Plus Interview

Reisfotograaf Pie Aerts: ‘Wat kunnen wij leren van far away?’

Na een burn-out ruilde Pie Aerts (34) de zakenwereld in voor een bestaan als reisfotograaf. Nu is er Tales from the roads less traveled. ‘De onderliggende boodschap is dat er hoop is, of joy.’

Een jongen uit Papoea (Indonesië), een paar seconden voor hij deelneemt aan zijn allereerste krijgers-ceremonie. Beeld Pie Aerts

Op YouTube staat een video van Pie Aerts, van een paar jaar geleden, waarin hij vertelt over zijn werk binnen ‘het domein borrelgemak.’ “Dat kennen jullie waarschijnlijk als tapas, olijven, smeersalades en droge worst,” zegt hij in de camera. Even later loopt de managementtrainee van Ahold in een witte jas en met een haarnetje op door een productiefaciliteit van borrelgemak. Hij zegt dingen als ‘producten door de kwaliteitsmolen trekken’ en constateert over een plakje worst: ‘de snijdikte is echt top, veel beter dan voorheen.’

Er staat nog een video online, eerder dit jaar geüpload. Aerts draagt daarin een baard van zeker een week oud. Het nette pak met stropdas is omgeruild voor een shirt met korte mouwen. Nu loopt Aerts over een groot zoutveld in de Indiase deelstaat Rajasthan. Hij fotografeert de mensen die er werken in kleurrijke doeken, tegen de achtergrond van het desolate zoutlandschap. “Er is niets mooiers dan mensen die hun ziel willen laten zien,” klinkt zijn stem in de voice-over van de video.

In zijn woning, op een derde etage in de Helmersbuurt, vertelt Pie Aerts dat hij bij Ahold langzaam ergens in groeide waar hij eigenlijk uit wilde. “Het was wat iedereen deed: hotelschool, master, traineeship. Ik had alleen één echte droom: fotografie.”

In Oeganda komen litteken-ceremonies vrij veel voor. Eerst worden sneetjes in de huid gemaakt, daarna wordt as in de wonden gestrooid, zodat er bultjes ontstaan. Beeld Pie Aerts

Waarom koos u daar niet eerder voor?

“Ik fotografeerde al tien jaar, als hobby. Door Instagram escaleerde dat, maar ik had vooral mensen om me heen die zeiden: ‘Nee nee nee, superleuk dat je dat doet, maar van die foto’s kun je niet leven.’ Ik durfde de stap nooit te zetten, tot mijn lichaam zei: nu stoppen we met deze krankzinnige uren, deze stress in je hoofd, deze twijfel.”

Een klassieke burn-out.

“Ik had altijd volledige controle, nu kon ik niet eens vijfhonderd meter wandelen. Mensen zeiden: ‘Je gaat pas ­genezen als je helemaal kunt accepteren dat dit gebeurd is.’ De eerste zes maanden heb ik gedacht: bullshit. Als ik nu gewoon zo veel mogelijk boeken lees over burn-outs, komt het goed. Dat was niet zo. Ik heb het stap voor stap, met veel hulp, weer moeten opbouwen. Dat heeft een jaar ­geduurd.”

Bent u wel blijven fotograferen?

“Pas na een half jaar heb ik de camera opgepakt, toen het voor het eerst sinds jaren weer eens hard had gesneeuwd. Met mijn camera ben ik naar de duinen bij Zandvoort ­gegaan. Voor het eerst was dat gevoel om te willen ­fotograferen ­terug.”

Was u altijd al bezig met landschapsfotografie?

“Nee, eigenlijk niet. Op mijn 21ste ging ik in mijn eentje naar China. Daar kon ik niets lezen, met niemand spreken en kreeg ik door mijn camera contact met mensen. Om die connectie draaide fotografie voor mij. Door sociale ­media ben ik vanaf 2013 in de hoek van landschapsfotografie gedrukt. Dat was meer likeable en ik was toen erg bezig met het krijgen van meer Instagramvolgers. Dat outdoorgevoel vonden mensen waanzinnig.”

U kreeg 120.000 volgers. Wat heeft dat u gebracht?

“Geen geld, wel veel fantastische reizen. Dan liep ik weer in Zwitserland op een gesponsorde reis. Swipen, liken, swipen, liken. Zo verloor ik mezelf in die oppervlakkige Instagramwereld. Dat alles was in dezelfde periode dat ik bij Ahold werkte, dus ik zat echt op twee treinen die erg hard reden. Met de burn-out kwam ook het besef: wat voor fotograaf wil ik zijn?”

Aerts besloot terug te gaan naar het begin: de connectie met mensen. Hij en zijn vriendin Jessica Wintz droomden al langer van een wereldreis en dit leek het juiste moment. Toen Mendo, de Amsterdamse uitgeverij van koffietafelboeken, voorzichtig opperde dat het misschien een mooi boek zou kunnen worden, kwam hun reis in het teken van een zoektocht naar bijzondere mensen en verhalen te staan. Aerts zou fotograferen, Wintz de teksten schrijven.

Een visser steekt een sigaret op tijdens zijn ochtendronde op Inle Lake in Myanmar. Beeld Pie Aerts

Wat was het idee achter het boek?

“Ik wilde verhalen maken over het snijvlak tussen mens en dier. Zo hebben we in Oeganda een man gevolgd die eerst stroper was, maar toen besloot om ranger te worden. In Patagonië zijn we opgetrokken met een gauchofamilie die erg worstelt met de groei van de poemapopulatie. Ze houden van de natuur, maar nu eet de natuur hun schapen op. Het zijn dilemma’s die wij ons lastig kunnen voorstellen. De rode draad is dan ook wat wij, in het Westen, kunnen leren van far away. We zijn bijna obsessief bezig met het zoeken naar geluk, waarbij we via yoga, meditatie en bewustwording terugbewegen naar de meer oostere manier van leven. De paradox is: daar zien ze de westerse wereld juist als ideaalbeeld. Veel geld verdienen, reizen, dromen realiseren, iPhones en voetbalshirtjes, maar ­intussen zijn ze vooral bezig met overleven. Natuur gaat in hoog tempo verloren en tradities verdwijnen.”

Kwam u die verhalen tegen tijdens het reizen?

“Soms. In Nepal liepen we een klooster binnen waarvan we meteen wisten dat we er langer moesten blijven. In ­andere verhalen zit maanden voorbereiding. Ook in de ­financiering: als je eenmaal online bereik hebt, kun je met veel klanten en partijen dealtjes sluiten. In West-Papoea hebben we bijvoorbeeld samengewerkt met een lokale touroperator en een expeditie van vier weken gedaan, in ruil voor beeldmateriaal en promotie via sociale media.”

U ziet uzelf dan ook niet als fotojournalist.

“Ik ben autodidact en ben nooit geschoold in de journalistieke benadering. Veel doe ik op gevoel, ik ben vooral ­esthetisch bezig. Ik probeer altijd te zoeken naar iets moois, ook al is een bepaalde situatie nog zo treurig.”

Is dat de reden dat uw foto’s sterk zijn nabewerkt?

“Ik probeer het gevoel van hoe ik dat moment zelf heb ­beleefd te versterken. Dat wil ik meegeven aan de kijker, om op die manier een bepaalde emotie over te brengen.”

Zo creëert u een wereld die prachtig is, maar zonder de stank in de straten die er misschien ook hangt.

“De camera is voor mij een vergrootglas om op zoek te gaan naar mooie dingen. Misschien is dat ook wat ik wil uitstralen. Dat er hoop is, of joy. Dat is de onderliggende boodschap van de verhalen.”

Je kunt het ook opvatten als een waarschuwing. De ­wereld op zijn allermooist laten zien en duidelijk maken: dit staat op het spel.

“Dat komt misschien omdat we, wellicht voor het eerst in de geschiedenis, beseffen dat het de verkeerde kant op gaat. Nostalgie is misschien het juiste woord: de tendens om terug te grijpen naar hoe het ooit was, omdat we weinig grip hebben op hoe het wordt. In het boek staan foto’s van een markt in Sri Lanka. Er zijn geen telefoons, er is geen elektriciteit. Alsof de tijd heeft stilgestaan. Dat vind ik de prettigste omgeving om te fotograferen.”

Is dat niet gek, omdat u juist door al het reizen niet per se bijdraagt aan een betere wereld?

“Dat is een vraag waar ik veel over nadenk: er zit een ­environmental focus in het boek, maar ik ben wel de hele wereld overgevlogen. En door de beelden te delen op sociale media stimuleer ik nog meer toerisme. Dat is heel dubbel. Mijn benadering is dat mensen pas bereid zijn om te vechten voor iets als ze er een verbinding mee voelen. Of dat nu een diersoort, natuurgebied of cultuur is. Ik vind niet dat mensen die fotograferen en schrijven meer mogen vliegen dan mensen die dat niet doen – dat is bullshit, we moeten allemáál onze verantwoordelijk ­nemen. Maar… het is een moeilijk speelveld.”

Ganesh uit Kathmandu (Nepal) bakt potten sinds zijn dertiende. Hij verloor zijn huis tijdens de zware aardbeving in 2015. Beeld Pie Aerts

Dat klinkt als een worsteling.

“Ja, het is ook best pittig. Ik heb de afgelopen jaren iets ­opgebouwd dat voor 90 procent draait om verre bestemmingen. Als ik nog een keer de kans krijg om zo’n boek te maken, moet ik het misschien over Nederland doen. Op dezelfde manier, maar dan dicht bij huis. Minder reizen, minder vervuiling, bewuster leven. Daar ben ik veel mee bezig, het zijn onderwerpen waar ik ’s nachts van wakker kan liggen.”

Deed u dat ook toen u nog in de corporate wereld zat?

“Nee, die wereld is te snel. Na borrelgemak hield ik me ­jaren bezig met de kaas- en zuivelindustrie. Dan denk je er niet bij na hoe vervuilend die industrie is. Daar ging het om meer-meer-meer, elk kwartaal moest beter zijn dan het vorige kwartaal. Dat projecteerde ik ook op mijn eigen leven. Tot ik besefte: ik wil dat niet meer de hele tijd. Soms wil ik ook minder, of gewoon stilstaan.”

Pie Aerts: ‘Ik probeer altijd te zoeken naar iets moois, ook al is de situatie nog zo treurig.’ Beeld Sevilay Maria Drost
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden