PlusInterview

Schoolhoofd Cordula Rooijendijk: ‘Je kunt als leraar niet met goed fatsoen ziek zijn’

Cordula RooijendijkBeeld Anneleen Louwes

Cordula Rooijendijk (46) werkte vijf jaar als schoolhoofd van Montessorischool De Amstel. Over haar ervaringen met de kinderen, ouders en docenten hield ze een jaar lang een dagboek bij. ‘Ik denk dat veel mensen niet weten hoe het er écht aan toegaat op een basisschool.’

In het kantoor van schooldirecteur Cordula Rooijendijk zijn leerlingen altijd welkom. Om een leesboek te lenen uit haar goedgevulde kast (‘Wauw, telt de ­Donald Duck ook?’), of om de juf éven op te meten voor een opdracht over lengtematen. Of om hond Lou voor te lezen, die meestal in Rooijendijks kantoor lig te slapen. Maar ook om even af te koelen na een ruzie in de klas, of als een leerling het even moeilijk vindt zich te concentreren.

En terwijl de kinderen in en uit lopen, doet Rooijendijk haar werk als directeur: ze schrijft aan nieuwe schoolplannen, zoekt naar invallers voor zieke docenten, regelt ­onderdak voor leerlingen van wie ouders in een moeilijke ­situatie zitten, belt met de minister van Onderwijs over het plan voor een vierdaagse lesweek, ontstopt tussendoor even de wc en komt in actie als ‘haar’ vluchtelingenkinderen ineens moeten verhuizen en dus van school af moeten. Een doorsnee schooldag? Die bestaat eigenlijk niet.

Vluchtelingenkinderen

Een jaar lang hield Rooijendijk een dagboek bij over haar ervaringen als schoolhoofd op basisschool Montessorischool De Amstel in de Amsterdamse wijk Omval. Een nieuwe school in een nieuwe wijk met veel dure appartementen, maar met toch een diverse leerlingenpopulatie. Kort na haar aanstelling als directeur krijgt de school het verzoek een aantal vluchtelingenkinderen les te geven, die om de hoek in de voormalige Bijlmerbajes gehuisvest zijn. Dat gaat wonderwel goed, en op soms hartverscheurende wijze beschrijft Rooijendijk hoe de kinderen een normaal leven proberen op te bouwen, maar door verschillende ­instanties van hot naar her gesleurd worden. Het zijn de kinderen die het hardst juichen voor Sinterklaas, maar een dag later op het vliegtuig gezet worden omdat ze in Italië opnieuw asiel moeten aanvragen. De warme winterjassen die gedoneerd waren door ouders van school pasten niet meer in de koffer.

Rooijendijk schreef een geestig, soms ontroerend boek, waarin naast de dagelijkse beslommeringen ook plaats is voor de zwaardere onderwerpen: hoe ga je om met een kind dat geslagen wordt, een agressieve ouder, een leerling die thuis niet goed verzorgd lijkt te worden? Wanneer plaats je een kleuter over naar het speciaal onderwijs, als het in de klas echt niet meer gaat?

Rooijendijk schreef het boek om een inkijkje te geven in het dagelijks leven van een basisschool, maar ook om aandacht te vragen voor diverse knelpunten in het onderwijs. “Ik denk dat veel mensen eigenlijk geen idee hebben hoe het er écht aan toegaat op een basisschool,” zegt ze. “Werken in het basisonderwijs is het mooiste vak dat er is, als je het goed doet, kun je kinderen echt een goede basis meegeven waar ze de rest van hun leven iets aan hebben. Dat maakt het extra pijnlijk als er zaken niet goed gaan, want als kinderen in deze fase een achterstand oplopen, is dat later moeilijk in te halen.”

Zoals veel Amsterdamse scholen kampt ook die van Rooijendijk met een lerarentekort. “Dat is de grootste stressfactor van veel schoolhoofden: als een docent ziek wordt, hoe gaan we dat oplossen? De invallerspool is leeg; kunnen we de leerlingen verdelen over de andere klassen, met het risico dat de druk op de andere leraren zo groot wordt dat die overspannen raken? Of moeten we een klas naar huis sturen – iets wat toch eigenlijk te gek voor woorden is in een land als Nederland.” Rooijendijk noemt het voorbeeld van een docent die zich ziek meldt, maar tussen het braken door zegt dat ze anders toch maar komt werken als er geen vervanger is. “Je kunt als leraar eigenlijk niet met goed fatsoen ziek zijn.”

Volgens Rooijendijk is het feit dat scholen het leraren­tekort vaak onzichtbaar oplossen een deel van het probleem. “Daar zouden we eens mee moeten ophouden, zodat het probleem echt zichtbaar wordt. Misschien moeten we het maar een keer laten klappen. Blijkbaar moet er eerst een ramp gebeuren voordat mensen in actie komen. Ik vind dat onbegrijpelijk, want als het niet goed gaat met het onderwijs, gaat het niet goed met Nederland.”

“Het lastige is: iedereen die hart voor het vak heeft, wil het niet zo ver laten komen. Als je een klas naar huis stuurt, lijden kinderen uit gezinnen met een moeilijke thuissituatie daar het meeste onder. De kansongelijkheid tussen kinderen wordt zo steeds groter, en dat baart me ernstig zorgen. En ja, om dat te voorkomen doe je dan dus toch weer alles om een klas alsnog op school te houden.”

Het lerarentekort zou volgens Rooijendijk op landelijk niveau aangepakt moeten worden. “Je zou veel meer mannen moeten aantrekken, dat is nu een stille reserve. Daarvoor moet de maatschappelijk status van het vak wel omhoog, blijkt uit onderzoek. Er wordt ook veel gepraat over zij-instromers, maar doordat er nauwelijks geld is voor goede begeleiding moeten zij nu vaak zonder opleiding meteen al voor de klas. Alsof je een chirurg alvast een openhartoperatie laat doen terwijl de opleiding nog moet beginnen. Daardoor is de uitval onder zij-instromers veel te hoog.”

Vierdaagse werkweek

“Het is fijn dat er nu een bonus is voor leraren die op scholen in moeilijke wijken werken, maar ik denk dat je met deze beperkte financiële prikkel niet heel veel mensen aantrekt. Het is bovendien ook een ideëel vak, we moeten daarom vooral het onderwijs structureel anders ­inrichten, zorgen dat het werk van leraren juist op die scholen wordt verlicht, bijvoorbeeld door klassenverkleining of door extra ­onderwijsassistenten aan te stellen.”

In haar boek presenteert Rooijendijk een plan voor een vierdaagse schoolweek. Het idee zingt al op meer plekken rond: begin dit jaar dienden Amsterdamse schoolbesturen een noodplan in voor een vierdaagse lesweek bij onderwijsminister Arie Slob.

“Op bijvoorbeeld woensdag gaan de kinderen dan niet naar school, de andere schooldagen zijn iets langer zodat het verplichte aantal lesuren gewoon wordt gehaald.” ­De leraren werken op de lesvrije dag aan professionalisering, het ontwerpen van lessen en kunnen cursussen volgen. “Er is dan ook meer tijd voor het doen van praktijkonderzoek, iets wat hogeropgeleide leerkrachten vaak missen.” Ook de administratieve taken worden verschoven naar de lesvrije dag, waardoor de leraren de rest van de week weer toekomen aan hun eigenlijke werk: lesgeven.

Een vierdaagse schoolweek zou ook beter zijn voor de leerlingen, stelt Rooijendijk. “Veel kinderen hebben ­tegenwoordig een druk programma, er is nauwelijks meer tijd om je te vervelen. Voor de kinderen met een minder ­fijne thuissituatie, of met ouders die werken, zijn er in Amsterdam allerlei prachtige programma’s op het gebied van sport en cultuur. Er kan gewerkt worden aan het wegwerken van taalachterstanden, of laat externe partijen sport-of muziekles geven.”

Brief van de minister

Het plan van Rooijendijk belandde uiteindelijk ook op het bureau van onderwijsminister Slob. “Ik kreeg te ­horen dat hij echt wel op de hoogte was van het lerarentekort, maar dat een vierdaagse lesweek wettelijk niet mogelijk is. Twee halve dagen lesvrij mag blijkbaar wel, maar dat heeft geen zin, want ook na een halve dag voor een klas met ­dertig kinderen ben je moe, dan kom je niet meer echt aan andere dingen toe.”

“Na afloop van het gesprek krijg je dan zo’n brief met veel woorden, waar eigenlijk niks in staat. Eerlijk gezegd heeft hij mij er niet van overtuigd dat hij een plan heeft om het onderwijs echt structureel te veranderen. Dat vind ik schokkend, want dat is wel zijn taak.”

Begin dit jaar werd Rooijendijk plaatsvervangend rector van een middelbare school in Bergen. Het nieuwe schooljaar, dat vandaag in de regio Amsterdam weer begint, wordt een spannend jaar. “We zitten nog midden in de ­coronacrisis en het lerarentekort is ook niet ineens ­verdwenen. Eén ding heb ik al wel geleerd van de coronatijd: digitaal onderwijs is geen vervanging voor een ­docent.”

Vorige week ontstond onduidelijkheid over de noodzakelijke kwaliteit van de ventilatie op scholen om coronabesmetting tegen te gaan. Ook op de school van Rooijendijk wordt het ventilatiesysteem deze dagen nog eens goed doorgelicht. “Veel scholen roepen al jaren dat de ventilatie niet in orde is, dat dat nu op korte termijn moet worden­ ­opgelost komt ook doordat we het als samenleving hebben laten versloffen.”

“Het belangrijkste is nu dat we weer opengaan. Ik snap de angsten die leven heel goed, maar kinderen niet naar school laten gaan, dat is pas echt schadelijk.” 

Cordula Rooijendijk (46) promoveerde als stadsgeograaf aan de ­Universiteit van Amsterdam. Ze werkte als basisschooldocent op de 4e Montessorischool De Pinksterbloem en op Montessorischool Steigereiland, en was op deze laatste school ook bovenbouwcoördinator en adjunct-directeur. Ze was vijf jaar directeur van Montessorischool De Amstel en is nu plaatsvervangend rector op een middelbare school in Bergen.

Cordula Rooijendijk, Een jaar uit het leven van een basisschooldirecteur, Atlas Contact, €21,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden