Plus Reportage

Ruim 45 jaar de Hairdressing Shop: ‘We lachen ons een bult met de dames’

‘We spoelen dit eerst uit.’ Nel Thonhauser en vaste klant Cisca Matteman. Beeld Lin Woldendorp

Sabrina Snoek (72) runt al 45 jaar de Hairdressing Shop in Buitenveldert. Trouwe klanten rekenen elke week op haar. ‘Je weet wat ze zeggen van krakende wagens. Die lopen het langst.’

Ernstig buigen Sabrina Snoek en Nel Thonhauser (59) zich over de schedel van Cisca Matteman (82). Strak over haar hoofd zit een blondeermuts met gaatjes. Spitse puntjes haar steken daaruit. Onverzettelijk, als een anarchist met spijkerhaar, tuurt Matteman in de spiegel. “Wie mooi wil wezen, moet pijn lijden,” verklaart ze met Jordanees ­accent.

“Het haar is zo kort dat ik het folie er niet in krijg. Vandaar de blondeermuts,” legt Snoek uit. Ze bestudeert aandachtig Mattemans hoofd en concludeert opgewekt: “Aan de ene kant heb je wat meer haar, maar dat heeft iedereen. Niks ergs aan.”

Kalm laat Matteman haar begaan. Al meer dan veertig jaar vertrouwt ze haar kapsel toe aan Snoek, eigenaresse van dames- en herenkapsalon Hairdressing Shop Buitenveldert.

“Je haar zit altijd goed. Sabrina doet echt moeite voor je. En je krijgt wat lekkers bij de koffie,” zegt Matteman en ­gebaart naar de kop koffie en het krentenbolletje dat Snoek op een zilveren presenteerblaadje serveert.

Snoek, zorgvuldig opgemaakt, elegante sleehakken, ­enkelkettinkje, ontfermt zich amicaal over haar klanten. Woorden van geruststelling en sussende bijval: “Blond kan nog prima bij je.” “Het maakt je jonger.” “Wit is ook heel mooi, hoor.”

Sinds 1974 runt ze haar kapperszaak aan de Kastelenstraat. Eerst met een compagnon, later alleen. De trouwe klanten groeiden met haar mee, net als hun haren, die korter, dunner, droger, grijzer of witter werden. Al decennialang rekenen ze op Snoek. Soms zelfs wekelijks om hun haar te wassen, watergolven en drogen.

“Ik werk nog volgens de klassieke methode. Watergolven en droogkappen zie je niet veel meer, bij mij nog wel. Al ­komen hier ook jongere vrouwen, hoor. Nel en ik volgen elk jaar cursussen om van de modernste technieken op de hoogte te blijven.”

Aan pensioen moet Snoek niet denken: “Ik zou echt niet zonder dit werk en mijn klanten kunnen.”

Eigenwijs

Nel Thonhauser is al 22 jaar haar vaste medewerker. ­Kordaat draait ze de kraan open boven Mattemans hoofd. Bassende mededelingen: “Het moet natuurlijk wel blond worden. Dit werkt niet meer. We spoelen dit eerst uit. Daarna heb je nog een slinger nodig.”

Matteman, die haar halve leven als marktkoopvrouw in de Westerstraat stond: “Mij best. Ik ga niet met een schurftkop lopen.” Na die uitspraak vouwt haar mond zich terug in een opstandige trek.

Snoek: “Ik heb je gewaarschuwd, schat. Het kán, maar je moet tijd hebben. Drie keer een laag. Ik dorst het niet in één keer te blonderen, dan hou je geen haar op je hoofd over.”

En dan, hoofdschuddend: “Cis is zo eigenwijs. Laatst wilde ze het ineens weer donker. Ik zeg: ‘Luister nou schat, donker stáát je niet.’ Heeft ze het donker, wil ze toch weer blond.” Nadrukkelijke zucht. “Cis, ik laat je een briefje ­tekenen met: ‘Ik zal nooit meer eigenwijs zijn bij de kapper.’”

Matteman lacht schamper: “Kun je doen, maar mijn mond zegt toch wat anders.”

Snoek werkt alleen op afspraak. Tegen tienen komen ook vaste klanten Rimke van der Veer (67) en Erna van Vlissingen (87) binnen. Van der Veer voor een knipbeurt. Van Vlissingen voor wassen en föhnen, een ritueel dat ze om de tien dagen herhaalt.

“Sabrina is al 45 jaar mijn vaste kapster,” zegt Van Vlissingen. “Ze is zo lief. Bij slecht weer haalt ze me zelfs thuis op. En ze noemt je gewoon bij je voornaam.” Tot voor kort had Van Vlissingen blond haar, maar ze heeft het nu wit ­laten worden. “Laatst zei een jongetje: ‘Erna heeft zulk mooi wit haar,’” vertelt ze trots.

Al gauw vult de zaak zich met geanimeerde gesprekken. Onderwerpen wisselen elkaar vlug af: de vakantie, het weerbericht, het rookverbod.

Weersvoorspellingen

Een nauwe band bouwden Snoek en Thonhauser op met hun klanten. Allebei op hun eigen manier. Snoek vertrouwelijk, steeds zoekend naar verbondenheid met ‘Dat ken je wel toch?’, ‘Snap je wel?’ of ‘Kun je je voorstellen, schat?’

Thonhauser doet dat met een klein hart en een geducht schild. Beklaagt Van Vlissingen zich over mensen die op een terras roken, dan weerspreekt Thonhauser dat bars met: “Ga je toch binnen zitten!” Te lang doorkabbelend ­gebazel over weersvoorspellingen en temperatuur­verschillen in het noorden en zuiden, rondt Thonhauser ­resoluut af met: “Tuurlijk. In het binnenland loopt het op.” Met bruuske bewegingen veegt ze witte haartjes van de vloer.

Naast koetjes en kalfjes zijn er gedeelde tranen en ontboezemingen van jaren oud. “We weten veel van elkaar. Soms hoor je van een klant over een geliefde die ernstig ziek werd, een kind dat overleed. Als je elkaar al zo lang kent, raakt je dat,” zegt Thonhauser. “Maar evengoed ­lachen we ons vaak een bult met de dames.”

Verschillende klanten staan met voornaam geprogrammeerd in de telefoon, waardoor Thonhauser meermaals opneemt met “Hallo Monique!” of “Ha Anita”. Soms neemt ze complimenten in ontvangst. Over die nieuwe kleur haar die zo mooi staat.

In de aangrenzende ruimte knipt collega Clyde Hira (46) de heren. Op een kast staat zijn kooi met tropische vogels. Ze produceren een onstuimig gezang, vooral als de föhn zoemt. “Dan proberen ze erbovenuit te komen,” zegt hij ­lachend. “Thuis heb ik ruimtegebrek, dus ik heb ze hier neergezet.”

Sabrina Snoek knipt Erna van Vlissingen. ‘Sabrina is zo lief. Bij slecht weer haalt ze me zelfs thuis op.’ Beeld Lin Woldendorp

Intussen heeft een Hindoestaanse man bij Hira plaats­genomen voor een knipbeurt. Die ondergaat hij zwijgend. Plukken zwart haar vallen op de grond.

Snoek, samenzweerderig: “Het is bij de heren altijd veel stiller. Ja joh, dat is een heel ander soort mensen. Je ziet ze af en toe de handen op de oren doen tegen ons geklets.”

Ze wendt zich weer tot Matteman. Voorzichtig trekt ze een stukje folie los en inspecteert het blootgelegde driehoekje, als een kip die gegaard moet worden. “Het moet nog even.”

Krakende wagens

Thonhauser staat buiten op de uitkijk om de volgende klant op te wachten. Sigaret in haar hand. Een pluimpje rook boven haar hoofd. “Tees komt eraan,” meldt ze en drukt de peuk uit. Geklik van een stok. Mevrouw Teseling (86) treedt binnen, smaakvol gekleed, zilverkleurige sleehakken. Zorgvuldig maakt Snoek haar opgestoken grijze haar los. Ze wast en föhnt het elke week. “Dat moet ook wel. Langer dan een week kan niet,” zegt Teseling.

“Ach, maar ook na een week loop je niet voor gek. Je kunt nog best ergens naartoe,” zegt Snoek vergoelijkend.

Kort erna stiefelt mevrouw Benten (88) met een rollator binnen. Diepe zucht als ze haar hoofd achterover in de wasbak legt. “Het moet maar weer, voor die paar maanden dat ik nog leef.”

“Welnee, je wordt 105!” zegt Thonhauser opgeruimd. “Je weet wat ze zeggen van krakende wagens. Die lopen het langst.”

“Ik heb pijn op mijn borst. Een minuut of twee en dan is het weer weg. Heel subtiel,” onthult Benten, zorgelijk naar het plafond starend.

Thonhauser bevestigt dat gevoel krachtig: “Het zeurt!”

“Precies!”

Bij de kassa staat Matteman na een bijna drie uur durende kappersbeurt de koning te rijk bij de kassa. Haar beurs klaar om 62,50 euro af te rekenen.

“Kom ik in de krant?” informeert ze nog. “Ik ben nooit gek met me eigen, maar dit vind ik wel leuk. Laat ik aan mijn kinderen zien. ‘Hierzo,’ zeg ik dan, ‘je ouwe moer, 82, blond en in de krant.’”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden