PlusExclusief

René Froger: ‘Als ik nep was, had het publiek er allang doorheen geprikt’

René Froger: ‘Een volkszanger ben ik niet, maar ik weet hoe het moet.' Beeld Martin Dijkstra
René Froger: ‘Een volkszanger ben ik niet, maar ik weet hoe het moet.'Beeld Martin Dijkstra

Een volkszanger als zijn vader werd hij niet, maar René Froger blijft een Amsterdamse stem. Straks schalt die door het Olympisch Stadion. ‘Als jongetje van twaalf stond ik daar al.’

Robert Vuijsje

Op het landgoed achter zijn huis in Blaricum staat, naast de tennisbaan en het zwembad, onder een afdakje een langwerpige tafel waar je makkelijk met tien mensen aan kunt zitten. René Froger zit aan die tafel en zegt: “Dit is waar ik het gelukkigste ben. Het is heerlijk om een hit te hebben, of in een volle Arena op te treden, maar aan deze tafel zitten, met al mijn kinderen: dat is het mooiste wat er bestaat.”

Een paar minuten eerder sprak hij over het begin van zijn carrière, toen René Froger nog de zoon was van Bolle Jan. Als zanger had Jan Froger een paar hitjes, nu ongeveer vijftig jaar geleden. “In die tijd was hij een zeer bekend figuur. Eerst was ik echt zijn zoon, die ook wilde zingen. Als ik in Amsterdam in het café een bonnetje liet maken, stond daarop: de zoon van Bolle Jan. Later werd hij de vader van René Froger.”

Was het moeilijk om zo te beginnen?

“Zelf keken wij er niet zo naar, we voelden geen concurrentie. Ik wilde gewoon zingen en deed dat in een andere stijl dan hij. Mijn vader zong smartlappen, het levenslied. Ik ben zanger, ik zing alles.”

Is het nu moeilijk voor je kinderen? Drie zoons zijn gaan zingen. De kans dat ze hun vader overtreffen is niet groot.

“Danny zingt al langer. Didier is ook begonnen, hij is gaan rappen. En Maxim heeft net zijn eerste single uitgebracht. Ik hoop voor ze dat ze me overtreffen, alleen zijn de tijden zo anders, er is zoveel meer aanbod dan toen ik begon. In mijn tijd had je Het Parool, De Telegraaf, Panorama en Nederland 1, 2 en 3. Als je daar met je hoofd te zien was, wist je dat het een publiek zou bereiken.”

“Ik verkocht 600.000 of 700.000 cd’s per jaar. Dat bestaat niet meer. In 1994 en 1995 verkocht ik 565.000 kaarten voor concerten. Twee keer De Kuip, tien keer Ahoy en nog een tournee van zalen met minstens 5000 plaatsen. Het is geen wedstrijd, dat weten we van elkaar.”

Froger neemt nog een slok uit zijn blikje 7up free. “Mijn kinderen zijn muzikaal, dat hebben ze meegekregen. Het belangrijkste is dat ze gelukkig zijn en dat meet je niet af aan succes. Bij mij kwam het succes ook niet meteen hè, dat heeft jaren geduurd. Ik had bagage, zat al tien jaar in het vak. Het was niet zo dat ik van school af kwam en direct een hit scoorde.”

De vader van René Froger kwam uit de Jordaan, zijn moeder uit de Staatsliedenbuurt. “Ik groeide op in de Tweede Anjeliersdwarsstraat, later bij het Frederik Hendrikplantsoen, randje Jordaan. Thuis stond altijd muziek op. Altijd. Mijn ouders hadden een café in de Staatsliedenbuurt, Bolle Jan. Eerst had ik geen ambitie om bekend te worden, ik vond het gewoon leuk om te zingen.”

Wat wilde je worden?

“Ik voetbalde altijd, dat was het gewoon. Bij DWS, ook wel in selectieteams. Tot ik het niet meer kon combineren met ’s avonds optreden en in het café staan. Om 10 uur ’s ochtends op de club melden om een biefstuk te eten voor de wedstrijd, dat lukte niet meer. Het werd de muziek, die keuze moest ik maken.”

Hoe begint zo’n carrière?

“Ik was vijftien of zestien en haalde glazen op in het café, na een jaartje pakte ik per ongeluk een keer de microfoon, mensen vonden het leuk. Ik kende 2000 liedjes, al snel stond ik hele avonden te blèren in dat café.”

“Hoe gaat dat verder: je wordt gevraagd om ergens te komen zingen, het begint met een verjaardag, voor een cola en een Mars. Het voelde als natuurlijk, ik deed het voor m’n plezier. Als ik geen zanger was geworden, had ik nu een grote kroeg gehad in Amsterdam. Dat was ook prima geweest.”

Waarom verhuisde Café Bolle Jan naar de buurt van het Rembrandtplein?

“In de Staatsliedenbuurt kwamen veel buitenlanders wonen, die hadden niets met een Hollandse kroeg en hielden niet van Hollandse muziek. Uit Suriname, Turkije, Marokko, ze kwamen overal vandaan. In de Staatsliedenbuurt hadden we alleen in het weekend veel klanten, dan kwamen ze speciaal naar ons toe. Alleen kun je niet draaien op een omzet van twee dagen per week. Mijn vader kreeg de kans om een café over te nemen in de Korte Reguliersdwarsstraat, daar kwamen de hele week mensen - het was bij het Rembrandtplein, een uitgaansbuurt.”

Hoe oud was jij toen?

“Ik denk dat het café verhuisde rond 1981, ik was begin twintig. Klanten kwamen voor mijn vader en ze begonnen ook voor mij te komen. Ik ben gebleven tot mijn 27ste, toen had ik zoveel optredens dat ik het echt niet meer redde om in het café te blijven werken. Dat was wel een momentje, dat ik tegen mijn vader moest zeggen dat ik wegging. Ik heb wel een half jaar rondgelopen met een steen in mijn maag. Nu is mijn zusje Nancy de eigenaar van Bolle Jan, ik kom er nog steeds.”

Waarom werd je vader Bolle Jan genoemd?

“Wat is dit, een retorische vraag? Hij was dik, mijn vader had een buik. Ik geloof dat hij sinds zijn 23ste zo werd genoemd. In de Jordaan kreeg iedereen een bijnaam. Schele of rooie, dingen die je nu niet meer mag roepen. Manke Nelis, dat was ook een bijnaam.”

Hoe begon het succes?

“Met Love Leave Me, een voorloper van mijn latere hit Winter in America. Daarvoor had ik wel optredens, op het Rembrandtplein was ik wereldberoemd. Ik was al jaren bezig, alleen kwam er maar geen hit. Ik hield van alle soorten muziek. Frank Sinatra, Stevie Wonder, maar ook Johnny Jordaan en Willy Alberti. Het is allemaal een vorm van je weg vinden, een eigen stijl zoeken.”

Wat is je talent?

“Het begint met mijn stemgeluid, dat heb ik meegekregen. Wat ook belangrijk is: ik probeer alles zo muzikaal mogelijk te benaderen. De blazers en strijkers hoor ik meteen, de koortjes tot in de tweede, derde en zelfs vierde stem. Ik doe dit nu zo’n veertig jaar, dan hoor je meer dan de gemiddelde luisteraar. En ik geef alles, bij ieder optreden. Als ze René Froger willen, dan krijgen ze die ook.”

Waarom ging je in het Engels zingen?

“Dat deed ik vanaf het begin, ik voelde dat ik dat moest doen, ik kan niet uitleggen waarom. Ik lette op mijn uitspraak, die moest goed zijn, geen steenkolenengels. Later werkte ik met Engelsen die dachten dat ik uit Manchester kwam. Op mijn 12de haalde ik buiten school wat diploma’s voor de Engelse taal. Dat zijn mijn enige diploma’s, behalve een zwemdiploma en een van de horecavakschool.”

'Bij iedere muzieksoort voel ik me lekker.' Beeld Martin Dijkstra
'Bij iedere muzieksoort voel ik me lekker.'Beeld Martin Dijkstra

“Mijn eerste singles waren dubbeltalig. Van die ouderwetse plaatjes, op de ene kant stond het liedje in het Engels, op de andere in het Nederlands. Motown, daar was ik ook gek op. Just say hello, een van mijn eerste hits, dat is echt Motown.”

Wie schreef die liedjes?

“Marcel Schimscheimer en mijn manager John van Katwijk. Zelf was ik in die tijd nog niet zover. John kwam met liedjes, die waren elke keer raak. Ik nam wel zelfgeschreven liedjes mee naar de studio, maar als ik hoorde wat hij had geschreven, stopte ik het maar weer in mijn zak. John had echt een doel met mij, die kwam binnen met een groot boek waarin stond hoe mijn carrière er over vijf jaar uit moest zien.”

Voelt het niet persoonlijker als je zelf een liedje schrijft?

“Ik zorgde dat ik die liedjes van mezelf maakte. De muziek werd gespeeld zoals ik het wilde. Ik was bij het hele proces in de studio.”

John van Katwijk is niet meer je manager, toch?

“Na een paar jaar loopt het niet meer zo, er komen kleine irritaties en meningsverschillen. Hij ging ook schrijven voor andere artiesten. Na een paar jaar moet je vernieuwen, je moet bijtijds de etalage schilderen.”

Is het pijnlijk om uit elkaar te gaan?

“Natuurlijk. Maar je krijgt nieuwe inzichten, het kon niet anders.”

Ben je een volkszanger?

“Nee. Een volkszanger zingt volkse muziek. Ik weet hoe dat moet, maar ik beheers ook andere stijlen. Bij iedere muzieksoort voel ik me lekker. Power ballads, chansons, kleine liefdesliedjes.”

In november, vlak voor het WK voetbal begint, zal voor het eerst sinds 2019 weer een concertreeks plaatsvinden van De Toppers, het door Froger opgezette ‘Meezingfeest van het jaar’. “Het begon in 2004. Ik had vier soloconcerten in De Arena. Gerard Joling kende ik al heel lang, sinds 1982, Gordon was later opgekomen. Die twee hadden bonje met elkaar. Ik was fan van de Rat Pack, die Amerikaanse groep zangers met Frank Sinatra, Dean Martin en Sammy Davis jr. Samen zingen en met elkaar geinen op het podium.”

“Zoiets wilde ik ook. In die shows wilde ik dat we elkaars liedjes gingen zingen, gelukkig heb ik genoeg hits. Ik vroeg Gerard en Gordon en allebei zeiden ze: als híj meedoet, ben ik weg. Uiteindelijk deden ze mee, in die tijd was dat een groot moment. Zoiets als: alleen met echte boter krijg je ze weer aan tafel. Die show was zo goed en leuk, we wilden het vaker doen. Een jaar later begonnen we met De Toppers, we moesten alleen nog een locatie vinden. Ahoy was teveel Rotterdam, Carré was te klein, we kwamen uit op De Arena.”

Waarom noemden jullie het De Toppers?

“Mijn zakenpartner Benno de Leeuw kwam met die naam.”

Was die naam ironisch bedoeld?

“Nee. Of ja. Tongue in cheek. Misschien was het wel ironisch, ja. Het was ook niet eerder vertoond, drie artiesten van naam die zo’n grote show neerzetten. Het zou één avond worden, dat werden er drie. Met die drie dagen en 65.000 mensen per avond is het gewoon een festival geworden.”

Waarom ben jij het enige lid dat er altijd bij is gebleven?

“Ik ben de eigenaar hè, het is hier aan de keukentafel bedacht.”

Waarom werd er onderling zoveel ruzie gemaakt?

“Dat moet je aan Gerard en Gordon vragen, daar heb ik me nooit in verdiept.”

Had je in het buitenland willen doorbreken?

“In het begin wel. Later hebben we een poging gedaan. In Nederland ging het zo hard – Carré, Ahoy, weet ik veel wat, overal uitverkochte zalen. In België is het dan wel gelukt. In Duitsland heb ik veel opgetreden, alleen moest je daar een week heen voor één tv-show. Het was het niet waard. Als ik geen jonge kinderen had, of een huwelijk, was ik er misschien meer voor gegaan.”

Zie je bij collega’s om je heen veel lange huwelijken?

“Mijn vader en moeder waren 49 jaar bij elkaar. En verder? Je overvalt me. Leen, Lee Towers, is al jaren met zijn vrouw. Een ander voorbeeld kan ik zo snel niet bedenken. Het is een hectisch bestaan.”

Wat is het geheim van een lang huwelijk?

“Natas en ik zijn dertig jaar getrouwd. Je moet elkaars beste vriend blijven en dat zijn wij. En je moet de mazzel hebben dat je dezelfde interesses deelt. Wij houden van reizen, zijn sportief en gek op voetbal. We kunnen met z’n tweeën op een bankje zitten, naar de Westertoren kijken en tegen elkaar zeggen: Amsterdam is de mooiste stad van de wereld.”

Waarom heb je de stad verlaten?

“Ik ging bij Natasja wonen in Amstelveen, op een flatje van 25 vierkante meter. Mijn pakken, de spullen voor mijn optredens: het paste niet in dat huisje. Haar ouders wonen hier in Blaricum om de hoek en haar moeder zei dat vlakbij een huis te koop stond.

“De omgeving is prachtig en binnen vijf liedjes op de radio zit ik in Amsterdam, ik doe er achttien minuten over. Ik ben er ook drie of vier keer per week. Als je van Amsterdam-Oost naar West wil rijden doe je er zo een half uur over. Als je in de stad woont, ga je naar buiten om de rust te zoeken. Wij hebben dat omgedraaid. Willen we drukte, dan kunnen we dat opzoeken.”

Heb je pas succes als je in een villa in ’t Gooi woont?

“Daar ben ik totaal niet mee bezig. Ik kom uit een heel modaal gezin met ouders die keihard werkten, zelf doe ik dat ook nog steeds.”

Als je schoonouders hier om de hoek wonen, komt je vrouw niet uit een modaal gezin. Gaat dat goed samen?

“Daar hebben we nooit een probleem mee gehad. Blijf gewoon jezelf en het komt altijd goed. Ik blijf altijd mezelf, als ik nep was, had het publiek er allang doorheen geprikt. Ik ben zakelijk wel goed ingericht, ik hou van ondernemen, ben altijd bezig met nieuwe ideeën.”

Is het raar om als Amsterdamse zanger niet in Amsterdam te wonen?

“Ik heb twee erepenningen van de stad, hè? Al die mensen die zijn verhuisd naar Hoorn, Lelystad of Almere: dat blijven toch ook Amsterdammers?”

Is een Amsterdammer niet: een inwoner van Amsterdam?

“Mijn hele familie komt ervandaan, alles wat ik heb. Ik ben er opgegroeid, in Amsterdam ben ik gevormd. Zet mij blind neer op een gracht en ik vertel je welke het is.”

'Vroeger werd ik elke vrijdag wakker met de gedachte: op welke plek sta ik in de Top 40?' Beeld Martin Dijkstra
'Vroeger werd ik elke vrijdag wakker met de gedachte: op welke plek sta ik in de Top 40?'Beeld Martin Dijkstra

De concerten die René Froger op 5 augustus in het Olympisch stadion geeft, als onderdeel van De Amsterdamse Zomer, hebben een speciale betekenis. Door de locatie. “Ik heb lang bij DWS gevoetbald, later speelde die club betaald voetbal onder de naam FC Amsterdam. In het Olympisch stadion. Nico Jansen liep daar in de spits, hij was getrouwd met de dochter van de oudste zus van mijn moeder. De held van de familie. Als jongetje van twaalf stond ik al in dat stadion.”

Wanneer besloot je te stoppen met je haar te verven?

“Vanaf mijn 35ste was ik al half wit. Ik werd het zat om iedere twee, drie weken naar de kapper te moeten voor een pot verf. Nu ben ik 61, ik ben blij dat ik nog haar héb.”

Was het een moeilijke beslissing?

“Het ging niet meer. Als ik niet op tijd verfde, stond ik op een foto met halve uitgroei. Ik vind dat je trouw moet blijven aan je leeftijd. Het zou raar zijn als je 61 bent en pikzwart haar hebt. Al zijn er genoeg die wel blijven verven. Mijn vader bleef er ook mee doorgaan, ik zei al tegen hem: pap, dat moet je niet meer doen, hoor.”

Hoe was het om 60 te worden?

“Ik heb met geen enkele leeftijd problemen gehad. Dertig, vijfendertig: dat vond ik het lekkerste, denk ik. Je begint het leven een beetje te begrijpen en je kunt nog net meedoen met voetballen. Op de leeftijd die ik nu heb, krijg je last van dingen waarvan je altijd dacht: dat zal mij niet gebeuren. Ineens schiet het in je hamstring.”

“Het enige nadeel is dat sommige dingen nooit meer terugkomen. Zoveel wordt nu voor je bepaald, overal zijn regeltjes voor. Ik herinner me het Amsterdam van de jaren 60 en 70. Van de vorige eeuw, ja. In Amsterdam had je op iedere hoek van de straat wel een café waarin accordeon werd gespeeld en gezongen. Dat bestaat niet meer.”

Wordt het werk anders na zoveel jaar?

“Vroeger werd ik elke vrijdag wakker met de gedachte: op welke plek sta ik in de Top 40? Het was mijn bijbel. Dat gaat eraf. Ik maakte ook ieder jaar een nieuw album. Nu maak ik er een als ik er klaar voor ben. De naamsbekendheid heb ik toch wel.”

“Je gaat andere dingen doen, zoeken naar nieuwe uitdagingen, zoals De Toppers. Een groot deel van het jaar ben ik bezig met de planning daarvoor. En ik heb altijd veel naar buitenlandse artiesten gekeken. Hoe doen zij het? Het niveau is zoveel hoger. In Amerika staat op iedere hoek van de straat een René Froger. Of tenminste, een zanger die hetzelfde kan als René Froger.”

René Froger

5 november 1960, Amsterdam

1964-1972 Theo Thijssenschool, Amsterdam
1972-1974 Jacob van Lennep mavo, Amsterdam
1974-1976 Copernicus mavo, Hoorn
1976-1977 Horecavakschool, Amsterdam
1977-1978 Werken bij het restaurant van hotel Die Port van Cleve, Amsterdam
1978-1987 Café Bolle Jan
1987 Winter in America, doorbraakhit
1988 Alles kan een mens gelukkig maken 3 weken op 1
2005 start De Toppers
2009 Deelname Eurovisie Songfestival met De Toppers

René Froger woont in Blaricum met zijn vrouw Natasja.

Een jeugdfoto van René Froger (links).  Beeld
Een jeugdfoto van René Froger (links).

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden