Plus Interview

‘Schijnvlees’ in 1924: erg lekker was plantenrookworst toen niet

Beeld J.J.H. van Haagen

Het is vrijdag Wereld Veganisme Dag. Dat door het leven gaan zonder vlees, vis, zuivel en eieren verre van een gril is, legt Dirk-Jan Verdonk (45), historicus en schrijver van het boek Dierloos, uit aan de hand van zes stellingen.

Vegetarisme is van alle tijden.

“In zekere zin. Sinds de menselijke geschiedschrijving zie je dat mensen vanwege hun verhoogde zelfbewustzijn het doden van dieren als problematisch ervaren. We zijn in staat ons in te leven in dieren, zien dat ze niet gedood willen worden en toch doen we dat. Dat veroorzaakt een conflict, dat zie je al heel vroeg verschijnen – godsdienst­historica Karen Armstrong kwam dit ‘ondraaglijke dilemma’ bij godsdiensten over de hele wereld tegen.”

“De Pythagorezen in het Oude Griekenland en Hin­doeïs­ti­sche brahmanen in India wezen vlees daarom af, maar meestal ging de mens verhalen en rituelen creëren om met dat conflict om te gaan, zoals speciale jachtrituelen. Binnen het christendom net zo goed, daarin wordt de mens in rangorde nadrukkelijk boven het dier gezet en in de Bijbel staat expliciet dat het eten van vlees is toegestaan: zo vond men legitimatie om dieren te doden.”

De geschiedenis van het vegetarisme kan inspirerend werken voor moderne vleesmijders.

“In mijn boek spoel ik terug in de tijd en probeer ik me te verplaatsen in een samenleving waarin de norm om vlees te eten onweersproken is. En dan verschijnen er opeens mensen ten tonele die dat ter discussie stellen; die duidelijk maken dat een stukje vlees niet zomaar een stukje voedsel is, maar dat er veel meer achter steekt. Je moest niet alleen bedenken te stoppen met vlees eten, maar dat ook in de praktijk brengen én volhouden.”

“Dat betekende ook ingaan tegen de heersende gezondheidsvoorschriften en dat je voor dilemma’s kwam te staan als: waar ga je eten, wat doe je met je partner, kinderen, collega’s, hoe vind je gelijkgestemden. Vergelijk dat met deze tijd en zie hoe oneindig veel makkelijker het is geworden om voor een vleesloos voedselpatroon te gaan. Het is de simpelste manier om zelf iets te doen aan de klimaatverandering; het is eenvoudiger en minder tijdrovend dan vliegtuigen vermijden of je huis isoleren. Je kunt er zo bij de lunch nog mee beginnen.”

Socialisten en feministen staan aan de wieg van het moderne vegetarisme.

“Zeker. Dat hangt deels samen met de teloorgang van de christelijke moraal en het niet langer accepteren van maatschappelijk onrecht: als je het over de emancipatie van arbeiders en vrouwen hebt, moeten we dieren dan ook niet emanciperen? Daarnaast wees men al vroeg op een vegetarische economie: je kunt meer mensen voeden door brood te bakken van graan, dan met kippen en varkens die met graan zijn gevoed. Iets wat je nu natuurlijk ook veel hoort: als we de klimaatvoetafdruk van voedsel willen verminderen is het zeer verstandig de vleesproductie flink te beperken.”

“Ethische motieven waren begin twintigste eeuw al snel een belangrijke drijfveer voor vegetariërs. Vaak begonnen mensen vleesloos te eten om gezondheidsredenen. Gaandeweg gingen ze dan meer voelen voor de effecten die het heeft voor dier en milieu.”

De vleesconsumptie in Nederland slinkt maar langzaam.

“Geschiedenis is nooit een rechte weg van vooruitgang. Rond 1900 groeide de vegetarische beweging hard, met bijbehorende verenigingen, scholen, internationale congressen en restaurants. In de jaren dertig waren er 40.000 vegetariërs en veganisten in Nederland, maar na de oorlog slonk dat aantal tot 15.000, want in de groeiende welvaart van de wederopbouw was vlees zeer begeerlijk –vegetarisme werd geassocieerd met tijden van schaarste. Pas eind jaren zestig trok het weer wat aan, inmiddels zijn er zo’n 700.000 vleesmijders.”

‘Vegetarisme rijst op uit ellende en dieren-wee' (ongedateerd), aquarel, afkomstig uit het boek Dierloos. Beeld Adrie Pieck

“Wakker Dier meldde wel dat de vleesconsumptie afgelopen jaar weer is toegenomen, maar dat moet je zien binnen een dalende trend die de laatste jaren aanhoudt. We eten echt al minder vlees dan in de jaren negentig, maar het klopt dat de daling heel geleidelijk gaat. We zijn aan vlees verslaafd, dus is het lastig om af te kicken. Ik denk dat de groei in plantaardige vleesimitaties ons heel erg zal helpen in elk geval die eerste stap te zetten. In 1924 werd er overigens ook al ‘schijnvlees’, zoals ‘plantenrookworst’ op de markt gebracht. Maar dat scheen een stuk minder lekker te zijn dan wat je nu kunt vinden.”

Nu veganisme ‘plant based’ en ‘vegan’ heet en vooral jonge meiden zich ermee bezig lijken te houden, is het een trend geworden die wel weer zal overwaaien.

“In het begin was ik er wel huiverig voor, maar de noodzaak ons voedselpatroon te veranderen is zo groot dat we het ons niet kunnen permitteren de trend over te laten waaien. Hij krijgt juist steeds meer institutionele ondersteuning: overheden die hun kantines anders inrichten, bedrijven die meedoen, supermarkten die hun schappen anders vormgeven, fastfoodketens die vleesloze hamburgers aanbieden. Dat betekent niet dat horden mensen plots veganist worden, maar hopelijk wel dat een heel grote middengroep gaat minderen.”

“Sociale media zijn overigens heel belangrijk geweest voor acceptatie en creativiteit in dierloos eten. Lang stond veganisme gelijk aan afzien, nu zie je op foto’s op blogs en Instagram wat er allemaal mogelijk is als je alleen planten eet.”

Allerhande kwam vorig jaar met een veganistisch kerstmenu en half Nederland stond op zijn kop: veganisme zorgt voor grotere tegenstellingen in de samenleving.

“De opkomst van veganisme roept inderdaad bepaalde tegenreacties op. Het lijkt wel of het steeds meer inzet wordt van brede ideologische identiteitspolitiek: blijf van Zwarte Piet af en kom niet aan onze rookworst en schnitzel. Er is een segment in de samenleving dat klimaatverandering en stikstofcrisis wil ontkennen en veganisme als bedreigend ervaart. We moeten afwachten hoe dat zich de komende tijd zal ontwikkelen, al is het wel goed te bedenken dat dit niet om een meerderheid van de bevolking gaat.”

Dirk-Jan Verdonk: Dierloos. Een geschiedenis van vegetariërs en veganisten in Nederland. Uitgeverij Athenaeum, €22,50.

Vegetarische restaurants in Amsterdam

Vegetarisch uit eten een nieuwigheid? Zeker niet, zegt historicus Dirk-Jan Verdonk. In 1899 begon anarchist Tjerk Luitjes met zijn vrouw Trui een ‘Vegetaries Eethuis’ in de Warmoesstraat, dat een jaar later werd overgenomen door de Nederlandsche Vegetariërsbond en verhuisde naar het Rembrandtplein. Een paar jaar later opende vegetarisch hotel-restaurant Natura zijn deuren op het Singel (met op het menu volgens een advertentie uit 1904: Soep 10 [centen], Boonen 10, Groenten 15, Pannekoek 15) en in 1907 ging hotel-restaurant Pomona op de Weteringsschans open. De Tweede Wereldoorlog maakte aan dat alles een einde en pas in 1968 gebeurde er weer iets: toen opende kunstenaar Mike Lorsch het eerste macrobiotische restaurant van Nederland op de Tweede Rozen­dwarsstraat.

Vegetarische restaurants De Vliegende Schotel (sinds 1982) en De Bolhoed (sinds 1988) sloten de afgelopen jaren de deuren, maar De Golden Temple (1972), De Waaghals (1982) en Betty’s (1988) bestaan nog steeds. Volgens de dierenwelzijnscheck zijn er nu 20 veganistische en 5 vegetarische restaurants in de stad; daarnaast is het in alle horeca steeds gebruikelijker om ‘plant based’ gerechten op de kaart te hebben.

Dirk-Jan Verdonk

Dirk-Jan Verdonk (45) promoveerde tien jaar geleden aan de Universiteit Utrecht op Het dierloze gerecht. Een vegetarische geschiedenis van Nederland en werkt als hoofd programma’s bij World Animal Protection. Hij is sinds zijn twaalfde vegetariër en is sinds zestien jaar veganist. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden