Plus Interview

Regisseur Bong Joon-ho: ‘Ik hou ervan als publiek door de angst heen lacht’

Met Parasite, een vlotte satire vol slapstick en horror, die de kloof tussen arm en rijk scherp aanzet, won Bong Joon-ho (50) als eerste Koreaanse regisseur de Gouden Palm. 

Bong Joon-ho maakt even een shot. Hij zit tegenover een flinke groep journalisten op een strandterras in Cannes, als een pier verderop een helikopter landt. Dat maakt ­kabaal en dat ergert de journalisten, die zich nu zorgen maken over hun opnames van dit rondetafelgesprek.

Terwijl de tolk Bongs antwoord op de vorige vraag vertaalt, pakt de regisseur zijn telefoon en zet hij de camera aan. In één vloeiende beweging filmt hij eerst de helikopter in de verte, dan de collectie telefoons en audiorecorders op het tafeltje voor hem, en dan de geagiteerde ­gezichten van de journalisten tegenover hem. Voilà: een beeldverhaaltje in één vloeiende beweging.

Het is tekenend voor het schijnbaar vanzelfsprekende gemak waarmee Bong visueel vertelt. Ook in Parasite, waarmee hij enkele dagen na dit gesprek in Cannes de Gouden Palm zal winnen, de hoofdprijs van het meest prestigieuze filmfestival ter wereld. Een film in volle vaart, waarin hij de groeiende kloof tussen arm en rijk terugbrengt tot een verhaal over twee families: één schatrijk, één straatarm.

“De meeste mensen zien de arme familie als de parasieten, maar ik zie het anders,” zegt Bong, gevraagd naar de titel van de film. “Alle personages zitten in een grijs gebied; de film gaat vooral over het systeem dat hen tot hun daden dwingt. Die arme familie is slim en vaardig genoeg om in veel banen te floreren, maar er is simpelweg geen werk. Het systeem zet hen in een hoek en dwingt ze zo allerlei ­gevaarlijke capriolen uit te halen. Ik ben weliswaar ­opgegroeid in een middenklassengezin, maar toen ik studeerde, gaf ik zelf bijles bij een puissant rijke familie, net als de zoon uit het arme gezin in de film. De verbijstering die hij voelt als hij voor het eerst dat huis binnenstapt, is de mijne.”

Achtbaanrit

Met het winnen van de Gouden Palm werd Bong de eerste Koreaanse regisseur in de 72-jarige geschiedenis van het festival die de hoofdprijs in de wacht sleept. Bong keerde voor Parasite terug naar zijn thuisland, na twee films in de Verenigde Staten: de stripverfilming Snowpiercer (2013) en Netflixproductie Okja. “Ik kan niet ontkennen dat ik er een groot plezier aan beleefde om in dit verhaal weer allerlei specifiek Koreaanse details te verwerken, die ­alleen wij begrijpen,” zegt Bong. “Bij de vertoning hier in Cannes werd al flink gelachen, maar ik denk dat er in ­Korea nog tien procent meer gelachen zal worden.”

Ook dat is zeldzaam. De Gouden Palm gaat veelal naar ­uiterst serieuze artfilms. Bong won hem met een enorm grappige film, en een onvervalste genrefilm. Parasite ­levert slimme maatschappijkritiek, maar verpakt die in een achtbaanrit vol elementen uit thriller en horror, en met een vleugje slapstick.

“Ik wil niet dat de politieke boodschap als een roestige spijker uit het verhaal steekt,” zegt Bong. “De film moet in de eerste plaats vermaken; de satire moet daar als een zachte motregen doorheen sijpelen. Hetzelfde geldt voor de balans tussen humor en horror. Veel van de gruwelijkste momenten in de film zijn ook grappig. Ik hou ervan als het publiek door zijn angst heen moet lachen. Ik wil niet overkomen als een sadist, maar ik vind het prachtig als mensen lachen terwijl ze niet zeker weten of ze wel mogen lachen. Ze schamen zich bijna dat ze het grappig vinden, en ik vind het heerlijk om mensen dat aan te doen.”

Bunker

Naast de economische kloof deelt Bong in Parasite ook symbolische speldenprikken uit naar het aanhoudende conflict tussen Noord- en Zuid-Korea. “Ik heb vrienden in Amerika, die me de hele tijd proberen over te halen om naar Los Angeles te verhuizen omdat ze doodsbang zijn voor de Noord-Koreaanse raketten,” zegt Bong lachend. “Maar in Zuid-Korea is de economische crisis een veel groter onderwerp, omdat het mensen direct raakt. Natuurlijk maken we ons soms zorgen, natuurlijk willen we vrede, maar als gewone burger kun je daar niets aan doen.”

Ook hier benadrukt Bong weer het gapende gat tussen arm en rijk. “Veel rijke mensen hebben bunkers ­onder hun huis, zoals je ook in de film ziet. Of ik er zelf ook een heb? Haha, ik woon in een appartement; als ik naar ­beneden zou graven, zit ik bij de onderbuurman in huis!”

Regisseur Bong Joon-ho: ‘Ik wil niet overkomen als een sadist, maar ik vind het prachtig als mensen lachen terwijl ze niet zeker weten of ze wel mogen ­lachen.’ Beeld Richard Shotwell/Invision/AP

Een weinig opvallende, maar veelzeggende rode draad in de film zijn terugkerende opmerkingen over hoe de personages ruiken. Dat hangt nauw samen met de manier waarop de film mensen uit verschillende sociale groepen samenbrengt, aldus Bong.

“Iemands geur kun je alleen opvangen als je dicht bij die persoon komt. De realiteit is dat arm en rijk zich steeds minder in dezelfde ruimtes begeven; ze gaan naar ­verschillende scholen, eten bij verschillende restaurants. Er is een afbakening, zoals in vliegtuigen de business class van de economy class is gescheiden. De enige ­situatie waarin ze dicht genoeg bij elkaar zijn om elkaar te ruiken, is in de baantjes waar de film om draait – dus als de armen werken voor de rijken, als huishoudster, tutor of chauffeur.”

Zintuigelijke ervaring

Bovendien is het iets waar mensen niet makkelijk over praten, zegt Bong. “In die zin past het bij de hele sfeer van de film: ik zet een microscoop op de ander, op een heel intiem niveau. Ik wilde dat intieme gevoel geven, bijna alsof je de film kon ruiken. Cinema is uiteraard een ­audiovisueel medium, maar ik hoop dat het acteerwerk zo goed is dat het publiek toch een beetje die zintuiglijke ­ervaring van geur heeft.”

Gevraagd welke geur de film dan heeft, reikt Bong terug naar zijn kindertijd. “Stel je voor dat je de hele dag met je schoenen aan in de oceaan hebt gespeeld en dan naar huis gaat. Als je daar dan je sokken uittrekt, die geur is het. We zijn allemaal mensen, we weten wat dat is!”

Recensie Parasite

De Zuid-Koreaanse filmmaker Bong Joon-ho deinst nergens voor terug. Bong koppelt kluchtige humor aan wrange tragiek, hij gebruikt onwerkelijke verzinsels als basis voor scherpe maatschappijkritiek en hij schept er behagen in ons voortdurend op het verkeerde been te zetten. Het maakt hem sinds Memories of Murder (2003) tot een prominente smaakmaker voor de cinema van de 21ste eeuw. Met Parasite slaagt Bong er uitstekend in de huidige tijdgeest te vangen. Het leverde hem in Cannes de Gouden Palm op.

De film is in eerste instantie een kostelijke oplichterskomedie, waarin de leden van een armlastig maar hecht gezin zich als hooggekwalificeerd personeel voordoen om bij een rijke familie binnen te dringen. Bong zet de contrasten scherp aan. De ­indringers bewonen een bedompt souterrain in een smerige steeg, de rijken vertoeven in een omheind meesterwerk van een beroemde architect. In het rumoerige souterrain wordt ­geleefd en gelachen, de designvilla is een broeinest van spanningen en neurosen.

Het klinkt als een karikatuur, maar Bong en het sterke acteursensemble slagen er wonderwel in de kluchtige klassenstrijd een geloofwaardig menselijk gezicht te geven. Het ­bekendste gezicht is dat van Song Kang-ho, die in Bongs oeuvre vaker een aandoenlijke vaderrol vervulde. Maar de herkenning die Parasite tot meer dan een geslaagde klucht maakt, reikt verder dan de Koreaanse cinema. De verwikkelingen in en rond de villa worden een pakkende metafoor voor het menselijk leven in alle landen waar de kloof tussen arm en rijk zich verdiept.

Bong richtte zich in zijn vorige film Okja (Netflix, 2017) specifiek op dierenrechten en de mondiale voedselcrisis en hij stelde de klassenstrijd centraal in het postapocalyptische Snowpiercer (2013). Het leverde twee vermakelijke wereldomspannende films op. Nu hij zijn kijk op de grote hedendaagse vraagstukken tot een dozijn personages en twee compacte locaties terugbrengt, zien we meer. We kijken naar de worstelingen van twee Koreaanse families en herkennen onszelf. En we beseffen dat er iets moet veranderen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden