PlusInterview

Sekswerker Yvette Luhrs (35): ‘Er rust een enorm stigma op prostitutie’

null Beeld Nosh Neneh
Beeld Nosh Neneh

Voor de docuserie Ik word prostituee ­toont en ontdekt sekswerker Yvette Luhrs (35) wat het betekent om in de prostitutie te werken in Nederland. ‘Soms is het een soort sportoefening.’

Sekswerker Yvette Luhrs woont in De Baarsjes, in een benedenhuis met een tuintje. Daar houdt ze kippen, zie je in de eerste aflevering van haar vierdelige documentaireserie Ik word prostituee, waarin ze onderzoekt wat het voor haar betekent, zowel persoonlijk als zakelijk, om in Nederland in de prostitutie te gaan werken.

De kippen zijn net overleden, zegt ze, terwijl ze voorgaat naar een gezellig-rommelige woonkamer (planten, tweedehands meubels, kaarsjes, een ukelele) waar het naar wierook ruikt. “Pf, als ik het erover heb, schiet ik weer vol. Het waren Red een Legkip-kippen. Hun lijfjes zijn zo doorgefokt, ze zijn niet gemaakt om lang te leven. Ik ben blij dat ze hier nog tweeënhalf jaar in vrijheid konden rondscharrelen.”

Op gepaste afstand drinken we kruidenthee en eten we veganistische stroopwafels (Luhrs is veganist), zij in wat ze haar zondagse pak noemt. Trainingsbroek, capuchontrui, warme sokken. Haar lange donkerrode haar dat aan de onderkant en langs de zijkanten is weggeschoren, zit in een knot. Geen make-up. Je zou het ook een pandemie-uniform kunnen noemen; prostituees mogen hun vak niet beoefenen tijdens de lockdown. “Ik heb jaren toe­gewerkt naar deze stap. Nu ben ik eindelijk prostituee, ligt de hele industrie op zijn hol.”

Voor de serie probeerde ze drie vormen uit: escort, bordeelwerk en raamprostitutie. “Ik kwam tot een keuze die ik niet ga verklappen – daarna kon ik een paar maanden aan de slag, na de eerste lockdown. Tot alles weer dicht ging.”

De seksindustrie is niet nieuw voor Luhrs. Na haar studie filmwetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam verdiende ze haar geld met webcamseks en maakte ze porno, voornamelijk met vrouwen en non-binaire mensen. Zelf identificeert ze zich ook niet met een ­gender. Voor haar bachelor- en masterscriptie onderzocht ze onder andere beeldvorming over porno in mainstream media. “Het verbaasde me dat ik in de wijd­verspreide ­porno nooit beelden zag die overeenkomen met de nabijheid die ik voel als ik seks heb. Dat was voor mij een reden zelf porno te gaan maken, als regisseur en als performer. De maker in mij wilde iets tastbaars doen met mijn academische kennis en mijn eigen seksualiteit.”

Hoe zou u uw seksualiteit omschrijven?

“Ik connect makkelijk op een intieme manier, van jongs af aan al. Als ik je aardig vind, vind ik je vaak ook leuk, leuk genoeg om seks mee te willen. En als we dat allebei voelen, waarom zouden we dan niet aan elkaar zitten? Ik ben polyamoreus. Mijn partner, met wie ik vijf jaar samen ben, en ik hebben een open relatie. Heel basaal misschien, maar ik vind het plezierig om aan te raken en aangeraakt te worden. Het is mijn modus operandi.”

Wat brengt die modus operandi u in de prostitutie?

“Ik word niet per se opgewonden van mijn klanten. Soms wel, en soms is het een soort sportoefening. Vooral boeiend aan prostitutie vind ik dat je een echt fysiek en mentaal proces in moet met die ander. Ik kan niet níet aanwezig zijn als ik met een klant in de kamer ben. Daarom vond ik cammen saai worden. Dat is veel mechanischer; ik hoef er niet echt met mijn hoofd bij te zijn. Ik kan ook even snel een appje sturen terwijl ik het doe. Als je met een klant in bed ligt, gaat dat niet. Prostitutie was altijd mijn eerste keuze binnen het sekswerk, maar omdat ik er veel vooroordelen over had, stelde ik het steeds uit.”

Welk vooroordeel had u?

“Dat je psychisch labiel wordt van prostitutie, dat het iets is wat je niet mag willen en dat er kennelijk iets mis is met je als je het wel wilt en denkt dat je het kunt. Allemaal bullshit die ik eerst moest ontleden. Gelukkig ken ik veel sekswerkers door het maken van porno en kreeg ik via hen toegang tot mensen in de queerscene – gesprekken met hen hielpen enorm bij het ontleden wegzetten van mijn vooroordelen.”

Mocht u van uzelf het beroep van prostituee ook niet prettig vinden om te doen, toen u er eenmaal aan begon?

“Ik hield er rekening mee dat ik het mentaal te zwaar zou vinden, dat ik me het vak compleet verkeerd voorstelde. Dat bleek niet zo te zijn. Er waren, en zijn, natuurlijk dingen waaraan ik moet wennen, zoals de afspraken over toestemming. Bij raam- en bordeelwerk begin je bij een standaardprijs voor penetratie of oraal. Voor alle extra’s moet de klant bijbetalen. Wil je penetratie en oraal, betaal je het dubbele. Wil je een ander standje, betaal je ook meer. Wil je dat de sekswerker naakt gaat of dat je ook aan haar mag zitten, betaal je daar ook voor. Dat is vreemd voor mij, omdat ik bij seks in mijn vrije tijd gewend ben te gaan as we go. Je begeeft je samen op een pad en als iemand iets doet waar je niet blij van wordt, zeg je stop.”

“Als prostituee is dat anders. Heel simpel, hè. Iemand komt binnen voor alleen penetratie, maar als ik boven op hem zit, pakt hij toch ineens mijn borsten vast. Dat is in principe seksueel geweld, ook al had ik die handeling in een meer open afspraak niet grensoverschrijdend gevonden. Een interessant gebied waar ik nog nooit over had nagedacht.”

Hoe pakt u dat aan, met een paar maanden ervaring?

“Ik zeg weleens helder: ik zou het leuker vinden als je wat meer betaalt, want dan kunnen we het gezelliger maken. Nog een vooroordeel dat ik had: ik was in de veronderstelling dat mensen die betalen voor seks heel goed weten wat ze willen. Dat blijkt niet zo te zijn. Ze zijn vaak schuchter. Ik merk ook dat veel klanten niet beseffen dat ze op zoek zijn naar intimiteit, niet alleen naar seks. Eigenlijk verbaast me dat ook niet. Mensen zijn superkwetsbaar wat hun seksualiteit betreft, ook degenen die prostituees bezoeken. En dat vind ik tof.”

Treft u wel eens een klant bij wie u meteen denkt: nee?

“Ja. Dat gaat op instinct. Het heeft te maken met de geldingsdrang waarmee mensen je benaderen: hoe kijkt iemand, hoe beweegt iemand zich in je richting. Een bepaalde dominantie kan in iets heel kleins zitten. Iemand kan vriendelijk naar me toe komen, maar bijvoorbeeld meteen een hand op mijn schouder leggen. Dan is het over en uit, direct. Het omgekeerde maak ik trouwens zeker zo vaak mee; dat iemand verlegen en lief is, maar stoer binnenkomt. Daar prik ik dan wel doorheen.”

Denkt u dat u dit werk lang blijft doen?

“Ik kan me geen leven zonder sekswerk voorstellen. Het voelt als een prettige manier om te voorzien in mijn basisbehoeften. Het is van mij. Ik en ik alleen ga erover, naar mijn standaarden en kwaliteitseisen. En het is er altijd. Dat voelt als rijkdom, ook omdat het me in staat stelt vrijwilligerswerk te doen en activistisch te zijn. Ik sta op de kandidatenlijst van BIJ1 voor de Tweede Kamerverkiezingen, ik zet me in voor de belangenbehartiging van sekswerkers en voor de queercommunity. Daar kan ik meer tijd voor maken omdat ik goed geld verdien met sekswerk.”

Hoe kunt u dat activistische kwijt binnen de prostitutie?

“Door het maken van een documentaireserie, om te beginnen. Er rust een enorm stigma op prostitutie. Dat is killing, bijvoorbeeld omdat geweldplegers denken dat ze ermee wegkomen omdat het ‘maar een sekswerker’ is die ze iets aandoen. Of omdat mensenhandelaars weten dat de vrouwen die zij dwingen tot prostitutie toch maar als ‘hoeren’ worden gezien. De schaamte die wij sekswerkers opleggen met onze vooroordelen, wordt door hen gebruikt om mensen te isoleren en in een afhankelijke positie te houden.”

“Als schaamte en stigma plaatsmaken voor openheid en respect, kan er veel meer ondersteuning zijn voor mensen die tegen hun zin in de prostitutie zitten en eruit willen. Ik doe mijn best het stigma actief te bestrijden, en zal dat blijven doen, terwijl ik ondertussen plezier beleef aan mijn vak. Ik kijk ernaar uit na de lockdown weer aan het werk te gaan.”

De tweede aflevering van Ik word prostituee is woensdag te zien om 22.30 uur op Net5. Afleveringen bekijken of terugzien kan ook via Kijk.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden