Column

Rijdende winkels

Langs de deur wordt weer gekocht. Nu ook loempia's, vissoep, mosselen en inktpatronen. Een onderzoeksbureau wist het zelf niet, maar uit een rapport van dat bureau is het makkelijk te concluderen. Vreemd aan zo'n onderzoek naar wat mensen doen, wat ze bezielt en hoe zielig ze zijn, dat dat nooit over ons gaat. U, lezer dezes, hebt genoeg eten in huis voor drie weken. U hebt paracetamol in de la voor als het pijn doet en vanavond kijkt u weer niet naar het journaal omdat het nieuws u de keel uit hangt.

Zelfs, lezer, als u in Bellingwedde woont, in Ferwerderadiel of op Noord Beveland, dan nog hebt u het aardig voor elkaar en een goede telefoonverbinding. Maar uit onderzoek blijkt iets anders. U woont in zoiets als de woestijn als er geen stad om u heen gebouwd is. U bent verloren als uw benen niet meer zo goed willen. En met u mensen in Limburgs landelijk gebied en in Wieringen in de kop van Noord Holland. U ontbreekt het aan een winkel. Het wordt vastgesteld in een rapport van Locatus, een bureau dat ondernemingen adviseert in het vestigen van winkels. Locatus in Woerden heeft uitgerekend hoe ver mensen in verschillende gebieden en steden van winkels af wonen. Wij weten dat zelf wel maar niet van elkaar. Iemand in Wieringen legt per jaar gemiddeld 911,3 kilometer af om kaas en brood, pleisters en WC-eend te kopen.

Iemand in Den Haag loopt maar 120 kilometer per jaar en heeft dan ook nog de beschikking over een tram. Wieringen moet fietsen en het waait er altijd. In Friesland heb je gebied waar inwoners meer dan duizend kilometer per jaar afleggen voor dagelijkse kost en pilletjes. Noord Beveland is er het ergst aan toe, met bijna 1200 kilometer (meer dan 20 kilometer per week) reizen om iets lekkers voor op brood te kunnen kopen. Het wordt erger, zeggen de onderzoekers, omdat nog steeds winkels in landelijk gebied sluiten.

De ramp die door de onderzoekers verzonnen wordt zit als volgt in elkaar. Gemiddeld wonen in landelijk gebied meer oudere mensen dan in steden. Er komen - het klinkt gek, maar in procenten kan het - meer ouderen dan jongeren bij. Over een paar jaar is een kwart van de bevolking wat je noemt oud. Allemaal nog tot daar aan toe, maar van de ouderen zijn er nogal wat stokoud en ook van stokouderen komen er meer. Die moeten zo lang mogelijk voor zichzelf kunnen zorgen en daar hebben ze, vind het winkelbureau, voorzieningen dichtbij, dus winkels voor nodig. Als die er niet komen (nee, ze verdwijnen zelfs) moeten de stokouden in landelijk gebied eerder naar verzorgingshuizen en gaan ze de samenleving meer kosten, aldus de onderzoekers.

Maar winkels? Zoals we ze hebben gekend, klein, met een toonbank, praatje maken, poffen, achterom na sluitingstijd, zo komen ze nooit meer terug.

Voorspelling: op wielen wel. Helemaal verdwenen is de winkel op wielen niet, er zouden er nog zo'n 200 rondrijden, maar ik voorspel een stoet van nieuwe. Vindingrijke zelfstandige kruideniers, maar ook verse soepkokers, poeliers en groenteboeren. De eerste rijdende afhaalchinees laat niet lang meer op zich wachten. Zuid Beveland kijkt verlangend naar hem uit.

Onderzoeksbureau, maakt u zich maar geen zorgen. Want weet u, ook de stokouden van de nabije toekomst zitten op het internet en vragen de nieuwe mannen van de SRV vanavond nog of ze morgen voor zeven mensen verse mosselen mee willen brengen want er komt visite. (WOUTER KLOOTWIJK)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden