Plus

#Schnitzelgate: Zijn vleesvervangers in overtreding?

Kritische vragen over plantaardige schnitzels, ballen en worsten zorgen onbedoeld juist voor een positieve aandacht voor vegetarische producten.

Vegetarische snacks in De Vegetarische Snackbar in Den HaagBeeld anp

De producenten van vleesvervangers kregen afgelopen week, zo leek het althans, het grootste compliment denkbaar in de schoot geworpen: hun producten zijn blijkbaar zo goed gelukt, dat de consument het verschil niet meer zou kunnen merken tussen vegetarische schnitzels, gehaktballen en worsten en de klassieke versies, gemaakt van dood dier.

Zelfs niet als er bijvoorbeeld '100 procent plantaardig' of 'vegetarisch' op het pakje staat. En die vleierij kwam nu eens niet van vegetariërs of dierenbevrijders, maar juist van twee carnivore Kamerleden en de vleesindustrie zelf.

In navolging van een Duitse minister, die opriep tot een Europees verbod op vegetarische producten met 'vleesnamen' als schnitzel of currywurst, stelden VVD'ers Erik Ziengs en Helma Lodders Kamervragen over 'misleidende' namen van vleesvrije producten.

Zouden een gehaktbal, een hamburger of een worst niet per definitie van vlees moeten zijn gemaakt? Is vegetarisch gehakt geen contradictio in terminis? En vooral: raken consumenten niet in de war over waar nou wel en waar nou geen vlees in zit?

De producenten van vleesvervangers konden hun geluk niet op met deze onverwachte aandacht. De partijen buitelden dan ook over elkaar heen met half lollige, half serieuze reacties. Jaap Korteweg, alias De Vegetarische Slager, kent het klappen van de zweep: dit was niet de eerste keer dat Kamervragen over zijn producten werden gesteld.

Zieltogende branche
Het gebeurde al eens dat de vleesindustrie de NVWA op zijn dak stuurde omdat zij 'vegetarische kipstuckjes' in strijd zouden zijn met de Warenwet. Beide keren hoefde hij geen letter aan te passen - nu ja, van 'gehakt' maakte hij 'gehackt' - maar zorgde de kritiek louter voor positieve media-aandacht. Korteweg stuurde dan ook verheugd een ronkend persbericht rond ('Vleeslobby in verwarring door té goede vleesvervangers!')

Desgevraagd: "Er is natuurlijk helemaal geen sprake van verwarring. Het is volstrekt niet in het belang van vegetarische producenten om mensen in verwarring te brengen over of er nu wel of geen vlees in hun producten zit."

Varkens in Nood sprong ook op de bandwagon en kwam met een enquête: 'Als iets vegetarische schnitzel heet, zit er dan vlees in?' 'Hoe vaak heb je vlees gekocht en blijkt er geen vlees in te zitten?' De vleesindustrie wordt en passant afgeschilderd als een zieltogende branche die wanhopig uithaalt naar de onstuitbare oprukkende nepvleesproducenten.

Lolbroeken op Twitter legden een hele bibliotheek aan van andere 'misleidende' producten die omwille van de volledigheid óók zouden moeten worden verboden door de VVD: pindakaas, zigeunersaus, slavinken, dropveters.

Vleesloze rakker
Zo groot was de hilariteit dat VVD-Kamerlid Ziengs meteen begint te zuchten als hij hoort waar het telefoontje over gaat. "Hadden we geweten dat dit onderwerp zo zou ontploffen, dan hadden we die vragen misschien niet gesteld. Of anders. Of niet tijdens het kerstreces."

Het verbieden van vegetarische worst, dat was volstrekt de bedoeling niet, aldus de liberaal. "Wat wij wilden was gewoon... in gesprek. Rond de tafel met de verschillende producenten. Een slager bedenkt een leuk gerecht met een mooie naam, en dan gaat zo'n vegaboer ermee aan de haal. Is dat nou wel zo eerlijk? Bedenk dan zelf een leuke naam voor je product."

En die misleiding van de consument, daar kan Ziengs over meepraten. Hij is zelf, stelt hij, ook wel eens in verwarring gebracht door zo'n vleesloze rakker. En niet zomaar in een of andere uitspanning, maar in het ledenrestaurant van de Tweede Kamer. "Ik had bij de lunch een worst gepakt waar een sterretje bij stond. Nou, ik wist niet wat dat sterretje betekende, en het verschil met een gewone worst was niet goed te zien.

Maar toen ik het eenmaal proefde... Wat hebben we hier nou, dacht ik. Wat is dít voor rare worst? Bleek het vegetárisch. Helemaal niet lekker."
Maar goed, de politicus herhaalt het nog maar eens: van politieke dwang over het aanpassen van namen kan geen sprake zijn. "Rond de tafel, dat was alles. En verder heeft dit onderwerp niet heel erg onze topprioriteit."

Latente irritatie
En zó belachelijk is het stellen van vragen over de legitimiteit van productnamen nu ook weer niet. In de Warenwet staat over veel zaken vrij precies beschreven wat erin moet zitten. Dat is bijvoorbeeld de reden dat de populaire, veganistische sojatoetjes tegenwoordig als 'variatie op yoghurt' of 'mild & creamy' door het leven gaan, in plaats van als yoghurt.

Ook zijn er bijvoorbeeld strenge regels over het vetgehalte van gehakt en tartaar - al zijn die vooral bedacht om gesjoemel van vlees­bedrijven zelf tegen te gaan.

Gé van der Riet van de Centrale Organisatie voor de Vleessector ziet de vegetarische producten ook niet direct als misleiding, maar wel op een andere manier moeite met de producten en de manier waarop nu wordt gereageerd.

"Er is - laat ik het zo maar noemen - een latente irritatie bij de vleesproducenten over het feit dat vegetarische producenten aan de ene kant niet weten hoe hard ze moeten schoppen tegen de vleessector - met gestrekt been en geslepen messen, ze roepen de meest afschuwelijke en onjuiste dingen- maar vervolgens wel wil meeliften op het succes van onze producten, gerechten en bereidingen."

Pure kift
Het is altijd vrij schieten op de vleesindustrie, wil hij maar zeggen, terwijl als de situatie omgedraaid was geweest - als de vleesindustrie zelf zo'n onduidelijk product op de markt zou brengen als 'vegetarische kipspiesjes' - het internet te klein zou zijn.

"We kunnen het niet goed doen. De Hollandse vleessector is een hele grote, succesvolle branche die voedzame, veilige en lekkere producten levert. Dan steekt het wel eens, dat je mensen hebt die maar wat doen, hun producten zomaar onze namen geven en ons schofferen als we daar wat van vinden."

En de suggestie dat de kritiek op de vegahappen pure kift is, angst van de vleesindustrie voor een slinkend marktaandeel? "Daar kan ik volmondig nee op zeggen," aldus Van de Riet. "We vinden het belangrijk om een beter imago te krijgen, en daar doen we ook van alles voor: we doen echt ons best om transparanter te worden."

Maar dat is echt niet vanwege oprukkend vegetarisme. "95.5 procent van de Nederlanders eet vlees. En eten ze een procentje minder: driekwart van ons vlees gaat naar het buitenland. Wereldwijd stijgt de vraag razendsnel."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden