PlusInterview

Rapper en leraar uit Zuidoost Kiddo Cee: ‘Ik moet nog steeds mijn ei kwijt’

In het werk van Kiddo Cee, rapveteraan en leraar uit Zuidoost, vormt de Bijlmer een rode draad. Onlangs dropte hij zijn nieuwe ep. ‘Ik wil de mensen met wie ik ben opgegroeid inspireren.’

Kiddo Cee: ‘We zitten nu in een neerwaartse spiraal in de Bijlmer, daar moeten we uitkomen.’ Beeld Marjolein van Damme
Kiddo Cee: ‘We zitten nu in een neerwaartse spiraal in de Bijlmer, daar moeten we uitkomen.’Beeld Marjolein van Damme

Rapper en docent Kiddo Cee, echte naam Chander Peroti (45), ofwel Chan P, kan gerust een rapveteraan worden genoemd. Hij was al aan het rappen toen het gros van Nederland nog nooit van hiphop of rappers had gehoord, zo’n dertig jaar geleden.

In de Bijlmer, waar hij is geboren en getogen, werd hij al snel een begrip. Hij bracht meerdere platen uit en maakte tracks met onder andere Extince, Opgezwolle, Raymzter, Dret & Krulle, De Jeugd van Tegenwoordig, Opposites en Def P. Maar Kiddo Cee bleef altijd underground. Met commercie heeft hij nooit iets gehad.

Het afgelopen decennium was Peroti meer docent dan rapper. In 2009 begon hij, nadat hij al een tijdlang rapworkshops gaf aan jongeren, op het ROC in de Bijlmer. Hij is docent burgerschap (voorheen maatschap­pijleer). Ook geeft hij wekelijks rapworkshops aan volwassenen en kwetsbare jongeren en begeleidt hij hiphopcrews bij het maken van muziek.

Begin vorige maand bracht hij plots een nieuwe ep uit: In de duivel’s hand. Met een scherpe, soms humoristische flow rapt Peroti over de pandemie, de bijbehorende complottheorieën, machtsmisbruik door de politie en justitie, de plastificering van de rapindustrie, de versnelde digitalisering en het toenemende geweld onder jongeren in de Bijlmer.

Het begon weer te kriebelen?

“Corona hield me bezig, ik moet dat soort dingen van me afschrijven. Ik vond het vrij heftig wat er allemaal gebeurde in de wereld. In dezelfde periode kwam ik bij toeval Uncle Tim tegen, een producer die ik nog kende van vroeger. We besloten zijn beatmakingworkshops en mijn rapworkshops te combineren. Hier en daar bleven wat beats over, of kaapte ik er eentje weg. Uiteindelijk hebben we negen tracks gemaakt en lag er plots een harde ep. Ik zie het als een tijdscapsule waarin ik het afgelopen jaar vang. Het werkt nog altijd therapeutisch voor me.”

U begon lang geleden als tiener met rappen.

“Dat was een andere tijd, zeg. Ik begon te luisteren naar N.W.A, KRS-One, Public Enemy. Ik keek tegen die gasten op, zag raakvlakken tussen hun levens en dat van mij in de Bijlmer. Het was daar extremer, maar toch: van niets iets maken, dat sprak me aan. En ook het rebelse.”

“De muziek was agressief en maatschappijkritisch. Ik hoorde ­allemaal dingen die ik nooit op tv zag of in boeken las. Daar werd ik nieuwsgierig naar. Hoe zat het met Malcolm X? De Black Panthers? Die rappers lieten me anders kijken naar bepaalde verhoudingen hier, wat betreft ras.”

En u maakte soortgelijke teksten?

“Ik schreef over alles wat indruk op me maakte. Junkies in het trapportaal, bijvoorbeeld. Dan vroeg ik: hey, waarom lig je hier? Dat legden ze dan uit, vertelden over verschillende soorten drugs. Dat vond ik interessant.”

Werd er in die tijd al een beetje gerapt in de Bijlmer?

“Er waren nog niet veel mensen die echt naar buiten kwamen met hun raps. Ik durfde dat toen ik zestien was, in 1992. Samen met mijn neef Smokin’ Joe. Het sprak veel mensen aan, omdat we rapten over het leven in de Bijlmer en het herkenbaar was. Al snel ging er nog een neef mee­rappen. Gingen we freestylen op school.”

“We vormden een rapcrew, het werd een soort brotherhood. De scene was best tight. We vormden zoiets als een douane: je moest je eerst bewijzen voordat je binnenkwam. Respect afdwingen. Battles rappen. De stage pakken op een open mike. Een mooie tijd: lekker smoken, drinken, rappen, uitgaan en feestjes pakken.”

Dertig jaar later is er een nieuwe plaat. Gaat het niet ­vervelen?

“Ik probeer die passie en motivatie van de early days vast te houden. Ik moet nog steeds mijn ei kwijt, dus moet nog steeds rappen. En ik wil de mensen met wie ik ben opgegroeid inspireren en motiveren om ook muziek te blijven maken. Daarnaast: mensen van mijn generatie identifi­ceren zich niet met jonge rappers die het hebben over shanks (messen, red.), elke avond losgaan in clubs, en stacks (heel veel geld, red.). Wij zitten in een andere ­levensfase.”

U geeft ook rapworkshops.

“Dat vinden die kids erg leuk. Ik probeer ze te motiveren om niet alleen te rappen over stoere dingen zoals bitches, money en shanks, maar ook over maatschappelijke thema’s die ze bezighouden, zoals racisme of armoede. Of over een familielid of iemand die veel voor ze betekent.”

“Ik leer ze ook van perspectief te wisselen, door ze een rap te laten schrijven vanuit Geert Wilders, Trump, Hitler of iemand anders die ze niet begrijpen. Dat is wat anders dan wat drillrappers doen, bijvoorbeeld. Die stoere raps zijn een schild, want er zit veel pijn. Ze krijgen ruzie, moeten bewijzen dat ze niet bang zijn, en uiteindelijk gaat er iemand dood.”

Er is altijd discussie geweest over de link tussen hiphop en criminaliteit. Hoe ziet u dat?

“Vroeger zei ik: rapmuziek is een spiegel – als je erin kijkt en je haar zit niet goed, moet je niet de spiegel de schuld geven, maar je haar kammen. Maar we kunnen onze kop niet meer in het zand steken. Er is veel veranderd. Vroeger waren rappers vaak uit het criminele leven gestapt. Ze rapten dan over hun fouten, gaven levenslessen in de trant van: bewandel dat pad niet.”

“Nu zijn er criminelen die rap gebruiken als witwasmodel. Wanneer ze worden veroordeeld, stijgt hun marktwaarde alleen maar. Ze nemen geen verantwoordelijkheid. Die kleine kids van hier willen alles nadoen. Op de basisschool worden ze al betrapt met shanks en pistolen. En dan werd er laatst een peuter van twee geraakt door een kogel, overdag in winkelcentrum Kraaiennest. Dat hield me wakker. Daardoor kijk ik nu nog scherper om me heen wanneer ik daar mijn moeder bezoek.”

“Terwijl rap juist was bedoeld om zwarte mensen met elkaar te verenigen. Nu maken we elkaar af. Extra pijnlijk is dat er andere partijen zijn die de struggles en beef (ruzie, red.) van rappers uit de Bijlmer zien als entertainment. Rijke, witte kindjes uit goede buurten geven die rappers via sociale media punten als ze iemand (dood)steken.”

Een aantal van uw leerlingen zit ook bij een drillrapcrew.

“Ik heb een hechte band met mijn leerlingen. Met sommigen houd ik contact, die heb ik in mijn hart gesloten. We praten als er iets faktaps (heftigs, red.) is gebeurd, of juist iets moois, bijvoorbeeld wanneer ze vader of moeder zijn geworden. De schaduwkant is dat er soms een paar ruzie hebben, en ik het slachtoffer en de dader ken. Dat is regelmatig het geval. Ik ken die gasten als lieve jongens. Heb hun zachte kant gezien. Ik ken de ellende uit hun jeugd en weet waarom ze zo zijn geworden.”

Raakt het u nog, wanneer u hoort dat er weer iemand is doodgestoken?

“Het voelt als een verlies. Of het nou slachtoffers of daders zijn, je denkt toch: wat had ik anders kunnen doen om het te voorkomen? Heb ik iets over het hoofd gezien? Het doet elke keer weer iets met me. Het zijn niet mijn kinderen, maar ze voelen wel als een soort familie, weet je.”

Wat ziet u wanneer u naar die jongeren kijkt?

“Een stukje van mezelf. Ze zoeken naar hun identiteit, willen ergens bij horen. Ik probeer ze als docent zelfvertrouwen te geven en aan te sporen om eigen, verstandige keuzes te maken. Ik hoop dat ze dat voelen, en ook weer doorgeven aan hun vrienden. Want we zitten nu in een neerwaartse spiraal in de Bijlmer, we trekken elkaar mee naar beneden. Er is criminaliteit, geweld, focus op snel geld. Daar moeten we uitkomen.”

Hoe was uw jeugd?

“Ik ben nooit diep in de criminaliteit gekomen. Dat komt omdat ik een goede band had met mijn ouders, en OG’s (original gangsters, red.) om me heen had die zeiden dat ik niet voor de echte crime gemaakt was. Ik had andere ­talenten. Ze zeiden: represent ons op een andere manier. Die shit die wij doen, is faktap. En ze hadden gelijk: ze hadden een strafblad, kwamen niet aan een baan. Gasten gingen dood of voor langere tijd de bak in. The worst thing in life is wasted talent.”

Daarover gesproken: al bezig met het volgende album?

“Ik kan tracks blijven maken. En in principe ga ik dat ook doen, zolang het kan. Ik mag het niet opgeven. Ik moet mijn mensen blijven vertegenwoordigen, dood of levend. En blijven doen wat ik leuk vind. Want zoals ik rap op mijn nieuwe plaat: vandaag ben je hier, morgen ben je weg.”

Beluister de EP hier op Spotify.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden