Plus Reportage

Semhar is 3 jaar in Nederland en helpt nu kwetsbare Eritrese vrouwen

Semhar Medhanie luistert naar twee Eritrese vrouwen bij Boost. Beeld Pieter van den Boogert

Semhar Medhanie heeft een missie. Ze is zelf pas drie jaar in Nederland, maar wil kwetsbare Eritrese vrouwen helpen zelfstandiger te worden. ‘Ik dacht: wie gaat ze helpen?’

Het is 12.30 uur ’s middags bij Boost, een ontmoetingsplek voor vluchtelingen en buurtbewoners in Amsterdam-Oost. Groepjes mensen wandelen kletsend de klaslokalen uit. Syriërs, Afghanen en Eritreeërs komen hier voor de gratis taallessen, maar blijven graag hangen voor een ­gratis warme lunch, het taalcafé, of gewoon voor de ­gezelligheid.

Semhar Medhanie (29) is een van de cursisten . Haar ­inburgeringsexamen heeft ze al lang gehaald, maar ze wil haar Nederlands een beetje bijhouden. Ze gaat zitten aan een van de tafels in de kantine. Omdat ze ook vrijwilliger is bij Boost eet ze snel haar lunch, zodat ze klaar is als het taalcafé begint. Intussen vertelt ze enthousiast over haar werk, in bijna vloeiend Nederlands.

Medhanie liep vijf maanden stage bij de gemeente ­Amsterdam waar ze onderzoek deed naar de effectiviteit van cursussen aan Eritrese statushouders. Ze neemt deel aan de klankbordgroep om mee te praten over beleid voor nieuwkomers in de stad. “Dat ik graag wil helpen, komt voort uit onze cultuur,” vertelt ze. “En het liefst help ik vrouwen die ook uit Eritrea gevlucht zijn. Ik zie dat ze te vaak afhankelijk zijn van een man. Die gaan wel naar buiten, vrouwen blijven binnen. Dat kan niet in ­Nederland. In Eritrea woon je vaak op het platteland met grote families en veel kinderen. Hier vereenzaam je.”

De ongeveer 17.000, veelal jonge Eritreeërs die sinds 2014 naar Nederland kwamen, vluchtten voor het dictatoriale regime in hun thuisland. In Eritrea geldt een dienstplicht die officieel anderhalf jaar duurt, maar in de praktijk vaak oneindig blijkt te zijn. Veel vrouwen worden ook soldaat.

Eind vorig jaar publiceerde het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) een onderzoek over de nieuwe groep Eritreeërs in Nederland. Conclusie: de vluchtelingen hebben last van trauma’s en eenzaamheid, en ervaren hier grote cultuurverschillen. En: vrouwen hebben het moeilijker dan mannen. Ze hebben vaker te maken met een gezins­hereniging die nog niet gelukt is, en hun vlucht is over het algemeen traumatischer verlopen.

“Wie gaat ze helpen, dacht ik,” vertelt Medhanie, die zelf in december 2015 naar Nederland kwam. “Willen ze hier gelukkig worden, dan moeten ze wel een beetje veranderen. Daar bedoel ik mee dat ze naar buiten durven te gaan en zelf plannen maken.”

Medhanie stapte daarom een jaar geleden bij Boost ­binnen met een concreet plan: voorlichting geven aan Eritrese vrouwen. Ze begon met gezondheidsvoorlichting. Die heeft ze nu twee keer georganiseerd, in samenwerking met het zorgcafé Dokters van de Wereld. Een vrouwelijke GGD-arts vertelt de vrouwen onder andere over anti­conceptie en wat te doen bij menstruatieklachten.

Lef en daadkracht

Medhanie is trots op de twee drukbezochte bijeenkomsten. Maar wat maakt haar anders dan de vrouwen aan wie ze de cursus geeft? Of de vrouwen uit het onderzoek van het SCP? Ze voelt zich met hen verbonden, maar toont ­tegelijkertijd meer lef en daadkracht.

Zelf zegt ze dat ze sterk werd door haar tijd in Sawa, een militair trainingskamp waar jongeren voor hun dienst naartoe worden gestuurd. Ze kreeg er ook de kans om te studeren. Medhanie haalde goede cijfers voor haar eindtoets in Sawa en mocht toen sociale wetenschappen studeren. Vervolgens stond ze drie jaar voor de klas.

Ook haar vlucht naar Nederland heeft Medhanie gesterkt. “Ik moest voor het eerst in mijn leven eigen keuzes maken. Het eerste jaar na mijn vlucht woonde ik in ­Soedan. Toen ik daar net was, belde ik mijn vader op voor advies. ‘Mag ik als serveerster gaan werken?’ vroeg ik hem. Hij zei dat ik er nu alleen voor stond. Geen ouder of een overheid die mijn keuze bepaalde… dat vond ik helemaal niet leuk. Maar ik heb wel geluisterd.”

Medhanie praat enthousiast over hoe ze met haar ervaring anderen wil helpen en dat ze zo veel vertrouwen heeft in de sterke Eritrese vrouwen. Het wordt drukker in de kantine van Boost, waar de tafels bezet raken met groepjes mensen die op een ontspannen manier hun taal willen ­oefenen. Medhanie neemt samen met de Nederlandse vrijwilliger Trudy plaats. Al snel schuift een viertal jonge Eritrese vrouwen aan. Ze kijken afwachtend naar Medhanie die de middag op gang brengt.

De lesboeken en schriften blijven ongeopend op tafel ­liggen. Selina, Selam, Eden en Kesanet willen van de gelegenheid gebruik maken om vragen te stellen over het volgen van een opleiding. Selina (21) geeft aan dat ze het liefst in de bediening wil werken van een café of restaurant. “Dan moet je goed Engels spreken,” reageert Kesanet (20). “Jammer,” zegt Selina: ze heeft nog moeite met de Nederlandse taal. “Dat moet ik eerst onder de knie krijgen.” Medhanie onderbreekt het gesprek. “Je hoeft geen ­Engels te kunnen. En als je niveau A2 van de inburgeringslessen hebt gehaald, spreek je goed genoeg Nederlands. Echt waar!” Tegen Kesanet: “Met A2 kun je heel veel doen. Jij kan dan ook een opleiding gaan doen als verzorger.” De jonge vrouw wil graag met ouderen werken. Medhanie moedigt haar aan: “Goede keuze, daar is veel werk in te vinden.” Ze belooft een keer rolmodellen uit de zorg en de horeca uit te nodigen om over hun werk te komen ­vertellen.

Anticonceptie

Terwijl het taalcafé nog steeds bezig is en er om hun heen taalspellen worden gespeeld, vraagt Medhanie wat de vrouwen vonden van haar gezondheidsvoorlichting. ­Selam (29) vertelt dat ze de informatie over de pil aan al haar vriendinnen heeft doorgegeven. “Ik had er echt geen idee over,” zegt ze. “Waar kun je het kopen? Hoe moet je het gebruiken? En wat zijn de bijwerkingen?” Ze krijgt bijval van de vrouwen in de groep. “We wisten niets,” zegt Eden (21). “Ik ben nauwelijks naar school geweest in ­Eritrea.”

Kesanet geeft aan dat ze meer wil leren over kinderen opvoeden. Het blijkt een veelgehoorde vraag. Selina: “Alles is zo anders hier. In Eritrea geven ouders hun kinderen een tik als ze iets verkeerd doen. Dat mag hier niet. Ik ben het daarmee eens, maar wil wel leren hoe je dan een kind moet corrigeren.”

Aan het einde van het taaluurtje grijpt Kesanet de gelegenheid aan om te laten weten dat ze soms last heeft van de negatieve berichtgeving rondom nieuwkomers. ­“Iemand vroeg laatst aan mij: ‘Ben jij écht Eritrees?’ Hij ­geloofde het bijna niet omdat hij dacht dat alle Eritreeërs lui zijn. Ik word daar verdrietig van. Weet je wat die verhalen met ons zelfvertrouwen doen? Ik heb er een beetje om gehuild. Eritrese mensen zijn harde werkers, ze praten er alleen niet over.”

Het is 15.00 uur en het taalcafé loopt op zijn einde. De vrouwen wensen elkaar een fijne zomer nu Boost een paar weken sluit. Medhanie vertelt dat ze zich net heeft ingeschreven voor een opleiding sociaal maatschappelijke dienstverlening. Daar zoekt ze nog een stage of baan bij, want ze gaat de opleiding in deeltijd doen. “Ik kan dan niet meer zo veel vrijwilligerswerk doen als nu. Maar als het kan, ga ik ermee door. Ooit zou ik zelf training willen ­geven. Over hoe je zelf plannen maakt, je tijd organiseert en zelfvertrouwen opbouwt. Want vrouwen wachten nog te vaak op hun man. Dat wil ik niet zien.”

De namen Selam en Selina zijn gefingeerd.

Semhar Medhanie Beeld Pieter van den Boogert

Eritreeërs in Amsterdam

In Amsterdam wonen ruim 1300 ­Eritrese statushouders. Voor deze groep bestaat nu een speciaal ­programma van de gemeente, gericht op hulp bij zelfstandig wonen en het kweken van zelfvertrouwen. De gemeente laat weten dit te doen omdat de groep tijdelijk extra aandacht nodig heeft. Er zijn ook organisaties in de stad die een brug slaan tussen Amsterdammers en Eritrese nieuwkomers, zoals Stichting Sedrabet en Stichting Ykeallo. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden