PlusInterview

Schiavone Simson: ‘Ik ben nog steeds een beetje stuk’

Onzeker zijn, depressie, liefdesverdriet, identiteit: Schiavone Simson (22) schreef er al jong over, niet wetende dat dat later tot een boek zou leiden. Nu is het later. ‘Ik ben niet dé stem, maar een stem.’ 

Schiavone Simson. Met dank aan Nowhere, het culturele centrum waar Schiavone veel komtBeeld Jouk Oosterhof

Een beetje stuk was ze, Schiavone Simson uit Zuidoost. Want jong zijn betekent ouder worden en zo makkelijk is dat niet. Misschien is ze nog steeds wel een beetje stuk, misschien is ­iedereen wel een beetje stuk. Maar, zegt ze nu: “Soms moet je stukgaan, zodat je weet waar je van ­gemaakt bent.”

Het zijn zulke wijsheden waar haar boek Voor als je stuk bent mee doorspekt is. Het is haar debuut, een verzameling van gedichten en verhalen, overpeinzingen – soms wat langer, vaak heel kort. Ze schreef ze in de afgelopen ­jaren waarin ze tiener was en twintiger werd. Een lastige tijd dus, vertelt ze nu, zittend aan een picknicktafel van Stichting Nowhere: een plek voor cultuuronderwijs. Niet voor niks hier, want dit is waar haar schrijversvuur voor het eerst echt vonkte.

“Ik was veertien of vijftien toen ik begon te kijken naar filmpjes van spokenwordartiesten op YouTube, nog voordat het hier zo’n ding werd. Heel Amerikaans was het toen nog, maar ik merkte dat ik er veel steun van kreeg. Ik herkende me in wat er werd gezegd, ik voelde het heel vaak ­gewoon. Voor een projectweek van school bij Stichting Nowhere werd ik ingedeeld bij gedichten schrijven. De ­docent heette Wonder – heel toepasselijk – en het greep me enorm. Ze inspireerde me, gaf geweldige voorbeelden en veel schrijfopdrachten en ik merkte: eindelijk kan ik mijn gedachten vocaliseren. Er bleek veel op mijn hart te liggen wat daar maar gewoon lag zonder dat ik het ergens in kwijt kon. Tot toen, en opeens begon het te stromen.”

Misschien niet toevallig, maar het was precies in díé ­periode dat Simson erachter kwam dat de wereld niet zo’n mooie plek is. Alsof alle tl-buizen opeens aansprongen, halverwege het feest. Een confrontatie, vond ze. “Amerika bijvoorbeeld, daarvan geloofde ik altijd dat het een soort droomplek was. Tot ik erachter kwam hoe het systeem daar werkt, al het onrecht. Hoe meer ik naar het nieuws keek, hoe harder mijn kennismaking met de echte wereld werd. Dat trof me, heel erg.”

Niet voor altijd

Zoals wel meer haar trof in die vormende jaren die ze achter zich heeft en waar ze ook nog middenin zit. Te jong om serieus genomen te worden, te oud om nog kind te zijn, noemt ze het zelf. “De periode waarin ik dit allemaal schreef, was er vooral eentje van leren met mezelf om te gaan. Hoe ik moet ­omgaan met tegenslagen, dat geluk niet vanzelfsprekend is. Hoe het is om alleen te zijn, eenzaam zelfs. En hoe ik daar weer uit kom. Inmiddels snap ik dat er altijd wel weer iets komt wat je stuk probeert te maken. De kunst is nu om te herkennen en te vertrouwen dat je erop kunt reageren, dat stuk ook niet voor altijd hoeft te zijn.”

Maar soms is stuk wel heel erg stuk. Over haar depressie schrijft ze: Als ik m’n ogen dichtdoe, is het oorlog.

Zo voelde het. “Dan werd ik wakker en dacht ik: ­seriously, voel ik me nog stééds zo? Is het nóg niet weg? Haha. Nou ja, nu lach ik weer, maar het is geen grap. Ik heb moeten leren te beseffen dat alles met de dag komt. Zelfs als ik word overrompeld door een gevoel, is het tijdelijk. En wat voor mij groot is, betekent voor de ander niets. De wereld vergaat niet als ik somber ben. Nu besef ik dat eerder en kan ik sneller doorschakelen.”

Na de projectweek van school ging ze verder met schrijven voor zichzelf, te verlegen om het te delen. Dat dacht ze tenminste, totdat ze met de kerstviering op school op een podium stond om voor te dragen. “Opeens voelde het ­helemaal niet alsof iedereen naar me keek. Terwijl: als ik in de klas iets moest zeggen, werd ik erg nerveus.”

Als fan ging ze naar de boekpresentatie van Bart Ongering – Meester Bart. Van het een kwam het ander en niet veel later stond ze met een stukje in zijn nieuwe bundel. “Huh, ik? In een boek? Serieus?”

Serieus. En nu komt haar eigen boek uit. Supereng, vindt ze. “Ik schrijf nooit met het idee dat mensen het ook echt lezen. Integendeel, ik schrijf vanuit wat ik voel en wat ik denk. Dat andere komt later wel, dacht ik elke keer. Maar nu is het opeens later.” En dat is eng, want het ene onderwerp is nog persoonlijker dan het andere. Ze schrijft over liefde, maar ook over haar liefdesverdriet – ‘dode vlinders in mijn buik’ – en eenzaamheid. Onzekerheid en zelfs depressie dus. Meer donker dan licht.

“Ik schrijf als ik een sterke emotie voel. Eenzaamheid, liefdesverdriet: dat zijn zulke sterke emoties. Mijn leven is ook leuk hoor, maar als het leuk is, wil ik ervan genieten en dan schrijf ik niet. Schrijven als therapie? Ja, het helpt mij heel erg. Als ik aan het piekeren ben voordat ik ga slapen bijvoorbeeld. Fuck it, denk ik dan, ik ga nu schrijven. Een kwartiertje misschien, en vaak val ik dan meteen in slaap. Alsof ik het dan kwijt ben en mijn hoofd weer leeg is.”

Buitenbeentje

Nog zo’n onderwerp: haar identiteit. Surinaamse ouders, Amsterdamse jeugd. Wie of wat ben je dan? Een bekende spagaat is het. “De afgelopen drie jaar heb ik schrijfles ­gegeven op middelbare scholen aan veertien- en vijftienjarigen. Dan las ik mijn column voor over dit thema en dan kwam altijd zo veel herkenning. Van Marokkaanse kinderen, of Turks, of Spaans – overal vandaan. Over hoe ze zich thuisvoelen in Nederland, maar ook nog ergens ­anders. En daardoor eigenlijk ook weer nergens. Zo heb ik dat met Suriname. Soms voelt het als rijkdom dat er nog een warm bad voor me is ergens op de wereld. Maar als ik er kom, word ik toch als buitenbeentje gezien. Net zoals hier.”

Het is verleidelijk om Simson te zien als de vertegenwoordiger van iets. Van twintigers, Amsterdammers, Surinamers, jonge vrouwen die zoeken naar zichzelf? “Allemaal wel, maar ook allemaal niet,” zegt ze. “Ik ben niet dé stem van die groepen. Een stem, dat misschien. Maar ik vertegenwoordig ze niet, ik vertegenwoordig alleen ­mezelf. Ik ben juist gaan inzien dat kleine dingen soms veel kunnen betekenen of je zelfs gelukkig kunnen maken. Een broodje hagelslag bijvoorbeeld, met veel boter. Dat kan genoeg zijn. Geld verdienen met wat me gelukkig maakt, dat wil ik blijven doen. Ik geef nu les aan kinderen, ik treed op – zingen en spoken word – en ik schrijf. In mijn boek staat het zo: ‘Soms moet je doen wat je moet doen, terwijl het je niet gelukkig maakt. En soms moet je doen wat je gelukkig maakt, omdat dat is wat je moet doen.’ ­Beter kan ik het eigenlijk niet uitleggen.”

Schiavone Simson: Voor als je stuk bent. Pepper Books, €18,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden