Roxeanne Hazes

Roxeanne Hazes: ‘Al 14 jaar denk ik: holy shit, wat is dit eng’

Roxeanne Hazes Beeld Frank Ruiter

Roxeanne Hazes voelde zich als kind nergens bij horen, werd gepest, vocht op het schoolplein en was wanhopig op zoek naar zichzelf. ‘Ik ben 26 jaar en weet nog steeds niet precies wie ik ben.’

Tijdens optredens pikt Roxeanne Hazes ze er zo uit, de mensen die alleen vanwege haar achternaam zijn gekomen. “Die hopen dat ik liedjes van mijn vader ga zingen en zijn teleurgesteld als ze erachter komen dat ik dat dus niet doe. Ja, één keer per jaar tijdens Holland zingt Hazes in de Ziggo Dome. Maar ik heb ook een eigen verhaal te vertellen. Míjn verhaal.”

Soms wordt haar verweten dat ze haar afkomst verloochent. Terwijl het juist heel erg ‘Hazes’ is om te doen wat je zelf wilt. “Mijn vader wilde graag een bluesalbum opnemen. Zijn platenmaatschappij bood hem de keuze: of hij kreeg een boot, of hij mocht eindelijk die bluesplaat maken.

Hij koos voor het laatste. Dat album werd absoluut geen succes, maar hij heeft wel zijn hart gevolgd.”

Het is nu anderhalf jaar geleden dat Roxeanne Hazes in het diepe sprong. Ruim tien jaar had ze opgetreden in het feestcircuit. Discotheken, feesttenten, braderieën: ze was 24 en had het allemaal al tien keer gezien. “Ik zou de rest van mijn leven de nummers van mijn vader kunnen zingen, dat was financieel een stuk slimmer geweest. Maar je hebt niks aan geld als je ongelukkig bent. Ik wil laten zien dat ik zelf ook iets kan.”

Met haar plaat In mijn bloed uit 2017 verraste Hazes vriend en vijand. Het levenslied was ingeruild voor een volwassen, glad geproduceerde, elektronische sound met introspectieve, donkere teksten. Ook qua uiterlijk onderging ze een metamorfose: de gezellige volkszangeres was plots een vamp.

“Doodeng vond ik het. Bij mij is het glas sowieso eerder half leeg dan half vol, dus ik ging ervan uit dat het album gigantisch zou floppen, dat ik afgemaakt zou worden.” Het tegenovergestelde gebeurde: In mijn bloed werd geprezen door recensenten en bekroond met een Edison Award.

Hazes trad een wereld binnen die niet de hare was. “Opeens werd ik gedraaid op Radio 3FM, stond ik op serieuze muziekfestivals en werd ik de huisband van De wereld draait door. Fantastisch, toch? Met mijn band rijden we het land door, naar poppodia waar je vooraf een bord chili con carne te eten krijgt en na afloop een biertje. Je kleedt je om in een goor hok en in de zaaltjes stinkt het naar zweet, omdat mensen staan te dansen op jouw muziek. Zo’n bijzonder gevoel.”

Op het album hoor je veel invloeden terug. Hoe ziet jouw eigen Spotify ­playlist eruit?

“Mijn smaak is heel breed. Ik hou van jarentachtig-Italodisco, van jarennegentig-house, maar ook van psychedelische rock en alternatieve pop. Melancholie staat bij mij voorop, ik wil die hartenpijn voelen. De liedjes waar ik van hou zijn bijna altijd in mineur, ik hoef niet per se vrolijk te worden van muziek.”

“Rond mijn twaalfde luisterde ik naar rockbands als Within Temptation en ­Evanescence. Ik zag er ook uit als een goth: pikzwarte make-up, rood haar en van die wijde zwarte broeken met kettingen eraan. Ik hoorde nergens bij en vond het moeilijk om vriendinnen te maken. Jongens moesten al helemaal niets van mij hebben. Toen sloot ik me maar aan bij een groepje buitenbeentjes, die er allemaal zo uitzagen. We deden ook aan een soort hekserij. Belachelijk natuurlijk, het was een soort vluchtgedrag, denk ik nu.”

“Toen ik in Almere naar de middelbare school ging, sloeg ik opeens door naar de ordinaire kant: ik ging korte shirtjes dragen om mijn navelpiercing te kunnen zien, maakte me heel trashy op en liep op hoge hakken. Ik was diep ongelukkig in die tijd, wanhopig op zoek naar mezelf. Die zoektocht is nog niet voorbij. Ik ben 26 jaar en weet nog steeds niet precies wie ik ben, maar gelukkig is het lang niet meer zo erg als tijdens mijn schooltijd.”

Je werd gepest.

“Heel erg. Ik vocht ook vaak op het schoolplein. Ik ben altijd al driftig geweest, maar toen ik op mijn elfde mijn vader verloor, werd het erger. Als iemand iets over papa zei, sprong ik erbovenop.”

Moesten ze je hebben omdat je een Hazes was?

“Ik denk het wel. Op de camping en ­tijdens vakanties gebruikte ik vaak de naam van mijn moeder, zodat ze niet wisten wie ik was. Mijn broertje had er helemaal geen last van, die riep juist tegen iedereen dat André Hazes zijn vader was en werd nooit gepest. Hij kwam wel voor mij op: in de pauze ging ik telkens huilend naar hem toe om te vertellen dat ze gemeen tegen me waren. Dan ging hij ook knokken, om zijn zus te beschermen.”

“Ik was anders dan de andere kinderen, vroegwijs ook. En iedereen kende mijn vader natuurlijk. Ik zat op een christelijke basisschool in Baambrugge, mijn vaders leven was alles behalve christelijk.”

“Er zal ook jaloezie meegespeeld hebben. Op mijn veertiende deed ik mee met So you wanna be a popstar op SBS6. Opeens kreeg ik fanmail. Dat konden mijn klasgenoten natuurlijk helemaal niet uitstaan. Ik hoopte dat het pesten zou ophouden als ik op televisie kwam, maar het werd alleen maar heftiger. Er was een keer een cameraploeg op school, en tijdens het filmen gooiden kinderen allemaal eten naar me. Ik vocht tegen de tranen terwijl ik geïnterviewd werd. Als ik in een tv-show optrad, werd weleens gezegd dat ik mijn hele klas mee mocht nemen naar de studio. Dat was het allerlaatste wat ik wilde.”

Waarom wilde je zo graag optreden, ­terwijl je zo onzeker was?

“Ik hield van zingen. Op mijn elfde deed ik auditie voor Kinderen voor kinderen. Bloednerveus kwam ik aan, zag dat alle andere kinderen dansjes hadden ingestudeerd en dacht meteen: dit kan ik helemaal niet. Mijn moeder had mij allemaal hartjesballonnen gegeven en die heb ik toen maar aan mijn riem gebonden, zodat ik nog een beetje opviel. Het werd helemaal niks; ik werd afgewezen.”

“De ochtend voor de auditie lag er een briefje van mijn vader op de keukentafel. Hij wenste me succes en sloot af met: ‘Je hebt niets te verliezen.’ Dat staat nu in zijn handschrift op mijn arm getatoeëerd.”

Kort daarna overleed je vader en brak er een heuse Hazes-gekte uit. Hoe beleefde jij dat, als jong meisje dat zo’n groot verlies moest verwerken?

“Mijn broertje en ik zijn heel nuchter opgevoed, zonder poespas. De artiest André Hazes was bij ons thuis gewoon papa. Ik snapte de adoratie van het volk voor mijn vader ook nooit echt. Na zijn dood stonden er opeens tientallen fans met bloemen voor de deur, nachtenlang stonden ze te zingen op de brug voor ons huis in Vinkeveen, dronken biertjes als eerbetoon. Toen besefte ik wel hoe geliefd hij was.”

“Papa leerde mij: hoe meer mens, hoe meer fans. Hij was extreem benaderbaar. Toen we na een vlucht van twaalf uur terugkwamen op Schiphol vroeg een fan of hij met hem op de foto mocht. Dat vond mijn vader, zoals altijd, prima. Die man had alleen geen fotocamera, dus die moest eerst naar een winkel om zo’n wegwerp-cameraatje te kopen. Bleef mijn vader daar twintig minuten staan wachten, met twee jengelende kinderen aan zijn been die naar huis wilden. Zo was hij.”

“Papa leerde mij: hoe meer mens, hoe meer fans.’’ Beeld Frank Ruiter

Luister je weleens naar zijn muziek?

“Nee, dat zou ik ook een beetje raar vinden. Als er een feestje is, komt er altijd wel muziek van hem voorbij, maar ik zet thuis geen plaat van hem op. Ik ben zijn teksten wel nog meer gaan waarderen nu ik zelf ook liedjes schrijf. Dan hoor ik een nummer van hem en denk: shit, dat is echt heel raak.”

Wat is je favoriet?

“Kleine jongen. Ik ben nu een klein jaar moeder en soms kijk ik naar Fender, zo’n onbevangen lekker jochie, en denk ik: er komt een tijd dat je hart gebroken zal worden. Of dat je gaat solliciteren en afgewezen wordt, of je wordt ontslagen. Daar gaat Kleine jongen over. Dat liedje had ik zelf wel willen schrijven. Bij Holland zingt Hazes zing ik het ook graag.”

Op Instagram noemde je het moederschap de mooiste taak in het leven.

“Ik vind het fantastisch, maar ook heel overweldigend. Wat een rollercoaster! Pas nu, na tien maanden, begin ik hormonaal een beetje normaal te worden. En de nachten zijn soms zwaar. Maar Erik en ik genieten er ook erg van, volgens mij zijn we hele leuke ouders. Ik zie soms zo’n moeder door het winkelcentrum lopen met twee van die rennende kinderen om zich heen. Je ziet de irritatie en het verdriet in haar ogen. Ik mag hopen dat ik nooit zo word, dat ik altijd de speelsheid van mijn kind blijf waarderen.”

Jullie hebben Fender bewust geen Hazes genoemd. Je gunt hem een onbezorgde jeugd, zei je in een eerder interview.

“Ik vind het niet meer dan normaal dat hij de achternaam van zijn vader krijgt, maar als hij iets in de muziek wil gaan doen is de naam Hazes wel een voordeel. Dus hebben we het even overwogen. Maar hij moet vooral zijn eigen leven gaan ­leiden en worden wat hij wil. Bovendien heb ik ook veel ellende ondervonden door mijn naam.”

Jij hebt door je vader de keerzijde van het succes van dichtbij gezien. Was dat voor jou en je broertje geen reden om een ander pad in te slaan?

“De tragiek van mijn vaders leven kwam niet zozeer door de muziekwereld, maar had vooral te maken met zijn jeugd, waarin hij seksueel misbruikt is. Dat heeft hij zijn leven lang weggedronken. Al speelden de zenuwen voor ieder optreden ook een rol. Helaas heb ik dat van hem geërfd, ik ben even nerveus als hij was.”

Tot overgeven aan toe?

“Bij mij komt het er aan de andere kant uit, de zenuwen slaan op mijn darmen. Als ik moet optreden zit ik de hele dag op de wc. En als ik eenmaal op het podium sta, is alles weg. Dan zeg ik altijd tegen mezelf dat ik me de volgende keer niet zo druk moet maken. Tevergeefs. Al veertien jaar denk ik elke keer opnieuw: holy shit, wat is dit eng.”

Waar vrees je voor?

“Geen idee! Nu kan ik daar heel rationeel over nadenken: wat is het ergste dat me kan overkomen? Ik ben weleens mijn tekst vergeten, dan zeg je dat gewoon en vinden de mensen dat hartstikke leuk. Of mijn stem valt weg: so what? Misschien is mijn grootste angst wel dat ik flauwval op het podium.”

Is dat weleens gebeurd?

“Nee, maar als kind had ik epileptische aanvallen. Dat begon in groep 2, toen ik me niet lekker voelde en opeens flauwviel. Vanaf dat moment voelde ik een aanval altijd aankomen: mijn benen begonnen te trillen en mijn handen werden slap. Ik ben er gelukkig overheen gegroeid, maar als ik echt zenuwachtig ben voor een show hoor ik nog steeds dat kleine meisje in mijn hoofd zeggen: ‘Mama, mijn beentjes trillen.’ Vorig jaar ben ik flauwgevallen voor een optreden bij DWDD. Lag ik thuis opeens op de grond, ik herkende Erik niet meer en moest naar de eerste hulp. Dat is wat stress met je kan doen.”

Had je eigenlijk plezier in die optredens bij DWDD?

“In de studio was het heel gezellig, ik werd echt deel van de familie. Maar ik was ook zwanger en altijd bloednerveus. Andermans liedjes zingen vind ik sowieso lastig, en het klonk gewoon niet al te best. Natuurlijk baalde ik daarvan.”

“Maar de online reacties die dan voorbijkomen, dat is echt niet normaal. Ik was er al voor gewaarschuwd door de redactie, want de huisband krijgt altijd veel kritiek. Bij mij was het nog een tandje extra, omdat ik de dochter van Hazes was die opeens de popkant op was gegaan. Ik had het linkse bastion betreden.”

Op sociale media ga je geregeld de ­discussie aan met mensen die kritiek leveren.

“Ja, ik kan heel fel worden, net als vroeger op het schoolplein. Verbaal kan ik ze ook hebben, dus dan schrijf ik boos terug. Later kan ik daar wel weer om lachen, hoor. Het rare is: negen van de tien mensen die iets onaardigs over mij schrijven, zijn vrouwen van boven de vijftig. Die heten Gonny of Olga en hebben een profielfoto waarop ze met hun kleinkind staan, en die schrijven teksten als: ‘Je bent een afschuwelijk dik wicht’, of: ‘Gatver wat ben je lelijk.’ Ik kan daar met mijn hoofd niet bij, dat mensen dat doen.”

Waarom negeer je ze niet?

“Dat doe ik meestal ook. Maar ik heb ook het idee dat ik op moet komen voor andere vrouwen. Ik weet heus wel dat ik niet de slankste ben, maar als die Gonny’s en Olga’s mij uitschelden om mijn lichaam, lezen zestienjarige meisjes mee. Die durven dan ook niet meer in badpak of bikini te lopen. Voor hen wil ik ook opkomen, in dat opzicht ben ik een echte ­feminist.”

Je bent ook heel open over je strijd tegen de kilo’s.

“Ik vind het leuk om dingen te delen met mijn volgers, net zoals ik het leuk vind als vrouwen tegen wie ik opkijk zeggen dat ze putten in hun benen hebben, of striae op hun buik. Vrouwen moeten blij zijn met hun lichaam.”

Je deelt bijna alles met je volgers, maar zwijgt al jaren over de breuk tussen jou en je broertje.

“Dat is iets tussen ons. Hij blijft mijn broertje, ik ga hem niet zwartmaken. Ik weet nog steeds niet wat ik fout heb gedaan, behalve dat ik achter mijn moeder ben blijven staan en ik misschien meer mijn eigen gevoel had moeten volgen in plaats van een kant te kiezen. Daarna zijn er over en weer dingen gebeurd waardoor we in een negatieve spiraal zijn beland. Daar heb ik nu geen zin meer in. Ik heb heel lang verdriet gehad om het feit dat we elkaar niet meer zien, maar inmiddels ben ik gelukkig met mijn gezinnetje. De deur zal altijd voor hem open blijven staan, maar het is prima zo. En het komt in de beste families voor, alleen zijn wij toevallig bekend.”

“Geen zorgen, ik zal altijd over hartenpijn blijven zingen. Beeld Frank Ruiter

Je nieuwe nummer heet Bonnie & Clyde en is een ‘ode aan de liefde’. Krijgen we nu een album vol zoetgevooisde ­liefdesliedjes?

“Geen zorgen, ik zal altijd over hartenpijn blijven zingen. Maar ik zit nu wel in een andere fase dan toen ik mijn vorige plaat opnam. Al tijdens mijn zwangerschap schreef ik aan nieuwe nummers, en ik wilde ook eens over de liefde tussen mij en Erik zingen. Ik ben heel blij met het resultaat, het is een beetje Fleetwood Mac-achtig, daar luister ik graag naar.”

“In oktober ga ik weer op tournee. Die begint in Paradiso, dat is een droom die uitkomt. Ik stond al eens in de bovenzaal, die was zo snel uitverkocht dat we nu voor de grote zaal gaan. We denken na over hoe we het precies willen aanpakken, en ik hoop dat er tegen die tijd genoeg nieuwe liedjes zijn om te laten horen.”

“Weet je wat ik nu zo fijn vind? Dat ik nergens meer bij hoef te horen, geen trend hoef te volgen, ik kan doen wat ik zelf wil. Laatst zag ik een van de kinderen die mij vroeger gepest hebben in het publiek staan. Dat zij nu een kaartje moet kopen om mij te zien optreden, ja, dat voelt wel als zoete wraak.”

Roxeanne Hazes
Woerden, 18 januari 1993

1997
Protestants Christelijke Basisschool Ichthus, Baambrugge

2006
Havo, Helen Parkhurst, Almere (niet afgemaakt)

2004
Auditie Kinderen voor kinderen

2007
Neemt deel aan So you wanna be a popstar (SBS6)

2007
Debuutsingle Ik hou van jou

2010
Album Voor jou, voor jou, samen met broertje André Hazes junior

2012
Album Samen solo, samen met broertje André Hazes junior

2013 – heden
Treedt op tijdens Holland zingt Hazes in Ziggo Dome.

2017
Album In mijn bloed, bekroond met Edison voor beste Nederlandstalige album

2019
Single Bonnie & Clyde

Roxeanne is de dochter van André en Rachel Hazes, en de zus van André Hazes junior. Ze is verloofd met Erik Zwennes. Sinds juli 2018 hebben ze een zoon, Fender. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden