PlusAchtergrond

Schoolleiders over het slot van weer een coronajaar: ‘Alle achterstanden even wegwerken is een illusie’

Het einde van het tweede coronaschooljaar is in zicht. Tijd voor een eindsprintje? Amsterdamse schoolleiders over extra lessen, thuiswerkbubbels en aandacht. ‘We richten ons op samen plezier maken.’

De VO-raad vroeg scholen om extra goed te kijken naar de rapporten en zich daarbij af te vragen: helpt het als je een leerling niet over laat gaan?  Beeld Shutterstock
De VO-raad vroeg scholen om extra goed te kijken naar de rapporten en zich daarbij af te vragen: helpt het als je een leerling niet over laat gaan?Beeld Shutterstock

Loopt een clubje leerlingen in 3b van het Mundus College achter met Engels, dan worden ze tijdens schooluren apart genomen om ze bij te spijkeren. Het Berlage Lyceum heeft eerder dit jaar een docent aangesteld die onderbouwers die tijdens corona motivatieproblemen ontwikkelden, onder meer helpt met plannen. Op het Barlaeus Gymnasium doet een deel een wiskundespeurtocht, zodat er meer ruimte is voor anderen om hun cijfers op te halen. En op de Lukasschool kickboksen ze op het schoolplein om uit de thuiswerkbubbel te komen.

Het is nog maar een paar weken tot de zomervakantie, toch moesten middelbare scholen hun leerlingen, na het afschaffen van de 1,5 meter afstand, vorige week weer allemaal tegelijk in hun gebouwen ontvangen. Veel scholen zijn nu vooral bezig met de vraag hoe de leerlingen ervoor staan, zegt een woordvoerder van de VO-raad, sector­organisatie voor het voortgezet onderwijs. Maar een rondgang langs Amsterdamse middelbare- en basisscholen laat zien dat er meer gebeurt dan alleen ­inventariseren. Scholen grijpen deze tijd aan om leerlingen nog even over de eindstreep te trekken of richten zich op de sociale en emotionele gevolgen van het afstandsonderwijs.

Twee groepen

Het Barlaeus heeft de gymnasiasten in twee groepen verdeeld: diegenen die er goed genoeg voor staan en de leerlingen die er nog even aan moeten trekken, omdat het thuiswerken ze minder goed lag. De eerste groep is vervroegd door naar het volgende schooljaar. Zij volgen een alternatief programma, met speciale sportactiviteiten, projecten en lessen die je doorgaans niet zo gemakkelijk kwijt kan in het curriculum: digital storytelling, de geschiedenis van hiphop of een wiskundespeurtocht.

Door deze verdeling is er meer ruimte voor leerlingen die achterop zijn geraakt. “De groep die echt last heeft ­gehad van het online onderwijs,” zegt rector Alwin Hietbrink. En die het meeste baat heeft bij fysiek onderwijs. Zij volgen het reguliere rooster, maar werken in kleinere groepen aan de vakken met een onvoldoende én aan de vakken waarvoor ze voldoende staan. Wie weet kan een 6 toch nog een 7 worden.

Dat zij wel de schoolbanken in moeten, terwijl anderen Tupac bespreken, is voor sommigen vast even balen, ­erkent de rector. “Maar zo kunnen we ze de extra tijd en aandacht geven die ze nodig hebben, en een kans om toch nog over te gaan.”

Op het Mundus College is vanwege dit rare coronajaar besloten iedereen gewoon over te laten gaan, maar de inhaalslag is voor zo’n 30 procent van de leerlingen met een echte achterstand al ingezet. Per leerling kijkt de school wat nodig is. Wachten tot na de zomer? Dat is nergens voor nodig, zegt directeur Dyane Brummelhuis. “Zo snel mogelijk beginnen, dan zijn de meesten hopelijk rond kerst weer bij.”

De VO-raad vroeg scholen om extra goed te kijken naar de rapporten en zich daarbij af te vragen: helpt het als je een leerling niet over laat gaan? Op De Nieuwe Internationale School Esprit (DENISE), waar zowel basis- als middelbaar onderwijs wordt gegeven, is het glas dan ook ‘erg halfvol’. Het gaat volgens rector Luc Sluijsmans nu even minder over de prestaties, en meer over motivatie en ­elkaar ontmoeten. “Sommige kinderen hebben heel veel alleen op hun kamer gezeten en soms was die er niet eens. Dat doet wat met kinderen, dus over dat soort dingen wordt nu meer gepraat. Een soort coaching.”

Dat geldt volgens hem voor middelbare scholieren, maar ook voor basisschoolleerlingen, ook al zijn zij al langer ­terug op school.

Welbevinden

Uit onderzoek van onder andere Stichting Cito blijkt dat leervertraging op basisscholen voor een deel is ingelopen de laatste maanden. Volgens de PO-raad, sectororganisatie voor het primair onderwijs, is dat een compliment voor het onderwijs, maar het geeft geen volledig beeld. “Het ­onderzoek gaat niet over alle vakken en de verdere ontwikkeling van leerlingen.”

Dat herkennen ze op de Lukasschool in Nieuw-West. Het hele jaar zijn ze bezig geweest met het voorkomen van leervertraging. “En we merken nu dat we het op dat punt in grote lijnen niet zo slecht hebben gedaan,” ­aldus directeur Sebastiaan van Huet.

Wel zaten leerlingen erg in hun eigen bubbel. “Dus richten we ons op samen plezier maken, in plaats van alleen maar leren, leren, ­leren. Dat vind ik nu belangrijker, vanwege de verbinding met andere leerlingen en leerkrachten. Het zorgt ervoor dat de kinderen zich beter voelen en dat leidt uiteindelijk weer tot betere resultaten.”

Het woord ‘welbevinden’ klinkt vaak. Hoe zit een kind in zijn vel na een periode als deze? Daarom organiseren sommige scholen, zoals de Lukasschool, extra activiteiten. Percussielessen, kickboksen, racketsport en schaken. Maar er wordt ook extra ruimte gemaakt voor gesprekken tussen mentoren en leerlingen.

Geen sprankeling

Niet alleen het thuiswerken heeft er bij sommigen ingehakt, zegt Rosanne Bekker van het Berlage Lyceum. Ook het terugkomen naar school is wennen. Denk aan een dag- en nachtritme dat in de war is geraakt, of verlegen kinderen die door die grote groepen leerlingen onzeker worden. “Ik miste bij een aantal kinderen bij terugkomst de sprankeling in de ogen, zij hebben meer moeite om weer in het ritme te komen en hebben wat extra aandacht nodig.”

Veel aandacht, ook op sociaal en emotioneel gebied, is nu cruciaal in het onderwijs, zegt Maryse Knook van Open Schoolgemeenschap Bijlmer (OSB). “Van elf tot achttien jaar wordt je wereld groter. Hij bestaat niet meer alleen uit je vader en je moeder, maar ook wat je vrienden ergens van vinden gaat meewegen. Wat wordt jouw plek in de samenleving? Hoe je je verhoudt tot een ander, daar kom je lastiger achter vanachter je beeldscherm.”

Bij haar op school wordt nu dan ook vooral de vraag ­gesteld: hoe gaat het met je? “We hebben nog maar vier ­weken. Leerlingen krijgen al maanden extra begeleiding, maar alle achterstanden nog even wegwerken voor de zomer is een illusie. We willen het jaar dus vooral leuk afsluiten, dan komt de echte inhaalslag na de zomer wel.”

Voor die inhaalslag heeft het kabinet de komende 2,5 jaar een bedrag van 8,5 miljard euro vrijgemaakt. Hoe scholen dat gaan besteden, daarover worden deze dagen spijkers met koppen geslagen. Plannen genoeg.

Schoolleiders noemen kleinere klassen, reken- en taalbuddy’s, extra sportvoorzieningen en mentoruren. Het Barlaeus wil onder meer een dag per week een schoolpsycholoog inschakelen en zet oud-leerlingen in voor extra begeleiding. Het Mundus College wil drie keer per week tutorlessen rekenen voor de eerstejaars en ­DENISE gaat voor een periode van twee jaar een fulltime onderwijs­assistent aannemen .

Ouders en docenten

Ook kiezen sommigen ervoor om ouders (nog) meer bij de school te betrekken. Zoals DENISE, waar ook kinderen les krijgen die nog niet zo lang in Nederland wonen. “Die ouders kunnen we ook helpen bij hun taalontwikkeling, zodat zij op hun beurt weer hun kinderen kunnen helpen. Dat motiveert leerlingen enorm.”

Ook OSB wil met het geld iets extra’s doen voor ouders. Zo gaan ze themabijeenkomsten organiseren in het Engels, om het Nederlandse schoolsysteem uit te leggen.

En dan zijn er nog de docenten, zegt Brummelhuis van het Mundus College. “Ze hebben een jaar heel hard en heel ­individueel gewerkt, dus er was een tekort aan aandacht voor het samenwerken in het team.” Ook daarvoor moet tijd komen.

Kort samengevat, zegt Sluijsmans: eindelijk kunnen ze met dit tijdelijke geld dingen doorvoeren die ze al wilden, maar waar niet genoeg geld voor was. “Het is alleen jammer dat we er niet te veel aan kunnen wennen.”

Extra geld

Via het Nationaal Programma Onderwijs ontvangen basisscholen, middelbare scholen en scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs geld om de door corona opgelopen achterstanden de komende 2,5 jaar weg te werken. Voor de aanpak is minimaal 700 euro per leerling beschikbaar, en scholen met veel leerlingen met achterstanden krijgen extra financiering. Voor de invulling van de plannen kunnen scholen gebruikmaken van een ‘menukaart’ met opties, zoals langere lesdagen of een-op-een­begeleiding.

Het extra geld is fijn, zeggen schoolleiders, maar wil je het gebruiken voor extra handen in de klas, dan loop je in Amsterdam wel tegen een probleem aan: het lerarentekort. Onlangs schreven de vier grote steden een brandbrief aan de Tweede Kamer, waarin ze zeggen dat het lerarentekort de grootste bedreiging is voor het kabinetsplan om de corona-achterstanden weg te werken. Ook schreef wethouder Marjolein Moorman aan de gemeenteraad zich grote zorgen te maken over de tekorten, mede omdat scholen nu al aangeven niet genoeg docenten te kunnen vinden voor volgend schooljaar.

Een tweede zorg van schoolleiders met betrekking tot het onderwijsgeld is dat het incidenteel is: wat doe je nadat dit geld is uitgegeven?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden