PlusExclusief

Scenarioschrijver en regisseur Willem Bosch: ‘Ik voorspel een Nederlandse lente bij tv en film’

Er was een tijd dat scenarioschrijver en regisseur Willem Bosch (35), bekend van onder meer Penoza, Van God Los, Zina en The Spectacular, uit onzekerheid overal ja op zei. Inmiddels probeert hij zichzelf wat schaarser te maken. ‘Ik voorspel een Nederlandse lente op tv- en filmgebied.’

Lorianne van Gelder
'Ik kan eindeloos twijfelen. Tijdens het draaien pas ik scripts aan: kan het nog anders, kan het nog beter?'  Beeld Maarten Kools
'Ik kan eindeloos twijfelen. Tijdens het draaien pas ik scripts aan: kan het nog anders, kan het nog beter?'Beeld Maarten Kools

Willem Bosch is thuis, in Haarlem. Het is de eerste week van de harde lockdown, zijn drie kinderen en vrouw zijn er ook. Nergens in de karakteristieke jarendertigwoning is het echt stil, behalve op de kamer van zijn twee zoontjes. “Daar gaan we zitten,” zegt hij resoluut. De stoel die er staat is voor mij, Willem gaat in het kleuterbed van zijn oudste zitten. Tegen de hoofdsteun aangeleund, op het planetendekbed, met knuffel Artis de Partis naast hem, zegt hij opgewekt: “Het zit best lekker.” Beneden horen we muziek en af en toe wat gekraai.

Die dag komt The Spectacular, zijn VPRO-serie uit op NPO Plus, met een internationale cast over een reeks aanslagen van de IRA eind jaren tachtig in Limburg. Een serie met topacteurs als Hadewych Minis, Jacob Derwig en Noord-Ierse ­collega’s als Kerr Logan en Ian Beattie, van onder meer Game of Thrones. Het is pas Bosch’ derde regie. Maar hij is een van de meest gevraagde scenarioschrijvers in het land. Op de aftiteling van series als Feuten, Penoza, Hoogvliegers en Swanenburg prijkt zijn naam. The Spectacular schreef én regisseerde hij. Als we elkaar spreken zijn de eerste recensies net ­verschenen.

Bent u gevoelig voor de mening van ­anderen?

“Ik was deze dagen misselijk van de spanning over wat mensen zouden ­vinden. Ik ga er vooraf echt even aan kapot. Maar er zijn net twee geweldige recensies binnen, dus het gaat weer. Al probeer ik ook te denken: niet te veel ­waarde hechten aan de goede, want dan raken de slechte je ook minder.”

Hoe kwam u bij het verhaal van The Spectacular?

“In dit geval ben ik er gewoon voor gevraagd. Pieter Kuijpers, een van de oprichters van Pupkin, het bedrijf waar ik voor werk, is een Limburger. Hij heeft vaker films over Limburg gemaakt, zoals Van God Los. Hij kan zich de aanslagen nog levendig herinneren en vroeg of ik samen met hem wilde schrijven en regisseren. Toen werd mijn rol steeds groter.”

The Troubles, zoals het Noord-Ierse conflict tussen de jaren 60 en 1998 wordt genoemd, een IRA-cel in Limburg, ­Europese ­samenwerking: het is complexe materie. Hoe werd u wegwijs in die geschiedenis?

“Ik vond The Troubles altijd al een ­interessant onderwerp. Daarbij liggen ­misdaad, spionage, en politiek me sowieso wel. Maar het is ook een onderwerp waar je echt in moet duiken. Ik dacht dat ik er best wat vanaf wist, maar uiteindelijk wist ik alleen de basics. Ja, dat het een conflict was tussen protestanten en katholieken in Noord-Ierland, maar hoe gecompliceerd dat conflict was, moest ik leren.”

Het verhaal is gebaseerd op historische gebeurtenissen: een dramatische vergismoord door de IRA in 1990 in Roermond, een vrouwelijke terrorist in Limburg, een bestaande mannelijke rechercheur, Cees Verhaeren, die nu wordt gespeeld door Hadewych Minis. En de klopjacht op de aanslagplegers, dwars door vijf landen.

Was u met deze geschiedkundige feiten bang om fouten te maken?

“In het begin wel. Maar je gaat het steeds beter beheersen. Toch is het met historisch materiaal altijd spannend, ook omdat je weet dat een deel van de kijkers je wil pakken op fouten. Een spannend moment was toen we gingen casten in Noord-Ierland. Toen hadden we ineens te maken met mensen die dat conflict écht hadden meegemaakt. Dat was de vuurproef. Als ze de scripts dan niks vinden, krijg je zo’n eufemistisch mailtje terug als: ‘Sorry, maar ik heb toch geen tijd.’ Alles moest ook via Zoom, want dit was maart 2020, dus vol in de eerste coronalockdown. Maar de reacties waren beter dan verwacht. Met commentaar als: ‘Ik doe nooit Troubles-pieces, maar dit wil ik wel doen’.”

Willem Bosch: 'Het is onvermijdelijk dat een deel van je leven terugkomt in je werk.'  Beeld Maarten Kools
Willem Bosch: 'Het is onvermijdelijk dat een deel van je leven terugkomt in je werk.'Beeld Maarten Kools

Was er ooit een moment dat zij dachten: wie zijn die Nederlanders die zich bemoeien met onze geschiedenis?

“Nee, ze waren heel welwillend. Het script voelde als een ander, fris perspectief. Ik heb ze wel gevraagd mee te denken. Zij hebben geholpen om het geloofwaardig te laten overkomen.”

In de serie komen verrassende statements over extremisten voor. Een van de rechercheurs zegt op een gegeven moment zelfs: ‘Extremisten zijn saai.’

“De crux waar we naartoe werken is dat de vrouwelijke terrorist, de ‘engel des doods’, zegt dat ze er nooit zo over nadenkt waarom ze de dingen doet die ze doet. Dat is woestmakend natuurlijk. Extremisme heeft een enorme aantrekkingskracht. Extremisten weten wat ze willen, ze twijfelen niet. Terwijl jij en ik altijd aan het twijfelen zijn. Maar ik geloof ook dat ze doen wat ze doen zonder een groot moreel besef of een spannend, geheim motief. Ze doen dat omdat hun ouders dat ook deden. Of omdat hen dat altijd zo is verteld.”

Hoe kwam u bij die uitleg?

“Ik wilde ooit een serie over hooligans maken. Ik had contact met een harde kern van een niet-Amsterdamse voetbalclub en vroeg ze: kun je nou uitleggen waarom je je leven zou willen geven voor déze club? Ze antwoordden dan: ik ging er altijd met mijn vader naartoe. Ik kon dat eerst bijna niet geloven; ze zijn bij wijze van spreken bereid te moorden voor die club. Ik wil dat niet belachelijk maken, maar meer is het niet.”

“Voor de goede orde: de katholieke Noord-Ieren waren straatarm en werden wel degelijk zwaar gediscrimineerd. Dus dan ga je je afvragen: wie zijn wij dan? Dan wordt het hele lot van zo’n land, of zo’n club, jouw lotsbestemming. Maar extremisme is een ziekte, een denkfout. En het is niets om jaloers op te zijn.”

Bent u zelf een grote twijfelaar?

“Ik kan eindeloos twijfelen. Tijdens het draaien pas ik scripts aan: kan het nog anders, kan het nog beter? Een gevaar van mijn werk is dat ik daar eindeloos in doorga. In mijn persoonlijke leven probeer ik twijfel juist uit te bannen. We willen samenwonen, en doen dat. We willen ­kinderen, dan gaan we daarvoor. Je kunt er altijd nog spijt van krijgen, maar dan moet je ook gewoon door.”

Uit de hoeveelheid werk die u heeft, blijkt weinig twijfel.

“Ik heb jarenlang altijd overal ja op gezegd. In de eerste jaren als freelancer dacht ik: als ik nee zeg, willen ze me niet meer. Ik heb zelfs lang gedacht: ik moet in Amsterdam blijven wonen, want als ik in Utrecht of Haarlem woon, gaan ze denken: o, Willem, die is weg.”

“Dat gevoel van ‘niemand wil me meer’ kan ik nog steeds hebben. Maar sinds ik bij Pupkin werk, wordt het beter. Daar zeggen ze gewoon: je doet het goed, maar je doet te veel en je doet te veel tegelijk. Nu durf ik te zeggen: ik heb geen tijd. Je moet jezelf wat schaarser maken. En als je dan komt met iets, gaan ze opletten.”

Hoe komt het dat u altijd wordt ­gevraagd?

“Dat is raar om over jezelf te zeggen. Maar ik weet dat het voorheen wel was van: we hebben een probleem, dan moet je Willem bellen. Ik kon een soort houwdegen zijn. Snel en bot. En ik zit tussen het commerciële en meer arthousige in. Toen ik afstudeerde aan de filmacademie, was er maar een relatief kleine groep scenarioschrijvers. Er komt nu een veel grotere groep schrijvers aan, net een generatie onder mij. Jonger en diverser, die op het punt staan grote dingen te doen.”

In de Amerikaanse film- en tv-industrie werken ze al tientallen jaren jaren met serieuze schrijversteams, de bekende writers rooms. Waarom lopen wij zo achter?

“We komen van ver. Maar we zijn bezig aan een spurt. Ik voorspel een Nederlandse lente op tv- en filmgebied. Zet dat maar in de krant! We hebben de Belgen gehad, we hebben de Denen gehad. Over een paar jaar gaan ze bij de Emmy’s en de Oscars zeggen: dat zijn de Nederlanders. Er is een besef ingedaald, een beetje het Ajax-­gevoel: die anderen hebben tien keer meer budget dan wij, maar wie zegt dat wij niet de Champions League gaan winnen? ­Misschien niet elk jaar, maar we gaan het halen. Zoals Johan Cruijff zei: ‘Ik heb nog nooit een zak geld een doelpunt zien maken.’ We hebben te lang gedacht: het is goed genoeg voor een Nederlandse serie. Nu gaan we naar: dit is een Nederlandse serie, wauw.”

Er is vaak kritiek op Nederlandse ­acteurs. Dat ze minder goed zouden zijn dan, zeg, de Engelse.

“Zo’n onzin is dat. Er wordt dan geroepen: het Nederlands klinkt houterig. Maar ga je eigen taal beter waarderen. Nederlanders zijn kritisch op hun landgenoten. Ze foeteren op hun eigen muziek, op hun acteurs. Maar het is avantgarde, cutting-edge wat er wordt gemaakt hier. Kijk naar Mocro Maffia. Alle dingen van Michiel van Erp. Kijk ook naar het theater; voor Ivo van Hove en zijn acteurs wordt overal ter wereld, van New York tot Zuid-Korea, de rode loper uitgerold. Of regisseurs als Daria Bukvić of Erik Whien, fantastisch. En al die acteurs, van wereldniveau, zouden houterig spelen? Kom op, zeg. Je moet gewoon beter luisteren.”

Nederland is een te klein taalgebied om echt groot te worden.

“Dat is ook niet waar. Want door Netflix hebben we ontdekt dat mensen het niet erg vinden om een serie in het Noors of het Spaans te kijken. Of in het Koreaans. Als het goed is, is het goed.”

Wat is er verder nodig om tot dat ­Hollywood van Nederland te komen?

“Je moet in Nederland juist een industry maken. We bouwen een datacentrum voor Facebook, dus waarom geen studio’s voor film? Veel Nederlandse en buitenlandse producties gaan nu naar Oost-­Europa omdat het daar goedkoper is en ze er belastingvoordeel krijgen. Als onze minister-president nou ergens van houdt, is het wel van belastingvoordeel. Je wil Amazon, Facebook en Google hier, haal dan ook de filmbedrijven. Die hebben altijd mensen nodig: kabelsjouwers, decorbouwers, allemaal Nederlanders.”

U zei in 2013 in een interview met NRC: ‘Over tien jaar heb ik een Oscar.’

“Dat ga ik niet meer redden.” Hij lacht. “Had ik maar vijftien jaar gezegd. Ik wil de wereldtop bereiken, maar het gaat nooit over één maker. Ik ­wilde altijd naar Amerika, maar nu denk ik: waarom halen we Amerika niet hier naartoe? We hadden altijd een braindrain naar het buitenland: als je dan echt de top bereikte, ging je naar Amerika. Vergelijk het opnieuw met Ajax: als iedereen naar Real Madrid vertrekt zodra ze goed worden, wordt het nooit wat. Blijf nou even, al is het maar één seizoen langer. Want van elke topscorer wordt de rest ook beter.”

The Spectacular is pas uw derde regie. Waarom wilde u graag regisseren?

“Het is toch alsof het circus de stad in komt. De colonne vrachtwagens vol ­apparatuur, de acteurs, de catering. Je neemt alles over: de huizen, de straat, het plein. En ik loop daar dan rond als de spreekstalmeester. Dat is mooi, hoor. Ik bemoei me graag met dingen.”

Hoe is het om zo’n grote productie te ­regisseren? Het gaat om een boel geld, tijd en belangen.

“De druk is hoog. Niet zozeer door het geld, maar vooral door de tijd. Dan neem je een scène op en vind ik het nét niet goed. Doe je het dan opnieuw, terwijl je opnameleider op zijn klok tikt en je acteurs moe zijn, of accepteer je dat het niet helemaal wordt zoals je wilt? Het is ook de laatste kans om het opnieuw te doen. Want die setting, met die acteurs, op die set, komt nooit meer terug. Dat is soms heel stressvol.”

'Door Netflix hebben we ontdekt dat mensen het niet erg vinden om een serie in het Noors of het Spaans te kijken. Als het goed is, is het goed.'  Beeld Maarten Kools
'Door Netflix hebben we ontdekt dat mensen het niet erg vinden om een serie in het Noors of het Spaans te kijken. Als het goed is, is het goed.'Beeld Maarten Kools

De jongste, de baby, huilt in het naastgelegen kamertje. Bosch klimt uit het kleuterbed en brengt het meisje, dat subiet ophoudt met jammeren, naar beneden.

Hij komt boven en stapt weer in het kleuterbed. “Zo, waar waren we?”

Waar komt uw werkdrift, uw drang om de wereld te veroveren, vandaan?

“Ook vanuit een soort woede. Dat ik denk: er worden geweldige dingen gemaakt hier, dat moet de wereld gewoon zien. En ik moet zeggen: inmiddels wil ik niet per se naar Amerika. Na Trump is dat land zo leuk niet meer. En in Nederland kan ik net zo goed mooie dingen maken. Waardoor ik ook echt mijn eigen verhalen kan blijven vertellen.”

Bosch, een geboren Brabander, komt uit een nest van verhalenvertellers. Zijn moeder was professioneel verhalenverteller, op bruiloften en bij bedrijven. Zijn vader was priester, voordat hij zijn moeder ontmoette. Zijn aanstaande is columnist en schrijver Sarah Sluimer. Voor Bosch zijn verhalen een manier om de wereld en zichzelf betekenis te geven.

Een van de meest ongrijpbare en ­verdrietige verhalen in zijn leven was dat van het overlijden van zijn moeder, bijna twaalf jaar geleden. Zij reisde naar Afrika, haar broer achterna, die 35 jaar eerder in Zambia omkwam bij een auto-ongeluk. Tijdens die reis in 2010 verongelukte ze zelf, ook in een auto.

Hiernamaals, de jeugdfilm die hij in 2019 schreef en regisseerde en werd bekroond met de Special Jury Prize op het Atlanta Film Festival, gaat over het verlies van haar.

Hoeveel van uw eigen leven komt terug in uw werk?

“Het is onvermijdelijk dat een deel van je leven terugkomt in je werk. Hiernamaals maakte ik bijna tien jaar na de dood van mijn moeder. Ik had dat niet eerder kunnen maken. En het is niet letterlijk wat er is gebeurd. Een zeker mysterie moet overeind blijven. Het is mijn werk om een beetje van dat diepste binnenste op dat scherm te krijgen, maar ik moet het ­doseren.”

Er was een tijd dat u veel deelde op Twitter, u mengde zich in discussies, ­reageerde, provoceerde. Waarom is dat gestopt?

“Ik was de hele tijd mijn gedachten de wereld in aan het slingeren, maar in 2017 was het klaar. Op een gegeven moment dacht ik: ik zit mijn tijd te verdoen hier. Je moet niet de hele tijd bezig zijn met: dit ben ik, dit is mijn karakter, dit is mijn mening. Op het einde vond ik mezelf onuitstaanbaar. De scherpte ging eraf, je bent zeker op sociale media geen nuance aan het zoeken, maar voor eigen parochie aan het preken.”

Hebben uw kinderen, naast het feit dat u in een lockdown door hen wordt omringd, uw werk en keuzes veranderd?

“Praktisch gezien zorgen ze ervoor dat ik veel efficiënter en beter werk. Ik heb geen tijd meer om dingen niet zeker te weten, want ik moet om 17.00 uur bij de crèche zijn. Maar grappig genoeg brengen ze me ook nog meer aan het twijfelen. Ze laten me zien dat het leven mooi is, maar ook ingewikkeld. Ik weet ineens niet meer zo zeker hoe het leven in elkaar zit. Het kan elke week weer anders zijn.”

“Kinderen beginnen ook een rol in mijn verhalen te spelen. Ze sluipen in de motivaties van mensen, zoals ze een rol spelen in The Spectacular, als verloren of verlaten kind. In mijn twintiger jaren had ik een lekker zwartgallig wereldbeeld, gratuit cynisme. Er stond minder op het spel. Je rookt en drinkt, roept ‘dan sterf ik maar op mijn vijftigste, dat is niet erg.’ Dat is sinds ik kinderen heb verdwenen. Ik wil lang leven, ik wil gelukkig zijn, de wereld en het leven hebben zin. Daar moet ik me opnieuw toe verhouden. En het levert andere verhalen op.”

The Spectacular is nog drie zondagen te zien op NPO3 en daarna nog via NPO Plus.

null Beeld

CV

Willem Bosch, 29-7-1986 geboren in Tilburg

2004 Haalt gymnasiumdiploma
2004-2008 Scenarioschrijven aan de Nederlandse Film- en Televisieacademie
2010 - heden Scenarioschrijver voor o.a. Feuten, Van God Los, Penoza, Baantjer het Begin, Nieuwe Buren, Bellicher: Cel, Hoogvliegers, Swanenburg, Zina
2012 Roman Op Zwart
2015 Regie en scenario Weg met Willem
2019 regie en scenario Hiernamaals
2021 regie en scenario The Spectacular
2021 WBM, Bosch’ bedrijf, wordt onderdeel van productiebedrijf Pupkin

Willem Bosch woont met Sarah Sluimer en hun drie kinderen (6, 2 en 0 jaar) in Haarlem.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden