PlusInterview

Regisseur Dick Maas: ‘Saaie, brave films zijn er al genoeg’

Amsterdamned (1988)Beeld -

Regisseur Dick Maas (69) krijgt de grote actiefilms die hij zou willen maken steeds moeilijker van de grond. Er is nu wel een vermakelijke film óver hem gemaakt.

Dick Maas wordt gevierd als de godfather van de Nederlandse actiefilm met films als De lift (1983), Amsterdamned (1988) en Prooi (2016), vol ‘on-Nederlandse’ stunts en ontploffingen. Maar zijn grootste claim to fame is waarschijnlijk toch een stukje dialoog: “Buurman, wat doet u nu?!”

Het zinnetje, uitgesproken door Tatjana Simic in Maas’ komediehit
Flodder (1986), was ook de titel van het boek met filmlessen (en een beetje autobiografie) dat de filmmaker in 2017 publiceerde. En de scène wordt nu ook ­direct in de openingsminuten van de documentaire De Dick Maas ­methode aangehaald.

De titel van dat filmportret door Jeffrey De Vore is een knipoog naar De botox methode, de oorspronkelijke titel van Maas’ film Moordwijven (2007). Het is tekenend voor de diepe duik in Maas’ carrière die de film neemt. De regisseur zelf liet zich twee dagen interviewen en spreekt met karakteristieke nuchterheid over zijn werk. Maar ook vele van de acteurs en crewleden met wie hij samenwerkte, ­onder wie Huub Stapel en Nelly Frijda, komen aan het woord.

Uit die enthousiaste verhalen en smakelijke anekdotes ontstaat een beeld van een filmmaker die in de eerste plaats wil entertainen (“Ik heb geen issues verder, dus ik hoef niks van me af te schrijven,” zegt hij in de documentaire), en die het meeste plezier heeft als hij op de set staat. Helemaal kritiekloos is de film overigens niet. Zo wordt door verschillende sprekers stilgestaan bij zijn gebrekkige acteursregie.

“Ik vind wel dat ik misschien iets te veel word neergezet als een soort zwijgzame autist die op de set nooit wat zegt; dat is wel wat overdreven,” zegt Maas daar zelf over. Met een lachje: “Maar goed, voor de rest kom ik er toch wel ­tamelijk positief uit.”

De lift - Dick MaasBeeld geen

Perikelen rond productiebedrijf

De Dick Maas methode draait niet alleen om Maas’ films, maar gaat ook uitgebreid in op de roemrijke opkomst en ondergang van First Floor Features, het productiebedrijf dat Maas in 1984 samen met Laurens Geels begon, en de groots opgezette filmstudio die zij in 1991 openden. Na groeiende financiële problemen stapte Maas in 2001 uit het bedrijf, en in 2004 werd het uiteindelijk failliet verklaard.

De breuk tussen Geels en Maas kwam nooit meer goed; Geels is de enige direct betrokkene die in De Dick Maas methode niet aan het woord komt. Dat was een eis van Maas. “Ik heb de makers van de documentaire volledige vrijheid gegeven, behalve dat ik heb geëist dat Laurens Geels niet zijn zegje zou mogen doen in de film,” zegt hij. “Omdat de hele focus dan ergens anders heen gaat, terwijl het uitgangspunt toch was dat het over mijn films zou gaan.”

Die focus is ook zonder de aanwezigheid van Geels overigens wel wat problematisch. Er gaat in De Dick Maas ­methode behoorlijk wat tijd en aandacht naar de perikelen rond First Floor. Dat is logisch, want de films en series die Maas er maakte zijn een flink onderdeel van zijn werk – “Het beslaat zo’n beetje mijn halve carrière,” aldus Maas. Maar het maakt ook dat de documentaire op twee gedachten hinkt: gaat het nou over Maas’ filmstijl en manier van werken, of toch over dat gehannes rond First Floor?

Dat spiegelt dan wel weer hoe ook in de werkelijkheid Maas’ carrière werd overschaduwd door het geharrewar rond de studio. Terwijl het bedrijf van oorsprong was ­opgericht om Maas de vrijheid te geven te maken wat hij wilde, werd het steeds meer een blok aan zijn been. De ­financiële problemen van de studio maakten dat hij ­herhaaldelijk toch weer een nieuw vervolg of een tv-seizoen van Flodder maakte, in plaats van de originele ideeën die hij had.

“Op zich heb ik daar goede herinneringen aan hoor, al die Flodder-films vind ik heel leuk en die serie is een van de leukste dingen die ik gedaan heb. Maar er lag een aantal andere scripts die ik in die jaren eigenlijk had willen doen, die een voor een niet doorgingen. Die liggen er nog steeds. Dat vind ik heel erg zonde.”

Dat werd er niet per se beter op na het einde van First Floor. “Er zijn een heleboel scrips afgewezen door de fondsen, veel films die niet door zijn gegaan. Reuze jammer, al is het ook een beetje eigen aan het vak. Sommige van die scripts zijn inmiddels door de tijd achterhaald; het verhaal is niet meer actueel, of het is iets dat we nu al te vaak hebben gezien. Maar er ligt een aantal scripts waar ik nog steeds van denk: als er geld voor is dan kan ik ze maken.”

Sint - Dick MaasBeeld Het Parool

Goedkoop gemaakt

Maar geld, dat is nu juist steeds moeilijker te vinden. “Het financieringsmodel in Nederland is alleen maar slechter geworden. In de jaren tachtig en negentig konden we nog films van 5 of 6 miljoen maken; met de cv-maatregel (een fiscale maatregel die investeren in Nederlandse film aantrekkelijker moest maken, red.) die toen bestond kon je zelfs wel 10 miljoen bij elkaar krijgen. Tegenwoordig is het vrijwel onmogelijk om een film boven de 2 miljoen gefinancierd te krijgen.”

“Het gevolg is dat je eigenlijk alleen maar films ziet die goedkoop gemaakt zijn, romcoms die niet al te duur zijn en die bewezen hebben hun geld op te brengen. Voor wat duurdere films, waar stunts en effecten in zitten, is bijna geen geld meer te krijgen. Dat is een politieke keuze, dat er zo weinig geld beschikbaar wordt gesteld voor de film in Nederland.”

Het maakt dat Maas met een dubbel gevoel terugkijkt op de gloriedagen in de jaren tachtig. “Aan de ene kant kijk ik er natuurlijk met groot plezier op terug. Maar aan de andere kant is er een soort treurigheid over wat we toen ­allemaal konden doen, de vrijheid die we hadden, en dat dat nu dus niet meer kan.” Dan heeft hij het niet alleen over geld.

Terugkerend refrein in De Dick Maas methode is dat dingen, zowel in de films als op de set, soms een beetje over de schreef gaan. “Dat kan nu niet meer,” zegt Maas onomwonden. “Je krijgt ­gedoe en gezeur van mensen die zich beledigd voelen. Er is een soort nieuwe preutsheid en dat vind ik tamelijk irritant. Ik hoorde net dat mijn film Sint niet meer door Pathé online wordt aangeboden omdat er zwarte pieten in voorkomen. En uit de Flodder-serie zijn ook bepaalde dingen gecensureerd die gevoelig lagen. Wat is dat voor malligheid? Ik hang toch de stelling aan dat je als filmer alles moet kunnen doen, en dat het ook goed is om een beetje tegen dingen aan te schoppen.”

Beeld ANP Kippa

Op de helft

Als je maar de goede kant op schopt: niet naar beneden maar omhoog. “Ik heb altijd een grondige hekel aan autoriteit gehad, die stel ik graag ter discussie. Als het niet meer mag schuren, krijg je van die brave saaie films. Daar zijn er al genoeg van.”

Maas, inmiddels 69 jaar oud, hoopt dat hij nog behoorlijk wat kansen krijgt om die andere films te maken. “Met zo’n documentaire lijkt het misschien een beetje een afsluiting van een carrière of zo, maar ik hoop van niet. Ik heb het ­gevoel dat ik net op de helft zit van wat ik wil doen. Ik zit niet stil en hoop nog wel een paar films of series van de plank te kunnen trekken. Want filmen blijft toch een van de leukste dingen die er zijn om je dag mee door te brengen.”

De Dick Maas ­methode van Jeffrey De Vore is te zien in Arena, City, Eye, Euroscoop, Filmhallen, Het Ketelhuis, De Munt, Studio K, Tuschinski

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden