PlusInterview

Siep de Haan (63) richtte de Pride op, 25 jaar geleden: ‘Amsterdam vond zichzelf ontzettend tolerant’

Siep de Haan: ‘Je staat  gewoon niet  te springen om anders te zijn dan de rest.’

 Beeld Jerome de Lint
Siep de Haan: ‘Je staat gewoon niet te springen om anders te zijn dan de rest.’Beeld Jerome de Lint

Wiskundeleraar Siep de Haan (63) stond aan de wieg van de eerste Pride Amsterdam, 25 jaar geleden. Het was de tijd dat iedereen ‘heppiedepeppie’ was. Hij ziet nu een groter belang: ‘De Pride zegt alles over de vrijheid die we elkaar moeten gunnen.’

Hij glundert. “Rond deze tijd van het jaar voel ik me trots. Het woord Pride draag ik bij me. Kijk, de regenboogvlaggen nemen het straatbeeld over.”

Wiskundeleraar Siep de Haan heeft wat om trots op te zijn en om op terug te kijken. Hij werd in 1996 woordvoerder van Gay Business Amsterdam, de organisatie die de eerste editie van Amsterdam Gay Pride bedacht. De Canal Parade over de grachten, die hij tot 2006 organiseerde, werd een daverend succes: die trekt jaarlijks honderdduizenden mensen. “Dat deed ik niet alleen hoor, laat dat duidelijk zijn. Daar waren Ernst Verhoeven en mijn geliefde Peter Kramer bij. Met die twee mannen ben ik dit avontuur begonnen. Dat had ik alleen nooit gedurfd.”

“Wist je trouwens dat de botenparade op de dag met statistisch de meeste kans op zon wordt georganiseerd? Dat heeft Peter uitgezocht. Het moest natuurlijk wel in de schoolvakantie plaatsvinden, anders zou ik er helemaal geen tijd voor hebben.”

Vanuit Hotel Jakarta op Java-eiland kunnen we zijn huis aan de IJhaven zien. Voordat De Haan op het terras gaat zitten, wijst hij het huis aan waar hij samen met zijn man woont. Een mooi huis waar het licht van twee kanten naar binnen schijnt. “In mijn eentje zou ik dat niet kunnen betalen. Met mijn lerarensalaris zou ik Amsterdam moeten verlaten. Het is onbetaalbaar geworden.”

De Haan wijst dan richting de Piet Heinkade. “En daar is het Ramses Shaffy Huis. Aan de andere kant staat er ‘zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder’ op.” Samen met Liesbeth List en Ed Cools bedacht De Haan dit concept: jonge afgestudeerde kunstenaars werken en leven in één gebouw samen met ervaren en wat oudere kunstenaars.

Hij is ook secretaris van het Andreas Cultuur Fonds. “Mijn doel is het bevorderen van de samenwerking tussen homoseksuele en lesbische ondernemers. Zo kunnen we het culturele, sportieve en economische gayleven in Amsterdam laten helpen groeien.”

U heeft veel papierwerk meegenomen.

“Toen ik ging trouwen, hadden we vooraf zeshonderd agendapunten. Ik denk liever vooraf overal over na dan dat er achteraf onduidelijkheden bovendrijven.”

“Dit is ook de reden waarom de botenparade een zedelijkheidsverklaring heeft. Die heb ik 25 jaar geleden in samenwerking met de politie opgesteld om dingen voor elkaar te kunnen krijgen. Instanties dachten: die homo’s gaan vast veel te extravagant op die boot zitten. Twee jaar daarvoor was er een politieke manifestatie, die erg uit de hand was gelopen. Er reden wagens door de stad met lesbische stellen die nogal ­uitbundig bezig waren. Eigenlijk gewoon ordinaire seks. Ik was totaal in shock, ik woonde nog maar net in Amsterdam.”

De Haan schuift een document over tafel. ‘Zedelijkheidsverklaring m.b.t. grachtenparade 3 augustus 1996’ staat erop geschreven. Daaronder een opsomming van dingen die niet mogen: geen ontblote geslachtsdelen tonen, geen geslachtsverkeer – met mensen of dieren. “Voor het geval instanties dachten dat we met de eenden in de weer zouden gaan.”

“Wij wilden wel dat mensen speelden met het thema bloot, omdat we geen bloemencorso voor ogen hadden. Ordinaire dingen wilden we nooit. Het zou vervelend zijn als gezinnen zich niet welkom zouden voelen tijdens de parade. We wilden juist dat de mensen die zich helemaal niet aangesproken voelden en nooit van plan waren te gaan, toch een kijkje kwamen nemen. De stad hangt vol met regenboogvlaggen voor het grootste gayfeest van het jaar. Het betekent juist dat iedereen welkom is.”

Is gay de verzamelnaam die u gebruikt?

“Ik bedoel natuurlijk alle letters. lhbtqiap. Wij hadden in onze tijd maar twee letters. Op een gegeven moment drie, lhb: lesbi, homo en bi. Maar we zeiden altijd gay. Dat vind ik nog steeds een leuk verzamelbegrip. Nu wil men eigenlijk overstappen op queer, dat vind ik ook een mooi woord. Over de letters struikel ik. Overigens vind ik dat de H van hetero er ook bij moet.”

Waarom zijn hetero’s belangrijk voor Pride Amsterdam?

“Het is een solidariteitsevenement. Het zegt alles over de vrijheid die we elkaar moeten gunnen. De emancipatieboodschap luidt dat we respect voor ieders leefwereld hebben en dat we elkaar willen leren kennen. Wat overigens niet betekent dat het niet mag schuren. Als iets schuurt, wordt het interessant. Dat legt een wereld bloot die je blijkbaar nog niet goed genoeg begrijpt. Het geldt niet alleen voor gays en hetero’s onderling, ook voor mensen binnen de queergemeenschap zelf. Het levert altijd iets op als je de tijd neemt naar een oplossing toe te werken.”

U bent zelf niet onomstreden. Schuurt u met opzet?

“Niet onomstreden, dat vind ik een compliment. Wat zou ik anders saai zijn. Waar passies elkaar kruisen, vonkt het. Wat ik vervelend vind, is dat temperament van een homo vaak wordt afgeschilderd met: ‘dat is een relnicht’. Veel gays die zich laten horen en niet onomstreden zijn, ­werden in die tijd relnichten genoemd. Het gebeurt helaas nog steeds. Een etiket erop en klaar. Op naar het volgende onderwerp, zodat we er niet echt over hoeven te spreken.”

De drie oprichters van de Pride Amsterdam: Ernst Verhoeven, Peter Kramer en Siep de Haan, 2015. Beeld Cris Toala Olivares
De drie oprichters van de Pride Amsterdam: Ernst Verhoeven, Peter Kramer en Siep de Haan, 2015.Beeld Cris Toala Olivares

Elk jaar ontstond er wel een relletje met de gemeente over vergunningen en reguleringen. Deed u dat expres?

“Ik heb de media leren kennen toen ik samen met Huub Verweij en Peter Kramer de actiegroep Nahossers oprichtte. De groep was gericht tegen de Herziening Onderwijs Salarisstructuur, die het salaris van jonge leraren verlaagde. Omdat jongeren geen lid waren van de vakbonden, ­gingen die hiermee akkoord. Ik zocht een manier om onze punten interessant te maken voor de media.”

“De bonden keken niet naar ons om, ik was uit op een confrontatie. Ik zocht ruzie met de vakbond, wat in een mum van tijd in de krant stond. Het gemak verbaasde me. Als je met een relletje in de media komt, zijn bekende politici opeens bereid met je in gesprek te gaan. Als het in de krant heeft gestaan, mag je bellen. Eerder niet. Je kunt dingen in gang zetten met bekende Nederlanders. Bloot werkt ook erg goed.”

Wordt de dansende menigte bij de botenparade al 25 jaar mede mogelijk gemaakt door ruzie, bekende Nederlanders en bloot?

“Jazeker! En het moet inhoudelijk een goed verhaal zijn. Veel actiegroepen of organisaties hebben of een verhaal dat niemand begrijpt en gortdroog is, of iets ludieks waar iedereen doorheen prikt. In eerste instantie zat Amsterdam helemaal niet op een Pride te wachten. Amsterdam was vrij nuffig en vond zichzelf ontzettend tolerant. Er kwamen veel toeristen naar de Amsterdamse gayscene en het was er veilig, daar stonden we om bekend. In steden als New York ontstond de Pride als protest, maar hier was iedereen heppiedepeppie.”

“Toen ik in 1990 als Friese jongen in Amsterdam kwam wonen, was ik iemand met vooroordelen. De eerste keer dat Huub me uitnodigde in club Havana, waar hij werkte, bewaarde ik mijn geld in mijn sok omdat ik dacht op iedere hoek van de Reguliersdwarsstraat beroofd te kunnen worden. Er ging een wereld voor me open toen dat niet gebeurde. Ik ben zelf meer een Avrotype, maar ik vond het heerlijk om me te omringen met deze extraverte mensen. Ik werd manager van de Amerikaanse dragqueen Nicky Nicole, die kreeg in Nederland veel bekendheid. We deden fantastische dingen met veel succes. Maar op een gegeven moment wilden we groter dan enkel de gayscene in de Reguliersdwarsstraat.”

U stootte uw hoofd tegen het glazen plafond van de Reguliersdwarsstraat?

“Zeg dat wel. Ik wilde de vooroordelen die ik als Friese jongen had graag ontkrachten. Er moest een evenement komen waar iedereen kon genieten van het Amsterdam waar ik zo van hield. Het stikte van de creatieve mensen die we samen wilden brengen. Iedereen zou ­kennismaken met deze fantastisch vrije wereld. We hadden nooit gedacht dat het 25 jaar later nog zou bestaan.”

Als u terugkijkt op de relletjes en de ruzies, zou u dat dan in het vervolg anders aanpakken?

“Nee, ik vind ruzie helemaal niet erg. Het is functioneel, want daarna ontstaat pas het echte gesprek. Dit is ook waarom ik graag ruzies in het openbaar uitspreek. Een groot verschil met de Pride nu: die houden alles binnenskamers. Natuurlijk hebben ze ook ruzies en gedonder, alleen houden zij het stil. Dat is gewoon niet mijn stijl. Als de gemeente moeilijk deed over vergunningen voor een gayfeestje, vond ik dat de gemeenschap dat moest weten.”

Er is weinig bekend over het Friese jongetje. Hoe komt dat?

“Daar wordt eigenlijk nooit naar gevraagd. Ik denk door de relletjes, dat vinden mensen nou eenmaal interessanter. Ik ben erg beschermd opgegroeid in Friesland. Mijn ouders zijn jong getrouwd, misschien wel te jong om het traditioneel te noemen.”

De Haan glimlacht. “We waren en zijn nog steeds heel hecht.”

Konden jullie veel bespreken, seksualiteit bijvoorbeeld?

“Over mijn homoseksualiteit dacht ik gewoon niet na, dus ik sprak er ook niet over. Toen ik op de middelbare school zat, wist ik dat het bij mij anders zat dan bij de jongens in mijn klas. Ook was ik razend populair bij de meisjes. Dat had een teken moeten zijn.”

Of een vooroordeel.

Gniffelt. “Nee, een teken. Vooroordelen bestonden in die tijd nog niet. Ik zag om me heen hoe de jongens belangstelling in de meisjes kregen. Die belangstelling ­ontbrak bij mij. Ik dacht: zulke dingen doe je toch niet bij meisjes? Dat vond ik niet ­respectvol. Vrij snel had ik door dat ik the only gay in the village was. Ik heb bewust gewacht tot mijn studententijd met open zijn over mijn geaardheid. Ik had er op de middelbare school toch niks aan, want ik was de enige. Ik werd wel verliefd op een heterojongen uit mijn klas. Daar legde ik me maar bij neer. Dan maar van het gevoel genieten. Ik had hem niet nodig om verliefd op hem te zijn.”

Dat klinkt mooi en eenzaam tegelijk.

“Er was niemand die homo was en ik moest toch iets met mijn gevoelens. Ik werd er juist vrolijk van. Je hebt in een museum heel mooie beelden, schilderijen en objecten, maar die neem ik ook niet mee naar huis. Ik accepteerde dat mijn verliefdheid geen specifiek doel had.”

Heeft u het hem ooit verteld?

“Ja, later toen we allebei in Groningen gingen studeren. Nooit met het idee dat hij ook verliefd op mij zou worden. Ik heb het mijn ouders ook in mijn studententijd ­verteld. Ik denk dat ik er zelf langer aan heb moeten wennen dan mijn ouders. Je staat gewoon niet te springen om anders te zijn dan de rest. Het heeft even geduurd voordat ik comfortabel was in het hebben van een relatie met een man. Ik vond het niet meer dan logisch dat mijn ouders ook even moesten wennen. Ze waren meteen verzot op Peter. Ik heb hem in Groningen leren kennen.”

Uw huidige man. Was dit ook uw eerste relatie?

“Nee, ik heb daarvoor ook een relatie gehad.” Hij friemelt wat aan zijn koffiekopje. “Maar die jongen is overleden. Ik was heel jong toen mijn geliefde er plots niet meer was. Ik was een jaar of 22. Of 23. Ja, gewoon…”

Dat is natuurlijk niet gewoon voor een jongen van 23.

“Gewoon heel erg heftig. Helemaal in een periode waarin je net uit de kast bent. Je leven begint net. Een eerste relatie is heel spannend en dan stopt het opeens, abrupt. Daar wil ik verder niet over in detail treden. Ik heb gelukkig nog goed contact met zijn moeder. Zij is mij heel dierbaar.”

‘Ik dacht: misschien had ik die gele broek niet aan moeten trekken.’ Beeld Jerome de Lint
‘Ik dacht: misschien had ik die gele broek niet aan moeten trekken.’Beeld Jerome de Lint

U bent wiskundeleraar geworden. Wat vonden de leerlingen van u?

“Als je creatief bent, willen mensen veel van je leren. Ik probeerde het vak leuker te maken. Ze wisten dat ik ook de manager van Nicky Nicole was, dat vonden ze geweldig. Mijn hele lokaal hing vol met mooie jongens. Leerlingen namen affiches mee en die hingen we op. Er was een groepje dat met mij Amsterdam wilde bezoeken, dat hebben we gedaan.­ Dat zou ik nu niet meer zo snel doen. De ouders bekeken mij met meer ­argwaan dan de leerlingen. Ik zag er heel gewoon uit – ik was immers nog steeds Avrolid – maar ze vulden dat in met hun eigen fantasieën en vooroordelen. Bij de leerlingen was ik gewoon mezelf. Ik was erg populair.”

Kunt u nu nog steeds uzelf zijn voor de klas?

“Het wordt lastiger. Dat vind ik raar om mee te maken. Iedereen denkt nu dat het wel klaar is met die emancipatie, maar in de steden wordt het steeds rommeliger. In een stad ontstaan er veel sneller bubbels. Ik durf nu niet overal meer te wonen.”

Wijzend naar zijn huis aan de overkant: “Wij zitten hier in een homoparadijsje.”

Hij grijpt naar een briefje uit de mee­gebrachte papierhandel. Het is een recent onderzoek van Movisie naar acceptatie van lhbti-personen. “Kijk, 60 procent van de homo’s durft niet meer hand in hand te lopen. Ik ook niet. De groep die het heel erg zwaar hebben zijn lhbtqiap-jongeren met een migratieachtergrond. Dat zie ik ook bij mij op de middelbare school. Dat ze tegen mij niet zo tolerant meer zijn als vroeger vind ik niet leuk, maar ik kan ermee dealen. Dat jonge kinderen geen kant op kunnen, vind ik zorgwekkend.”

“Het verbod op discriminatie en vrijheid van godsdienst en meningsuiting kent een troebele grens. Van mij mag die grens veel duidelijker zijn. Iedereen heeft grenzen nodig. We kunnen elkaar helpen als we duidelijke markeringspunten hebben. Is er iets aan de hand? Benoem het. Haatcrime moet strenger aangepakt worden. Leuk dat we denken alles te kunnen zeggen. Maar discriminatie is geen mening. We moeten elkaar leren snappen en weten hoeveel pijn het doet.”

Hoe voelt het om gediscrimineerd te worden?

“Het is een vernedering. Ik werk al 38 jaar in het onderwijs...”

Hij valt stil. “Ik moet oppassen met over mijn werk praten, omdat de school dat soms niet prettig vindt. Ik neem een ander voorbeeld. Peter en ik waren laatst aan het fietsen en toen werden we uitgescholden.”

Wat denkt u op zo’n moment?

“Ik dacht misschien had ik die gele broek niet aan moeten trekken…”

Had ze maar geen kort rokje moeten dragen…

“Dat is inderdaad hetzelfde verhaal, ja, belachelijk. En dan word ik boos en vraag ik me oprecht af: waarom discrimineer je mij?”

Maar u vindt het lastig om te vertellen wat er op uw school is gebeurd.

“Ik ben er weleens op aangesproken in de tijd dat ik vaak in de media opdook. De naam van de school werd daarmee geassocieerd. Dat kan een school onprettig vinden. Dat begrijp ik wel.”

Moet u zich verantwoorden tegenover uw school?

“Dat niet. De directie heeft me enorm geholpen met een incident op school.”

Wilt u het vertellen?

“Leerlingen weten dat ik die gast van de gaypride ben. Er was een groepje die op mijn lokaalmuren en ramen sloegen en ‘homo’ schreeuwden. Het voelde alsof ik werd bespuugd.”

Een school is een plek waar zowel kinderen als leerkrachten zich veilig moeten voelen. Voelt u zich nog altijd veilig?

“Ik heb besloten dat ik een x-aantal incidenten accepteer. Als die grens wordt overschreden, ga ik weg. Dat geeft gek genoeg een veilig gevoel. Maar ook omdat er veel leerlingen en collega’s zijn die naast me staan. Ik heb altijd leraar willen zijn, het is het mooiste vak dat er is.”

“Vaak kreeg ik het aanbod om fulltime de evenementenbranche in te springen. Evenementen zijn een ontsnapping. Hoe mensen schaamteloos en extravagant durven te gaan, vind ik geweldig. Toch is het niks voor mij. Dat zou ik nooit durven.”

“Eerlijk gezegd vond ik het organiseren leuker dan de gaypride zelf. Mijn roeping is en blijft lesgeven, want die pubers zijn de toekomst. Ik geloof in de kracht van jongeren. Ze zijn soms onbeleefd en brutaal, maar ze zijn altijd bereid ook jouw verhaal te snappen.”

Siebolt (Siep) de Haan

9 mei 1958, Wolvega

1963-1970 Lagere school, in Oldelamer en Munnekeburen
1970-1974 Peter Stuyvesant Mavo, Wolvega
1974-1976 Havo, Heerenveen
1976- 1984 Lerarenopleiding Ubbo Emmius, Groningen
1985-heden Docent wiskunde St. Bonifatiuscollege, Utrecht
1989-1994 Secretaris bestuur Nahossers
1991-1998 Manager dragqueen Nicky Nicole
1994-heden Secretaris bestuur Gay Business Amsterdam
1996-2005 Organisator Amsterdam Pride
2003-2010 Organisator Love Dance, Paradiso
2014-heden Secretaris bestuur Andreas Cultuur Fonds
2014-heden Secretaris bestuur Stichting Kunstenaarshuizen Amsterdam
3 juli 2020 Ridder in de Orde van Oranje-Nassau

De Haan woont met zijn man in het centrum van Amsterdam.

Het 25-jarige jubileum van de Pride Amsterdam is vanwege corona doorgeschoven naar volgend jaar. Dit jaar zijn de meeste evenementen afgelast, waaronder de straatfeesten en de Canal Parade. Wel zijn er kleinere activiteiten, zoals een Pride Walk op 7 augustus. Zie verder: www.pride.amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden