Plus

Rapper Donnie: ‘Het Leidseplein heeft me gevormd’

‘Het Leidseplein heeft me echt gevormd’ Beeld Renate Beense

“Dit is thuiskomen,” zegt rapper Donnie opgetogen en met zijn kenmerkende plat-Amsterdamse tongval, als hij zijn scooter heeft geparkeerd en midden op het Leidseplein staat. Nu komt hij hier sporadisch, maar een jaar of zeven geleden was hij er meerdere keren per week te vinden. Specifiek dáár: de Chicago Social Club, op het hoekje van de Korte Leidsedwarsstraat.

Donnie ging niet alleen om te feesten naar ‘de soos’, zoals hij de club noemt. Hij had een concreet doel voor ogen: een ontmoeting met De Jeugd van Tegenwoordig.

“Ik was een jaar of zestien, zeventien en wilde muziek maken,” zegt hij als hij naar de club wandelt. “Ik was echt fan van De Jeugd, ik vond hun master. Al in groep 7, 8 op de basisschool zei ik: ‘Yo, ik moét met De Jeugd werken.’ Jáááá, man. Ik had vernomen dat Vieze Freddy altijd in de soos was, dus ging ik daar ook heen. Op het laatste kende iedereen me: die dunne gast, lang haar, altijd designer aan. Ik weet het nog goed, mijn neef en ik waren twee maanden lang elke dag in de soos, en hij zei: ‘Kom, we gaan naar huis, hij komt niet.’ Ik zei: ‘Geloof mij, hij komt.’ We wouden net weg gaan, zien we Freddy gewoon de deur in lopen.”

Durfde je op hem af te stappen?

“Tuurlijk, ik ben een Amsterdammer toch. Een brutaal mens heeft de halve wereld, is mij ooit verteld. Dus ik zei: ‘Freddy man, wat wil je van me drinken?’ Hij zei dat ik er lijp uitzag en gaf me zijn nummer. De volgende dag heb ik hem geappt: ‘Yo Fred, ken je me nog?’”

En?

‘Hij wist helemaal niet meer waar ik het over had, omdat hij zo de weg kwijt was. Maar ik mocht komen eten, en zo is het balletje gaan rollen. Het Leidseplein heeft me echt gevormd, en Freddy heeft veel voor mij betekend. Mensen hebben het altijd over geld, maar je netwerk is je rijkdom. Als je mensen kent, ga je ver komen.”

In 2014 debuteerde Donnie met de mixtape Leipie van het plein. Niet lang na de ontmoeting in de soos leerde hij de rest van De Jeugd van Tegenwoordig kennen, onder wie producer Bas Bron, bekend van zijn funky elektronische beats. Met hem maakte Donnie zijn eerste plaat, Mannelogie, en ook zijn laatste, Door het licht. “Bas heeft de eerste keer in de studio gezegd: ‘Jij moet gewoon brabbelen, hoe je in reallife praat.’ Ik schrijf alleen wat namen op en dingen die daarop rijmen, sta voor de microfoon, en verzin alles ter plekke.” Een typisch Donnienummer herken je aan de creatieve, jolige teksten, en opmerkelijke verwijzingen naar jarennegentigfenomenen als tv-tuinman Rob Verlinden, Ma Flodder, Pieter Storms en zijn grote held: darter Raymond van Barneveld.

Met Bron maakte hij ook Barry Hayze, een nummer dat niet alleen op Spotify scoorde maar ook op YouTube, vanwege de videoclip met een nogal willekeurige verzameling BN’ers (Frans Bauer, Soundos El Ahmadi, Wilfred Genee), als hem verkleed. Lang blond haar, gouden kettingen, zwarte coltrui.

Rapper Donnie (24), ook bekend als Koning Toto, is niet te missen met zijn gouden sieraden, coltrui en blonde vlecht. ‘Ik schrijf alleen wat namen op en dingen die daarop rijmen, sta voor de microfoon en verzin alles ter plekke.’ Beeld Renate Beense

“Ik had een heel lang gesprek over die clip. Ik ben altijd zo: ik laat in die meetings de gasten die ervoor geleerd hebben lekker lullen. In de laatste minuut zei ik: ‘Wat we ook gewoon kunnen doen, is dat iedereen mij is. Dat we bij iedereen lang haar zetten.’ En dat gingen we doen.” De BN’ers deden voor de lol mee, sommigen zijn vrienden van hem. “Die veteranen vind ik hard. Ouwe lullen doen conversaties vullen. Snap je? Zij hebben veel te vertellen, en ik kan van ze leren. Ik zit ook in een appgroep van regisseur Martin Koolhoven, met allemaal film- en tv-mensen praten over films, actualiteiten en politiek. Met Michael Schaap, De Hokjesman, zat ik gisteren lekker een theetje te drinken op zijn balkon. Ik ben net een Apple. Ik doe elke maand een update, dan ben ik weer slimmer en intelligenter.”

Donald Scloszkie

Donnie werd in 1994 in het Slotervaartziekenhuis geboren als Donald Scloszkie, en groeide op in de Wijttenbachstraat. “De echte Amsterdammer weet waar ik over praat. Oóst,” zegt hij achter een kop koffie in café De Heineken Hoek, met weids uitzicht op zijn plein.

“Oost was best gevaarlijk. Er waren auto-inbraken, junkies, ik kwam nooit buiten. Ik ging altijd in mijn kamer Buurman en Buurman kijken: A je to! En met Playmobil en Lego spelen. Mijn moeder en oma waren thuis, er werd goed voor me gezorgd, en lekker gekookt. En de televisie stond altijd aan: Goede tijden, slechte tijden en actuele programma’s.”

“Daar komen al die ouwe presentatoren in mijn teksten vandaan. Ik was letterlijk echt geobsedeerd door muziek maken en op televisie komen. Ik had zo’n heel trage internetkast, Wikipedia bestond nog niet, en dan ging ik altijd die mensen opzoeken die ik op televisie zag, en wat ze allemaal hadden gedaan en met wie ze hadden gewerkt.”

Waar kwam de interesse voor muziek vandaan?

“Ik vond het gewoon leuk, als ik René Froger zag met Een eigen huis zei ik altijd tegen m’n moeder dat ik dat ook wilde. Dan zei zij: ‘Je bent niet goed in je hoofd, dus je zou het wel kunnen.’ Ik kom uit een Amsterdams gezin, snap je, wij gebruiken bepaalde termen en woorden. In Snelle Planga zeg ik bijvoorbeeld: ‘Sodemieter op, man, slappe.’”

Jouw Amsterdamse accent is zo plat dat je soms verweten wordt het te faken.

“Ik zie in mijn comments op social media heel vaak: het is een fop-Amsterdams accent. Weet je hoe pijnlijk dat is? Wij komen uit Amsterdam, toch, dan lijkt het wel alsof ik hier te gast ben. Hoezo moet ik mijn taalgebruik aanpassen aan iemand die hier niet vandaan komt? Het Amsterdams moet levend blijven.”

Praat je familie ook zo?

“Ja, net zo. We waren een keer in Zuid, met mijn oma een vissie halen. Stonden we bij de visboer, en toen werd mijn oma gebeld. Zei ze met zo’n aardappel in d’r keel: ‘Ja, hallooo? Goedemiddag?’ Na dat gesprek deden wij vervelend, en schreeuwde ze naar ons: ‘Godverdomme, hou d’r nou mee op man, teringlijers!’ Toen dacht ik: voor de mensen doe je alsof je bekakt bent, maar intussen blèr je het hele winkelcentrum bij elkaar!” Donnie lacht hard. “Ik zei ook laatst tegen mijn oma: ‘Eigenlijk heb ik het meest van u geleerd, qua algemene ontwikkeling in mijn raps, zeg maar.’”

‘Als ik een helmpie op doe met twee horens, ben ik net een viking’ Beeld Renate Beense

Donnie werd opgevoed door zijn moeder en oma omdat zijn vader, een Zweed, het grootste gedeelte van zijn jeugd in de gevangenis zat. Waarom wil hij niet kwijt. “Hij was er gewoon niet. Ik heb hem sporadisch gezien, om een net woord te gebruiken. Ik ben nu 24, laten we zeggen dat ik hem maximaal 24 keer heb gezien. Máx. Hij is nu in Zweden, lekker aan het jagen op herten ofzo. Ik heb nog steeds weinig contact met hem.”

Hoe was het om op te groeien zonder vader?

“Luister, wat de boer niet kent, dat vreet hij niet. Veel mensen zeggen: ‘Ik mis een vaderfiguur in mijn leven, hij was er nooit op het schoolplein, hij voetbalde nooit met me.’ Mijn vader liet me niet links liggen, hij was er gewoon niet in het fysieke aspect. Hoe kan je dat missen als je verder goed bent opgevoed? Ik heb twee broers, dus die mannelijkheid was er wel. Mijn oudste broer, Peter, was echt mijn gappie, hij was mijn pa om het zo maar te zeggen. Altijd Fifa en Pro Evolution Soccer spelen. Opeens werd hij ouder en ging hij geneeskunde doen, zat hij alleen maar in die boeken. Toen zei hij: ‘Je moet ook effe wat gaan doen, ga teksten schrijven.’ Dus ik ging schrijven. Nu is hij cardioloog, en doctor met c-o. Hij moest helemaal ingeleid worden, of hoe noem je dat. Ik mocht speechen man. Tuurlijk! En ik heb nog een zusje, Bibi. Ze heet eigenlijk Bibilotte, dat is ook Zweeds.”

Ga je weleens naar Zweden?

Donnie lacht. “Ik heb heel snel heimwee, ik krijg al kippenvel als ik een dag buiten de stad ben joh! Maar met Zweden heb ik wel een connectie. Ik heb er laatst een clip opgenomen, en was er een keer een weekendje omdat mijn broer in Uppsala studeerde. Toen zou m’n pa ook komen, maar zei hij last minute af.”

Dat is toch supernaar? 

“Hoezo? Als je weet dat je iemand zo weinig hebt gezien, is het toch vrij logisch dat ie niet komt?”

Je verwacht niets van hem?

“Mijn vader had vroeger een Rolex, met parelmoer. Vanaf dat moment wilde ik er ook een. Ik zei altijd tegen m’n moeder: ‘Ma, als ik duiten verdien, is het eerste wat ik koop geen huis, geen auto, maar een auto om mijn pols.’ Toen ik ’m had, stuurde ik een foto naar m’n pa. ‘I finally did it,’ schreef ik. Het enige wat hij zei was: ‘Yeah, nice Rolex, man.’ Voor mij was het toen al klaar. “

Ik zeg ook in Barry Hayze: ‘Armani-adelaar op de kontzak.’ Als mijn pa hier was, gingen we altijd naar de Febo in Noord, daar was hij fan van. Ik zag toen dat hij een Armanibroek aanhad. Dus ik zat laatst lekker van die sperzieboon te roken, sta voor de microfoon, en krijg ineens een flashback van m’n pa met die Armanibroek en rap die tekst.” Donnie lacht. “Daar ben ik wel trots op ja.”

Na het vmbo ging Donnie de koksopleiding doen, op de voormalige banketbakkersschool De Berkhoff in Oost, en werken bij restaurant De Kas. Hij kon naar de havo, maar wist dat uit boeken leren niets voor hem was. “Ik vond koken altijd al het mooiste wat er is. Ik werk graag met m’n handen en ben het liefst creatief bezig. En ik wist: mocht ik de dingen waar ik van droom niet bereiken, dan heb ik altijd een baan. Want of het nou een simpele zaak is of een sterrentent, ze zoeken altijd wel iemand die kan koken.”

Wat is er zo mooi aan koken?

“Bijna alle lekkere dingen, zoals een tarte tartin of matse zijn door een foutje onstaan. Dus je moet gewoon experimenteren, begrijp je? Er zijn geen grenzen aan koken.”

Vrijheid.

“Vrijheid, juistem! Wat dat betreft is het net muziek maken. Ik maak wel makkelijke dingen, pastaatjes enzo. En ik eet wanneer ik honger heb. De piepers staan op om zes uur, dat vind ik zo ouderwets. Trouwens piepers zijn wel lekker, man. Ik wil later een boek maken over aardappelgerechten. Rösti, pommes fondant, lekkere stamppot… de aardappel wordt echt onderschat.”

Voor Paradiso willen fans met Donnie op de foto Beeld Renate Beense

Toevalligerwijs zette Donnie via het koken zijn eerste schreden in de rapwereld. Nog op de koksopleiding deed hij mee met een wedstrijd risotto maken tegen rapper Lange Frans – Donnie won. Ze hielden contact en Lange Frans zette hem voor het eerst op een podium. Daarna volgden de nummers met Bas Bron, maar zijn bekendheid nam pas echt grote vormen aan nadat hij afgelopen zomer de snelle planga had geïntroduceerd. In een spontaan moment zette hij een gek zonnebrilletje op (planga is straattaal voor bril) met één doorlopend, reflecterend glas, en plaatste een filmpje op Instagram. Een internethype was geboren, en Donnie maakte snel een bijbehorend liedje om op de festivals te spelen.

“Ik vind het heel grappig, omdat die brillen even oud zijn als mijn oma. Het is nooit mijn intentie geweest om ermee door te breken. Maar als die kans zich aandoet, ga ik er vol in. Op Instagram heb ik nu een kwart miljoen volgers.”

Snelle Planga

Sinds de snelle planga is zijn leven een attractie, vertelt Donnie terwijl hij buiten een peuk opsteekt en we een ommetje maken langs de Febo in de Leidsestraat, waar hij altijd een vette hap ging halen na een avondje in de soos. Donnie heeft iets met de Febo. En helemaal met hun bamischijf: ‘What a time to be alive, what a time to eat a bamischijf’, rapte hij in een nummer. Daarbij stond hij model voor de hippe kledinglijn van de snackbar. Toch heeft hij geen zin om iets uit de muur te trekken. “Ik ben aan de lijn. Ik was 90 kilo, omdat ik aan de prednison zat. Ik heb atopisch eczeem, al vanaf mijn geboorte. Het wordt nu onderdrukt met injecties, maar ik kom er nooit meer vanaf.”

Als hij het Leidseplein oversteekt en naar Paradiso wandelt, dat hij vorig jaar vol kreeg en platspeelde, gaan er steelse blikken zijn kant op en wordt zijn naam geroepen. Niet alleen ‘Donnie!’, maar ook: ‘Koning Toto!’ – momenteel is hij bijna dagelijks op radio en televisie in een commercial van het kansspel. Donnie is dan ook een opvallende verschijning, met zijn merkkleding tot aan de sok, gouden sieraden en blonde vlecht.

Dat haar heeft hij trouwens al vanaf z’n twaalfde. “Ik was altijd al die guy met het lange haar, onbewust is het mijn branding geworden. En het is een beetje Zweeds. Als ik een helmpie op doe met twee horens, ben ik net een Viking. Leuk, toch?”

Voor de poptempel willen jonge meiden met hem op de foto. Donnie vindt het allemaal prima. “Mensen lachen instantly als ze me zien. Dat kan zijn omdat ze me grappig vinden van internet, of dat ze me maf vinden: I don’t care. Als ze lachen, heb ik iets goeds gedaan voor de maatschappij. Ik zit in het hart van de mensen. Dat is me uiteindelijk meer waard dan een gouden of aluminium plaat.” 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden