PlusMijn Amsterdam

Rocky Hehakaija: ‘Van een verlegen meisje ineens de stoere voetbalchick’

In de rubriek Mijn Amsterdam vertelt elke week een (on)bekende Amsterdammer over zijn of haar favoriete plekken in de stad. Deze week: straatvoetballer en directeur van Favela Street Roxanne (Rocky) Hehakaija (36).

‘Als ik zo graag met jongens wilde voetballen, moest ik ook maar met ze douchen.’Beeld Jakob Van Vliet

Eerste keer in Amsterdam

“De keren dat ik moest voetballen op sportpark Ookmeer in Nieuw-West. Ik ben opgegroeid in Uithoorn en vond het altijd best wel eng als ik moest voetballen tegen ‘het grote Amsterdam’. Ik was verlegen en stond als enige meisje op het veld. Je kreeg altijd een grote bek, ook van de mensen langs de lijn. Bij AFC mocht ik me nooit in het scheidrechtershokje omkleden. Als ik zo graag met jongens wilde voetballen, moest ik ook maar met ze douchen, ­vonden ze.”

Lekkerste broodje

“Een broodje gemaakt van pizzabodem, belegd met mozzarella en een Italiaanse ham bij De Plank 69 op de Zeedijk. Ik weet nog steeds niet wat voor ham er eigenlijk op zit. Ik kwam daar een keer binnen en vroeg wat ze me zouden aanraden. Sindsdien bestel ik altijd ‘dat broodje’ en weten ze meteen welke ik bedoel.”

Het broodje van De Plank 69 op de Zeedijk.Beeld Jakob van Vliet

Plek om te dansen

“Paradiso blijft mijn favoriet. Daar ging ik voor het eerst uit in Amsterdam, meestal naar hiphopfeesten. Ik ga er nog steeds vaak naar concerten, als het kan. Jill Scott, Erykah Badu, Ronnie Flex – ik heb er veel verschillende artiesten gezien. Het was trouwens ook altijd een goede plek om te sjansen. Mijn huidige vriendin heb ik er ontmoet.”

Mooiste theater 

“Het Bijlmer Parktheater, dat heeft iets speciaals. Er is een andere programmering dan in de meeste theaters, je ziet er meer van de multiculturele samenleving.”

Het Bijlmer ParktheaterBeeld Jakob van Vliet

Mooiste (voetbal)plein

“Op het Zaandammerplein in de Spaarndammerbuurt liggen twee voetbalveldjes naast elkaar met allemaal van die typisch Amsterdamse huizen eromheen. Je kunt er de beste straatvoetballers van Amsterdam vinden, misschien zelfs wel van heel Nederland of van de hele wereld.”

De veldjes op het Zaandammerplein.Beeld Jakob van Vliet

De stad ontvluchten

“Ik fiets graag met mijn racefiets langs de Amstel richting Ouderkerk en Uithoorn. Het is heerlijk om de stad even achter je te kunnen laten.”

Mijn buurt

“Dat vind ik ingewikkeld. Ik woon nu op de Elandsgracht, een mooie en bruisende plek met leuke winkeltjes waar mensen ’s avonds lekker op een bankje buiten zitten. Maar ik heb ook negen jaar in de Bankastraat in de Indische Buurt gewoond. Die is veel gemixter, je kunt er zo een pleintje op lopen en met een paar buurtkinderen voetballen. Als ik moet ­kiezen, ga ik dan toch voor de Indische Buurt.”

De Elandsgracht.Beeld Jakob van Vliet

Mooiste herinnering

“Die heb ik aan de tijd van de grote straatvoetbalgala’s in Paradiso en de Melkweg, net na het jaar 2000. Daar kwam voor het eerst alles uit de straatcultuur samen: straatvoetbal, hiphop, freestyle basketbal, streetwear. Dan zag je mij op een groot scherm trucjes doen met de bal op de muziek van Jay-Z of Ludacris. Van een ­verlegen meisje uit Uithoorn werd ik daar ineens de stoere voetbalchick. Het was voor mij echt het begin van mijn leven in Amsterdam. Aan die straatcultuur ontleen ik een groot deel van mijn identiteit.”

Beste restaurant

“Ik hou enorm van tapas en kom graag bij La Oliva Pintxos y Vinos in de Egelantiersstraat. Ik ben gek op die kleine belegde broodjes en de octopus. Het is het eerste restaurant waar ik naartoe ga als de horeca weer open mag.”

Mooi van lelijkheid

“De Johan Cruijff Arena. Ik heb het nooit een mooi stadion gevonden, veel te futuristisch, koud en kil. Wat ik wel heel tof vind, is dat je, zeker sinds vorig seizoen, heel Amsterdam er tegenkomt: mensen met een Marokkaanse en Surinaamse achtergrond, vrouwen, gezinnen. Als meisje wilde ik er altijd voetballen. Dat is één keer gelukt: bij het afscheid van Daphne Koster en Anouk Hoogendijk.”

Fijnste winkel

“Patta op de Zeedijk. Ik ben een enorme streetwear- en sneakerfan. Ze steunen mijn stichting Favela Street, waarmee ik met jongeren in sloppenwijken werk. Als ik op internationale congressen moet ­spreken, sponsoren ze mijn kleding.”

Dit kan veel beter

“Als lesbische vrouw mis ik feesten en kroegen voor de lesbische community. Die zijn er amper meer.”

Ik voel me Amsterdammer omdat...

“Door Amsterdam werd mijn identiteit gevormd. In Uithoorn groeide ik op als het lesbische meisje dat goed kon voetballen, ik was anders dan de rest. In Amsterdam voelde ik dat dat juist m’n kracht is en dat ik er mocht zijn. De stad voelde als een warm bad.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden