Vlnr: Richard Janssen, Geert de Groot, Robin Berlijn en Henk Jonkers, eind jaren tachtig in New York.

Plus Interview

Reünie Fatal Flowers: ‘Ze vonden ons uitslovers omdat we repeteerden’

Vlnr: Richard Janssen, Geert de Groot, Robin Berlijn en Henk Jonkers, eind jaren tachtig in New York. Beeld Michel Schoots

Na bijna dertig jaar is de Amsterdamse gitaarband The Fatal Flowers weer samen. Donderdag begint hun Nederlandse tournee, op Dauwpop.

Richard Janssen laat er geen misverstand over bestaan: “Dit is een reünie hè, geen comeback.” Nog één keer doen ze een rondje Nederland, daarna is het afgelopen, voorgoed. Veertien optredens staan op het programma. 

Dat in Paradiso op 27 juni was zo snel uitverkocht dat er een tweede, de dag erna, aan werd toegevoegd, maar ook in de rest van het land loopt de kaartverkoop uitstekend.

The Fatal Flowers zijn na al die jaren blijkbaar allerminst vergeten. Janssen (58), zanger en gitarist van de band, is er aangenaam door verrast. “Ik heb er veel over nagedacht hoe dat kan. In de zes jaar dat we bestonden hebben we echt heel veel opgetreden, elke maand een keer of vijftien. Dat moet indruk hebben gemaakt op al die vijftigers die ons nu nog een keer willen zien. Toen waren ze jong. Ze werden voor het eerst dronken, hadden misschien ook voor het eerst een meisje. Die band die toen speelde in het plaatselijke jeugdcentrum zijn ze nooit vergeten, zoiets zal het zijn.”

Amsterdamse Gitaarmaffia

In de periode 1984-1990 waren Richard Janssen en drummer Henk Jonkers de enige twee permanente leden van de Fatal Flowers. Bassist Geert de Groot en gitarist Robin ­Berlijn, die de reüniebezetting completeren, kwamen in respectievelijk 1987 en 1988 bij de groep. 

Op foto’s van vroeger lijkt Berlijn een kind, wat hij in feite ook nog was: hij was pas 17 jaar oud toen hij zich bij The Fatal ­Flowers voegde.

“Pas veel later besefte ik dat dat nogal indrukwekkend voor hem moet zijn geweest,” zegt Janssen. “Toen stonden we daar niet bij stil. Robin was als de nieuwe speler in een voetbalteam, tegen wie niet meer wordt gezegd dan ‘dit is de bal en daar sta je’. Wij waren niet van die praters. Het was ook lang voor de tijd van de mindfulness en de goede gesprekken.”

Amsterdam was best een donkere plek in 1984. New ­wave, kraken, doemdenken. Ineens waren daar The ­Fatal Flowers, die geen synthesizermuziek maakten, maar gitaarrock, met ook nog eens volop verwijzingen naar de jaren zestig en zeventig. 

Daar stonden ze niet alleen in. Met bevriende bands als Claw Boys Claw, Plastic Dolls, L’Attentat en Blue Murder maakten ze deel uit van wat de Amsterdamse Gitaarschool of Gitaarmaffia werd genoemd. “Wat ons bond was vooral dat we enorme muziekliefhebbers waren. Bijna alle jongens en meisjes van die groepen kende ik al van gezicht: ze bezochten dezelfde concerten in Paradiso als ik.”

Gelegenheden om op te treden waren er voor de bands van de Amsterdamse Gitaarschool genoeg in de stad. “Op dinsdag kon je spelen in het café van het Shaffy Theater, op woensdag in het zaaltje achter Café Weltschmerz, op donderdag in Café De Pieter. In het weekend hingen we in Paradiso, waar we met een beetje geluk een voorprogramma konden doen. Alleen op maandag was er niets.”

Mooie tijden, vindt Janssen achteraf. “We waren echt een scene. Als The Fatal Flowers optraden in De Pieter, stonden er vijf andere bands te kijken.”

Rechterhand van Bowie

The Fatal Flowers was de ambitieuste band van het stel. In hun beginjaren repeteerden de bandleden vijf dagen per week in een eigen oefenruimte in een kraakpand in de binnenstad. “Anderen vonden dat onzin, dat zou de spontaniteit uit de muziek halen. Wij voelden ons, juist doordat we zo goed op elkaar waren ingespeeld, heel vrij op het podium. Er konden lichtbakken naar beneden donderen, versterkers uitvallen, wij konden alles aan. En als ik in een song ineens een andere richting insloeg, gingen de anderen daarin moeiteloos met me mee.”

Hard werken lag niet zo goed in de jaren tachtig. “Ik zag er geen enkel moreel dilemma in om zo goed mogelijk te willen worden in wat je deed, maar dat werd als uitsloverig gezien. Alles altijd maar downgraden hoorde er ook bij in die tijd. 

Dan zei iemand, een beetje cynisch ‘Nou, nou, jullie gaan wel hard, hè?’. Ik lulde dan gewoon wat mee, maar dacht stiekem: als van twee bands de ene maar één dag in de week repeteert en de andere vijf, welke denk je dan dat de grootste kans heeft ergens te komen? Rocket science was het niet.”

Drie albums en een mini-elpee namen The Fatal Flowers op, alle met bekende en gelauwerde buitenlandse pro­ducers. Ze werkten met de Amerikaan Craig Leon (eerder betrokken bij onder meer de Ramones en Blondie), de Brit Vic Maile (Dr. Feelgood, Motörhead) en twee maal zelfs met Mick Ronson, die als gitarist in de jaren zeventig de muzikale rechterhand van David Bowie was geweest en ook met Bob Dylan had getourd.

“We hadden zijn adres in Londen achterhaald en stuurden hem een brief met een cassettebandje van onze ­muziek. Kregen we een brief terug: ‘Als jullie een keer in Londen spelen, moet je het maar laten weten.’ We speelden nooit in Londen, maar wisten er twee optredentjes te regelen. Een hotel konden we niet betalen, dus we lagen in slaapzakken boven op de flightcases in ons busje. Maar bij een van die optredens kwam wel mooi Mick Ronson binnengewandeld.”

Dat een grootheid als hij een Amsterdamse band produceerde, was indertijd al bijzonder, maar is na al die jaren bijna niet meer voor te stellen. “Hij was ontzettend aardig en heel down to earth. Toen hij voor ons naar Amsterdam kwam, zat hij in een appartementje boven Weltschmerz. Bij repetities speelde hij gewoon met ons mee. Geweldige gitarist, met een heel eigen toon. Over Bowie had hij het alleen als wij hem er specifiek naar vroegen.”

Mooie wapenfeiten

Behalve de samenwerkingen met die buitenlandse producers bevat de geschiedenis van The Fatal Flowers meer mooie wapenfeiten. Kleine greep: een Zilveren Harp, twee Edisons, een lovende recensie in het Amerikaanse ­tijdschrift Rolling Stone, een optreden in het Duitse tv-programma Rockpalast.

Toch overheerst achteraf het gevoel dat er meer in had gezeten. Hoe kan het bijvoorbeeld dat de groep nooit een echte hit had? Alleen het melancholieke nummer Younger days haalde de Top 40, maar het kwam in 1987 niet verder dan de 36ste plaats.

The Fatal Flowers nu vlnr: Geert de Groot, Henk Jonkers, Robin Berlijn en Richard Janssen. Beeld Robert Muda van Hamel

“Daarna zijn we nooit meer gedraaid op de radio. Van de televisie moesten we het ook niet hebben. Onlangs zaten we in De Wereld Draait Door – hiermee bereikten we in één keer meer tv-kijkers dan in ons hele bestaan. Toen we onze platenmaatschappij in de jaren tachtig, de hoogtijdagen van MTV, voorstelden een videoclip op te nemen, ­werden we gewoon uitgelachen.”

“In onze tijd werd popmuziek van eigen bodem nauwelijks serieus genomen. Uit Amerika en Engeland kwamen ‘bands’, kwam je uit Nederland, dan hadden ze het over een ‘bandje’. Op festivals had je twee podia: een groot podium voor de buitenlandse groepen en een soort paralym­picspodium voor de Nederlanders. Als er eens een ­Nederlandse band op dat grote podium stond, was dat ­alleen als de openingsact. Nu is alles heel anders. Ik troost me met de gedachte dat wij daar een aanzet toe hebben ­gegeven.”

Drummer Henk Jonkers, bassist Geert de Groot en gi­tarist Robin Berlijn zijn na The Fatal Flowers altijd in de popmuziek actief gebleven. Richard Janssen stapte over naar de wereld van het theater. 

In Berlijn, dat hij als woonplaats afwisselt met Amsterdam, verzorgt hij het geluidsontwerp voor toneelvoorstellingen. Ook mooi, vindt hij. “Maar, zoals ik vaak zeg: het theater voelt meer als een pleeggezin, terwijl een band familie is.”

Net als vroeger zijn The Fatal Flowers vlak voor hun reünietournee veel aan het repeteren. 

“Ik heb al twintig jaar niet meer op een podium gestaan. In Berlijn heb ik niet eens een elektrische gitaar. Ik moest er weer even ­inkomen, maar het gaat lekker. De anderen hoefden hun instrumenten niet uit de mottenballen te halen. Die zijn gewoon altijd doorgegaan en dat hoor je. Bovendien doet J.B. Meyers mee op toetsen, waarmee we een van de beste muzikanten van Nederland in huis hebben. Ja, het is echt een goed bandje.”

Lachend: “O shit, nu doe ik het zelf ook. Het is zeker geen bandje, het is een band.”

Zie voor tourdata: www.thefatalflowers.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden