PlusAchtergrond

Robert Vuijsje deed een dna-test: ‘Wat als ik niet ben wat ik denk te zijn?’

null Beeld Odilo Girod
Beeld Odilo Girod

Vijftigste verjaardag, midlifecrisis: mooi moment om eens zo’n dna-test te doen. Robert Vuijsje blijkt zoals verwacht vooral Asjkenazisch Joods. Maar ook 0% Nederlands. Vreugde alom bij de ‘100% Amsterdammer’. Maar waarom?

De email kwam om 8 uur ’s ochtends, toen ik net mijn zoon naar school zou brengen. In het kader van de midlifecrisis rond mijn vijftigste verjaardag – wat moet ik in de jaren die me nog resten en wie ben ik eigenlijk? – had ik drie weken eerder met een wattenstaafje slijm uit mijn wang geschraapt en naar een laboratorium in Houston, Texas gestuurd. Daar zou de firma MyHeritage DNA onderzoeken in welk deel van de wereld mijn wortels liggen.

Mijn vrouw had met me meegedaan, alleen was haar uitslag nog niet gearriveerd. Om 8 uur ’s ochtends was Lynn boven bezig zich klaar te maken. Ik zat met Samuel beneden aan de eettafel. Lukte het me om vijf minuten op haar te wachten, zodat ze kon meekijken naar mijn resultaat? Kon ik me richten op wat mijn eerste prioriteit had moeten zijn: mijn zoon klaarmaken voor school? Nee.

Op het scherm van mijn telefoon zag ik:

Beste Robert,

Het is zover! De resultaten voor kit nummer MH-TTV826 zijn gereed!
Bekijk DNA resultaten

Gevolgd door een link waarop ik kon klikken:
Laten we beginnen

De laatste keer dat ik in zulke opgewonden afwachting verkeerde was tien jaar geleden, toen de jongeman die tegenover me aan de eettafel zat uit de buik van zijn moeder tevoorschijn kwam. Ik drukte direct op de link en op het telefoonscherm verscheen de tekst:

Robert, u bent...

In de weken ervoor had ik gedacht: wat als de uitslag tegenvalt? Wat als ik niet ben wat ik denk te zijn? Ik weet niet beter dan dat ik me Joods voel, maar wat als ik het maar voor een paar procent blijk te zijn? De ouders van Lynn zijn creoolse Surinamers. Het dna van deze groep is, hoe zal ik het zeggen, niet zelden vermengd met dat van Joodse plantagehouders. Je kunt ze ook slavenhouders noemen.

Die vermenging gebeurde zelden vrijwillig, maar daarna was het nageslacht wel gedeeltelijk Joods geworden. Weliswaar van vaders kant, dus volgens de geloofswetten was je dan niet officieel Joods, alleen maakte dat in dit geval niet uit: wat als mijn vrouw procentueel Joodser zou zijn dan ik?

Of wat als ik niet Joods was zoals ik het dacht te zijn? Die slavenhouders waren over het algemeen Sefardische Joden, met een oorsprong in Spanje en Portugal. Ik zei altijd: mijn voorouders zijn Asjkenazische Joden, die kwamen nooit in de buurt van slavernij, in die periode hadden ze het te druk met vluchten voor pogroms in Oost-Europa. Maar wat als dat niet zo bleek te zijn?

Gelukkig kreeg ik een seconde later het antwoord. In het scherm verscheen de tekst:

Robert, u bent...

77% Asjkenazisch Joods

Op een landkaart stond een regio omcirkeld waarvan ik al wist dat mijn voorouders ervandaan kwamen, voordat ze zich grotendeels verspreidden over de rest van de wereld: Polen, Oekraïne, Roemenië, Tsjechië, Letland en Wit-Rusland.

Het filmpje ging verder met een reis over de wereldbol waarin de overige 23% werd onthuld:

16,4% Scandinavisch
4% Grieks en Zuid-Italiaans
1,6% Baltisch
1,0% Italiaans

In mijn hoofd ging de rekensom razendsnel. De ouders van mijn moeder waren allebei Joods, dus dat is al 50 procent. De vader van mijn vader was ook Joods, en voor zover ik wist was zijn moeder autochtoon Nederlands. Maar kennelijk was zij gedeeltelijk Joods, anders kun je niet uitkomen op 77 procent. Ook lagen haar wortels dus oorspronkelijk niet in Nederland, maar vooral in Scandinavië. En die paar procenten Zuid-Italiaans: ik identificeerde me altijd al met de underdog in hun strijd tegen het arrogante en rijke Noord-Italië.

“Kom snel kijken.”

Juichend riep ik dat mijn vrouw naar beneden moest komen.

“Ik ben wat ik eh, al dacht dat ik was.”

En ik ben dus 0 procent Nederlands. Het is de ideale combinatie. De voordelen van een Nederlandse achternaam, maar wanneer het me zo uitkomt, kan ik ook zeggen: fok die sukkels, gelukkig hoor ik daar niet bij. Bijvoorbeeld wanneer de man die zich de koning van Nederland waant, weer eens iets doms doet.

Amalia

Vanaf het moment dat ik mezelf in percentages weergegeven op een beeldscherm had gezien, keek ik anders naar de wereld. Over Amalia, de volgende koningin van Nederland, denk ik nu: haar moeder is Argentijns en het dna zal oorspronkelijk wel ergens uit Zuid-Europa komen – dat is alvast 50 procent niet-Nederlands. De vader van Amalia’s vader was Duits en zijn moeder, prinses Beatrix, is voor minstens driekwart Duits.

Het percentage Nederlands dna van Amalia zal niet veel hoger zijn dan mijn 0 procent. Boven de 10 procent zie ik haar niet uitkomen. En wij moeten blijven meedoen aan het toneelstuk waarin zij de koningin van Nederland gaat spelen? En ook: hoe kan deze Argentijns-Duitse jongedame hét symbool worden van de zogenaamde Nederlandse cultuur in een land waar andere immigrantenkinderen tot in de vijfde generatie na aankomst nog Turken of Marokkanen worden genoemd? Of zoals het tegenwoordig heet: een niet-westerse migratieachtergrond, ook als hun opa al in Nederland werd geboren.

PS van de Week-verhaal DNA Robert Vuijsje Beeld Odilo Girod
PS van de Week-verhaal DNA Robert VuijsjeBeeld Odilo Girod

Een paar dagen later kreeg mijn vrouw de mail met haar uitslag. Lynn kon het wél opbrengen om te wachten en samen te kijken. Dat wil zeggen: ze vroeg of ik haar kon filmen terwijl zij voor het eerst het filmpje bekeek waarin haar eigen percentages werden onthuld.

Ook bij haar kwam het voor driekwart overeen met wat ze al had verwacht. 73,9 procent West-Afrikaans, waarvan 44,8 Nigeriaans en 12,5 Sierra Leone. Verder: 8,1 procent Keniaans en 0,9 Noord-Afrikaans. En 9,0 procent Oost-Aziatisch, waarvan 8 procent Chinees en Vietnamees en 1 procent Filipijns, Indonesisch en Maleis. Ten slotte: 8,1 procent Noord- en West-Europees.

Van tevoren had ik bij haar gegokt op Ghana, zelf dacht ze meer aan Senegal of Ivoorkust, maar het grootste deel was dus Nigeriaans. De niet-Afrikaanse percentages waren te herleiden tot andere bevolkingsgroepen in Suriname: Chinezen en Javanen. En die 8,1 procent Noord- en West-Europees, dat moest wel afkomstig zijn van Nederlandse immigranten in Suriname, van een boeroe. Of anders kon het misschien Duits zijn. Voor mij was het reden om meteen te roepen: “Jij bent Nederlandser dan ik.”

Achternaam

In de dagen erna kreeg ik gemengde reacties. Wat ik maar even mijn zwartharige vrienden zal noemen: zij begrepen wel dat ik nu steeds grappen maakte over hoe ik

0 procent Nederlands ben. Dat zijn ze zelf waarschijnlijk ook. Al hadden ze dat van mij niet verwacht, door mijn Nederlandse achternaam en mijn huidskleur, die overeenkomt met wat kennelijk wordt gezien als ‘Nederlands’. Maar we wisten allemaal: dat het dna 0% aangeeft, hoeft ons niet minder Nederlands te maken. Dit is ons land.

Wat ik maar even mijn blonde vrienden zal noemen: die vonden het minder grappig. Waarom moest ik steeds zo triomfantelijk roepen dat mijn vrouw Nederlandser is dan ik? Wat bedoelde ik daarmee, hoezo wilde ik niet Nederlands zijn? Was er iets mis met Nederlands zijn?

Vier generaties

Natuurlijk is er niets mis met Nederlands zijn. In deze tijd, waarin op zoveel manieren wordt gediscussieerd en duidelijk wordt gemaakt wie wel en niet écht Nederlands zouden zijn, kun je verwachten dat daar grappen over worden gemaakt. Een interessantere vraag is: waarom wil iemand zoals ik zo graag weten uit welk deel van de wereld mijn voorouders komen? Want ik ben niet de enige die deze test laat uitvoeren.

In mijn geval: mijn moeder werd geboren in New York, haar moeder in Alexandrië en haar vader in Tel Aviv, hun ouders werden weer geboren in Polen en Oekraïne. In vier generaties ben ik de eerste die kinderen heeft gekregen in hetzelfde land als waar ik ben geboren. Wanneer je iets ouder wordt, bijvoorbeeld rond je vijftigste verjaardag, ga je denken: ik ben geboren in Amsterdam, maar het had net zo goed ergens anders, in een ander land kunnen zijn. Nederland was toevallig de halte van de diaspora waar mijn moeder zich bevond op het moment dat ik werd geboren. Waar kom ik echt vandaan? En kun je dat uitdrukken in termen van een nationaliteit of een andere geografische locatie?

Was de uitslag van die test een antwoord op mijn vraag? Ja en nee. Ja, het bevestigde wat ik eigenlijk al wist: ik ben een Asjkenazische Jood. En nee, voor 77% kom ik uit een deel van de wereld waar ik zelf nauwelijks ben geweest. Alleen een keer een weekendje Auschwitz. Ook nu staan Polen, Oekraïne, Roemenië, Tsjechië, Letland en Wit-Rusland niet bovenaan mijn verlanglijstje. Ik associeer het vooral met een gebied waar mensen zoals ik werden uitgemoord en verjaagd.

Hiernamaals

En toen kwam mijn vijftigste verjaardag. Mijn moeder, die nu 78 is, vertelde hoe ze, toen het haar overkwam, ook dacht dat ze heel oud was geworden. Inmiddels is ze bijna dertig jaar verder en denkt ze daar niet eens meer over na, je kunt heel lang ‘oud’ blijven.

null Beeld Odilo Girod
Beeld Odilo Girod

Een van de grootste meningsverschillen tussen mij en mijn vrouw kreeg een nieuwe dimensie. Zij is gelovig en denkt dat er een hiernamaals bestaat. Ik vind dat zulke denkbeelden niet voor niets ‘geloven’ worden genoemd. Je gelooft in iets dat niet bestaat, net zoals een kind in Sinterklaas. Religies zijn ooit bedacht door mensen die niet konden omgaan met de gruwelijke werkelijkheid: op een dag gaan we allemaal dood en dan is er niets meer. Voor de rest van de wereld gaat het leven door, alleen ben jij er niet meer bij. Op je vijftigste verjaardag kun je er niet omheen dat die dag dichterbij is gekomen dan je had gewild.

Het liefst had ik deze treurige mijlpaal natuurlijk groots gevierd, maar dat gaat tegenwoordig niet. Met niet meer dan drie gasten van buitenaf zat ik aan mijn eettafel. Toen ik per WhatsApp mijn beste vrienden uitnodigde voor dit festijn had ik al gevraagd of er ook een emoji bestaat van een doodskist. (Ja, die bestaat.)

Tweede helft

Aan tafel ging het verder. Ik was nu aan de tweede helft van mijn leven begonnen. Maar wat er nooit bij wordt vermeld: de eerste helft is veel beter dan de tweede. Comfortabeler en zorgelozer vooral. In de eerste helft gaat je leven vooruit en niet achteruit. Om de feestvreugde nog wat verder te verhogen, liet ik mijn vrienden het filmpje zien waarin op een landkaart wordt vertoond hoe mijn wortels zijn verdeeld over de wereld. Mijn vrienden vroegen hoe die website heette, want zij wilden dit ook wel een keer doen.

Ik keek de tafel rond en ineens zag ik het. Ik moest vijftig worden om te zien dat ons dna overal vandaan kwam – er zat een autochtone Nederlander bij en verschillende varianten van de afkomsten die in Suriname samenkomen – maar wij waren allemaal 100% Amsterdammers. Oftewel: aan deze tafel was iedereen opgegroeid in Amsterdam. We kenden elkaar sinds de middelbare school.

Behalve mijn vrouw dan. Die is opgegroeid in Arnhem. Het is niet zo dat wij aan tafel iets tegen import-Amsterdammers hadden, mijn eigen vrouw is er een. Het schept toch een band, zeker in een stad waar we tegenwoordig worden omringd door import-Amsterdammers. Op het werk, langs de sportvelden en bij de ouders in de klassen van onze kinderen: overal zien we ze, de Amsterdammers die hier niet vandaan komen. In onze herinnering was dat vroeger niet zo. In onze jeugd woonden hier Amsterdammers die uit Amsterdam kwamen. Zoals de mensen die nu in Almere of Purmerend aan iedereen lopen uit te leggen dat zij de ware Amsterdammers zijn, ook al wonen ze er de laatste 35 jaar niet meer.

Happy people

Wat ook dna-technisch de herkomst is van een 100% Amsterdammer, of hij Ahmet heet of Jan of Regilio: aan tafel vonden we dat wij aan elkaar herkenden dat we hier zijn opgegroeid. En daarom pretenderen we dat wij deze stad beter begrijpen dan de bewoners die er later bij zijn gekomen. Want wij weten nog hoe De Pijp er dertig jaar geleden bij lag, hoe de junks en de zwervers daar rondscharrelden tussen de ingestorte plafonds van de sociale huurwoningen die nu glimmend voor een miljoen euro te koop staan, hoe de Staatsliedenbuurt toen van de kraakpanden en vervallen huizen aan elkaar hing, dat de Baarsjes en Oud-West nog niet werden bewoond door de happy people die daar nu zitten, tussen de avocadoburgers en de biologisch gebrande koffiebonen, denkend dat het altijd zo is geweest.

Voor zover op de wereld een plaats valt aan te wijzen waar ik vandaan kom, is dat Amsterdam. Wanneer het Nederlands elftal een doelpunt maakt, juich ik net zo hard als iedere andere Nederlander, maar zodra ik de stad verlaat en rondkijk in een dorp in Friesland, Overijssel of Zeeland, denk ik net als de andere geboren Amsterdammers: welk land is dit, hoor ik hierbij? Het is een eigenschap die niet valt te achterhalen met een dna-test, maar die minstens zo belangrijk kan zijn: de gezamenlijke blinde overtuiging dat Amsterdam in het centrum van de wereld ligt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden