PlusAchtergrond

Rellen voor meer views op social media: ‘Steek die Jumbo in de fik!’

null Beeld ANP
Beeld ANP

Bij de avondklokrellen van vorige week moedigden kijkers de relschoppers aan tijdens livestreams en deelden ze punten uit. Waar komt dat vandaan? ‘De logica van games wordt naar de straat gehaald.’

Het is zondagmiddag. Een jongen uit Eindhoven houdt al de hele dag in de gaten wat er wordt besproken op ­Snapchat, Instagram, Telegram en Facebook. Er worden ­snippers informatie gedeeld over waar en hoe laat ze vanavond gaan rellen, op de rondzwervende digitale flyers wordt opgeroepen vrienden mee te nemen, plus molotovcocktails en vuurwerk. Of anders eieren, ook goed.

Ze gaan next level; de rellen van de dag ervoor in Urk en Stein overtreffen. In de Telegramgroep ‘Eindhoven 040 – rellen en rwina!’ leest hij dat ze van plan zijn de Jumbo op het Centraal ­Station te plunderen. ‘Iedereen komen!’

Een poos later rent hij met een grote groep jongeren door de toegangspoortjes op het station naar de Jumbo. De ­ruiten worden ingegooid, de deur geforceerd, de winkel leeggehaald. De jongen pakt zijn telefoon en begint te ­filmen, hij zendt het live uit op zijn Instagrampagina met 9000 volgers. Zo’n 400 mensen kijken mee.

Zij zien hoe jongens op de toonbank klimmen, het interieur vernielen, de supermarkt in en uit lopen met allerlei producten onder de arm. Kijkers plaatsen reacties: ‘Pak een krat bier.’ ‘Steek die Jumbo in de fik.’ ‘Lekker, Sem.’ ‘Ga naar binnen.’ ‘Joris, Daniël, kom ook.’ Het voelt als kijken naar een videogame, waarin je het online personage – de relschopper – kunt sommeren ergens naar binnen te gaan of iets te slopen.

Hoe anders ging dat een paar decennia geleden. Neem de krakersrellen in 1980. Onder de leus ‘Geen woning, geen kroning’ veranderde het centrum van Amsterdam tijdens de troonopvolging en inhuldiging van koningin Beatrix in een slagveld. Ook in andere steden waren rellen en opstootjes. Alleen, het kostte weken om die actie voor te bereiden.

Elkaar opjutten

Tegenwoordig verspreidt het nieuws en de informatie over de rellen zich razendsnel en heeft het een veel groter bereik, zegt Jelle van Buuren, universitair docent veiligheidsstudies aan de Universiteit van Leiden. “Alles komt je telefoon binnen. Iemand in Amsterdam ziet live wat er in Den Bosch gebeurt, kan daar direct op reageren of zelf ook de straat op gaan om te rellen. Zo van: wat daar gebeurt, kan hier ook.”

Dat verklaart volgens hem waarom er vorige week op meer dan tien plekken tegelijk werd gereld. “Ze jutten ­elkaar op via sociale media, gaan elkaar nadoen. Toen dat er nog niet was, werd er net zo heftig gereld, maar toen waren het groepen die met elkaar in contact stonden – linkse studenten bijvoorbeeld – of onderdeel waren van een grote organisatie en een actiebeweging vormden. Dat is nu niet meer nodig.”

Een belangrijk verschil met vroeger is bovendien dat er nu stante pede filmpjes worden gedeeld via socialemediakanalen. Iedereen kan online zien wat er op dat moment gebeurt. Dat is heel belangrijk om de boel te mobiliseren, zegt Jacquelien van Stekelenburg, hoogleraar sociale verandering en conflict aan de VU, want bij dit soort spontane erupties draait het altijd om de vraag: gaat er wel echt iets gebeuren? “Je kunt via Instagram wel aankondigen dat er vanavond om 20.00 uur honderd mensen naar de Molukkenstraat gaan, maar er is altijd de angst dat er niemand komt opdagen en jij daar in je eentje staat. Bewijzen dat er écht iets gaat gebeuren, was vroeger een van de grootste uitdagingen bij demonstraties. Tegenwoordig kun je dat gewoon live laten zien. De onzekerheid over de opkomst wordt weggenomen.”

Wat de rellen een nieuwe dimensie geeft, is dat het dankzij de livestreams in sommige gevallen bijna aanvoelt als een videogame. Dat komt onder meer doordat je met een relschopper meekijkt vanuit het ‘first person’-perspectief, zoals in veel games. Het voelt alsof jíj die relschopper bent. Kijkers reageren daarnaast vaak in gamejargon op de livestream. Het gaat over uitdagingen, rewards en challenges, over een highscore, het hoogste level bereiken.

Niet vreemd, want mensen kijken graag naar de manier waarop andere mensen gamen. In 2018 werd op streamingkanaal Twitch in totaal 128 miljoen uur gekeken naar hoe gamers het ­populaire spel Fortnite speelden. Ook daar kunnen kijkers live commentaar geven.

Dat betekent niet dat die games geweld of rellen aanwakkeren. Wel illustreert het hoe elementen, motieven, symbolen en gedragingen die mensen tijdens videogames vertonen, ook in de ‘echte wereld’ worden waargenomen, zegt Beatrice de Graaf, hoogleraar veiligheid en terrorisme aan de Utrecht Universiteit. “Dat noemen we gamification. De logica van games wordt vanuit de virtual en alternative reality naar de straat gehaald.”

Christchurch

Hoewel gamification al langer een wijdverspreid verschijnsel is in ons dagelijks leven – kinderen die de juiste antwoorden geven op rekensommen gaan een level omhoog, wie vijf kilo afvalt krijgt een medaille – is het ook in opmars in de extremistische hoek. De terreurbeweging IS lokt nieuwe rekruten door beelden uit het spel Call of Duty te laten zien. Brenton Tarrant, de man die in Christchurch (Nieuw-Zeeland) twee moskeeën binnendrong en 51 mensen doodschoot, livestreamde alles via Facebook. Hij droeg een ­camera op zijn hoofd, om vanuit het ‘first person shooter’-perspectief te opereren, net zoals in een videogame.

Dat is natuurlijk van een andere orde dan de relatief ­onschuldige rellen in Nederland, maar het laat wel zien hoe de online gamingcultuur in de samenleving is doorgedrongen. ­Interessant is dat de norm hoe je te gedragen als relschopper daardoor niet meer enkel ontstaat uit de interactie met het publiek om je heen – andere relschoppers, tegendemonstranten, ­politie, passanten – maar ook met het thuispubliek dat ­online meekijkt. Ze kunnen je opzwepen, maar je ook op de vingers tikken als je te ver gaat. De mensen thuis oefenen dus, bewust of onbewust, invloed uit op de manier waarop relschoppers zich gedragen.

Het legt ook bloot hoe technologie en sociale media de ­ijdelheid van de mens faciliteren. Krakers in de jaren tachtig hadden er ongetwijfeld ook gebruik van gemaakt, als het er was. De Duitse filosoof Arthur Schopenhauer schreef dat wij voor onszelf de hoofdpersoon zijn in ons ­eigen drama en altijd figurant in dat van de ander. Door ­sociale media, en in het bijzonder de livestream, krijgen we een nieuwe kans om onze hoofdrol vorm te geven. We kunnen aan een publiek laten zien hoe we meedoen aan de rellen. Hier ben ik, kijk naar mij, zie wat ik doe.

Die drang naar erkenning is menselijk, wat misschien ook een opluchting kan zijn in deze tijden van digitalisering. De drang om gezien te worden is alleen maar sterker geworden tijdens de lockdown. Dat verklaart ­wellicht waarom zo weinig jongeren moeite deden hun ­gezicht te bedekken voor de camera, of via hun niet afgeschermde Instagramaccount een livestream uitzonden. Alsof het bewijs online moet staan om te laten zien dat het echt is gebeurd.

Erg opvallend is dat niet. De samenleving digitaliseert, en de rel digitaliseert mee. Het is dus logisch dat jongeren hun telefoon erbij pakken tijdens het rellen en soms zelfs een livevideo uitzenden via hun sociale media. Het is een menselijke reflex geworden naar onze telefoon te grijpen zodra er iets interessants gebeurt. Bovendien zijn de jongeren van nu vertrouwd met de gedachte dat er altijd een publiek is om video’s en posts mee te delen. Daarmee zijn rellen niet alleen rellen, maar óók exclusieve content om mee te scoren op sociale media.

Eerste protest via sociale media

Het allereerste spontane protest georganiseerd via sociale media was in 2007. In vijftig plaatsen in Nederland gingen 20.000 middelbareschoolleerlingen de straat op om te protesteren tegen de 1040-urennorm en de kwaliteit van onderwijs. Dat was georganiseerd door één jongen, Kevin. Hij had de avond ervoor via Yahoo, Hyves en MSN een bericht rondgestuurd. ‘Morgen, na de koffiepauze, gaan we verzamelen.’ 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden