Plus Interview

Simon de Waal is naast rechercheur ook schrijver: ‘Alles berust op waarheid’

Rechercheur en auteur Simon de Waal (58) pakt het in zijn nieuwe thriller Systema groot aan: hij drijft zijn personages door Europa in de jacht op dodelijke Russische virussen.

Simon de Waal Beeld Renate Beense

Dik over de duizend lijken heeft hij gezien. “Ik ben nu 33 jaar rechercheur bij de calamiteiten-unit van de recherche in Amsterdam. Zeg dat ik zo’n veertig keer per jaar naar een plaats delict of onderzoek moet. Elke week eentje, maar misschien is dat aan de krappe kant, want soms heb ik er twee op een dag.”

Simon de Waal zit er na een werkdag ontspannen bij in café Elsa’s aan de Middenweg. Sterker: hij zit in het decor van zijn nieuwe thriller Systema, die zich voor een groot deel in Amsterdam afspeelt (ook café Ruk en Pluk, de Nieuwe Oosterbegraafplaats en het Barbizon Hotel zijn ‘plaatsen delict’).

Verwerking

“Ik schrik er niet van, ook niet als ik na een schietpartij nog verse lijken zie. Je moet je emoties uitschakelen, de knop omzetten. Proberen niet geroerd te raken door de aanblik van een slachtoffer of de nabestaanden. Dat kan je kijken en denken beïnvloeden en dat mag niet. Wat niet zegt dat je geen gevoelens mag hebben, maar je moet ze voor het moment wegstoppen, het uitstellen.”

Hij neemt zijn werk ook niet mee naar huis. Nou ja, hij verwerkt het als hij zijn andere pet opzet. Die van schrijver. In de afgelopen ruim twintig jaar schreef hij tal van film- en televisiescenario’s (Baantjer, Spangen, Smeris), met Appie Baantjer – de schepper van rechercheur De Cock, met C-O-C-K – schreef hij de serie Baantjer en De Waal, en onder ­eigen naam verschenen thrillers als Cop vs Killer, Pentito en Nemesis. Dat deed hij dus naast zijn werk als rechercheur.

“Als je aan een zaak werkt, ben je op een dag zo achttien, negentien uur bezig. En de dag erop ook. Dan kom je kapot thuis, want het is hard werken, zwaar. Ik vind het dan heerlijk om achter mijn bureau te kruipen en te gaan schrijven. Dat is ook verwerken, op meerdere manieren. Ik kom dan in een andere energie, maak het in mijn hoofd helemaal los, en betreed een andere wereld. Een wereld waarin ik ­alles bepaal. Dat is in mijn werk natuurlijk niet zo. Ik word geconfronteerd met een lijk, en kan dan wel het onderzoek sturen, maar wat er gebeurd is en hoe getuigen en verdachten reageren en denken, dat bepaal ik niet.”

En dat kan Simon de Waal dus wel in zijn boeken. Al zal hij nooit zo gedetailleerd schrijven dat die beschrijvingen zijn te herleiden tot een zaak waaraan hij in werkelijkheid werkte. “Dat zou betekenen dat ik de ellende van anderen als entertainment gebruik, en dat wil ik niet. Ik schrijf voor mijn lol.”

Maar goed, door zijn jarenlange ervaring weet hij hoe verdachten en getuigen denken en praten. Of hoe het werkt op een plaats delict. En die zijn er genoeg in Systema, al valt op dat politiemensen bijna geen rol spelen in het boek. Maar ja, de schrijver bepaalt.

Geen politieroman

Systema is een vervolg op Vector, het geschenkboek van de Spannende Boekenweken 2016. In Vector draaide het om een gevaarlijk virus dat na de val van de Sovjet-Unie uit een laboratorium (Vector) was verdwenen, en om Alex, de zoon van een naar Nederland gevluchte Russische wetenschapper, die daarbij betrokken raakt.

“Ik was nog niet klaar met dat verhaal, kreeg ook veel ­reacties van lezers dat ze het goed vonden, maar te kort. Maar zo’n geschenk mag maar 96 bladzijden dik zijn. Dus ben ik er verder mee gegaan. Alex, eigenaar van een ­Amsterdamse lunchroom, is het enige personage dat ik naar Systema heb overgeheveld. Vector eindigt met Alex die zich realiseert dat er iets in de doodskist van zijn moeder kan liggen.”

In Systema wordt jacht gemaakt op de Russische wetenschappers die dertig jaar geleden bij de vlucht uit Vector dodelijke virussen mee smokkelden. Het verhaal begint een paar weken na het einde van Vector, als Alex’ vader net is begraven en hij merkt dat er iets met het graf van zijn ­ouders aan de hand is. Hij gaat naar de politie. “De politie twijfelt aan het verhaal over ­gevluchte wetenschappers en virussen, en over de Rus die Alex’ vader kort voor diens dood bezocht. Alex twijfelt op zijn beurt aan de politie. Hij beseft dat zijn verhaal ook te krankzinnig voor woorden is. Laat ik het dan maar zelf oplossen, denkt hij, om ze te laten zien dat ik niet gek ben. Ik wilde ook geen politieroman schrijven, maar een roman die de andere kant belicht. Ja, en Alex en Sookie vinden elkaar natuurlijk in hun gezamenlijke poging het verhaal over de gevluchte wetenschappers en de virussen te ontrafelen.”

Sookie? Met haar begint Systema. Ze is de dochter van een andere gevluchte Russische wetenschapper. In Edinburgh wordt een aanslag op haar vader gepleegd, en daarna eentje op haar. Maar ze overleeft.

“Kun je je die aanslag op Sergej Skripal in Engeland nog herinneren? Die gevluchte Russische spion? Dat was ook met zenuwgas. Die aanslag werd gepleegd door twee Russen die nogal amateuristisch te werk waren gegaan. Ze verklaarden, toen ze weer in Rusland waren, dat ze op ‘kunstreis’ waren. Ze hadden kerken bezocht. Sookie ontdekt, middels het onderzoekscollectief Bellingcat, dat de mannen die een aanslag op haar en haar vader pleegden, alleen valse achternamen gebruikten. Net als die twee die Skripal probeerden te vermoorden.”

Realisme en actualiteit

Gevluchte Russische wetenschappers, dodelijke virussen, een klopjacht door Europa. Simon de Waal pakt het groot aan. “Ik wilde dat ook. Ik hou erg van die mozaïekfilms als Magnolia en Crash, waar gefocust wordt op losse verhalen en waarbij je je afvraagt hoe het ooit bij elkaar komt. Systema kent 23 personages, zo veel heb ik er nog nooit ­gebruikt. Wat zeg je? James Bond-achtig? Alles berust op waarheid, hoor. Systema was de codenaam van de Russische geheime dienst voor biologische oorlogsvoering, en het laboratorium Vector heeft echt bestaan. De overgelopen Skripal moest blijkbaar van iemand in Moskou sterven. In Systema voer ik een gefrustreerde, voormalige ­luitenant-generaal van de KGB op die twee wat amateuristische agenten een hitlist laat ­afwerken.”

“Alles mag in een roman,” aldus De Waal. “Het verhaal moet geloofwaardig zijn. Meer geloofwaardig dan realistisch. Al zorg ik wel voor realisme en actualiteit door de brandende Notre-Dame in Parijs te noemen, en Bellingcat. De straat waar die ex-KGB’er loopt, tussen het Kremlin en het Loebjankaplein bestaat ook echt. Zelfs het kruiswoordraadsel uit The Guardian dat een van die Russen ­oplost, is de puzzel die die dag in The Guardian stond. Ik vind het leuk dat soort actuele elementen in mijn verhaal te gebruiken. Net als die verwijzingen naar Tarantino’s ­Inglourious Basterds. Heb je die niet opgemerkt?”

Toen hij aan de grande finale van zijn boek wilde beginnen heeft hij de boel drie weken stilgelegd. “Hoe krijg ik ­alle personages op een geloofwaardige manier op dat ene moment in datzelfde gebouw? En dat het ook echt klopt. Ja, in Amsterdam, dat mag ik wel verklappen. Ik heb drie weken geen letter op papier gezet voor ik had bedacht hoe ik dat ging doen. Dat is het langste hoofdstuk geworden, hoofdstuk 59. Dat heb ik met ontzettend veel plezier ­geschreven.”

Hij heeft niet alleen veel lol beleefd aan het schrijven, ­Simon de Waal is ook tevreden met het resultaat. “Vandaag las ik een recensie waarin Systema werd vergeleken met boeken van John le Carré en Frederick Forsyth. Forsyth is de schrijver van mijn favoriete thriller: The day of the jackal. Met zo’n vergelijking mag je je handjes dichtknijpen, denk ik dan.”

Simon de Waal: Systema, Lebowski, €21,99

Beeld Renate Beense
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden