PlusAchtergrond

RIH Sport viert 100-jarig jubileum: blijvende liefde voor de stalen racefiets

De werkplaats op de Westerstraat, begin jaren zestig. Beeld RIH archief
De werkplaats op de Westerstraat, begin jaren zestig.Beeld RIH archief

In een loods in Amsterdam-Noord bouwt RIH nog steeds racefietsen van staal. Al honderd jaar is het merk een begrip en kampioenen waren er kind aan huis. ‘Het is bijna kunst.’

De regen weerhoudt Ab Winsemius (51) van RIH Sport er niet van om op de fiets te springen. Immers: “Op vrijdagen lunchen we altijd met broodjes Hemaworst.”

Traditie is het legendarische Amsterdamse fietsenmerk, gevestigd in een bedrijfsverzamelloods in Amsterdam-Noord, niet vreemd. Tegen de stroom in bouwen ze nog steeds louter racefietsen van staal. En dit jaar is het eeuwfeest. Dat wordt op 12 september onderstreept met de tweede editie van de Ronde van de Westerstraat, de straatrace tussen buurten die twee jaar geleden nieuw leven is ingeblazen door RIH Sport.

Het verhaal begon honderd jaar geleden met de broers Willem en Joop Bustraan. Deze pijpfitters bij de Westergas­fabriek bouwden in hun vrije uren op een zolderkamer in de Tollensstraat licht­gewicht stalen racefietsen. Die bleken zo gewild dat ze in 1921 een zaak oprichtten: RIH. Ze openden een fietsenwinkel in de Eerste Boomdwarsstraat. De latere winkel annex werkplaats aan de Westerstraat zou uitgroeien tot een pleisterplaats voor Amsterdamse wielerkampioenen, van paardenslager Jan Hijzelendoorn tot stratenmaker Gerrie Knetemann.

Fietsen bouwen was in de Westerstraat echt een ambacht. De makers doken niet voor niets op in de reclamereeks ‘Vakmanschap is meesterschap’ van bierbrouwer Grolsch: ‘Een professionele velo moet maatwerk zijn, dat renner en racefiets tot volmaakte twee-eenheid smeedt.’

En de velo moest van staal zijn, vanzelfsprekend. Aluminium, of later carbon, was taboe. Uit pure liefde voor staal, en deels bij gebrek aan kapitaal voor nieuwe productielijnen. “Voor carbonframes heb je kunststofmallen nodig, in vijf verschillende standaardmaten,” zegt framebouwer Dries Baron (48). “Dergelijke investeringen konden ze als familiezaak nooit terug­verdienen.”

Machines

In 1961 ging RIH in zee met de Groningse rijwielfabriek Fongers. Volgens Wim Bustraan waren de in Groningen in serie gemaakte exemplaren niet slechter dan de handgemaakte fietsen uit de Westerstraat. Ze hadden daar eenvoudigweg de grote machines hij niet kon betalen.

Toch gaven veel profrenners de voorkeur aan een RIH-fiets boven de merkfiets van hun ploegsponsor. “Iedereen weet dat onze fietsen worden overgespoten in dienst van de commercie,” verzuchtte ­Bustraan ooit in Het Parool. “Als Pietje Puk in dienst van bijvoorbeeld Peugeot, Flandria of Gazelle per se op een RIH wil rijden omdat hij dat een veel betere fiets vindt, dan is het een koud kunstje om zo’n fiets even van de gewenste kleur en etiket te voorzien.” Hij kon er niets tegen doen, wilde de bevriende wielrenners niet in problemen brengen. Maar in 1971 was de maat vol, na de wereldtitel van Leijn Loevesijn op een door Raleigh omgekatte RIH. De Amsterdamse familiezaak spande een rechtszaak aan tegen de grote Britse fietsenreus, en won die.

null Beeld Bonnita Postma
Beeld Bonnita Postma

Ondanks de 25.000 gulden smartengeld was Bustraan het geploeter zat. De overname in 1973 door de legendarische framebouwer Wim van der Kaaij voelde als een bevrijding. Eindelijk kon hij weer gaan vissen. De merkrechten werden verkocht aan RIH-Cové in Venlo. Van der Kaaij mocht op persoonlijke titel jaarlijks 250 RIH-racefietsen blijven maken, als dank voor verleende diensten aan het merk. Een uitzonderlijk hoog productieaantal, dat hij als eenmanszaak nooit heeft gehaald. De clausule werkte wel verlammend op mogelijke overnames.

In 2012 sloot RIH de deuren. Van der Kaaij (toen 76) kon geen opvolger vinden. Maar een jaar later was er toch een doorstart in Noord, dankzij een investeerder en enkele liefhebbers.

De historie heeft nog altijd een plek in de werkplaats van RIH Sport. Aan parafernalia geen gebrek. Het meeste komt uit de inboedel van de Westerstraat, de rest is in bruikleen of geschonken. Aan de muur prijken foto’s van wielerkampioenen, oude reclameborden, zelfs een paar koersschoenen.

Op de vergader- annex lunchtafel liggen nog meer foto’s, kleurstalen en een naslagwerk met alle framenummers van in de Jordaan handgemaakte RIH-fietsen. “Met bouwjaarinschatting én vrijwel alle namen van de eerste eigenaren,” zegt Ab Winsemius. Een knap staaltje monnikenwerk van een Amerikaanse fan.

Verzameling

Oude exemplaren zijn gewild. De magie, of hype, rondom het merk zorgt voor waanzinnige vraagprijzen. De grootste RIH-verzamelaar is Lars van der Moolen. Hij woont in Den Haag, maar droomt van een museum in de Westerstraat. Zijn collectie telt inmiddels 130 RIH’s, met louter Amsterdamse exemplaren.

De verzameling in Noord is bescheidener, maar niet minder indrukwekkend. Tussen alle vintage exemplaren staat ook het eerste exemplaar van de jubileum­editie: een fraai blauw stalen racemonster, met eigentijdse oversized buizen, gemaakt door Baron. “Het staal is harder dan vroeger, waardoor de wanden dunner kunnen zijn,” zegt hij. “Daardoor kunnen we ook dikkere buizen gebruiken, voor het verkrijgen van een stijver frame.”

De RIH-jubileum­fiets van Dries Baron.  Beeld Bonnita Postma
De RIH-jubileum­fiets van Dries Baron.Beeld Bonnita Postma

“Oké, we halen niet helemaal de lichtheid van carbon,” zegt Ab Winsemius. “Maar ja, de gemiddelde wielrenner zit ook niet op het gewichtsniveau van een profrenner. Die heeft er niets aan dat een fiets een kilo lichter wordt. De gewichtsnorm van de internationale wielerbond voor wedstrijden is 6,8 kilo minimaal. Wij zitten daar een fractie boven, niet meer dan een goed gevuld bidonnetje.”

Léon van Bon (49), ex-profrenner, wielerf­otograaf

“Mijn zilveren medaille op de puntenkoers tijdens de Olympische Spelen in 1992 reed ik op een RIH. Dan heb je natuurlijk een band voor het leven. Als ik die fiets nu bekijk, vind ik het onbegrijpelijk dat ik daarmee op de baan in Barcelona reed.

Het is een van de drie fietsen die ik uit mijn carrière heb meegenomen. Een daarvan is toeval, een is mijn laatste fiets bij Rabobank, en de andere is dus de RIH. Al zitten niet alle originele onderdelen er meer op. Die heb ik vast voor andere racefietsen gebruikt. Bij een fiets van RIH weet je zeker dat die met passie is gemaakt.

RIH was lange tijd echt toonaangevend als merk. Ontelbaar veel kampioenen reden een RIH. Op een gegeven moment misten ze de boot toen alle fietsen naar carbon gingen. Wie wil er nou een plastic fiets, moet de gedachte zijn geweest.

Tegenwoordig koop je een racefiets zoals die in de winkel staat. Bij RIH, met de stalen frames, werd de fiets voor jou persoonlijk gemaakt. Elk onderdeel werd gelast, over elk stapje dachten de bouwers na. Welke hoeken maak je? Welke materialen gebruik je? Het moest allemaal kloppen.

De oude fietsen van RIH zijn nog steeds mooi om te zien. Ik fotografeer ze graag.”

André Stuyfersant. Beeld Bonnita Postma
André Stuyfersant.Beeld Bonnita Postma

André Stuyfersant (73), gepensioneerd

“Vroeger had je zeker vier of vijf echte framebouwers in Amsterdam. Vakmensen die hun ambacht uitoefenden. Dat hoorde echt bij de stad. Jammer dat ze verdwenen door de jaren heen. RIH is pure cult, een deel van de Amsterdamse wielergeschiedenis. Fietsen van RIH zijn pure vakmanschap en wat mij betreft historisch erfgoed.

Zelf heb ik een uniek exemplaar uit 1928 op zolder staan, nog gemaakt op de Eerste Boomdwarsstraat. Verkregen uit een erfenis. Die wordt als heel bijzonder gezien omdat de fiets nog in dezelfde staat is als het jaar van uitgave. De fiets is stoffig en oud en om die reden durf ik er niet op te rijden. Toch te bang dat iets stuk gaat. Ik heb al tegen mijn vrouw gezegd dat als ik op een dag niet meer wakker word, ze die fiets echt niet bij het grofvuil moet zetten. Daar heeft ze een handje van.

Een verzamelaar heeft op zijn knieën voor mij gezeten voor die fiets, ik heb er overigens meerdere. Hij viel in katzwijm, maar die fiets houd ik zelf.

Het is bijna kunst, die stalen fietsen van RIH. Zo worden ze niet meer gemaakt. Tegenwoordig is alles van plastic. De fietsen moeten licht en strak zijn, er komt geen handwerk meer aan te pas. Ik vind dat niet mooi. Doe mij maar de primitieve framebouwer.”

Roxane Knetemann (34), ex-profrenner, wielercommentator

“RIH en de familie Knetemann hebben een bijzondere band met elkaar. Mijn vader Gerrie en moeder Gré hebben elkaar ontmoet bij RIH in de Westerstraat, dat moet eind jaren zestig geweest zijn.

Niet iedereen weet dat mijn moeder ook heel aardig kon fietsen. Ze zocht voor haar baanfiets een set wielen, bij RIH tipten ze mijn vader en die gaf de wielen in bruikleen. Als slagersdochter gaf ze hem vervolgens een worst mee. Op het etiket stond het adres en zodoende begon mijn vader met het schrijven van kaartjes. Na meerdere pogingen was het raak. De liefde begon bij RIH.

Bij mijn moeder staan beide fietsen nog, zowel die van haar als die van mijn vader, die in 2004 is overleden. Ze gooit bijna nooit iets zomaar weg.

In mijn opvoeding werd mij duidelijk gemaakt dat er geen betere fietsen waren dan die van RIH. Mijn vader zwoor erbij. Hij kocht altijd fietsen bij RIH en liet ze vervolgens stiekem overspuiten in de kleuren van zijn ploeg.

Soms was hij een beetje neurotisch als het over zijn eigen materiaal ging. Maar in de jaren zeventig deden ze lang met een fiets, tegenwoordig heeft een prof de beschikking over meerdere exemplaren per seizoen.

Op de RIH-fiets van mijn vader, gebouwd eind jaren zestig, reed ik mijn eerste baanwedstrijden. Ik werd er zelfs een paar keer Nederlands kampioen op. Het zadel stond in de laagste stand en de kortste stuurpen was gemonteerd, zo kon ik net overal bij.”

Michael den Toom Beeld Bonnita Postma
Michael den ToomBeeld Bonnita Postma

Michael den Toom (23), coureur MB2 Fixed Gear Racing

“Vooropgesteld: ik heb een oude geest, sleutel graag aan fietsen en houd van oude materialen. Fietsen van RIH zijn echt heel vet. Het is een fiets voor je leven. Het frame wordt gebouwd zoals jij graag wil. Je krijgt de onderdelen die je wilt, de kleur die je wilt. Eigenlijk bouwen ze je nieuwe beste vriend. De fiets is een verlengde van jezelf. Bij een carbon kijk je of een fiets bij je past, bij een stalen frame van RIH wordt de fiets passend gemaakt. Op mijn eigen RIH-fiets rijdt niemand zo lekker als ik.

Ik zit bij MB2 Fixed Gear Racing, een fietsploeg van drie mannen die wedstrijden in de NL Crit Series rijdt. Dat gebeurt op fixies, dat wil zeggen zonder remmen en versnellingen. Zo weinig mogelijk poes­pas op de fiets dus. Clean en basic. RIH sponsort ons, maar ook zonder die steun hadden we deze fietsen gekozen.

Carbonfietsen zijn veel kwetsbaarder. Als je valt, zit er al gauw een scheur in het frame. Ik ben twee weken geleden onderuitgegaan met mijn fiets van RIH. Er was amper schade te vinden, alleen bij mezelf dan: ik had mijn sleutelbeen gebroken.”

Het logo van RIH. Beeld Bonnita Postma
Het logo van RIH.Beeld Bonnita Postma

Een hengst van Karl May

De naam RIH staat niet voor Rijwiel Industrie Holland, zoals vaak wordt gedacht. Of Rotzooi In Huis, zoals de broers Bustraan vaak onderling voor de gein bezigden. RIH verwijst naar de gitzwarte Arabische hengst van de romanfiguur Kara ben Nemsi uit de boeken van Karl May. “Die naam had mijn vader Willem bedacht,” verklapte zoon Wim Bustraan in 1969 aan dagblad De Tijd. “Als het woord ‘rih’ in het oor van dat paard werd gefluisterd, dan ging het paard er als een orkaan vandoor.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden