‘Ik vertel hoe het zit. En dat wordt gewaardeerd.’

PlusInterview

Rob de Nijs: ‘Het is meer dan mooi geweest’

‘Ik vertel hoe het zit. En dat wordt gewaardeerd.’Beeld Jitske Schols

Rob de Nijs (77) werkt toe naar zijn slotakkoord, met een plaat en – hopelijk - optredens. De ziekte van Parkinson haalt hem langzaam in. ‘Er gebeuren nog elke dag mooie dingen. Maar het mooiste is wel grotendeels achter de rug.’

Aan de receptie van Theater Cultura in Ede staat een man met een mondkapje tot ver over zijn grijze baard. “Moeten we dat hier ophouden?” vraagt Rob de Nijs aan de medewerkster achter de balie. Er is – het is begin oktober – sprake van vrijwilligheid, luidt het antwoord. Aarzelend schuift De Nijs het masker weer omhoog.

Even later, aangekomen in de uitgestorven theaterbar, legt hij het kapje naast zijn cappuccino. Hij knikt naar het bibliotheekgedeelte van het cultureel centrum. “Ik zie daarginds toch mensen dat ding dragen. Weet je zeker dat het niet hoeft?”

Bent u bang voor het virus?

“Nee. Ik pas echt enorm op. Ik draag mijn mondkapje overal waar het wordt gevraagd. Maar het is niet het leukste om op te zetten. Kriebelig.”

U hoort tot de risicogroep.

“Nou en of. Daarom ben ik eigenlijk altijd thuis. Daar kan me niets overkomen. Jet (De Nijs’ echtgenote Henriëtte, red.) doet de boodschappen. Ik zit binnen op de bank. Sinds maart ben ik alleen voor het opnemen van het album de deur uit geweest.”

Die plaat komt vrijdag uit. Met nummers, of in De Nijs’ vocabulaire ‘stukken’, van zijn vaste lieddichter en ex-echtgenote Belinda Meuldijk, maar ook van Bløf-zanger Paskal Jakobsen, Boudewijn de Groot en Daniël Lohues. Tegelijk verschijnt een boek met interviews met collega’s over De Nijs. Het album en het boek delen hun titel: ’t Is mooi geweest.

Want de monumentale, bijna 60-jarige carrière van De Nijs nadert zijn slotakkoord. Niet dat de zanger zich door zijn leeftijd – in december wordt hij 78 – laat dwingen; het is de ziekte van Parkinson die hem heeft beslopen en langzaamaan het optreden onmogelijk zal maken. Zingen gaat daarentegen nog prima. Hij had nu bezig moeten zijn met zijn laatste tournee. Voor juni volgend jaar heeft hij een afscheidsconcert in Carré in zijn hoofd. Maar ja, corona.

Jet heeft hem vanmiddag met de auto afgezet. “Zelf sturen gaat niet meer met die trilhanden,” zegt hij voor hij met twee handen zijn koffiekopje naar de mond brengt. Het gehele gesprek zal zijn hand onder het tafelblad een eigenzinnig ritme drummen. “Er valt steeds meer weg. Daar ontkom ik niet aan. Ik ben sneller moe. Daarom hebben we voor het album ook rustig de tijd genomen. Maximaal twee stukken per dag, zodat mijn stem weer uitgerust was.”

Rob de Nijs: ‘Ik geef mezelf in de muziek al langer bloot. Ik weet daardoor welke teksten goed bij me passen.’Beeld Jitske Schols

Hoe voelde het om de studio in te gaan voor uw laatste opnames?

“Op het moment zelf denk ik alleen maar: hoe zing ik dit zo goed mogelijk? Ik ben niet zo met het einde bezig.”

En nu het af is?

“Ik vind het vooral spannend. Wat vinden de mensen ervan? Hebben we het goed gedaan? Ik luister de liedjes nog veel. Want ik moet ze straks misschien toch live gaan zingen. Al hangt dat helemaal af hoe ik me qua gezondheid ontwikkel.”

Bijna elke liedtekst lijkt direct gebaseerd op uw leven.

“Mijn gemoedstoestand en privé zijn natuurlijk bekend. De pers heeft die altijd goed gevolgd. Ook als ik dat niet wilde. Daar heb ik me op een gegeven moment overheen gezet. Paskal heeft de tekst voor Nog niet voorbij letterlijk uit mijn verhalen over mijn gezondheid gehaald. Het gaat over een wankelende man die ouder is geworden.”

Hoe is het om zo’n tekst te zingen?

“Prachtig. Heerlijk.”

Niet confronterend?

“Nee, helemaal niet. Ik geef mezelf in de muziek al langer bloot. Ik weet daardoor welke teksten goed bij me passen. Zo kan ik de mensen meenemen in de emotie van het lied. Ik wil niet zeggen dat ik dat mijn hele leven heb gedaan – ik ben begonnen als charmezanger – maar ik mijn liedjes nu al jaren heel secuur.”

Jakobsen schreef in Nog niet voorbij ook de zin: ‘Het mooiste is nog niet achter de rug.’

“Nou, dat is natuurlijk wel de wens. Maar of het zo is, weet ik niet.”

Wat denkt u?

“Er gebeuren nog elke dag mooie dingen. Maar het mooiste is wel grotendeels achter de rug. Wat dat betreft ben ik redelijk realistisch. Parkinson is een progressieve ziekte. Dus het wordt voor mij alleen maar slechter. Gelukkig is het nu nog te behappen. Ik ben er tamelijk nuchter in: op een gegeven moment is het over. Maar ik hoop echt dat veel mensen deze plaat nog horen en denken: verrek, dat kan hij dus ook.”

Jakobsen vertelt in het boek over het ontstaan van de tekst: ‘Ik zag Rob op tv en vroeg me af: hoe ziet zo’n fase in je leven eruit? Hoe is het om met zoiets geconfronteerd te worden als man van in de 70 die eigenlijk nog heel fit is en die jonge kinderen en een veel jongere vrouw heeft? Wat zeg je tegen die vrouw?’

“Tja. Jet en ik zien elkaar elke dag. Het is voor haar geen shockeffect geweest. Ik heb heel veel aan haar gehad. Vooral in de periode dat ik net die diagnose had gekregen en tot me doordrong wat die inhoudt. Dat was natuurlijk wél even een schok. Maar we hebben gezegd: ‘Oké, hier moeten we dus mee omgaan.’ Ik weet ook niet wat het eindpunt is. Dat wil ik ook niet weten.”

Beeld Jitske Schols

“Het gekke is: sinds mensen weten van mijn gezondheid, kan ik ze vanaf het podium dichter bij me halen. In het begin vertelde ik daar nog een beetje smoesjesachtige verhalen over mijn trillende hand. Nu denk ik: waarom zou ik? Ik vertel hoe het zit. En dat wordt gewaardeerd.”

Willeke Alberti zegt in het boek over die periode: ‘Ik heb hem verschillende keren op het hart gedrukt: vertel het nou gewoon. Maar Rob wilde het niet zien.’

“Nou, dat is niet helemaal waar. Willeke is een fijne meid die ik al sinds de jaren ’60 ken, maar we spreken elkaar niet elke week, hè. Ik heb aan Jet heus wel laten merken dat ik het zag.”

Alberti zei ook: ‘Rob ziet er stukken beter uit nu hij voor de waarheid uitkomt.’ Is er een last van uw schouders gevallen?

“Het is een opluchting, ja. Het is veel makkelijker leven wanneer je, als je bij het opstaan merkt dat je hand trilt, niet allerlei uitvluchten hoeft te verzinnen. Dat je niet op je handen hoeft te gaan zitten als je met iemand zit te praten, snap je? Terugkijkend besef ik: dat heeft helemaal geen zin. En het kost veel energie. Ik heb het lang ook zelf niet geweten, hè. Maar toen ik de diagnose kreeg, dacht ik al snel: ik zeg het gewoon. Mensen weten nu wat er speelt en zeggen: ‘Goh, die jongen doet het eigenlijk nog wel erg goed.”

Tijdens een optreden vorig jaar augustus in Naaldwijk viel u van het podium. Heeft dat het proces van openheid bespoedigd?

“Och, ik ben zo vaak gevallen. Ik viel nog over een kiezelsteentje. Maar nu al maanden niet meer, omdat ik weet waarop ik moet letten. Gelukkig, want er overlijden veel oude mensen aan een val. Vaak gewoon thuis, wist je dat?”

Is er iets aan te doen?

“Gewoon goed oppassen waar je loopt. Ik heb heel veel gehad aan de tips van neuroloog Bas Bloem. Da’s echt de beste van de wereld op het gebied van Parkinson. Ik moet blijven bewegen bijvoorbeeld. Ha! Laat ik daar nou net een pesthekel aan hebben. Ik zit liever in mijn stoel naar muziek te luisteren of televisie te kijken.”

Maar u geeft wel gehoor aan dat advies?

Met schalkse lach: “Af en toe, ja. Wandelen is goed voor me. Dat probeer ik te doen. Maar het hoeft maar een beetje slecht weer te zijn of ik zeg: ‘Vandaag maar even niet, Jet.’”

Jeugdfoto Rob de Nijs (rechts) met zijn broer.

“Maar Bas Bloem zei gelukkig ook dat ik moet proberen door te gaan met zingen. Of dat lukt hangt helemaal af van hoe mijn stem zich houdt. Maar goed, als ik me daar allemaal druk over moet maken. Ik richt me liever op de positieve dingen die er gebeuren. Deze plaat bijvoorbeeld. Daar ben ik echt trots op. Ingespeeld met mijn eigen band, hè? Die jongens zijn zo goed. En allemaal aardige mensen. Dat heb ik in mijn leven altijd heel belangrijk gevonden: jezelf omringen met aardige mensen.”

De uitzending van Jeroen Pauw waarin u te gast was met Bloem en uw collega Ernst Daniël Smid, die de ziekte ook heeft, maakte veel los.

Meteen: “Maar die uitzending van De Wereld Draait Door vond ik nog beter!”

De Nijs zong er onder meer het lied Niet voor het laatst. “Het gekke was dat ik zelf niet doorhad dat het zo oké was. Maar toen ik de kleedkamer binnenliep, kwam Matthijs er meteen aan. Hij riep: ‘Moet je kijken op… op… hoe dat ding op internet ook weer? Twitter, ja! Daar waren heel veel positieve reacties. Duizenden. Dat was ik natuurlijk niet gewend.”

‘Nu ik Parkinson heb, lijk ik de mensen dieper te raken,’ zegt u zelf in het boek.

“Waaraan dat ligt weet ik niet. Het is geen medelijden, hoop ik. Daar heb ik een vreselijke hekel aan. Maar toch is er iets gebeurd waardoor mensen dichter naar de tekst van de stukken worden toegetrokken. Heel apart. En de laatste keren dat ik in een theater optrad hoorde ik de mensen in de zaal echt sniffen.”

U zegt in het boek: ‘Soms denk ik: waarom lukt dat nu pas?’

“Ja, ja. Ik kon er echt mee zitten als ik vond dat niet goed ging.”

Is dat dan weleens gebeurd?

“Ik ben heel erg kritisch op wat ik doe. Die onzekerheid hoort er nu eenmaal bij. Het moet elke keer door anderen worden bevestigd. Die eeuwige twijfel. Ik denk dat veel artiesten er last van hebben.”

Belinda Meuldijk zegt in het boek: ‘Rob heeft altijd prachtige dingen gemaakt, maar er niet altijd de erkenning voor gekregen die hij verdiende.’

“Nou ja. Je verwacht ergens altijd dat de erkenning groter zal zijn dan je op het moment zelf merkt. Ik heb ook platen gemaakt die niemand kent. Dat vind ik gewoon zonde, voelt bijna alsof ik ze voor niets heb gemaakt. Ik had een keer pech dat de platenmaatschappij de promotie van een plaat zomaar stopte toen bleek dat het budget in de studio was overschreden. Kom, hoe heet dat ding nou? Ik kom er straks nog op, hoop ik. Ik ben er nog steeds boos over, want het is een van mijn beste platen. Alleen die naam… laten we het straks even vragen aan Frank (manager en toetsenist Frank Jansen, red.). Die weet dat zeker. Dit is een van de vervelende dingen van die Parkinson. Je vergeet de gekste dingen.”

Belinda Meuldijk zei dat jullie in de jaren ’90 vaak spraken over dat gebrek aan erkenning. Dan hadden jullie het over André Hazes en dan zeiden jullie enigszins verongelijkt tegen elkaar: ‘Nou zeg, die kan ineens niets meer fout doen.’

“Dat is de bekende jalousie de métier. Die was mij niet vreemd, hoor. Er is niemand die over zichzelf zal zeggen: ‘Die ander verdient het en ik eigenlijk niet.’ Het gekke is: ik kan tegenwoordig veel beter naar Hazes luisteren. Maar ja, hij is er niet meer.”

Rob de Nijs

6 december 1942, Amsterdam

1962 Wint talentenjacht met Rob de Nijs en de Lords
1963 Scoort eerste hit met Ritme van de regen
1973 Eerste soloplaat me hits met Dag zuster Ursula en Jan Klaassen de Trompetter
1972-1976 Hoofdrol in Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen, mijnheer?
1975 Malle Babbe
1980 Nummer 1-album met Met je ogen dicht met daarop hits Zondag en Foto van vroeger
1996 Eerste nummer-1-hit met Banger hart
2002 Edison voor gehele oeuvre
2020 40ste album ‘t Is Mooi Geweest

De Nijs is getrouwd met Henriëtte Koetschruiter. Ze wonen met zoon Julius (8) in Bennekom. Met Belinda Meuldijk kreeg hij twee kinderen, Robbert (37) en Yoshi (34).

Wat vindt u nu van dat jaloerse gevoel van toen?

“Het hoort er een beetje bij. Maar je moet het niet laten overheersen. Ik had toen het gevoel niet op de juiste waarde te worden geschat. Het ligt voor in je mond om te zeggen: ‘Waarom hij wel en ik niet?’ Maar het heeft me ook gemotiveerd om kwaliteit te leveren. Er zijn veel albums die een groter publiek zouden verdienen. Gek genoeg komt dat grote publiek blijkbaar pas als je zegt dat je ermee gaat stoppen.”

Wat vindt u van dat mechanisme?

“Dat vind ik raar. Krankzinnig.” Na een slok cappuccino: “Maar ik ben heel tevreden, hoor. Jawel. Ik heb een leven lang mensen weten te boeien. De ene keer meer dan de andere. Maar ja, dat is het leven.”

U had toch behoorlijk veel succes al die jaren. Wat was daarvoor eigenlijk de belangrijkste reden, denkt u?

“Ik weet het nog steeds niet. Ik kies met zorg mijn liedjes, heb een brede smaak. Van jazzy stukken tot chansons. Misschien hebben mensen dat gewaardeerd. Zeg, denk jij dat we hier een mondkapje op moeten?”

Er is verder niemand anders in deze grote ruimte. Ik denk dat we wel goed zitten.

“We zitten hier goed, ja. Waar hadden we het over?”

Over hoe het u lukte om uw loopbaan zo lang gaande te houden.

“Dat is echt niet vanzelfsprekend. Against all odds heb ik altijd door kunnen gaan. Soms vonden mensen me even minder interessant, dan zaten de zalen wat minder vol. Je kunt niet zestig jaar hot zijn. Maar het is allemaal meer dan mooi geweest.”

Oud-televisiepresentator Herman Stok zegt: ‘Rob was al heel jong heel serieus bezig met het vak. Hij deed stemoefeningen en heeft zichzelf altijd heel goed verzorgd.’’

“Hahaha. Ik weet niet of hij met goed verzorgen veel drinken bedoelt?”

Dus het klopt helemaal niet?

“Nee, eigenlijk niet. Misschien was ik zo jong en gezond dat ik die indruk maakte.”

Dan Frits Spits. Die zegt: ‘Rob begreep als een van de eersten in Nederland wat showbizz inhoudt.’

“Thank you, Frits. Maar ik weet niet precies wat hij ermee bedoelt.”

Hij zei ook: ‘Je kon aan Rob zien wat de laatste mode was.’

“Dat klopt wel, ja. Ik ben altijd verzot geweest op mooie kleding. Gaultier, Yamamoto. Mijn collega’s? Die deden dat niet, nee. Die gingen naar Tip de Bruin. Ook leuk. Maar goed, ik heb er ook veel te veel geld aan uitgegeven. En dan klagen dat je nu nauwelijks iets over hebt. Tja, vind je het gek?”

Is dat zo? Heeft u niet zo veel op uw bankrekening?

“Ik had thuis net gezegd: ‘En nu gaan we echt werken voor mijn pensioen.’ En toen kwam corona. Nou, thank you.”

U wilde gaan sparen?

“Het was de bedoeling om genoeg te hebben om er punt achter te zetten. Ik zou een paar grote shows geven. Twaalfduizend man in het Sportpaleis bijvoorbeeld. Dat gaat voorlopig niet door. Even slikken. Er moet straks voor Julius (De Nijs’ jongste zoon, red.) genoeg overblijven om bepaalde dingen te kunnen doen, studeren bijvoorbeeld. Die plannen worden nu doorkruist. We hebben gelukkig een buffertje, maar de bodem daarvan is in zicht. Maar goed, jammeren helpt niet. De hele wereld heeft ermee te maken.”

‘Zoals het nu met de waardering voor mijn carrière gaat, geeft dat zoveel voldoening.’Beeld Jitske Schols

Manager Frank Jansen loopt binnen. De Nijs: ‘Frank, wat moest ik jou nou vragen? O ja, dat album waarvan de promotie…Ach, ik weet het weer! Engelen uitgezonderd. Gek hoe me dat dan ineens weer te binnenschiet. Mooie stukken waren dat.”

U wilt uw afscheidsconcert graag in uw geboorteplaats Amsterdam geven. Je hoort vaak ook dat mensen in de laatste fase van hun leven terugverhuizen naar hun geboortegrond.

“Oh nee! Helemaal geen last van. Da’s mij te druk. We zitten heerlijk in Bennekom. En ik ken Amsterdam al zo goed. Het zal altijd mijn stad blijven. Voor Julius is dit heerlijk. Hij heeft zijn vriendjes om de hoek wonen en kan lekker buiten spelen.”

Wat merkt Julius ervan dat zijn vader ziek is?

“Hij is heel lief en zorgzaam. Let er steeds op dat ik niet struikel. ‘Pas op, daar ligt een snoer, pap!’ Ontroerend vind ik dat. Hij neemt de regie in huis een beetje van me over. Heel schattig, al had ik het liever anders gehad natuurlijk.”

Later: “Hij is eigenlijk de enige over wie ik me soms zorgen maak. Dan denk ik: oh God, dat joch van acht jaar. Wat vindt hij ervan als zijn vader op een gegeven moment het hoekje om is? Ik denk dat ik nog wel een tijdje heb, maar je weet toch maar nooit.”

Denkt u vaak aan het einde?

“Daar denk ik weleens aan, ja. Maar als ik ga, maak ik hetzelfde mee als ieder mens ooit zal meemaken. Het enige dat ik hoop is dat het rustig gebeurt.” Even stilte. “Ik vind het eigenlijk vooral spannend. Hoe voelt dat straks? Het is toch iets dat je niet kent.”

Hoe zal uw leven eruitzien als u straks niet meer zingt?

“Ook daarvan denk ik: ik zie het wel. Er zal wel weer iets komen waarvan ik geniet. En zoals het nu met de waardering voor mijn carrière gaat, geeft dat zoveel voldoening. Als dat zo blijft, kan ik daar nog wel even op teren. Verder blijf ik toch vooral nieuwsgierig. Ik ben meer met het leven bezig dan met de dood.”

Rob de Nijs – ’t Is mooi geweest verschijnt vrijdag (Universal Music).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden