PlusInterview

Schrijver Tessa Leuwsha: ‘Ik ben voor andere rolmodellen’

Tessa Leuwsha (52) dook opnieuw in de koloniale geschiedenis van Suriname. Haar roman Plantage Wildlust gaat over het geploeter van zowel contractarbeiders als eigenaren in de nadagen van de plantages.

Tessa Leuwsha: ‘De nieuwe generaties moeten weten dat ze niet alleen voortkomen uit slachtoffers.’ Beeld Sirano Zalman

Als de voortekenen niet bedriegen, wordt binnen afzienbare tijd Chan Santokhi aangesteld als de tiende president van Suriname. Het zou een doorbraak zijn voor zijn Vooruitstrevende Hervormings Partij, maar ook voor de hele Hindostaanse gemeenschap in het land, zegt schrijfster Tessa Leuwsha over de telefoon vanuit Paramaribo. “De groep heeft zich uit een enorm achtergestelde positie ­opgewerkt. Contractarbeid is pas opgehouden bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Het is eigenlijk nog maar kort geleden dat de Hindostanen werden beschouwd als tweederangsburgers.”

De contractarbeiders die vanuit Brits-Indië naar Suriname kwamen, spelen een belangrijke rol in Leuwsha’s roman Plantage Wildlust. Ook voor haar nieuwe roman dook Leuwsha in de koloniale geschiedenis van het land, maar dit keer speelt het verhaal na de afschaffing van de slavernij in 1863, toen de tot slaaf gemaakten die honderden jaren hadden ­gewerkt op de plantages werden vervangen door geronselde contractarbeiders, voornamelijk afkomstig uit Brits- en Nederlands-Indië.

Leuwsha: “Na de afschaffing van de slavernij door ­Nederland was er een overbruggingsperiode van tien jaar waarin slaven verplicht op de plantage moesten blijven werken. In die tijd kwam het systeem van de contract­arbeid op gang. Wat ik mij eigenlijk pas realiseerde tijdens het onderzoek voor mijn boek, was dat de infrastructuur precies dezelfde was. De contractarbeiders vloeiden in een systeem dat helemaal was geënt op slavernij en kwamen onder de leiding te staan van mensen die nog dezelfde mentaliteit hadden. Ze kregen loon, maar verder was er weinig verschil in de behandeling die ze kregen.”

Langzame verpaupering

In een kleine honderd jaar kwamen naar schatting 70.000 arbeiders naar Suriname om daar onder erbarmelijke omstandigheden te werken. “Het ging doorgaans om mensen die in hun vaderland weinig perspectieven hadden. Ze droomden van een beter leven en dachten dat in Suriname te vinden. De mensen konden vaak niet lezen, dus ze hadden ook geen idee van de inhoud van het contract dat ze hadden getekend. Dat heeft heel veel leed veroorzaakt. Er waren problemen met drinken en gokken als ­gevolg van de uitzichtloosheid en veel zelfmoorden.”

Plantage Wildlust speelt in de eerste helft van de 20ste eeuw, wanneer de plantagecultuur over zijn hoogtepunt heen is. Het verhaal beschrijft het moeizame geploeter van de Nederlandse eigenaren, het creoolse personeel en de Hindostaanse arbeiders die op de besloten plantage tot elkaar waren veroordeeld. Voor de historische context putte de schrijfster uit de geschiedenis van de bestaande Plantage Peperpot in het district Commewijne. “Er zijn veel brieven en foto’s bewaard gebleven van de eigenaren. De brieven schetsen een beeld van langzame verpaupering. De familie kon steeds minder contractarbeiders betalen en moest steeds meer werk zelf doen.”

Spannend aan de roman is de keuze niet terug te vallen op het vertrouwde beeld van de witte planter als wrede dader en de zwarte arbeider als slachtoffer. “Ik heb de geschiedenis absoluut niet willen bagatelliseren. Het beeld van de witte dader en het zwarte slachtoffer is een waar beeld. Ik wilde echter personages maken die niet exemplarisch zijn voor de grote geschiedenis, maar die samen de ­nadagen van de plantagetijd beleefden. Mijn drijfveer was te laten zien dat leed aan alle kanten kan worden geleden.”

Een genuanceerd beeld

Dus ook door het Nederlandse echtpaar dat naar Suriname komt om de leiding over te nemen op de plantage. “Het witte stel in mijn boek kwam met de beste bedoelingen naar Suriname. Het was niet zo dat alle witte mensen op de boot stapten met het idee om in de kolonie eens extra wreed te zijn. Het stel komt terecht in een systeem dat puur drijft op het verdienen van geld. Ook voor hen was het buigen of barsten. Ik voer een creoolse opzichter op die behendig gebruik maakt van zijn positie op de plantage. Slechtheid is ook een vorm van macht.”

De tijd is rijp voor een genuanceerd beeld, gelooft Leuw­sha, zeker nu er een mondiale beweging tegen racisme is opgestaan. “Ik ben er heel erg voor om andere rolmodellen naar voren te schuiven, ook om uit het slachtofferschap te stappen. Vandaar dat ik in mijn boek enkele zelfbewuste zwarte personages opvoer. Die figuren waren zeldzaam in de koloniale tijd, maar ze wáren er wel degelijk. Er was een gekleurde elite in Suriname die in een zekere welvaart leefde en zelf ook slaven had. Er waren marrons die na hun vlucht van de plantages in het binnenland in vrijheid leefden. Er waren ambachtslieden in de kolonie.”

Voor de uitzonderingen is onvoldoende aandacht, vindt de schrijfster. “Ik vind het belangrijk dat nieuwe generaties weten dat ze niet alleen voortkomen uit slachtoffers. Ik wil niet dat mijn kinderen worden gedefinieerd door het gegeven dat mijn overgrootmoeder in slavernij heeft geleefd. Ik wil dat ze ook weten dat het een sterke vrouw was die ervoor heeft gezorgd dat al haar kinderen naar school konden. Het is aan mijn generatie om een ­ander narratief te scheppen, een verhaal waar onze kinderen kracht uit kunnen putten.”

Tessa Leuwsha: Plantage Wildlust. Atlas Contact, €19,99 

Gecontrac­teerden op Plantage Peperpot. Beeld archief G. Kanis
Dezelfde plantage in 2019. Beeld Rowin Ubink

Beelden en straten

De wereldwijde protesten tegen de achterstelling van zwarte mannen en vrouwen vinden in Suriname nog weinig weerklank. “Misschien omdat we hier geen witte superioriteitsmacht hebben,” vermoedt Leuwsha. “Het verwerken van de koloniale geschiedenis is wel een thema. Dan gaat het ook over de straatnamen en de standbeelden. Waarom hebben we in Paramaribo nog een Wilhelminastraat en een Emmastraat? Het wapen van de stad ­Amsterdam is vijf jaar geleden verwijderd van het presidentieel paleis.”

Dat geldt ook voor het standbeeld van de Nederlander George Barnet Lyon, in Suriname als agent-generaal van de immigratie belast met het aantrekken van contractarbeiders. Hij ging over het welzijn van de immigranten, maar bleek in de praktijk vooral bezig de belangen van de planters te dienen. Zijn borstbeeld is drie jaar geleden weggehaald en vervangen door een beeld van Janey Tetary, een Hindostaanse die in 1883 in verzet kwam tegen de eigenaar van haar plantage en met vijf andere werkweigeraars werd neergeschoten.

Ook dat is een blinde vlek in de koloniale geschiedenis, vertelt de schrijfster. “Er waren veel opstanden op de plantages, ook in de tijd van de contractarbeiders. Dat werd zorgvuldig onder de pet gehouden om de instroom van nieuwe contractarbeiders niet te beïnvloeden. Ik was vorig jaar toevallig een keer op het terrein van het directoraat Cultuur. Daar lag het borstbeeld van Barnet Lyon af­gedankt in een hoekje van het erf. ­Gewoon met zijn gezicht in het zand. Het schijnt nu in het depot van het Surinaams Museum te liggen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden