PlusReportage

Schietsportvereniging Contact Oud Mariniers is niet voor cowboys

De gemoedelijkheid in het clubhuis doet vergeten dat hier wordt getraind met dodelijke wapens. Eerst schieten, dan een biertje – zo gaat het bij Schietsportvereniging Contact Oud Mariniers, afdeling Noord-Holland. ‘Mensen komen hier niet om effe te knallen.’

Rob Steinraht, lid van S.V. COM N.H.Beeld Niels Blekemolen

Het is even zoeken op het oude industrieterrein in de Buik­sloterham, in het straatje dat leidt tot De Ceuvel. Het is het soort gebouw waar je achteloos aan voorbij kunt lopen, maar dat tot de verbeelding spreekt als je er juist wel even blijft stilstaan. Boven de twee rode deuren hangt een gigantisch, verweerd wapenschild met een grote kroon. Daar­onder staat, tegen een achtergrond van gouden stralen, een leeuw met zwaard, ‘je maintiendrai’ in letters van goud, en de spreuk ‘qua patet orbis’, op een blauw, golvend lint.

Naar binnen gluren is niet mogelijk: de ramen bevinden zich helemaal bovenin, vlak onder het dak. Op de gevel staan ook de letters S.V. COM N.H. – alsof het een te kraken code is. Met de twee camera’s aan weerszijden van het pand wordt in de gaten gehouden wie er deze woensdagavond – het is stil op straat en het begint al te schemeren – het lef heeft om aan te bellen.

Maar dat is allemaal de buitenkant.

Wie door de rode deuren naar binnen gaat, de trap oploopt en zich bij de balie inschrijft met een geldig legitimatiebewijs, komt daarna op een plek zoals er honderden zijn in Amsterdam: een houten bar onder een systeemplafond, mannen op grote krukken aan de bar, een vrouw achter de bar. Een frisje kost er 1,10 euro, een biertje 1,50. De wanden hangen vol memorabilia, zoals het gigantische wandkleed dat iemand eens heeft geborduurd.

Dit is onmiskenbaar een clubhuis van een vereniging. Het is er, zoals iedereen aan de bar het noemt, gezellig. Er zijn leden die hier al decennia elke week naartoe komen. Voorzitter Hans van ­Lierop (72) is bijvoorbeeld al sinds de oprichting in 1977 lid. “Welkom,” zegt hij. “Kopje koffie?”

Kameraadschap

Aan de bar vertelt Van Lierop dat hij in 1977 net uit dienst was. Hij had zijn opleiding in Doorn gedaan en was daarna naar Aruba gestuurd. Daar was het oefenen, oefenen, oefenen, tussen de cactussen en palmbomen, en toen zat zijn diensttijd er plots op. Thuis zag hij in een blad voor oud-mariniers een oproep: schietvereniging zoekt mede-schutters. “Toen ik dat zag, begon het gelijk te kriebelen. Ik zocht weer dat gevoel van kameraadschap, denk ik, de saamhorigheid.”

Schietsportvereniging S.V. COM N.H.Beeld Niels Blekemolen

Hij vertelt dat S.V. COM N.H. staat voor Schietsportvereniging Contact Oud Mariniers, afdeling Noord-Holland. Om lid te worden, moet je volgens de statuten ­dienen of hebben gediend bij een onderdeel van de Koninklijke Marine, al wordt daar niet meer strikt aan vastgehouden.

“Vanavond is er denk ik een man of vijftien. Door corona is het wat rustiger de laatste tijd,” zegt penningmeester Martin van Dulmen (69). Hij legt uit hoe het bij deze schietvereniging werkt. Dat er wordt geschoten met geweren, karabijnen en ­pistolen. Voornamelijk met .22 kaliber­munitie, een klein patroon met een dia­meter van 5.6 millimeter. Voor 8 cent per stuk zijn die hier te koop. Daarna kun je op de twaalf meter lange schietbaan beneden aan de slag gaan. Daar zijn ook de geweerkluizen en is een ingemetselde munitiebunker. Alles volgens de regels. Er is namelijk een heel strenge Wet wapens en munitie die ze moeten volgen. Vandaar ook de legitimatie bij binnenkomst, de camera’s bij de deur en de tal van regels en voorschriften. Niet iedereen komt binnen, en om lid te worden moet je door een ballotagecommissie. “Het gaat hier echt om de sport, hoor,” zegt Van Lierop. “We zitten niet te wachten op mensen die hier alleen effe willen knallen, of wat ze noemen akoestisch schieten.”

Door de gemoedelijke sfeer in het clubhuis vergeet je even om welke activiteit het hier eigenlijk draait. Dat de antieke wapens aan de muur er niet zomaar hangen. Dat er wordt getraind met wapens die dodelijk kunnen zijn. Apparaten die overal ter wereld – ook in de stad – dagelijks voor ellende zorgen. Dat het schieten een activiteit is waarop mariniers doorlopend worden getraind. Ieder schot, iedere knal een stapje dichter bij perfectie – zodat je in staat bent de mogelijke vijand zo doeltreffend mogelijk uit te schakelen. In het geval van een oorlogssituatie.

De schietbaan van S.V. COM N.H.Beeld Niels Blekemolen

“Zie je dat middelste puntje? Dat raak ik,” zegt Van Dulmen, terwijl hij wijst op een kaartje met de targets waarop wordt geschoten. Wat daar zo leuk aan is? “Nou, dat je schiet op een doel en daarna dat doel raakt.”

Adem in, adem uit

Dat alles wordt duidelijk op de schietbaan op de begane grond. Het is een grauwe ruimte met een kapotgeschoten achterwand en – oeps – her en der wat gaten in het plafond. Er hangt een ijzerachtige geur, de vloer ligt bezaaid met koperen hulsjes. Beginners mogen alleen met een geweer schieten, niet met een pistool. Dit om te voorkomen dat ze zich met een geladen pistool per ongeluk omdraaien – wat vanwege de relatief lange looplengte van het geweer niet zo makkelijk is.

Het geweer is zwaar, de trekker gevoeliger dan je verwacht. Eén oog dicht, de andere voor de richtkijker. Het kleine papiertje met het target dat op twaalf meter afstand hangt is nu opeens dichtbij, maar het stipje beweegt heen en weer.

De hartslag gaat omhoog, het doel wordt wazig. Adem in, adem uit. Helemaal stil krijgen lijkt onmogelijk. Op de gok dan maar. De trekker helemaal naar achter. Er komt rook uit het geweer, je ruikt de geur van kruit. De verwachte terugslag blijft uit. Er moet een knal zijn geweest, maar door de oorbeschermers heb je die gemist. Anders zou je nu een pieptoon horen. Als het papiertje via een katrolsysteem weer naar voren wordt gehaald zie je wat je al wist toen je de trekker overhaalde: niet helemaal raak, wel in de buurt. Net een centimeter boven het middelste puntje. Niet slecht voor een beginner.

Beginners mogen alleen met een geweer schieten, niet met een pistool.Beeld Niels Blekemolen

Maar hoe zou dat zijn in een oorlogssituatie. Te midden van de hectiek, onder gigantische druk, in lastige omstandigheden? Met een geweer vele malen zwaarder, met wel een terugslag? Het lijkt bijna onmogelijk om dan raak te schieten. Zou Van Lierop het eigenlijk jammer vinden dat hij nooit in zo’n situatie heeft gezeten, zoals zoveel oud-mariniers, die alleen maar in dienst hebben gezeten om te trainen?

Een lastige, bijna onmogelijk te beantwoorden vraag, zegt hij. “Je kunt daar natuurlijk moeilijk volmondig ja op zeggen. Maar diep in mijn hart misschien wel. Ik bedoel: je hebt in dienst zo veel getraind met de jongens. Maar dat nooit in de praktijk gebracht. Ergens is dat jammer, maar als je zoiets zegt, lijk je ­meteen een bloeddorstig figuur. Dat is het niet. Het is meer dat met zijn allen zijn, samen.” Het is lastig uitleggen, maar Van Lierop weet dat iedereen bij de vereniging hem begrijpt.

Gewoon een sport

De volgende schoten gaan beter, en daarna opeens weer slechter. “Het draait om focus en concentratie,” zegt Van Lierop. “Je schiet tegen jezelf, in feite.”

Margreet Jongboom: ‘Hoe verder je gaat in een sport, hoe serieuzer je het gaat nemen.’Beeld Niels Blekemolen

Met ieder schot raakt de gedachte aan oorlog verder weg en na het tiende schot is het helemaal verdwenen. Opeens is het net als met darten, bowlen, golfen, knikkeren of elk ander spel waarbij je een voorwerp zo dicht mogelijk bij een doel moet zien te krijgen. Je kunt je afvragen wat het nut ervan is, maar het is leuk om te doen.

“Het is ook gewoon een sport. En hoe verder je gaat in een sport, hoe serieuzer je het gaat nemen,” zegt Margreet Jongboom (61), een van de twee vrouwelijke leden. Vandaar dat ze, als ze gaat schieten, meestal een speciale outfit draagt, met handschoenen, een bril en een schietriem.

Ze werkt in de zorg en is nooit marinier geweest – dat kan ook niet: er is nog nooit een vrouw in dienst geweest van het Korps Mariniers. Jongboom kwam via haar toenmalige vriend in aan­raking met de schietsport. “Bij de scheiding kreeg hij de vrienden, ik de vereniging. Het gaat ook om dat stukje gezelligheid.”

Andere taal

De volgorde is: eerst schieten, dan een biertje – want net zo’n belangrijk onderdeel van de club is de A.S.V. – de Afdeling Sterke Verhalen, zoals de bar hier ook wel wordt genoemd. Dat zijn verhalen die buitenstaanders niet snel te horen krijgen.

De bar, ook wel de Afdeling Sterke Verhalen genoemd.Beeld Niels Blekemolen

“In vrienden maken zijn wij mariniers selectief,” zegt Ron van Zwam (61), de secretaris van de vereniging. “Wij zitten net iets anders in elkaar, spreken een andere taal, hebben een andere houding. Als ik twee zinnen met iemand spreek, weet ik al of die persoon een marinier is geweest of niet.”

Dat is de kracht van een vereniging. Hier zijn de leden onder soortgenoten. Daarom hangt het wapenschild van de Koninklijke Mariniers boven de voordeur en kom je de lijfspreuk ‘qua patet orbis’ (zo wijd de wereld strekt) overal in het clubgebouw tegen.

“In dienst maak je vrienden voor het leven,” zegt Van Zwam. “Ik heb maten die ik al tien of ­twintig jaar niet heb gezien, maar als ze hier zouden binnenlopen, zou het meteen goed zijn. Zo hecht is die band. Dat is erin geslepen. Je bent van elkaar afhankelijk gemaakt tijdens diensttijd. Je laat elkaar niet achter. Je maakt een hoop mee samen, ook in vredestijd.”

Burgers

Er is één terugkerend onderwerp in de bestuursvergaderingen: hoe komen ze aan nieuwe leden? Het uitgangspunt dat alleen oud-mariniers welkom zijn, is al lang geleden losgelaten. Ook burgers zijn welkom om lid te worden.

Maar ook die staan niet in de rij.

Schietsportvereniging S.V. COM N.H.Beeld Niels Blekemolen

De tientallen bekers in de vitrinekast zijn echter allemaal lang geleden al gewonnen, toen er nog regelmatig streekwedstrijden werden gespeeld. Maar veel schietsportverenigingen zijn de afgelopen jaren al verdwenen. Van de meer dan honderd leden die deze club had, zijn er nu nog 42 leden over. En het jongste lid is ook alweer bijna veertig. Er is veel concurrentie van andere sporten, hobby’s en vermaak, en mensen committeren zich minder snel aan een vereniging. Van Lierop: “Je ziet dat het langzaam wegebt.”

Projectontwikkelaars kloppen weleens aan om te informeren naar het pand, maar liever heeft de vereniging nieuwe leden. Daarvoor zouden ze de ­deuren wagenwijd willen openzetten, maar dat is bij een schietclub juist niet de bedoeling. Ze willen hier geen cowboys, geen mensen die graag met een holster aan hun riem rondlopen of komen oefenen omdat ze straks de crimineel willen kunnen uithangen. Voorzitter Van Lierop: “Ik zeg altijd: de meeste mensen kunnen het zelf ook niet helpen dat ze geen marinier zijn geweest. Maar als je gewoon een beetje normaal bent, ben je welkom.”

Vergunningen

In Amsterdam zijn er vijftien schietverenigingen. Wie lid wil worden van zo’n vereniging moet minimaal 18 jaar zijn. Ook moet hij of zij van onbesproken gedrag zijn, aan te tonen met een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG). Er is een ballotageperiode van zes maanden. Een wapenvergunning kan worden aangevraagd na een jaar lidmaatschap.

In Nederland geldt een wapenverbod, maar sportschutters, ­jagers en wapenverzamelaars kunnen onder strenge voorwaarden een wapenvergunning ­krijgen. Geringe twijfel over de vraag of iemand een wapen kan worden toevertrouwd is reden voor ­weigering of intrekking van de vergunning. Aanvragers moeten meewerken aan een ­onderzoek naar hun psychische gesteldheid.

In Amsterdam wonen 1251 mensen met een wapenvergunning, onder wie 538 jagers. In totaal bezitten ze 4303 legale wapens.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden