PlusReportage

Rouwen ís al moeilijk, maar met kinderen helemaal – ‘Ze zeiden: ik wil een doodprikje, want dan zijn we weer bij papa’

null Beeld shutterstock
Beeld shutterstock

Wie een geliefde verliest, heeft tijd nodig om te rouwen, maar krijgt die niet altijd. Zeker niet als er kleine kinderen zijn. Vandaar de roep om wettelijk rouwverlof. Vier ouders over na het verlies meteen weer aan het werk gaan. ‘Ik was meer bezig anderen te troosten.’

Lorianne van Gelder

Sara Wensveen (42) is artdirector en stylist. Haar vriend Bastiaan stierf vijftien jaar geleden plotseling, toen hij 34 was en hun kind 1,5. Ze heeft nog twee andere kinderen met haar nieuwe man.

Sara Wensveen Beeld Bonnita Postma
Sara WensveenBeeld Bonnita Postma

“Bas was een fanatiek hardloper, kerngezond. Op een dag kreeg hij na het hardlopen last van zijn hart. Het leek een soort hartritmestoornis. Het zou onderzocht worden en hij kreeg het advies om voorlopig niet meer te rennen. De ernst van de situatie was nog niet tot hem doorgedrongen, want op een zonnige, koude ochtend vlak voor oud en nieuw zei hij: ‘Ik ga toch even een rondje Vondelpark.’

Een mobiel had hij niet bij zich, dus toen hij niet terugkwam, ben ik ziekenhuizen gaan bellen. Bij het Lucas Andreas hoorde ik het: hij was gevonden vlak bij het park.

Wat ik nog heel goed weet, is dat een arts naar me toe kwam en zei: ‘Vijf procent overleeft dit.’ En ik dacht: o, dan maakt hij kans, hij is zo jong en zo fit. Een dag later is hij overleden.

Het zou normaal moeten zijn om over rouw te praten. En toch vind ik het spannend om mijn verhaal te doen. Het is voor mij iets kwetsbaars, maar ook iets wat andere mensen spannend vinden omdat ze niet weten wat ze moeten zeggen. Ik heb het eerste jaar nadat Bas overleed vooral anderen op hun gemak moeten ­stellen. Als je ergens binnenkomt, voel je gewoon dat mensen denken: o shit, daar heb je haar. Ik snap dat ook, want we hebben in Nederland weinig traditie om ermee om te gaan.

Ik was in die tijd zzp’er in de film en ­styling. Van de ene op de andere dag werd ik veel minder gevraagd voor klussen. Iedereen wist wat er was gebeurd en anderen vulden voor me in wat ik nodig had.

Het is mijn missie geworden om rouw en verdriet te normaliseren. Wanneer je een kind krijgt, is er onwijs veel hulp, maar niet als er iemand overlijdt. Als er nou een rouwconsultatiebureau zou zijn, waar iederéén naartoe gaat, dan zou het normaal worden en kun je eerder en laagdrempeliger hulp krijgen.

Hoeveel tijd iemand nodig heeft, is niet in een paar weken of maanden te vatten. Rouw is zo grillig.

Het verdriet kwam bij mij pas later echt binnen. Ik vergelijk het wel met als je als tiener midden in de school van de trap af valt. Dat je opstaat en roept: nee hoor, het gaat wel! Pas als je thuiskomt, zie je dat je onder de blauwe plekken zit. Zo heb ik het ervaren: je staat op en gaat door, probeert alles goed te regelen, maar later voel je pas hoe groot en pijnlijk het is. Gelukkig was er ontzettend veel steun uit mijn omgeving, mijn zusje kwam zelfs een jaar bij me inwonen.

Voor mijn kind wilde ik zoveel mogelijk doorgaan en mijn verdriet verbergen. Pas als hij in bed lag, mocht ik huilen. Totdat ik in therapie ging en de psycholoog zei: het is ook wel gek als hij straks terugkijkt en beseft dat hij zijn moeder nooit een traan heeft zien laten. Toen ben ik het gaan laten zien. Ik heb dat moeten leren.

Iets meer dan een jaar na de dood van Bas heb ik een andere man ontmoet met wie ik nog twee kinderen heb gekregen. We zijn een fijn nieuw gezin. Grappig genoeg missen zij Bas ook. Ze delen ons verdriet.

Het is vijftien jaar geleden, maar ik mis Bas nog elke dag. Mensen denken soms dat rouw op een gegeven moment klaar is, maar dat is gewoon niet waar. Het verandert, maar het wordt niet kleiner. Je leert ermee omgaan, het is een deel van mijn leven geworden.”

Bart van Zoelen (43) werkt als ­verslaggever voor Het Parool. Zijn vrouw Pleun overleed op haar 48ste in de zomer van 2020. Ze hebben een dochter van 8 en een zoon van 11.

Bart van Zoelen
 Beeld Bonnita Postma
Bart van ZoelenBeeld Bonnita Postma

“Een week voor de zomervakantie in 2020 zat ik op een zondagmiddag op de fiets toen ik door een buurman werd gebeld die zei dat Pleun onwel was geworden. Ze was voor de deur in elkaar gezakt. Pleun heeft tien dagen in coma gelegen en is toen alsnog overleden.

Het was de nasleep van de coronatijd. Alleen ik mocht naar het ziekenhuis, de kinderen zijn maar één keer geweest. Het was goed voor hen om haar daar een keer te zien, maar het was alsnog vrij abrupt dat het niet meer goed zou komen.

Op de begrafenis mochten slechts dertig mensen komen. Dat vond ik ontzettend jammer. Het was gek om tegen mensen te moeten zeggen dat ze buiten moesten wachten, maar het was nog een geluk dat het niet regende. We hadden de kist zelf beschilderd, met vriendjes en neefjes en nichtjes die kwamen helpen.

We hadden het nooit echt gehad over hoe we het zouden doen als een van ons dood zou gaan. Later hoorde ik dat ze tegen vriendinnen heeft gezegd dat het dan wel goed zou komen. Ze bedoelde denk ik dat de kinderen in goede handen zijn. Ik weet niet of ze iets heeft voorvoeld.

Soms hoor je mensen die zeggen dat ze veel van zo’n grote gebeurtenis hebben geleerd, maar zo kan ik er echt niet naar kijken. Weet je waar ik veel aan had gehad? Als Pleun er nog was. Dan had ik pas echt veel geleerd. Van haar.

Ik voel soms dat er een soort wolk boven mij hangt, dat mensen in de verte naar me kijken en ze er niet naar durven vragen. De vraag ‘hoe gaat het?’ is in het dagelijkse sociale verkeer ook een soort begroeting. Maar of ze daar in mijn geval een eerlijk antwoord op verwachten? En ik weet ook niet altijd of ik het wil vertellen. Ach, er is nou eenmaal ongemak, dat neem ik niemand kwalijk. Bij de voetbalclub van de kinderen hier in Noord vroegen andere vaders na een maand of negen botweg of het niet eens tijd werd voor een nieuwe vriendin.

Pleun was in huis de spil om wie alles draaide. Ze was het licht, de warmte, de muziek. Ze was wat een thuis een thuis maakt. Dat was allemaal weg. Een buurman heeft een jaar na haar dood in de boom hier tegenover het huis een uiltje opgehangen. Dat staat voor Pleun, die over de bewoners van ons straatje waakt.

Praktisch was het ook ingewikkeld, omdat zij parttime werkte en veel opving. Ik heb veel hulp van mijn ouders en Het Parool gaf me ruim verlof, maar na de zomervakantie wilde ik zelf weer aan het werk. Ook als voorbeeld aan de kinderen. Het is fijn om tijd te hebben voor rouw, maar ik denk dat het voor iedereen verschillend is wanneer je vrij wil zijn. Soms komt er juist op een onverwacht moment een dag dat er niets uit je handen komt.

Alleen maar bedroefd zijn, kan ook niet. Je moet je bed uit komen en voor de kinderen zorgen: de broodtrommels vullen, naar voetbal rijden, de dagelijkse dingen. Het zijn volle dagen, maar het lukt. Het zijn de extra dingen, zoals paasdozen, ­verjaardagsfeestjes en surprises die me naar de keel kunnen vliegen.

Gek genoeg voelde het ook alsof mijn eigen verdriet wegviel tegen dat van een moeder op leeftijd die haar dochter kwijt was, of een meisje van 6 dat opeens geen moeder meer had. En wat me pas echt pijn doet, is als ik denk aan hoe erg het voor Pleun zelf is. Ik heb nooit iemand leren kennen die er zo van genoot om haar kinderen te zien opgroeien. De gedachte dat dit haar allemaal niet is gegund, voelt als iets waarbij mijn verlies in het niet valt.”

Inge Koetser (36) werkt als radioloog. Ze was zes maanden zwanger toen haar vriend Diederik omkwam bij een ski-ongeluk in 2017.

Inge Koetser Beeld Bonnita Postma
Inge KoetserBeeld Bonnita Postma

“Diederik zou nog één weekend gaan skiën voordat de baby kwam. Samen met een vriend ging hij tourskiën in Lech, met een gids, ze waren goed voorbereid.

De eerste dag had ik nog contact met hem gehad. Maar de volgende avond kreeg ik al vrij vroeg een berichtje van een vriendin die vroeg of ik het nieuws op de NOS had gezien. Een 33-jarige Amsterdammer was door een lawine omgekomen in Lech. Ik ben niet iemand die snel in paniek is, dus ik belde hem, zonder gehoor, maar vermoedde dat hij wel in de sauna zou ­zitten, net als een dag eerder.

Niet veel later werd er aangebeld. Ik keek door de camera van de deurbel en zag drie agenten. In een roes heb ik nog mijn huissleutels mee gegrist en ben ik met mijn zwangere buik naar beneden gerend. De agenten vertelden heel zakelijk: Diederik is dood. In de gang ben in elkaar gezakt.

We stonden aan het begin van ons leven. We hadden een leuk appartement in De Pijp, hij had net zijn opleiding radiologie afgerond, ik was daar nog mee bezig en we droomden van een gezin. Wat er daarna gebeurde, stond zo ver af van wat ik voor ogen had. Mijn hele leven kwam in één klap tot stilstand.

Op de uitvaart in de Westerkerk kwamen meer dan duizend mensen. Voor mijn gevoel wist heel Amsterdam wat er was gebeurd. En toch had ik me nog nooit zo eenzaam gevoeld.

Ik zou al snel met zwangerschapsverlof gaan, maar dat werd vervroegd, want het was overduidelijk dat ik niet kon werken. Elke ochtend sleepte ik me uit bed, maar ik kon niet echt bevatten wat er was gebeurd. Je lichaam beschermt je, want als de volle omvang van zoiets immens in één keer binnenkomt, overleef je het niet.

Toen ik was bevallen, zeiden mensen: je zoontje zal veel blijdschap geven. En dat was zo, maar het was ook een heel zwarte periode. Ik heb er nooit voor gekozen om een alleenstaande moeder te worden. Mijn zoontje sliep slecht, dus ik sliep weinig, en als ik kon slapen werd ik vaak wakker, want ik had last van nachtmerries. Ik dacht in het begin elke minuut aan ­Diederik.

Op mijn werk in het Amsterdam UMC, waar Diederik ook had gewerkt, was iedereen begripvol. Na een half jaar ben ik langzaam weer begonnen met werken. Ik had het geluk goed ondersteund en begeleid te worden. Er was aandacht om op een gezonde manier het werk weer op te bouwen. Op een bepaald moment was ik drie dagen aan het werk, en leek het best goed te gaan, maar het werk in een ziekenhuis is intensief. Ik bracht mijn zoon om half acht naar de opvang, werkte de hele dag en racete dan naar huis om hem weer als laatste op te halen. Ik wilde goed zijn in mijn werk, maar ik had het gevoel dat ik niet zo ver kwam als ik ambieerde. Dat brak me op en toen viel ik na een jaar weer uit.

Na een tijd rust en therapie lukte het me uit de overlevingsstand te komen en de draad weer op te pakken. Door alles wat ik ben aangegaan, ben ik erg gegroeid en sta ik nu sterk in het leven. Ik ben ervan overtuigd dat dit noodzakelijk is om goed te herstellen. Binnenkort vier ik een feestje omdat ik mijn opleiding heb afgerond. Ik ben ontzettend trots op wat ik heb bereikt. Het gaat goed met mij, en met mijn zoon. Maar het verdriet is er ook.

Er is zo weinig ritueel rondom de dood in Nederland, terwijl het naast geboorte de enige andere zekerheid is die we hebben in het leven. De impact op alle facetten van je leven is enorm en brengt je in een positie van zwakte, waarin je niet wilt zitten. Ruimte en tijd voor rouw en een plan om je te ondersteunen zouden vanzelfsprekend moeten zijn, want het is onmisbaar om weer op een constructieve manier terug te keren op de werkvloer en in het leven.”

Marleen Oostendorp-Lancee was 37 toen haar man Hans in april 2020 overleed aan corona en een onbekende aandoening, in het Amsterdam UMC. Ze hebben een tweeling van 7 en een kind van 2.

Marleen Oostendorp-Lancee Beeld Bonnita Postma
Marleen Oostendorp-LanceeBeeld Bonnita Postma

“Ik was net met zwangerschapsverlof in afwachting van ons derde kind toen Hans ziek werd. Het leek een buikgriep, later bleek het iets in zijn hersenstam. We zijn er nooit achter gekomen wat hij precies had. De jongste is geboren terwijl hij in het Amsterdam UMC lag, op een andere verdieping.

We hadden hoop dat hij er bovenop zou komen. Hij zou een experimentele kuur krijgen en het was beter dat we niet meer bij hem kwamen, de kinderen mochten al weken niet meer mee. Een dag voordat de kuur ging starten, kreeg hij toch corona. Een paar dagen later is hij overleden.

Na zijn overlijden was ik me heel bewust dat ik een ravijn moest instappen. Als ik dat niet zou doen, zou ik de rest van mijn leven niets voelen, maar het was heel eng. Mijn oudste kinderen hebben allebei gezegd: ik wil een doodprikje, want dan zijn we weer bij papa. Ik wilde ook niet ­verder, ik heb zelfs de minuten zitten uit­rekenen hoe lang het nog duurde tot de jongste volwassen zou zijn en ik niet meer nodig was.

De eerste dagen wist ik niet eens hoe ik een boterham moest smeren. Mijn zwanger­schapsverlof liep een week of twee na de uitvaart af en ik zat te wachten op het telefoontje dat ik weer aan het werk moest. Dat hoefde gelukkig niet.

Ik heb het geluk dat ik mondig ben en de hele tijd mensen om me heen had de eerste maanden. Ik heb me ziek gemeld op de school waar ik werkte, maar ze waren zo behulpzaam. De directeur is hier zelfs nachten komen slapen, zodat zij voor de baby kon zorgen.

Mij is de tijd gegeven totdat ik zelf zei: ik wil weer wat gaan doen. Hoe begripvol mijn werk ook was, je komt wel in de Wet verbetering poortwachter terecht, die sinds 2002 langdurig ziekteverzuim aan banden legt. Dat betekent een traject van beter worden, gesprekken met een bedrijfsarts, verplichtingen. Maar hallo, ik ben niet ziek, ik ben mijn ingestorte leven aan het opbouwen!

In de zomer ging de kleinste naar de opvang, waardoor ik ineens wat tijd had voor mezelf. De mensen die er steeds waren om te helpen, kon ik ook weer voorzichtig de deur uit werken. Hoe fijn het ook is dat je hulp krijgt, je bent toch mensen aan het behagen. Toen ik even alleen was, kon ik pas echt huilen.

In het begin zag ik vooral de baby als een handicap, omdat ik niet aan mezelf toe kwam. Maar een baby zorgt er ook voor dat je weer lacht, want je gaat niet huilend een kindje verschonen.

Ik mis niet alleen mijn man, maar ook de vader van mijn kinderen. Hans ging altijd met de kinderen naar de bieb, ik weet niet eens waar de biebboeken liggen. Hij maakte van tandenpoetsen een feestje. Elke avond als ik met die tandenborstels sta, denk ik: verdorie, dat zou hij doen.

Het is nooit de bedoeling geweest dat ik in mijn eentje drie kinderen zou opvoeden. Ze geven me levenskracht, maar ik vind het ook retezwaar. Het geregel is een enorme klus, en de zorgzwaarte is enorm. De kinderen hebben ook meer van mij nodig, door de bagage.

Ik ben op sociale media veel blijven delen, ook om mensen aangehaakt te houden. Van lotgenoten hoor ik dat ze zich eenzaam voelen, maar dat heb ik daardoor nooit gehad. Zo werd ik ook actief in een petitie voor rouwverlof. We pleiten voor een periode die vergelijkbaar is met zwangerschaps- en bevallingsverlof. Er is van alles geregeld als je leven verandert op een mooie manier, maar als dat op een verdrietige manier gebeurt, is er niets. De aantallen voor wie het nodig is zijn kleiner, dus waarom regelen we dit niet gewoon goed?”

Tien dagen verlof

Wie een kind krijgt, mag maanden vrij nemen en moet het bezoek bijna wegslaan; bij een sterfgeval in de familie moet je praktisch de volgende dag weer aan het werk en merk je soms dat mensen met een grote boog om je heen lopen.

Eén op de tien werknemers valt langdurig uit door rouw, vaak met een ziekmelding. Een kwart gaat te snel weer aan het werk. Als de werkgever het wél goed aanpakt, ruimte geeft en erover praat met een werknemer, scheelt dat 47 dagen verzuim, becijferde vakbond CNV.

Sinds een paar jaar strijden ervaringsdeskundigen samen met Tweede Kamerleden en organisaties als CNV voor wettelijk rouw­verlof. Een voorstel voor tien dagen verlof na het overlijden van een gezinslid, in België sinds een jaar de standaard, ligt bij minister van Sociale Zaken Karien van Gennip.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden