Plus

Rugby is hot: ‘De klappen zijn het waard’

Manus van Leeuwen (11), scholier groep 8 Beeld Ivo van der Bent

Rugby zit in de lift en het internationale Sevens-toernooi dat komend weekend in Amsterdam plaatsvindt, groeit met de sport mee. ‘Het kan hard zijn, maar er is altijd respect voor elkaar.’ 

Rugby is een sport van pianosjouwers en pianospelers. In elk goed rugbyteam is er een balans tussen de zware jongens, de stevige types, de beukers aan de ene kant en de snelle, wendbare aanvallers aan de andere. Kijk je naar een reguliere wedstrijd waarin aan beide zijden vijftien man (of vrouw) tegenover elkaar staan, dan ligt het zwaartepunt best nogal op kracht. Maar bij de populaire variant rugby Sevens, waarbij het aantal spelers is teruggebracht tot ­zeven per ploeg en er dus ruimte komt op het veld, zijn de lichtere spelers in het voordeel.

Komend weekend zal het allemaal te zien zijn op wel tien velden van sportpark De Eendracht in Geuzenveld. Voor de 48ste keer wordt het grootste Sevenstoernooi op het Europese vasteland gespeeld, met teams van over de hele ­wereld. ­Nederlandse teams zijn er natuurlijk, maar er ­komen ook internationals van klassieke rugbylanden als Engeland, Frankrijk, Wales, Fiji, Kenia en zelfs Azerbeidzjan. Onder meer het nationale damesteam van China zal ook aanwezig zijn.

Het wordt een feest, zegt voorzitter Nick Gale namens de organisatie. “Het zijn stuk voor stuk korte, explosieve wedstrijden die het beste uit de spelers naar boven halen. Het is niet voor niets dat deze versie van het rugby inmiddels ook weer een olympische sport is.”

Positieve sfeer

Het gaat goed met rugby in Nederland en Amsterdam, zegt Gale: aan het aantal beoefenaren van sporten als voetbal of hockey kunnen de rugbyers nog niet tippen, maar het is duidelijk dat de sport in de lift zit. “Nederland telt ­inmiddels bijna 20.000 actieve spelers en er zijn een kleine honderd teams in de landelijke competitie. De animo is enorm. Ook op het sportieve vlak is het Nederlandse rugby goed bezig, de mannen staan rond de twintigste plaats op de wereldranglijst, de vrouwen al tiende zelfs.”

Hoe verklaart Gale het succes? De voorzitter is even stil, hij wil graag diplomatiek blijven. “Er stappen regelmatig spelers over van andere sporten naar het rugby. Ik denk dat dat iets heeft te maken met de positieve sfeer rond deze sport: het kan hard zijn, maar er is altijd respect voor ­elkaar, voor de tegenstander en voor de scheidsrechter. Als de scheidsrechter een beslissing neemt, zegt de speler: yes sir. Hij accepteert gelijk de beslissing van de scheidsrechter, zelfs als hij het er niet mee eens is.”

Waar zit ’m dat in? Gale wijst op de traditie en de cultuur van de sport. “Het heeft iets te maken met discipline. Maar het komt ook doordat spelers die de mist in gaan, daarvoor gestraft worden. Wie in het rugby een gele kaart krijgt, weet dat zijn team het tien minuten met een man minder moet doen. Helemaal bij de Sevensvariant betekent dat een forse aderlating. Wie zich ernstiger misdraagt, krijgt zelfs een rode kaart. Het zijn stevige maatregelen en die werpen hun vruchten af.”

Manus van Leeuwen (11), scholier groep 8

Voetbal vond hij ook wel leuk, maar ­nadat zijn oudere broer op rugby was ­gegaan en Manus van Leeuwen kennismaakte met de sport, wist hij gelijk dat dit was wat hij wilde en meldde hij zich aan bij de turven van de Amstelveense Rugby Club (ARC). “Ik miste bij voetbal toch ook een beetje de ruwheid, want ik hou ervan om lekker te beuken.”

Manus is groot voor zijn leeftijd en heeft veel energie, zegt hij. “Ik had mijn krachten niet altijd onder controle. Bij veel andere sporten kan dat een probleem zijn, maar bij rugby is het een voordeel. Je mag je tegenstander omver-lopen en daar ben ik goed in.”

De voertaal in het rugby is Engels, zegt Manus. “Toen ik met de kleintjes rugbyde, spraken de scheidsrechters nog ­Nederlands, maar nu gaat het bijna allemaal in het Engels. Dat vind ik helemaal niet gek, juist niet, het zou een beetje raar zijn als een scheidsrechter in het ­Nederlands tegen me zou spreken.”

Rugby is een fantastische sport, zegt Manus. “Het is ­gezellig in het team, we zijn met ARC tweede van Nederland in mijn leeftijdscategorie geworden dit seizoen. Maar de sport heeft me ook geholpen om de kracht die ik heb­ ­beter te ­beheersen, ik ben een stuk handiger en beheerster geworden.”

Willemijn ter Avest (20), student

Zéker is rugby ook een meidensport, zegt Willemijn ter Avest. “Het kan er stevig aan toegaan, maar er zijn wel degelijk heel veel vrouwen die rugbyen. Voordat ik vier jaar geleden begon met de sport, wist ik er eigenlijk niet zo veel van, ik heb de spelregels moeten opzoeken op internet. Ik zat op atletiek, ik deed meerkamp, dat is een discipline die niet voor die dunne meisjes is: meerkampsters moeten zowel sterk als snel zijn. Een vriend van mijn ouders zei dat rugby misschien wel echt een sport voor mij zou kunnen zijn. Toen ben naar een talentendag ­gegaan en daarna was ik om.”

Inmiddels maakt Ter Avest onderdeel uit van het Nederlandse Sevensteam. “Ik ga helemaal voor deze sport, ik ben er zelfs op mijn zeventiende voor verhuisd vanuit Zevenaar naar Amsterdam.”

Meer dan in andere sporten ziet Ter Avest in rugby een manier om voor de volle honderd procent te bewegen. “Als je boos bent, kan je het kwijt in het spel. Als iemand gemeen tegen je doet, heb ik altijd zoiets van: de volgende keer ben jij van mij. Dan klap ik er, als het kan, extra hard in. Die ruimte geeft rugby.”

Willemijn ter Avest Beeld Ivo van der Bent

Harry Veldman (31), productiemanager bij Arla Foods

Voordat Harry Veldman zeven jaar geleden van Friesland naar Amsterdam verhuisde, had hij altijd gevoetbald. Met een nieuwe woonplaats was hij zowel sportief als sociaal aan iets nieuws toe. “Ik keek altijd al rugby op televisie en dacht: dit is iets voor mij.”

Hij was op zoek naar een contactsport, maar ook een teamsport en een sport die je in de buitenlucht kunt beoefenen. “Rugby voldeed aan die voorwaarden, maar nu ik zelf middenin deze sport zit, merk ik dat het véél meer is dan dat. Rugby staat voor mij voor saamhorigheid, vriendschap, voor elkaar door het vuur gaan. De sport is heel intens, de opofferingen die je je voor je teamgenoten moet getroosten, zijn soms pijnlijk, dan krijg je letterlijk klappen, maar dat is het allemaal waard.”

Hij is aanvoerder van het eerste van AAC Rugby en is, hij zegt het zelf, tot nu toe gevrijwaard gebleven van al te veel leed. “Ik heb een meniscus gescheurd en een enkelband, maar verder niets. Maar ik ben niet blessuregevoelig, ­gelukkig. Ik doe daar ook mijn best voor: twee keer per week trainen, in het weekend een wedstrijd en door de week nog een of twee keer naar de sportschool. Rugby vraagt om betrokkenheid, ik vind het een fantastische sport.”

Harry Veldman Beeld Ivo van der Bent
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden