Plus Interview

Robin Chadha: ‘Mijn vader zei: Zorg maar dat je een vriendin krijgt met een auto’

Vijf jaar kostte het Robin Chadha (41) om bij hotelketen CitizenM te leren werken met zijn vader Rattan, rijk geworden met het modebedrijf Mexx. Geboren met een zilveren lepel in de mond? ‘Mijn vader zei: wil je een auto? Zorg maar dat je een vriendin krijgt met een auto.’

Robin Chadha van CitizenM. Beeld Martin Dijkstra

In de Sarphatistraat staat Robin Chadha, hoofd marketing van hotelbedrijf CitizenM. Jeans en sneakers, vlot en modieus. Een open gezicht, het haar strak achterover en licht grijzend aan de slapen. Honderd woorden per minuut.

Hij is de zoon van Rattan Chadha, telg van een familie van aluminiumproducenten in India, die volgens de overlevering in 1971 met duizend dollar op zak naar Nederland kwam om er in 1986 mode-imperium Mexx te starten en, met een geschat vermogen van meer dan een half miljard euro, één van de rijkste ondernemers van het land te worden. Na de verkoop van Mexx aan het Amerikaanse Liz Claiborne volgde de oprichting van CitizenM.

Chadha is verguld. Hier, in het oude pand van ABN Amro op nummer 47-51, moet in juli de derde vestiging van de hotelketen in Amsterdam openen: CitizenM Amstel Amsterdam. Na Schiphol (2008) en de Zuidas (2009), eindelijk een plek in het centrum van de stad.

Al kennis gemaakt met de buren?

“Er zijn niet zo veel buren, er zitten vooral kantoren. Maar we hebben ze ontmoet. Ik kan me voorstellen dat het be­angstigend is als er in je buurt een hotel opent.”

In Amsterdam wordt u tegenwoordig gezien als de vijand.

“Dat lijkt me niet nodig.”

U voelt geen druk?

“Natuurlijk wel. Op andere plekken in het centrum is het ons niet gelukt een hotelvergunning te krijgen. Wat kan ik zeggen? Het is een klein hotel met 88 kamers. We zijn er vooral voor de zakenmensen die een of twee dagen blijven, overdag vergaderen en ’s avonds in de stad uit eten gaan. Bij ons zit geen publiek dat tot diep in de nacht feestviert op zijn kamer. We serveren ook geen alcohol in de achtertuin.”

“Ik begrijp het wel. Volgens ons onderzoek is er nog steeds een tekort aan hotelkamers in de stad, maar toen ik laatst op een gewone dinsdagmiddag een cadeautje ging kopen bij de Bijenkorf ben ik me rot geschrokken. Ik heb vijf jaar op de hoek van de Keizersgracht en de Leidsestraat gewoond: deze gekte heb ik zelfs daar niet gezien.”

Hoe hebt u het voor elkaar gekregen om tegen de stroom in toch een vergunning te krijgen voor dit hotel?

“We hebben de procedure stilletjes doorlopen. Niemand maakte bezwaar.”

Het CitizenM-evangelie: betaalbare luxe (vanaf ongeveer honderd euro) voor de mobiele wereldburger, die erop rekent dat hij in elke stad precies hetzelfde krijgt. Kleine kamers, maar dan wel met de uitstraling van een vijfsterrenhotel. Een plezierige verblijfsomgeving, gestript tot het hoogstnoodzakelijke: supersnel, onbeperkt wifi, kingsize bed, regendouche en handdoeken met de dikte van een tapijt. Bediening van alle elektronica via een iPad, in CitizenM-jargon de ‘Moodpad’. Geen roomservice, inchecken binnen een halve minuut. Gratis films. Geen minibar, wel een flesje water.

Een concept, geboren uit de frustratie van medewerkers van Mexx. Hippe designers die met hun reisbudget van 150 gulden per nacht niet verder kwamen dan de Holiday Inn of het Best Western in de saaie buitenwijken van de stad. “Er zijn in een hotelkamer maar vier elementen van belang,” zegt Chadha opgewekt. “Het bed, de douche, design en hygiëne en de technologie. Als je die zaken overdrijft, kun je de rest weglaten.”

Dus zo komt u op een bed van twee bij twee meter?

“Dat noemen ze in Amerika de California King.”

Hoelang heeft u daarover vergaderd?

“Wij hebben een creatief bestuur voor dit soort beslissingen. We hebben op verschillende matrassen geslapen en allerlei lakens en kussens uitgeprobeerd. Hetzelfde met het zeepje in de douche. Ik moet binnen het bedrijf het merk bewaken. Dat betekent dat we nooit iets zullen doen dat niet past bij CitizenM. Dat is moeilijk. Want wat is CitizenM en wat is niet CitizenM?”

Een waterkoker?

“Ja, de waterkoker. Daar hebben we echt uren over vergaderd. Er werd om gevraagd in Glasgow, ons derde hotel en het eerste in Groot Brittannië. Ik zei: ‘Dat is geen luxe. Luxe is een Quooker, maar dat is dan weer onbetaalbaar. Waterkokers worden vies en raken verkalkt.’ We hebben er honderden bekeken, maar konden niet eens een mooie vinden. En in Azië gingen mensen hun noedels erin koken.”

U had natuurlijk ook alleen in Glasgow een waterkoker kunnen neerzetten.

“Dat is niet consistent en consistentie is de kern van ons merk. Toen we in Taipei openden werd er met klem gevraagd om twee losse bedden, omdat zakenmensen in Azië vaak hun kamer delen. Jammer dan: moeten ze maar twee kamers nemen.”

Zo verliest u wel klanten.

“Als je het niet zo doet, raken de andere klanten in de war.”

Chadha geeft een snelle rondleiding in de Sarphatistraat. Een prachtig pand: Amsterdamse School uit 1928, in de Tweede Wereldoorlog berucht geworden als de roofbank Lippmann en Rosenthal (Liro), maar nu het toneel van een ingrijpende verbouwing. Op de vloer is onder het afdekplastic het tapijt te zien: rood, met een print van Amsterdam, afkomstig van Google Earth. Op de muren fotobehang van Long Island in de jaren zestig. Er is plek gereserveerd voor werk van lokale kunstenaars.“En hier komt de iron heaven,” zegt Chadha, wijzend op een ruimte die gereserveerd is voor de zakenman die graag zijn eigen overhemden strijkt.

Amstel Amsterdam is alweer het zestiende hotel van CitizenM wereldwijd. De komende jaren is voorzien in een onstuimige groei. Rond 2025 moeten het er zeventig zijn. Dankzij een financiële injectie van een half miljard euro door investeerder GIC uit Singapore wordt het bedrijf nu gewaardeerd op een duizelingwekkende twee miljard euro.

‘Bij ons zit geen publiek dat tot diep in de nacht feestviert op zijn kamer’ Beeld Martin Dijkstra

Chadha werd geboren in Den Haag en groeide op in Wassenaar. Op zijn zevende stuurden zijn ouders, vader uit India, moeder uit Nederland, hem naar de Amerikaanse school in Scheveningen voor een internationale opvoeding. Dat blijkt: hij verstaat Nederlands, maar geeft de voorkeur aan praten in het Engels, waarbij zijn Amerikaanse en Indiase accent om voorrang vechten.

“Maandag hutspot, dinsdag hamburgers, woensdag kipcurry. Ik speelde cricket, baseball en hockey.” Hij bedoelt maar. “Op school heb ik wel eens een essay geschreven: gevangen tussen culturen. Ik weet niet wat ik ben.”

Waar staat uw huis?

“In Amsterdam.”

Maar dat maakt u nog geen Nederlander?

“Ik heb een Nederlands paspoort, ik leef hier zo’n zeven maanden per jaar, ik spreek de taal en heb Nederlandse vrienden. Maar een Nederlander? Nee.”

Wat is er Indiaas aan u?

“Ik hou van grote groepen mensen. Dat is erg Indiaas: hoe meer, hoe beter. En als wij uitgaan, betalen wij voor de meisjes de rekening. Dat is niet erg Nederlands. Thuis vierden we Divali en Raki, het feest voor broers en zussen, maar ook Sinterklaas, en op school was er elk jaar Thanksgiving.”

“Gelukkig,” zegt Chadha, “hebben we altijd nog de familie-app.” Zo kan hij een beetje bijhouden wie waar op de wereld uithangt. Zijn vader woont in Londen, zijn moeder in Nederland. Een zus woont in Bombay, de andere in Berlijn. Zelf vertrok hij op zijn zeventiende naar Washington D.C. om er aan de American University in Georgetown internationale marketing en internationaal management te studeren. Via een Nederlandse golfkennis kwam hij terecht op Wall Street, maar na een jaar hield hij het er alweer voor gezien.

“De eerste drie maanden waren de hel. Voor iedereen koffie en water halen en desnoods het laatste boek van Harry Potter. God mag weten wat ze me lieten doen. Ik woonde op Long Island, omdat ik me geen appartement op Manhattan kon veroorloven. Dus stond ik om vijf uur op om de trein van kwart voor zes te halen. Ik zat in een kamer vol schermen. Als de president van Amerika iets zei over de economie moest ik op een holletje naar de vloer om het door te vertellen.”

“Het geld was fijn,” zegt Chadha. “Maar geld is ook niet alles. Mijn vader zei altijd: ‘Volg je passie. Als je gitarist wilt worden, doe het, maar zorg er dan voor dat je de beste gitarist ter wereld wordt.’”

Hij dacht vooral: Ik wil niet terug naar Nederland, ik kan altijd nog gaan werken in de zaak van mijn vader. Maar een paar jaar later was het al zover. Chadha: “Het voelde alsof ik thuiskwam.”

Het zoontje van de baas.

“Toen ik allang weg was bij Mexx ontdekte ik dat iedereen bang was geweest voor mijn komst. Oh my god, misschien is het wel een klootzak. Maar ik ben best een aardige jongen. Ik kwam heel bescheiden binnen en maakte nergens aanspraak op.”

Uw vader heeft het bedrijf destijds verkocht.

“Ik wilde toch liever zelf ondernemer worden. Met een vriend ben ik in het Femina Casino aan het Rembrandtplein club Rain begonnen. Wat bedoeld was als een klein zaakje werd een enorm plan met een chef uit het team van Gordon Ramsey en cocktailshakers uit Londen. Veel te ambitieus eigenlijk voor twee van die jonge gasten. Ik was pas 26 jaar. In 2008 hebben we het verkocht, net voor de crisis. Tegen die tijd zat het hele idee van CitizenM al in het achterhoofd van mijn vader.”

Waar verblijft u als het niet in uw eigen hotel is?

“Bij de concurrent.”

Beetje rondkijken?

“Ja, toen in Chicago twee jaar geleden het eerste Virgin Hotel opende ben ik er meteen naartoe gevlogen. Ik wilde het zien.”

Waar was u van onder de indruk?

“Bij Virgin? Van niets.”

Er worden natuurlijk veel ideeën gejat.

“Dat is ook vleiend. Ik heb gezien hoe grote merken als Marriott, Starwood en Sheraton proberen hun eigen merk te ontwikkelen voor de millennials. Er is nu Moxy, Raddison RED en Aloft. Ik heb ze allemaal gezien, maar geen van alle is erin geslaagd het dna en de ziel van CitizenM te kopiëren.”

Gaat er wel eens wat mis in uw familie?

“Mijn vaders eerste bedrijf ging failliet. Als ik kijk naar mijn eigen ervaring: Rain liep het eerste jaar enorm goed, maar in het derde jaar ging het al bergafwaarts. Ik heb ervan geleerd. Je kunt een mooie locatie hebben en fijne cocktails, maar de mensen die voor je werken moeten het voor je doen. Dat hebben wij niet goed gedaan. We zijn er niet in geslaagd ze voldoende te managen.”

Uw vader is nog steeds de baas van CitizenM.

“Hij is de voorzitter van het bestuur.”

Hij is 69.

“Bijna 70.”

Wat heeft u van hem geleerd?

“Focus. Plezier hebben en geen politieke spelletjes spelen. Hij zit er nog volledig bovenop. Hij leest veel en weet precies wat er gaande is in de wereld: in het be­drijfsleven, de mode en technologie. Hij is een visionair, dat bewonder ik. En hij kan hard zijn tegen mensen, maar ze tegelijkertijd motiveren.”

U doet me een beetje denken aan prins Charles die al jaren zit te wachten tot zijn moeder Elisabeth eindelijk afstand doet van de Britse troon.

“Ik moet zeggen: ik heb Charles al een tijdje niet gesproken, haha. Maar nee: mijn vader ziet dat ik groei in mijn rol, dat ik nieuwe ideeën inbreng. Ik hou van wat ik doe. Ik ben bij elk aspect van het bedrijf betrokken, maar ik heb niet de ambitie om mijn vader te worden.”

‘Over de waterkoker hebben we echt uren vergaderd. Ik zei: dat is geen luxe’ Beeld Martin Dijkstra

Voelt u zijn slagschaduw?

“Nee, nee, nee.”

Het lijkt mij ingewikkeld.

“Elke vader-zoonrelatie is ingewikkeld. Een uitdaging, zeker als het op werk aankomt. In India is het nog een beetje moeilijker: daar is het een gegeven dat de oudste zoon in de familiezaak werkt, al wil hij een hele andere kant op. Toen we met CitizenM begonnen, heb ik snel hulp gezocht bij Michael Johnston. Hij is gespecialiseerd in het coachen van CEO’s uit de Fortune 500 en in familiedynamiek in het bedrijfsleven.”

Wat vroeg u hem? Hoe deal ik met mijn vader?

“Hoe zorg ik ervoor dat hij ook mijn stem hoort? Hij kan natuurlijk behoorlijk dominant zijn. Soms is het simpel. Ik noem mijn vader paps, hij noemt mij sunny. ‘Goed,’ zei Johnston, ‘vanaf nu noem jij hem op kantoor dus Rattan en noemt hij jou Robin.’ Ik heb een afspraak gemaakt met mijn vader en heb hem gezegd: ‘We moeten vanaf nu elkaar bij de voornaam noemen.’ Hij zei niet, zoals ik verwachtte: ‘Ben je gek geworden?’ Hij zei: ‘Je hebt gelijk.’ Dat was stap één. We hebben samen sessies gehad en gingen elk jaar twee of drie dagen weg om te praten en te golfen.”

Er moeten aanvaringen zijn geweest.

“Inmiddels weet ik wat mijn eigen kracht is.”

Hoeveel jaar heeft dit proces u gekost?

“Van de elf jaar dat ik voor CitizenM werk heb ik vijf jaar moeten leren. En hij ook.”

Mensen zullen altijd zeggen: die Robin heeft het makkelijk, want hij heeft een rijke vader.

“Laat ze maar praten.”

Het is natuurlijk wel waar.

“Daar ben ik het niet mee eens. Als ik een complete idioot zou zijn en niet hard zou werken, had ik hier echt niet gezeten. Natuurlijk ben ik geprivilegieerd opgegroeid, daar ben ik me zeer van bewust. Maar mijn moeder is Nederlands en van: beide voetjes op de grond. Mijn vader zei: ‘Wil je een auto? Zorg maar dat je een vriendin krijgt met een auto.’ Toen ik naar college ging, kreeg ik niet eens genoeg geld mee voor de boeken. Anderen kregen van hun vader een Gold Card. Have fun! Ik moest ervoor werken.”

Waar komt uw moeder vandaan?

“Uit Rotterdam. Ze is mijn vader tegengekomen in een café in Scheveningen. Hij deed zich voor als een grote zakenman, maar mijn moeder zag meteen dat hij een groot gat in zijn schoen had. Ze had hem wel door, maar viel voor zijn zelfvertrouwen. Ze hielp hem met zijn eerste bedrijf en was betrokken bij de eerste modewinkels, maar toen ze kinderen kreeg, heeft ze zich in dienst gesteld van het gezin.”

Ze zijn gescheiden.

“Maar nog altijd goede vrienden. Ik heb pas nog met ze geluncht. Ik was al volwassen toen ze uit elkaar gingen. Het zijn dingen die gebeuren.”

Bent u getrouwd?

“Ik ga trouwen, eind juli.”

A big, fat, Indian wedding?

“Nee zeg, mijn aanstaande is geboren en getogen in Amsterdam. Het feest is in Frankrijk. We zijn nu drie jaar samen. Ik had haar jaren eerder tegen moeten ko­men.”

Zag u uw vader vaak als kind?

“Ik herinner me dat de deurbel ging en ik huilend naar mijn moeder rende omdat er een vreemde man voor de deur stond. Dat was mijn vader. Maar op de een of andere manier raakte het ons niet als kinderen. Het was normaal. Ik dacht nooit: mijn vader is er niet. We wisten dat hij altijd weg was en hard voor ons werkte. Daardoor konden we ook heel prettig leven. En als hij er was, maakte hij echt tijd.”

Wilt u zelf kinderen?

“Ja.”

En dan?

“We hebben tegenwoordig Facetime, hahaha. Ach, nee, je maakt tijd. We zien het wel.”­­

Robin Chadha

Den Haag, 7 juli 1977

1984-1995

Amerikaanse school, Scheveningen en Wassenaar

1995-2000

Internationale marketing en internationaal management, American University, Georgetown

2000

Assistent bij Van der Moolen op de aandelenbeurs, Wall Street, New York

2001

Tommy Hillfiger, New York

2001-2005

Inkoper voor Mexx Men

2005-2008

Eigenaar Rain, Rembrandtplein, Amsterdam

­2008-heden

Chief Marketing Officer (CMO) bij CitizenM

Robin Chadha woont met zijn aanstaande vrouw in Oud Zuid, Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden