Plus Interview

Rechter die Holleeder opsloot: ‘Het was mijn derde keer levenslang’

Frank Wieland Beeld Erik Smits

Frank Wieland was 34 jaar rechter. In zijn laatste zaak veroordeelde hij Willem Holleeder tot levenslang. Deze week werd hij 70, dus moet hij met pensioen. ‘Ik ga meer verdieping zoeken in spirituele zaken.’

We spreken elkaar in een kamer in een van de oude, monumentale torens van de Amsterdamse rechtbank. Voor Frank Wieland komt een tijdperk ten einde. Veertig jaar recht, als advocaat en, vooral, als vooraanstaand rechter, zitten er op.

U gaat de geschiedenis in als de voorzitter van de rechtbank die Willem Holleeder voor altijd opsloot. Was uw laatste en bekendste zaak eigenlijk de speciaalste uit uw loopbaan?

“Dat hangt ervan af hoe je het bekijkt. Bijzonder was het wat betreft de duur, het aantal zittingen en de zwaarte van de beschuldiging, maar er zijn natuurlijk meer zaken die je bijblijven…”

Zoals?

“Eén zaak waaraan ik de afgelopen dagen veel moest denken, ook omdat we kwamen te spreken over slachtoffers, draaide om een moeder die als slachtoffer op de zitting sprak. Vier militairen hadden een ongeval gehad in een auto. Haar 21-jarige zoon was overleden. Ze beschreef zakelijk en afstandelijk wat de dood van haar zoon voor haar betekende. Haar man was al eerder overleden. Het enige dat ze nog had, was haar zoon. Ze was lerares, had een Surinaamse achtergrond en wilde terugkeren, maar dat kon niet want haar zoon was hier begraven. Dat is me altijd bijgebleven als iets ongelooflijk tragisch.”

“Dingen die je bijblijven, kunnen ook uit zaken komen waarin je in anderhalf uur vonnis hebt gewezen. Een zaak kan klein zijn, maar de impact groot. Je kunt je vereenzelvigen met een verdachte, of een getuige. Vaak met jonge mensen. Mensen die studeren en bij wie veel op het spel staat. Er hoeft maar een onderdeel te zijn in iemands persoon dat je herkent waardoor je een gevoel van verbinding krijgt.”

Had u met Holleeder een gevoel van verbinding?

“Ja, daar kom je niet onderuit als je iemand op meer dan zestig zittingen spreekt. Je legt contact met de ander. Dat is ook de bedoeling, vind ik. Je moet je als rechter echt verdiepen in de verdachte.”

Beeld Erik Smits

Waar begín je in vredesnaam als je zo’n enorme zaak krijgt als die van Holleeder, met 1250 dossiermappen?

“Ik heb het wel vergeleken met zo’n overhellende klimwand. Er staat er een, ik zag ’m vanmorgen nog, vlak bij station Sloterdijk. Ik heb er nog nooit iemand zien klimmen, volgens mij kán het ook niet, maar ik had die associatie voortdurend.”

“Je kunt niet de eerste ordner pakken en bladzijde één gaan lezen. Je moet een kader creëren. Weet je waar ik begonnen ben? Gewoon googelen. Verdomd. Daarmee leg je een basis. Je maakt een lijst van namen. Als je met die basis, hoe vertekenend die ook is, het dossier gaat lezen, krijg je al gauw een herkenning.”

“Zoals je in een blad kunt lezen over een land dat je wilt bezoeken. Je zult er wellicht weinig van terugzien, maar weet een beetje waar je in terechtkomt en misschien wat je in je koffer wilt stoppen.”

In uw vonnis beschrijft u de onmogelijkheid tussen alle leugens nu nog de waarheid te reconstrueren over de onderwereld in de jaren tachtig, negentig en daarna. Het gaat niet aan de hand van boeken, niet aan de hand van informatie van de geheime dienst of van de recherche. Hoe dán?

“Dat is lastig. Het woord spiegelpaleis viel daar. Een briljante metafoor. Ben je wel eens in een spiegelpaleis geweest? Dan zie je het nu voor je. Kijk, Holleeder zegt (in een stiekem door zus Astrid opgenomen gesprek, red.) dat je ook nieuws kunt máken via de recherche of journalisten. Ik zie dat als een waarschuwing. Daarom hebben wij héél kritisch gekeken naar bewijs. Steeds zoekend naar bevestiging. Scrupuleus. In een spiegelpaleis kun je de weg vinden door naar de grond te kijken, naar de basis: waar lopen de strepen.”

Nooit eerder waren over een verdachte, al voor aanvang én gaandeweg het proces, zo veel boeken, films, een televisieserie en nota bene een toneelstuk verschenen. U bent vast niet naar het toneel gegaan, maar heeft u de bestseller Judas van zus Astrid gelezen?

“Nee. Als je met het dossier bezig bent, is dat allemaal bijzaak. Als je de bron hebt, wat moet je dan met dat boek? Holleeders advocaat Sander Janssen had aangekondigd er vragen over te stellen aan Astrid en daarom hebben we het toegevoegd aan het procesdossier. Ik geef hier dus nu toe dat ik één dossierstuk heb overgeslagen. Wij moesten werken met haar verklaringen.”

U heeft een, zeg, menselijke stijl. Dat stelde ook Holleeder duidelijk op prijs. Ondertussen groeide de rechtbank toe naar het bekende eindoordeel. Wordt het moeilijk in de rechtszaal een gemoedelijke verstandhouding te hebben, met grapjes waarom u beiden lol heeft, en dan levenslang op te leggen?

“De gouden regel is dat een verdachte onschuldig is totdat het tegendeel is bewezen. Als rechters spreek je daar ook het hele proces niet over, totdat je elkaar in de raadkamer uiteindelijk aankijkt en tot een beslissing komt.”

“Verder wil ik met de verdachte in gesprek. Je trekt een ellips om jou en de verdachte en daarbuiten valt alles weg. Aan het eind van de dag moet je kunnen zeggen: ‘Er is een goed gesprek geweest’. Daar kunnen grapjes bij horen. Ik vind dat volkomen vanzelfsprekend. Op enig moment heb ik Holleeder gezegd dat het gegeven dat hij daar zat en ik hier, niet betekent dat de een de macht heeft en de ander het onderwerp van die macht is.

Het had andersom kunnen zijn.”

“Mijn uitgangspunt is: behandel de ander zoals je zelf behandeld zou willen worden. Ik bedenk: hoe zou ik in elk geval niet bejegend willen worden? Dat is mijn tweede natuur geworden. De insteek dat je er blanco in moet gaan en niet moet denken dat je het al weet, is voor mij een van de belangrijkste regels. In de tijd dat ik nog collega’s opleidde, zette ik dat altijd als punt aan de horizon.”

U leeft niet op de maan en ook al niet in een ivoren toren. De zaak Holleeder was hors catégorie, door die jarenlang woedende mediastorm en de samenleving die hem al schuldig vond. Hoe kunt u dan blanco beginnen aan zo’n proces?

“Laten we niet vergeten dat Holleeder buiten de zaak Passage was gehouden (de grote liquidatiezaak tegen een trits medeverdachten, red.). Dat zegt wat voor mij. Als het Openbaar Ministerie later vindt dat er voldoende ligt om hem alsnog te vervolgen, dan heb ik wel die reserve. Ik mag best verklappen dat ik het ongemakkelijk vond destijds dat de samenleving al een beslissing had genomen, terwijl ik dacht: nou, ik moet het allemaal nog zien.”

Beeld Erik Smits

Hoe vervelend was het dat het gerechtshof in Passage al had geoordeeld dat zijn compagnon Dino Soerel sámen met Holleeder moordopdrachten had gegeven? Dat lag er toch maar.

“Laten we zeggen dat het lastig was, dat het hof al een voorschot had genomen op iets dat wij nog moesten beslissen. Holleeder confronteerde ons daar ook mee en zei: ‘Ja, het hof heeft al besloten.’ Ik moest hem verzekeren dat wij onze eigen afweging maken. Ik hoop dat hij dat geloofd heeft. Ik denk het wel.”

Dat heeft hij gedurende het proces wel geloofd, denk ik, tot uw uitspraak. Wat vond u van zijn briefje waarin hij meteen na het vonnis schreef dat u zich kennelijk tóch had laten leiden door de ‘ongekende mediacampagne van zijn zusters en journalisten’?

“Heel knap dat hij dat in die korte tijd na de uitspraak heeft geschreven… Ik vond het heel jammer, omdat wij juist die meningen in de samenleving en de media buiten de deur hebben gehouden. Wij hebben heel andere instrumenten en wegen bewijs. Al begrijp ik die eerste reactie wel. Ja, jemig, het zal je gebeuren…”

Hoe is het om levenslang op te leggen?

“Onaangenaam. Het was mijn derde keer. De eerste keer was ik rechter op Curaçao en had ik onmiddellijk geweldig veel spijt toen ik zag wat het met de verdachte deed. Hij, een Colombiaan van begin twintig, had drie landgenoten vastgebonden en door hun hoofd geschoten. Het is soms ongemakkelijk op Curaçao dat je alle zittingen in je eentje doet. Gelukkig ging hij in hoger beroep en heeft het hof er dertig jaar van gemaakt. Omdat er voor iemand van zijn leeftijd een streepje aan de horizon moet zijn, was de redenering.”

U laat zich door de boeddhistische beginselen leiden, begreep ik. Wat betekent dat in uw werk?

“Ik weet niet of ik in mijn werk ook boeddhist kan zijn, anders dan dat ik me wellicht vanuit die optiek realiseer dat het leven, van de verdachte en óók van het slachtoffer, zich laat leiden, als in een waterstroom, waarin je wordt meegevoerd. Dat je daarin wellicht niet zo veel sturing hebt als je zou denken. Je hebt geen keuze wie je wordt en wat je tegenkomt. Dat is erg afhankelijk van waar je langskomt, wat je wordt voorgehouden, wat je ouders je meegeven.”

Dan zijn we bij de wolf en het lam. U legde Holleeder de parabel voor van de vader die zijn zoon voorhoudt dat in iedere jongen een wolf en een lam zitten. Wie je wordt, hangt af van welke van de twee je voedt. U wilde weten hoe het bij hem zat. Hij trapte er niet in, hè?

“Holleeder is razend knap in ad rem reageren. (Hij riep dat hij eerder een goudvis is, die zit ook steeds in een kom, red.) Ik vond dit vermakelijk verrassend. Inderdaad, hij gaf geen antwoord. En ook weer wel. Het is niet zwart-wit. Ik denk niet dat je kunt zeggen: ‘Ja, meneer de rechter, de ene keer ben ik een wolf en de andere keer een lam.’ Je houdt van beide iets in je.”

“Weet je, het boeddhisme is voor mij ook een beschermingsmechanisme in de zin dat ik zeg: ‘Wat jou overkomt, heeft maar heel betrekkelijk met mijn handelen te maken.’ Ik ben maar een steen in de waterstroom waarin jij je bevindt. Dat zijn boeddhistische beginselen. Tja... je bent de eerste die mij dit vraagt. Veel meer dan dit is het niet. Het boeddhisme is meer iets persoonlijks. Het gaat uit van de gedachte dat het is wat het is. Een basale waarheid.”

Als u zou moeten kiezen tussen tien huis-tuin-en-keukenzaken of één zaak Holleeder, wat koos u?

“Holleeder. Een collega uit Rotterdam zei ons te benijden omdat dit een zaak is waar alles in zit. Familieruzie. Verraad. Twee kroongetuigen. Razend interessant zijn juist de media. Niet omdat die mij voorhouden wat ik moet vinden, maar omdat ik vind dat een zaak als deze een voortdurende dialoog met de samenleving is. Wat hoort en ziet de samenleving? Daar moet je op reageren.”

“Ik vond het interessant te lezen wat jij schreef in je liveblog en de krant, en ik volgde de tweets van Saskia Belleman van De Telegraaf. Je moet als rechter geweldig oppassen dat je niet te veel je eigen koers gaat lopen en dat een misverstand ontstaat waarvan jij als rechter later zegt: ‘Ja, de pers heeft het niet begrepen.’ Wacht even, dat is jóuw probleem. Je moet op de zitting verduidelijken wat je doet en het in je vonnis nog eens goed uitleggen. Daar zit ruimte voor verbetering. Die dialoog met de samenleving is door rechters soms te laat opgepakt of ontbreekt nog steeds.”

De sfeer in de rechtszaal is 63 dagen lang goed gebleven – ondanks de emoties met de getuigen. Dat is weleens anders in megaprocessen.

“We hadden geluk met de samenwerking van de procespartijen: de aanklagers, de advocaten, de rechtbank en toch ook de verdachte. Ik denk dat iedereen wist dat we hier samen doorheen moesten.”

Beeld Erik Smits

En dan is één partij heel teleurgesteld over het vonnis. De advocaten vinden dat u hun fantastische berg werk te eenvoudig terzijde heeft geschoven.

“Hun eerste, teleurgestelde reactie begreep ik, maar ze zullen het vonnis nu hebben gelezen en misschien beter begrijpen hoe wij te werk zijn gegaan. Ik acht Sander Janssen en Robert Malewicz hoog. Geen kwaad woord. Ik vind Sander Janssen briljant. Het is een genoegen die man bezig te zien. Hij heeft jaren geleden, toen ik hiernaartoe kwam vanuit Curaçao, een huzarenstukje uitgehaald. Dat ken je. Het verhaal van de stekende kapper.”

De twee kéér stekende kapper!

“Een tweede keer! In zijn kapsalon in een nauw pijpenlaatje aan de Albert Cuyp had hij een lastige klant die hem was aangevallen, in een paniekerig gevecht doodgestoken met zijn schaar. Hij was ontslagen van rechtsvervolging vanwege noodweerexces, maar enkele jaren later stak hij wéér iemand neer met zijn schaar. Die was gewond. Het Openbaar Ministerie en de rechtbank reageerden zeker die tweede keer van: ‘Kom op…’ De kapper zat lang in voorarrest, maar Sander Janssen wist het zo te stellen dat wij als rechtbank toch niet anders dan op noodweerexces konden uitkomen. Hij redeneerde dat een kapper de hele dag met een schaar in zijn hand staat en dat die schaar zo een verlengde van je hand wordt. De kapper vergat de schaar weg te leggen toen hij zich verweerde. Het hof bevestigde de redenering.”

In de 34 jaar dat u rechter was, hebben de verhoudingen in de rechtszaal zich verhard, is mijn idee. Deelt u dat?

“Ja. Ik herinner mij uit Groningen de eerste verdachte die zich beriep op zijn zwijgrecht. Ik zie hem nog voor me en weet nog hoe hij heet. Onze monden vielen open. Wat krijgen we nou?! Huh?! Dat is het begin geweest van een ontwikkeling, vooral in het politieonderzoek. Je kreeg de bijzondere opsporingsmethoden. Ondertussen verdiepte de samenleving zich meer in de strafrechtspraak en vormde zich een mening over de afdoening. Men wil zwaardere straffen. Ik ben daar niet blij mee, maar als de samenleving het van mij verwacht, moet ik daar gehoor aan geven.”

“Daardoor staat meer op het spel. Advocaten zijn ook niet meer de keurige dames en heren zoals ik ze kende toen ik in Groningen advocaat was in, godbetert, 1978. De gedachte van hoe je als officier een zaak vervolgt, is ook veranderd. Het is harder geworden, dat zie ik wel.”

U gaat met pensioen. Verplicht, want u bent 70. Wat gaat u nu doen?

“Ik hou mijn hart vast. Het is heel raar. Je wordt 65 jaar lang beziggehouden, vanaf je kleutertijd tot je pensioen, en dan moet je het ineens zelf verzinnen. Ik heb een cello staan waar ik jaren niet op heb gespeeld. Er zijn stápels boeken die ik wil lezen. Ik ga meer verdieping zoeken in spirituele zaken, wil meer begrijpen van het leven. Van het waarom. Van ons rare bestaan in deze merkwaardige situatie van een uitdijend heelal waarin wij hangen.”

“Ik moet nu denken aan mijn oudste broer George die inmiddels 82 is, en destijds zei: ‘Pensioen is een stalen deur die achter je in het slot valt.’ Pas een paar weken geleden bedacht ik: dan kom je dus in een andere ruimte. Die heeft hij ook ontdekt. Hij begeleidt eindexamenleerlingen. Ik belde hem pas op en vroeg: ‘Hoe gaat het?’ Hij zei: ‘Stil’. Ik: ‘Hoezo?’ Hij: ‘Jáááá, vakantie.’”

“Dus er is een ruimte na het pensioen en ik ben heel benieuwd wat ik er aantref. Volgens mij is die ruimte ook een enorme provisiekast waarin je net zo veel mag meenemen als je kunt dragen. Maar misschien krijg ik eerst wel een periode van apathie. Wie zal het zeggen? Ik hoop het niet.” 

Frank Wieland op jonge leeftijd.

Frank Wieland

14 juli 1949, Gorinchem

1971
Rijksuniversiteit Utrecht, studie Nederlands recht

1978
Advocaat verbonden aan het kantoor Dorhout Advocaten in Groningen

1986
Strafrechter bij de rechtbank in Groningen

1995
Vice-president van de rechtbank in Groningen

2002
Lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba

2007
Vice-president van de rechtbank in Amsterdam en senior strafrechter

Bekende zaken die hij voorzat waren bijvoorbeeld die tegen de topvechter Badr Hari, de dealer in dodelijke witte heroïne en de man die tijdens een drukbezocht dancefeest in het Scheepvaartmuseum een rivaal doodschoot

2010
Voorzitter van de ondernemingsraad van de rechtbank in Amsterdam

Frank Wieland is de jongste van vijf broers. Hij woont sinds 1993 samen met Edwin Daniël, vanaf 2012 in Zaandam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden