Plus

Schrijfster Suzanna Jansen over de vrouwenemancipatie in Nederland: ‘Zo’n abortuswet als in Amerika kan bij ons ook zomaar gebeuren’

Suzanna Jansen hoopt dat jongeren haar boek lezen en dat het niet als ‘vrouwenboek’ wordt weggezet. ‘Er wordt al zo lang opgeroepen vrouwen als normale mensen te zien.’ Beeld Daphne Lucker
Suzanna Jansen hoopt dat jongeren haar boek lezen en dat het niet als ‘vrouwenboek’ wordt weggezet. ‘Er wordt al zo lang opgeroepen vrouwen als normale mensen te zien.’Beeld Daphne Lucker

De emancipatie van vrouwen verliep in Nederland tergend traag en is nog altijd niet vanzelfsprekend, beschrijft Suzanna Jansen (57) in De omwenteling of de eeuw van de vrouw dat dinsdag verschijnt. ‘We hebben niet in de gaten dat onze gelijke rechten niet stevig verankerd zijn, dat is gevaarlijk.’

Marjolijn de Cocq

Waarom, vraagt Suzanna Jansen zich af in De omwenteling of de eeuw van de vrouw, had ze op school wel het verhaal van de Franse revolutie geleerd maar niet dat van de Nederlandse vrouwenkiesrechtsstrijd, die toch ook een revolutie was van burgers die in opstand kwamen omdat ze geen zeggenschap hadden? Honderd jaar geleden konden vrouwen voor het eerst naar de stembus – en dat gold ook voor koniningin-moeder Emma die dan al acht jaar staatshoofd was geweest.

Drie jaar heeft ze aan haar boek gewerkt, sinds het jaartal 1922 door haar hoofd begon te spoken. “Vrouwen kregen in 1919 bij wet kiesrecht, maar de eerste keer dat ze konden stemmen was in 1922 – ook het geboortejaar van mijn moeder. Maar er speelden meer dingen mee. Zo las ik een oproep uit 2019 voor ‘abortusbuddies’, mensen die vrouwen konden helpen veilig langs de demonstranten voor de abortuskliniek te komen. Daar schrok ik zo van. Ik dacht: ik heb voor vrije keuze bij abortus gedemonstreerd toen ik zestien jaar was, wat is hier aan de hand? Het was een soort ontwaken uit dat idee dat alles goed zat met vrouwenrechten.”

Dat demonstreren deed ze samen met haar moeder, die ze in haar boek Betsy Jansen-Dingemans noemt. Op 30 maart 1981 hing Betsy een laken buiten aan het droogrek ten teken dat ze ging staken – de Eerste Kamer zou stemmen over de abortuswet die abortus in het Wetboek van Strafrecht liet staan. Haar jongste dochter, een nakomertje en in het boek ‘Sanne’, staakte mee en verscheen die dag niet op school. “Ik ben met haar geëmancipeerd, dat hebben we samen meegemaakt en dat is heel belangrijk geweest voor haar – en voor mij ook.”

In het boek waarmee u doorbrak, Het pauperparadijs, onderzocht u de geschiedenis van uw oma Roza Dingemans, die u naar de bedelaarskolonie Veenhuizen voerde. Nu volgt u het leven van uw moeder, haar huwelijk en de geboorte van haar vijf dochters. Was u niet beducht opnieuw over uw familie te schrijven?

“Ja, heb je haar weer, dat mens met d’r familie! Nou ja, dat is dan maar zo. Want die brede geschiedenis van de emancipatie van vrouwen is in mijn familie haarscherp te zien. Het verhaal van mijn moeder is de geschiedenis van heel veel vrouwen die toen ze trouwden niet meer mochten werken, in een bestaan als huisvrouw werden gedwongen en een dienstbaar en ondergeschikt leven moesten leiden. Dus ben ik zowel dat persoonlijke als dat brede verhaal gaan uitzoeken.”

“Ik had al vaker gemerkt dat mensen jonger dan ik, veertigers, dertigers, twintigers nog meer, niet weten waar we vandaan komen. Dat ze het idee hebben dat het normaal is dat vrouwen dezelfde rechten hebben als mannen. Ik dacht: wacht even! Als we niet weten hoe recent die rechten zijn en als we niet weten hoe ongelooflijk veel moeite het heeft gekost die te krijgen, hebben we niet in de gaten dat ze nog niet stevig verankerd zijn en dat is gevaarlijk. Dat blijkt wel met de abortuswet nu in Amerika, dat kan bij ons ook zomaar gebeuren.”

Uw boek schetst een ontluisterend beeld van hoe vrouwen structureel zijn gekleineerd en hoe regeringen progressievere wetgeving hebben getraineerd en verhinderd. Wat heeft u het meest geschokt?

“Heel veel dingen. In de grote lijn: dat elke verandering ten goede die bewerkstelligd is, decennia heeft geduurd, onbegrijpelijk lang. De strijd voor het kiesrecht heeft veertig jaar geduurd. Het internationaal verdrag uit 1951 dat landen opriep tot gelijk loon voor man en vrouw bij gelijke arbeid, is bij ons pas in in 1971 geratificeerd. En het streven ernaar is pas in 1975 bij wet vastgelegd – het stréven hè? Het is nog niet bereikt. Dat pas honderd jaar nadat we konden stemmen evenveel vrouwen als mannen in het kabinet zitten.”

“En heel veel details: hoezeer vrouwen niet serieus werden genomen met hun medische klachten, met hun problemen. Dat in de jaren vijftig het fenomeen ‘huisvrouwenvermoeidheid’ werd vastgesteld en dat die huisvrouwen dat zelf maar moesten oplossen. Dat mijn moeder in 1963 werd opgenomen in een rusthuis en alleen werd vetgemest met melk en verder niks. Dat valium zo populair werd dat The Rolling Stones er een nummer over hebben geschreven, Mother’s Little Helper.”

“En waar vandaag mijn oog weer op viel toen ik mijn boek zelf nog eens doornam voor dit interview: dat getrouwde vrouwen eerst het recht op werken wordt ontzegd, maar dat in de jaren zestig als de personeelstekorten in de zorg en het onderwijs oplopen, vrouwen expliciet op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid worden gewezen. Dat ze ‘hun talenten niet voor thuis moeten bewaren’ maar dat ze bij het vervullen van die ‘nobele taken’ buitenshuis ook weer niet moeten streven naar geld verdienen omdat het huishouden hun hoofdtaak is.”

“Als je drie van zulke conflicterende dingen van vrouwen verwacht – dat kán niet! Maar ik denk dat het nog steeds van vrouwen wordt verwacht. En dan zijn mensen verbaasd dat minder vrouwen dan mannen een serieuze carrière nastreven! Dat is precies wat ten grondslag ligt aan de discussie ‘deeltijdprinsesjes versus carrièremoeders’. Daarom is het zo belangrijk die honderd jaar te overzien. Want al die losse dingen die ik nu zo noem en die in mijn boek staan, zijn niet onbekend. Maar als je ze zo achter elkaar zet, zie je het patroon.”

U haalt ook een onderzoek aan uit de jaren vijftig over de tijdsbesteding van de huisvrouw. Het is eigenlijk niet met droge ogen te lezen. De ‘normale’ huisvrouw besteedt 62 uur aan haar werk, zo is berekend.

“Tweeënzestig uur! En dan hebben ze huisvrouwen met kinderen onder de twee jaar niet meegerekend, want dan zou het gemiddelde uit het lood raken. En al het werk dat langer duurde dan half een uur – of het bakken was of koken of je met de kinderen bezighouden – werd niet meegeteld. Want dan was het een ‘liefhebberij.’ Hoe kon je nou een jurk naaien in minder dan een half uur? Ik kan überhaupt geen jurk naaien, maar dat moest toen nog gewoon.”

Eigenlijk is uw boek een schotschrift, zij het op een milde manier omdat het door het verhaal van Betsy en haar gezin ook heel toegankelijk is.

“Ik wil graag genuanceerd zijn, maar ja, het is ook een pamflet. Ik hoop dat mensen die het lezen inzicht krijgen en er iets mee doen. Ik hoop ook heel erg dat jongeren het gaan lezen en dat het niet als ‘vrouwenboek’ wordt weggezet. Dit gaat over ons allemaal, over de moeders en de oma’s, ook van mannen. Over hoe de geschiedenis van gezinnen waar we uit voortkomen ons heeft beïnvloed en beïnvloedt.”

Op persoonlijk vlak beschrijft u hoe ‘Sanne’ bij de eerste keer dat ze opslag krijgt besluit een schoonmaakster in te huren – voor haar niet dat gepoets van haar moeder.

“Jaaa! Huishouden, ik doe het niet. Nou ja, ik doe de was. En ik kook tegenwoordig ook weleens. Het is niet eens een vorm van verzet, het is iets wat ik stom vind. Ik heb van huis uit zeker geen liefde voor het huishouden meegekregen en heb ook niet gevoeld dat ik het moest doen. Ik ben er niet voor gemaakt en wil het niet. Ik heb de mazzel dat het me niet kan schelen.”

“Maar ik wil dat het boek ook een spiegel is voor hoe het er in veel huishoudens nu nog steeds aan toegaat. Ik beschrijf hoe mijn oudere zus ‘Petra’, die in ons gezin het ­feminisme binnenbracht, als ze gaat trouwen in 1973 met haar man overlegt over geld, kind, carrière. Enorm voor de troepen uit qua emancipatie. Alles werd besproken, behalve poetsen en koken. Ach, dat poetsen, zei ze, dat zou zij wel doen, ‘want dat deed ze veel sneller’. Eigenlijk gaat het mij altijd om nu, ik kijk naar het verleden om te begrijpen waarom de dingen nu zijn zoals ze zijn.”

Over dat nu. U haalt Virginia Woolf aan die in 1929 in Een kamer voor jezelf betoogt dat een vrouwelijke schrijver zich onder de juiste voorwaarden met een mannelijke kan meten. ‘Petra’ protesteert in de tweede feministische golf als studente Nederlands omdat alleen boeken van mannen tellen. En nu is er het schrijverscollectief Fixdit, dat in actie komt om de positie van vrouwen in de literatuur te verbeteren.

“Mijn zus maakte in 1977 een literaire canon met alleen vrouwelijk schrijvers, en dat mocht niet. En nu moeten we daar dus weer mee bezig zijn. Hoezo? Dat is echt heel schokkend! Ik heb in mijn boek expres teksten van langer geleden gebruikt. Zo was er Geeske Feddes die in 1870, 152 jaar geleden, het eerste pamflet schreef over hoe de Nederlandse wet vrouwen systematisch benadeelde. Er is een tekst van zeshonderd jaar oud van een schrijfster die zich afvraagt waarom zo veel mannen ‘geneigd waren en zijn’ uiting te geven aan hun afkeuring voor de vrouw en het vrouw-zijn. Om te laten zien dat er al zo lang wordt opgeroepen om vrouwen als normale mensen te zien. Dat we het allang wisten! We wisten het, we wisten het, we wisten het! En toch.”

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden