iedereen een exitgesprek gehouden en een aantal keer heb ik teruggekregen dat ik erg spaarzaam was met complimenten. Ik ben me daar zeker niet altijd bewust van geweest. De calvinist in mij zegt: zij werken, daarvoor ontvangen ze salaris, moet ik dan de hele dag vertellen hoe goed ze het doen?”

Waarom bent u eigenlijk nooit weggegaan?

“Ik heb dat wel overwogen. Ergens rond 2000 had ik een serieus dipje. In samenspraak met de voorzitter van de stichting ben ik in een coachingprogramma terecht­gekomen. Daar kwam ik mensen tegen uit grotere organisaties die óf ontslagen waren óf bijzonder weinig te vertellen hadden. Zo ontdekte ik dat Crea een ­prima plek voor mij was, juist omdat ik een grote mate van ­vrijheid had.”

De UvA is een slangenkuil. De laatste college­voorzitters, Karel van der Toorn en Louise Gunning, zijn allebei na een conflict de laan uitgestuurd. Maar u heeft toch een vrij comfortabel arbeidzaam leven achter de rug?

“Als directeur van Crea heb ik nooit in het oog van de storm gestaan. Crea is een vaste waarde voor de UvA en als je het programma van 1975 naast het programma van 2019 legt, zie je heel veel overeenkomsten. De UvA is een politieke organisatie en voorzitters komen, maar gaan ook zeker.”

“Louise Gunning vond ik een aardige vrouw die hier ook af en toe kwam. Van der Toorn is hier nooit geweest. Dat ze beiden onverwacht snel vertrokken, deed me weinig.”

Crea trok een aantal jaar geleden in een prachtig gerenoveerd gebouw, als onderdeel van een levendige campus. Ziet u de verhuizing en dit nieuwe gebouw als hoogtepunt?

“Zonder twijfel. De UvA heeft hiermee laten zien écht en voor langere tijd te geloven in Crea. Aan de andere kant is Crea een organisatie met een stabiele reputatie en waarschijnlijk een van de weinige plekken waar studenten van verschillend pluimage en afkomst elkaar ontmoeten. Hier zie je een student scheikunde repeteren met een studente die sociale geografie doet.”

“Het meest verheugd ben ik met het feit dat Crea er voor de hele universiteit is. Hier vinden buluitreikingen plaats, worden optredens van een docentenband georganiseerd en de gemeenschappelijke vergadering van de cor (centrale ondernemingsraad) en de centrale studentenraad worden hier gehouden. Voor de UvA is Crea bijvangst bij hun corebusiness.”

Geen hoge toppen zonder diepe dalen.

“Ik heb hier met ontelbaar veel docenten gewerkt en ­niemand van hen heeft ooit een vast contract gekregen, omdat het altijd om kleine aanstellingen ging, voor een beperkt aantal uur. Uiteindelijk zijn twee docenten gaan procederen. Dat heb ik niet alleen als dieptepunt beschouwd, ik heb er nachten van wakker gelegen.”

Waarom?

“Enerzijds omdat ik dat niet heb kunnen voorkomen en anderzijds omdat, als zij wel hun gelijk hadden gekregen, Crea was omgevallen. Dat is gelukkig niet gebeurd.”

Van een man die dagelijks in het middelpunt van het Amsterdamse studentenleven staat, wordt u nu ­pensionado in Zaandam. Wat gaat u doen?

“Ik ga dingen doen die ik al langer wilde gaan doen, maar die er steeds niet van kwamen. En ik ga mijn vaarbewijs halen en word voorzitter van de plaatselijke tennisclub. Daarnaast wil ik nog meer tijd aan mijn kleinkinderen besteden.”

En als u nu bloemkool ruikt?

“Als het goed is klaargemaakt, vind ik het eigenlijk best lekker.”

CV

Sjoerd Jans deed het ­gymnasium in Zaandam en studeerde geologie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij bekleedde tal van bestuursfuncties op het grensvlak van kunst en cultuur en was onder andere voorzitter van de jeugdtheaterschool in Zuidoost en voorzitter van filmtheater De Fabriek in Zaandam. Hij woont samen en heeft twee kinderen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden